November 2004, nr 260
Politieke uitwassen worden onder de loep gelegd en soms angstaanjagend dichtbij gebracht in vier films die deze maand uitkomen.
Buongiorno, notte
Bloedrode Brigade
Het is veel te gemakkelijk om terroristen af te doen als domme, laffe kuddedieren. Marco Bellocchio geeft in Buongiorno, notte de Italiaanse Rode Brigades uit de jaren zeventig een gezicht.
Toen Susan Sontag eind september 2001 in The New Yorker suggereerde dat de aanslagen op het WTC misschien niet het werk van een stelletje gestoorde lafaards was - ze zei het stelliger - kreeg ze stront over zich uitgestort. Net als anderen die weigerden een simplistische verklaring van de gebeurtenissen te ondertekenen, werd ze bestempeld als een verrader. Zoals vaker in de geschiedenis was nadenken verdacht.
Jaren van lood
Offer
Ronald Rovers
Italië, 2003
The motorcycle diaries
Ché als heilig boontje
Walter Salles' roadmovie The motorcycle diaries, over de nog jonge Ché Guevara, riekt naar heldenverering en verkapte propaganda.
Laten we deze recensie van Walter Salles' The motorcycle diaries, over de reis door Latijns-Amerika die een jonge Ché Guevara in 1952 maakte met zijn vriend Alberto Granado, beginnen met enkele vermoedens.
Melaatsen
Kevin Toma
Verenigde Staten/Duitsland/Engeland/Argentinië, 2004
The Manchurian candidate
Zakenlui verbouwen brein
Jonathan Demme schrapte in zijn remake van The Manchurian candidate alle satire en suggereert dat we gevangen zitten in een angstcultuur. Deze keer zijn het niet de communisten maar topmanagers die over onze hoofden de macht grijpen.
Paranoia is op het moment Amerika's belangrijkste exportproduct. In de VS zelf was het altijd al een populair tijdverdrijf maar sinds de aanslagen van 11 september mag de rest van de wereld er ook van meegenieten. In zijn essay 'the paranoid style of American politics' uit 1965 beschrijft Richard Hofstadter die paranoia als een typisch Amerikaanse weigering om in een onzekere wereld te leven. Paranoia en de complottheorieën die daaruit voortvloeien zijn volgens hem een krampachtige poging om orde te scheppen in een chaotische realiteit.
Bloemenschikkers
IJzervreter
Ronald Rovers
Verenigde Staten, 2004
Der Untergang
Charmante man, die Hitler
Ga aan de slag met Hitler en in Duitsland zijn de rapen gaar. Der Untergang zorgde er dan ook voor een felle controverse. Acteur Bruno Ganz zou Hitler te menselijk spelen, zodat we de dictator sympathiek gaan vinden. De Duitsers doen een ontdekking: Hitler was een mens.
Bij zo'n baas wil iedereen wel werken. Het is november 1942 als vijf jonge vrouwen bij Hitler solliciteren. De Führer zoekt een persoonlijke secretaresse. Traudl Junge is een van de vrouwen die het Adelaarsnest bezoeken. Hitler laat haar even wachten, want hij moet zijn geliefde hond Blondi uitlaten. Moet ook gebeuren. Als hij terug is, laat Hitler haar een stukje typen. Ze bakt er niets van, wat voor een secretaresse een handicap mag heten. "Wees niet nerveus", zegt Hitler. "Ik maak meer fouten in het dicteren dan jij kunt maken met typen." Charmante man, die Hitler! Junge krijgt de baan. De episode leert dat Hitler niet alleen goed was voor zijn hond, maar ook voor zijn secretaresse.
Fantasiewereld
Triviaal
Jos van der Burg
Duitsland, 2004
Terroristen - een titel die de laatste jaren gemakshalve op allerlei rebellerend volk wordt geplakt - wegzetten als simpele zielen is de weg van de minste weerstand. Het lijkt overbodig om te zeggen dat de werkelijkheid meestal complexer is, maar af en toe moet dat toch hardop herhaald worden. Ook in cinema.
Marco Bellocchio (La balia) filmde de geruchtmakende ontvoering van de Italiaanse christendemocraat Aldo Moro in 1978 als een ingetogen, huiselijk drama in een buitenwijk van Rome. Buongiorno, notte ('Goedemorgen, nacht') is bijna een toneelregistratie van gebeurtenissen die zowel maatschappelijk als bij de ontvoerders onderling intense spanningen creëerden en die gelden als de apotheose van de 'anni di piombo', de 'jaren van lood' zoals de onrustige jaren zeventig in Italië worden genoemd. Maar Bellochio vermeed alle bombastische actie. Het extreme geweld dat werd gebruikt bij de ontvoering krijgen we niet rechtstreeks maar via afstandelijke journaalbeelden te zien. Het eerste wat we zien na de ontvoering - aanvankelijk weet je als kijker niet eens waar de groep mee bezig is, ze lijken een appartement te verbouwen - is dat drie mannen met een grote kist het appartement binnenkomen. En dat is het dan, de rest is wachten. Soms wordt er geschreeuwd maar meestal blijft de spanning onderhuids. Het praten over het avondeten en de baby van de buren die wordt binnengebracht, levert prachtige, surreële huiselijke taferelen op.
De duisternis in het appartement illustreert mooi in welke toestand de groep verkeert: hoe loopt dit af, deden we er goed aan, is het dit allemaal waard? Chiara, door wiens ogen we naar de gebeurtenissen kijken (de film is op haar boek gebaseerd), is Bellocchio's onderwerp: hoe beleeft een jonge vrouw (of man) zo'n extreme gebeurtenis, waar haalt ze haar motivatie vandaan? En vooral: wat gebeurt er als haar geloof in een ideologie die ze niet eens helemaal begrijpt, begint te wankelen?
Wie zo'n dramatische gebeurtenis als een politieke ontvoering in gang zet, wordt onvermijdelijk onderdeel van politieke machinaties. En die zijn op den duur niet meer in de hand te houden. Bellochio laat dat zien door Aldo Moro brieven te laten schrijven aan zijn politieke vrienden om daarmee een dialoog tussen de regering en de ontvoerders in gang te zetten. Maar de regering wil niet praten, ondanks aanzienlijke binnen- en buitenlandse druk om Moro vrij te krijgen. Moro werd geofferd om de publieke weerstand tegen de Rode Brigades op te voeren. En, zoals hij zelf aan zijn ontvoerders liet ontvallen, de Amerikanen waren ook niet bepaald enthousiast over zijn regeringscoalitie met de Italiaanse communisten.
Maar politieke machinaties blijven in Buongiorno, notte op de achtergrond. Het lukt Bellocchio een subtiele weergave van de gebeurtenissen te geven. Anderen gingen hem voor met filmische analyses van de soms uiterst persoonlijke motieven van terrorisme (La seconda volta van Mimmo Calopresti uit 1996, Colpire al cuore van Gianni Amelio uit 1982 en Tragedia di un uomo ridiculo van Bernardo Bertolucci uit 1981) maar alleen Bellocchio brengt een reële en gehypte gebeurtenis als de ontvoering van Moro terug tot geloofwaardige proporties.
Moro is voor de ontvoerders een symbool voor de onderdrukking van het Italiaanse volk en ze willen hem in die hoedanigheid in een 'volksproces' terecht laten staan. Maar gaandeweg zijn 55 dagen durende gevangenschap twijfelen sommigen aan het nut van hun actie. De vier ontvoerders hebben niet allemaal dezelfde motieven. Waar de één het alleen heeft over het proletariaat en klassenoorlog wil de ander het liefst terug naar zijn vriendin. De vier begonnen misschien vanuit hun gezamenlijke ideologie maar ze eindigen niet allemaal bij moord. Bellocchio laat mooi zien hoe radicale ideologie hopeloos tekortschiet als het om persoonlijke relaties gaat. Met Buongiorno, notte levert hij een 'chiave di lettura', een manier om betekenis te geven aan die onverwerkte periode in de Italiaanse geschiedenis. Terecht voelde Bellocchio in onze 'jaren van bombast' de behoefte radicale acties terug te brengen tot menselijke verhoudingen.
Productie: Marco Bellocchio, Sergio Pelone
Regie: Marco Bellocchio
Scenario: Marco Bellocchio naar een boek van Anna Laura Braghetti
Camera: Pasquale Mari
Montage: Francesca Calvelli
Muziek: Riccardo Giagni, Pink Floyd, Verdi, Schubert
Met: Maya Sansa, Luigi Lo Cascio, Giovanni Calcagno, Pier Giorgio Bellocchio, Paolo Briguglia, Roberto Herlitzka
Kleur, 105 minuten
Distributie: Contact Film
Te zien: vanaf 4 november
De meeste Nederlanders kennen Guevara slechts als de streng kijkende baardkop met baret op hippe T-shirts. Sommigen kennen ook de foto van Guevara's lijk; anderen zagen hem laatst nog voetballen met Elvis Presley.
Een enkeling weet dat Ché eigenlijk Ernesto heette en Argentijns was; dat hij door te vechten tegen Batista in Cuba terecht kwam, en vanaf 1959 aan de zijde van Fidel Castro uitgroeide tot een van de grootste revolutionaire communisten ter wereld. Zijn missie, een verenigd Latijns-Amerika, kon hij niet volbrengen: in 1967 werd hij in Bolivia na een gevecht met regeringstroepen zonder proces geëxecuteerd.
Wie een Guevara-leek is zal dat na The motorcycle diaries nog steeds zijn. Wie alles over hem denkt te weten leert niets nieuws, en wie gelooft dat Guevara nog altijd leeft krijgt geen ongelijk. De film beperkt zich tot de periode vlak voor Guevara's loopbaan als revolutionair en politiek 'monster' en leunt daarbij op diverse biografieën, het tijdens de reis geschreven verslag van Granado, Guevara's memoires, en gesprekken met Granado en Guevara's nabestaanden. Geen geschiedenisles dus, maar een mengsel van door de herinnering gekleurde feiten en door feiten ingegeven herinneringen - een nieuw stukje mythevorming.
Zoals Salles (Central do Brasil) het laat zien, met veel mooie anekdotes en een bewonderend oog voor het afwisselend dorre en oogverblindend kleurrijke Latijns-Amerikaanse landschap, zo zou het kunnen zijn gegaan, en zo is het misschien ook gegaan. Toch riekt de film naar heldenverering. Wanneer geneeskunde-groentje Guevara door de confrontatie met armoede en uitbuiting tot morele volwassenwording komt, ontpopt hij zich daarbij tot een heilige in spé: iemand die altijd zijn geestelijke zuiverheid behoudt, die zich zonder reserve inzet voor zijn medemens en deze levenshouding ook van anderen verlangt. Salles' Guevara krijgt van zwaar onrecht een astma-aanval en is op geen enkele misstap te betrappen. De ogen van hoofdrolspeler Bernal vullen zich steeds meer met het heilige vuur van de revolutie, en dan is er geen plaats meer voor mooie meisjes.
Of hoe Christus in Zuid-Amerika tot zijn evangelie kwam. Zijn eerste communistische speech houdt Guevara in de door nonnen opgezette leprakolonie San Pablo, op het feestje ter gelegenheid van zijn 24e verjaardag. Vervolgens besluit hij zijn verjaardag te vieren bij de melaatsen aan de overkant van de Amazone. Al zwemmende doopt hij zichzelf: als hij aan land klimt is hij niet langer het geneeskundestudentje uit de middenklasse, maar een man van het volk.
Als filmpersonage wordt hij daarmee volstrekt oninteressant. Net zo oninteressant als Christus en andere heilige boontjes. Had de jonge Guevara echt geen rafels of vervelende karaktertrekken? Zo niet, dan had Salles ze er beter bij kunnen verzinnen om zijn film overtuigender te maken. Verkapte propaganda denk je nu.
Behalve dan de geïmproviseerde scŠnes waarin Gael García Bernal en tegenspeler Rodrigo de la Serna praten met echte arbeiders, indianen, straatkinderen en lepra-patiënten. Dan wordt The motorcyle diaries opeens een documentaire over het nog steeds door armoede geteisterde Latijns-Amerika van tegenwoordig: aan die krotten en gehavende gezichten hoefde niets gedaan te worden om ze te versmelten met een stichtelijk verhaal van vijftig jaar geleden.
Productie: Michael Nozik, Edgard Tenenbaum, Karen Tenkhoff
Regie: Walter Salles
Scenario: Jose Rivera
Camera: Eric Gautier
Montage: Daniel Rezende
Art direction: Carlos Conti
Muziek: Gustavo Santaolalla
Met: Gael García Bernal, Rodrigo De la Serna, Mia Maestro
Kleur, 126 minuten
Distributie: A-Film
Te zien: vanaf 25 november
De Koude Oorlogs-paranoia van de jaren vijftig en zestig - een ander hoogtepunt van achterdocht in de recente geschiedenis - werd volledig belachelijk gemaakt door John Frankenheimers The Manchurian candidate uit 1962. Communistische rouwdouwers hersenspoelen daarin een groepje Amerikaanse soldaten waarvan er één het tot vice-presidentskandidaat schopt. Via hem hopen ze de Amerikaanse politiek te kunnen beheersen.
Tegenwoordig heet de film een klassieker te zijn maar die status kreeg hij pas in 1987 toen wijlen Frank Sinatra, die in 1972 de rechten had gekocht en vijftien jaar lang elke screening verbood, in al zijn goedheid besloot The Manchurian candidate weer vrij te geven. In 1964, twee jaar na de premiŠre, besloot United Artists trouwens al om de film uit het bioscoopcircuit te halen vanwege de wat ongelukkige gelijkenis tussen het verhaal en de moord op John Kennedy (Lee Harvey Oswald zou ook zijn gehersenspoeld door communisten etcetera). Dat nu een remake verschijnt, is te danken aan Sinatra's dochter die van haar vader het recht kreeg om de sublieme satire opnieuw te produceren.
Het probleem is dat de satire volledig is verdwenen uit de nieuwe versie. Jonathan Demme (Silence of the lambs) herschiep The Manchurian candidate als een volbloed politieke thriller met Denzel Washington als de achterdochtige Ben Marco die door zijn tergende nachtmerries en de computerchip die hij in zijn rug vindt, langzaam beseft dat er meer aan de hand is dan op het eerste gezicht lijkt. Demme's Manchurian neemt zichzelf daarbij heel serieus. In 1962 werd de ontvoerde en gehypnotiseerde militairen nog wijsgemaakt dat ze in een bijeenkomst van bloemenschikkers zaten terwijl ze gehersenspoeld werden, maar in de nieuwe versie zijn die scŠnes vervangen door bloedserieuze nachtmerries.
De nieuwe Manchurian wijkt vooral af van het origineel omdat de Russen, Chinezen en Cubanen werden vervangen door wat de schrijvers als de meest bedreigende entiteit van de 21e eeuw moeten zien: een wereldwijd investeringsfonds. De met snorren en sikken behangen communistische karikaturen uit de oorspronkelijke versie zijn ingewisseld voor een handjevol topmanagers die via hun gehersenspoelde vice-presidentkandidaat de controle over de VS in handen proberen te krijgen.
Demme lijkt met zijn film de cultuur van de angst te bekritiseren als hij nieuwszenders laat vertellen hoe terreuraanslagen en terreuralarms het dagelijks leven beheersen. Maar in feite is zijn film een typisch product van die angstcultuur. Demme creëert zelf een nieuw complot: een onzichtbaar investeringsfonds met naamloze bestuurders die over onze hoofden de macht grijpen. Het paranoïde gevoel dat kijkers geregeerd worden door onzichtbare politieke en economische krachten wordt er niet minder om.
En Demme vertelt daarmee helemaal niets nieuws. We kennen de Carlyle Group, een investeringsfonds waarvan het bestuur net als dat van Manchurian Global vol zit met ex-presidenten, royalty, ex-ministers en top-industriëlen en waarvan de invloed naar verluidt enorm is. Meer nog, we weten dat bedrijven invloed kunnen hebben op de Amerikaanse politiek. Daarvoor hoeven ze geen chips in iemands brein te bouwen maar gewoon flink te storten in de verkiezingskas. Hoe groot die invloed is blijft de vraag maar we hebben Demme niet nodig om suggesties te doen.
Jonathan Demme maakte het verhaal op verschillende punten wel scherper en interessanter. Ben Marco is niet meer de ijzervreter en koele analyticus uit het eerste deel maar zit veel dieper in het complot en is veel meer de getergde ziel. De partij van de gehersenspoelde Raymond Shaw (Liev Schreiber) is niet te herkennen als Republikeins maar omvat het hele politieke spectrum. En het complot is toch net iets ingewikkelder dan je denkt.
The Manchurian candidate is dramatisch complexer dan het origineel maar is simplistischer in zijn politieke analyses. Satire had de film de noodzakelijke diepte gegeven maar het is blijkbaar minder een tijd van knipogen en meer een tijd van ernstige blikken. Dat was altijd al het vervelende aan complottheorieën, dat ze alle speelsheid de nek omdraaien en ons even komen vertellen hoe de wereld in elkaar zit. Maar wat kun je anders verwachten van een product van het militair-cinematografisch complex?
Productie: Jonathan Demme, Ilona Herzberg, Scott Rudin
Regie: Jonathan Demme
Scenario: Daniel Pyne, Dean Georgaris
Camera: Tak Fujimoto
Montage: Carol Littleton, Craig McKay
Art direction: Teresa Carriker-Thayer
Met: Denzel Washington, Meryl Streep, Liev Schreiber, Jeffrey Wright
Distributie: UIP
Te zien: vanaf 4 november
20 april 1945. Hitler zit met een kleine groep getrouwen in een bunker in Berlijn. De situatie is hopeloos. De charmante man van een paar jaar eerder is veranderd in een nerveus wrak. De dictator leidt aan de ziekte van Parkinson. Zijn linkerhand, die hij voor zijn rug houdt, trilt zo hevig dat hij een eigen leven lijkt te leiden. Achter zijn rug drijven generaals de spot met hem. Ze hebben het niet meer zo op de "niet-rokende vegetariër". Op de achtergrond klinkt gedreun van Russisch artillerievuur en bombardementen op Berlijn, maar Hitler keuvelt met Speer over de wederopbouw van Berlijn na de oorlog. Alleen moet eerst nog even Der Krieg worden gewonnen. Tien dagen pleegt Hitler zelfmoord, nadat hij de kok heeft geprezen om zijn voortreffelijke laatste vegetarische avondmaal.
Der Untergang toont Hitler en zijn trouwelingen als een sektarische club, die aan de werkelijkheid geen boodschap heeft. In de Berlijnse bunker leven ze in een fantasiewereld. De beelden worden doorsneden door gruwelijkheden buiten de bunker, zodat wij niet vergeten wat Hitler aanrichtte. In de bunker zoeken degenen met enig realiteitsbesef, waaronder Eva Braun, het in drank en extatische danspartijen. Alles is toch verloren, dus dan maar dansen op de vulkaan.
De in het nauw gedreven Hitler maakt een manisch-depressieve indruk. Tirades over de onbekwaamheid van zijn generaals ("het schuim van het Duitse volk") en de slapheid van de Duitsers in het algemeen ("ik kan geen traan om hen laten") wisselt hij af met depressieve zwijgzaamheid. Als tot Hitler doordringt dat het pleit is beslecht, heeft alle ellende voor hem toch nut gehad, want hij heeft Duitsland van het "joodse gif" bevrijd. Zo kan hij tevreden een kogel door zijn hoofd jagen, waarna de Goebbels als meest fanatieke aanhangers niet kunnen achterblijven. Het echtpaar brengt niet alleen zichzelf maar ook hun zes kinderen om het leven.
Der Untergang geeft een overtuigende indruk van Hitlers laatste dagen. Bruno Ganz maakt uitstekend het isolement en verlies aan realiteitszin van de dictator voelbaar. Maar de film bevat ook triviale scŠnes. Neem bijvoorbeeld het babbeldialoogje tussen Braun en Hitlers secretaresse, dat duidelijk moet maken dat er verschil was tussen Hitler als privépersoon en leider. "Ik begrijp hem niet", zegt Braun over Hitler, "hij is zo aardig, maar dan zegt hij van die vreselijke dingen." De secretaresse na enig puzzelen: "Oh, u bedoelt als hij de Führer is?"
De banaliteit verklaart niet de Duitse controverse over Der Untergang, want bestaan er niet-banale Hitlerfilms? Aanstootgevend vindt men dat regisseur Oliver Hirschbiegel (Das Experiment) Hitler menselijke gevoelens heeft meegegeven. Hij moet zelfs een keer huilen. Wat is het probleem? Maken de menselijke eigenschappen Hitler minder monsterachtig? Het zal toch ook voor Duitsers geen nieuws zijn dat mensen en monsterlijkheid uitstekend samengaan? Het angstaanjagende van Hitler is dat hij een mens was, dus een van ons. Harry Mulisch noemt Hitler in zijn roman 'Siegfried' "de ontkenning van alles wat bestaat en gedacht kan worden". Zo kun je je er ook van afmaken. Filmmakers deden dat altijd door Hitler ver van ons weg te duwen. Acteur Bruno Ganz brengt hem iets dichterbij. Wel zo angstaanjagend.
Productie: Bernd Eichinger
Regie: Oliver Hirschbiegel
Scenario: Bernd Eichinger
Camera: Rainer Klausmann
Montage: Hans Funck
Muziek: Stephan Zacharias
Met: Bruno Ganz, Alexandra Maria Lara, Corinna Harfouch, Ulrich Matthes, Juliana Köhler, Heino Ferch
Kleur, 150 minuten
Distributie: A-Film
Te zien: vanaf 4 november