September 2004, nr 258
Joost Rekveld presenteert 4D
Utopie van licht
Films waar geen lens aan te pas is gekomen. Bedrijfsfilms die experimenten met kristallen en gassen vastleggen. Documentaires over lopendebandwerk en bouwen in beton. Het maakt allemaal deel uit van het programma 4D in het Filmmuseum, met veel films over wetenschappelijke experimenten. Gastcurator Joost Rekveld wil de techniek niet wegmoffelen.
Things to come.
Een filmfundamentalist. Dat was Joost Rekveld jarenlang. Hij was verslingerd aan celluloid. Projecteerde 16- en 35mm-films in theaters. Genoot van de ratelende projectoren, het wonder van vorm, licht en tijd dat zich op het witte doek ontvouwde.
Toen hij Beeld en Geluid ging studeren aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag ontdekte hij 'visuele muziek'. Geïnspireerd door de theorieën van Newton had de achttiende-eeuwse Jezuïet Louis-Bertrand Castel licht en geluid als twee frequentiefenomenen aan elkaar gekoppeld. Hij bouwde een soort klavecimbel die bij iedere toetsaanslag niet alleen een toon maar ook beeld produceerde. Tot in de twintigste eeuw bleven volgelingen dit soort machines bouwen. Op die manier was visuele muziek een van de bronnen van de experimentele film. Rekveld voelt zich verwant. "Mijn werkwijze lijkt ook meer op die van een componist dan van een regisseur."
Rekvelds werken zijn geen conventionele films zoals we ze in de bioscoop zien. Ze zijn veelal gemaakt zonder lenzen, zonder camera. Ze vertellen geen verhaal dat zich in een script laat vangen. Het zijn film om de film, een onderzoek naar het medium zelf. Rekveld is tegen het wegmoffelen van de techniek. "Als je je tijdens het bekijken van een traditionele acteursfilm realiseert dat je in een stoel in de bioscoop zit dan is de illusie weg, dan gaat er iets verloren. Maar bij een goede experimentele film verhoogt dat bewustzijn juist de intensiteit van de ervaring. Je bent je bewust van het feit dat je als mens met een lichaam in een stoel zit en naar iets machinaals zit te kijken. Het is een eerlijke manier van omgaan met techniek en het medium."
Die opvatting maakte Rekveld de aangewezen man om voor het Filmmuseum een programma samen te stellen over de artistieke fascinatie voor wetenschap en technologie. Hij dook de archieven in op zoek naar experimentele films en films over experimenten. Het leverde een monumentaal programma op met veertien compilaties en een paar langere films. Lezingen en een wisselexpositie met installaties complementeren '4D in het Filmmuseum'.
Stroboscopische dans
De titel is een historische verwijzing. Rond 1910 werd in kringen van filosofen, spiritisten, kunstenaars en wiskundigen druk gespeculeerd over de mogelijkheid van een vierde dimensie. Het toen gloednieuwe medium film werd beschouwd als hét middel om die toevoeging aan hoogte, breedte en diepte bloot te leggen. "Eigenlijk zijn alle films tot 1930 experimentele films", stelt Rekveld. "Film werd door kunstenaars gezien als een revolutionair medium. Daarna is er een filmindustrie ontstaan en die had een geheel andere agenda. Maar dit utopische idee is nooit helemaal verdwenen. In de jaren zestig was Stan Brakhage de eerste die in geschriften vraagtekens zette bij het gebruik van lenzen om beelden te maken."
Voor zijn Filmmuseum-programma gaat Rekveld nog iets verder terug in de tijd dan Brakhage (1933-2003). De opvattingen van László Moholy-Nagy (1895-1944) dienen als leidraad. De modernist en mede-oprichter van het Bauhaus was gefascineerd door de technologische ontwikkelingen van zijn tijd, fotografie en film voorop. In 1930 bouwde hij een Licht-Raum-Modulator, een kinetische sculptuur dat via schaduwen en reflecties een glimp biedt van de vierde dimensie. De film Lichtspiel Schwarz-Weiss-Grau is gebaseerd op dit werk en vormt de thematische spil van 4D in het Filmmuseum.
Rekvelds eigen werk sluit aan bij dit pionierswerk van Moholy-Nagy. Zijn #11 Marey <-> Moiré uit 1999 is ontstaan door een beweging in stukjes te hakken. Al die bewegingsfasen zijn naast elkaar in één beeld geplaatst waardoor een stroboscopische dans van vlakken, kleuren en strepen ontstaat. "In mijn werk ga ik telkens terug naar het basisprincipe van de techniek. Vierentwintig beeldjes per seconde, een sluiter, een lichtbron. De vraag die ik eigenlijk iedere keer weer stel is: wat zou er gebeuren als je het medium met rust laat en zichzelf laat zijn? In narratieve film heb je opbouw van een verhaal, montage - veel input van buitenaf. Wat ik doe is componeren in de tijd."
Maar toen Rekveld met het voorstel voor #11 aanklopte bij het Filmfonds, krabde men zich achter de oren bij het zien van zijn aanvraag. "Is dit nog wel film?", vroegen de beoordelaars zich af. "Ik kan me die vraag voorstellen", geeft Rekveld toe. "Maar ik kruip in het medium. Als dit geen film is, wat is het dan wel?"
Wiskundig
Met Moholy-Nagy deelt Rekveld een fascinatie voor wetenschappelijke films. En een groot deel van het Filmmuseum-programma bestaat dan ook uit dit soort werkjes. Geen experimentele films maar films over experimenten, vaak opgenomen in laboratoria, nooit bedoeld voor kunstzinnige consumptie. "Film is in die gevallen gewoon het opnamemedium voor data", stelt Rekveld, die onder meer time lapse opnamen van bloemen, beelden van kristalvorming en proeven met helicoptermodellen uit de archieven opdiepte. "Ik vond ook een onderwijsfilm uit de jaren twintig waarin het bewijs voor de stelling van Pythagoras wordt geïllustreerd. Een wiskundige film, een geweldig genre waarvan ik niet wist dat het bestond. Maar interessant als voorloper van interactieve internet-toepassingen. Sommige films zijn te hardcore wetenschappelijk, die zijn onvertoonbaar. Zo is er een film uit een Shell-laboratorium waarin bellen door een verticale buis wervelen. Best mooi maar wel erg minimaal."
Behalve films omvat 4D ook installaties. De meeste jonge kunstenaars hebben een filmachtergrond maar bewegen zich in de nieuwe media. Ze zijn geen filmfundamentalist meer. Net als Rekveld. "Experimentele film gaat over film natuurlijk. Maar het gaat vooral om de houding ten opzichte van beeld. Dat is ook wat ik met dit programma wil bewerkstelligen. Die stap maken van het medium naar de onderliggende gedachte. Dat er veel verschillende manieren zijn van kijken."
En dat is ook wat Rekveld hoopt dat blijft hangen bij de bezoeker: een besef van de breedte van het medium film. Hij haalt er een vergelijking uit de biologie bij om zijn punt te verduidelijken. "Je kan een tarweras kweken dat optimale opbrengsten genereert en alle velden daarmee volplanten. Maar als er een ziekte uitbreekt dan gaat alles dood en heb je niks meer. Hetzelfde geldt voor film. Als je alle kaarten zet op de Hollywoodfilm en het medialandschap verandert radicaal - bioscopen verdwijnen, film zoals we kennen houdt op te bestaan - dan ben je alles kwijt. Variatie in de filmische genenpool is belangrijk. De nieuwe ideeën moeten ergens vandaan komen."
Edo Dijksterhuis
'Joost Rekveld presenteert 4D' vindt plaats van 10 september t/m 27 oktober in het Filmmuseum in Amsterdam. Daarnaast zijn er retrospectieven te zien van Rekveld en László Moholy-Nagy.