December 2004, nr 261
The Polar Express
Een trein vol engerds
Ronkende promotietaal omringt de peperdure animatiefilm The Polar Express. De in de film geëxploreerde 'motion capture'-techniek zou niet minder dan revolutionair zijn. Doordat acteurs behangen worden met elektroden, zien de geanimeerde mensen er griezelig echt uit.
The Polar Express.
Als een Hollywoodbobo tijdens een verkooppraatje geestdriftig doet over 'revolutionaire technologieën' is het zaak om de korrels zout bij de hand te houden. In het geval van Steve Starkey loont het toch de moeite om te luisteren. De door de wol geverfde producent werkt al sinds 1988 samen met Robert Zemeckis, de voormalige Spielberg-protégé die in films als Who framed Roger Rabbit (1988), drie delen Back to the future (1985-1990) en Forrest Gump (1994) steeds de grenzen van het technisch mogelijke opzocht. In september bezocht Starkey Nederland om fragmenten van Zemeckis' technologische hoogstandje The Polar Express aan de pers te vertonen en van commentaar te voorzien. De filmmakers brengen een kort geïllustreerd kerstverhaal van kinderboekenschrijver Chris Van Allsburg tot leven met de zogenaamde 'motion capture'-techniek. Volgens Starkey was 'Mocap' de enige manier om recht te doen aan deze tussen droom en werkelijkheid spelende vertelling over een jongetje dat in een toverachtige trein naar de Noordpool reist, waar hij een ontmoeting heeft met de kerstman. In een traditionele fantasy-film met acteurs van vlees en bloed zou het onmogelijk zijn om de magische reis te reconstrueren, terwijl het in een animatie - traditioneel of computergegenereerd - te moeilijk en te duur zou zijn om de menselijke personages realistisch weer te geven, aldus Starkey.
Elektrodes
De producent legde uit hoe hij en Zemeckis Mocap gebruikten in The Polar Express. Hoofdrolvertolker en medeproducent Tom Hanks, die zes rollen voor zijn rekening neemt, werd behangen met elektrodes die zijn bewegingen registreerden. Aan de hand van de bewegingscoördinaten van Hanks en zijn tegenspelers konden de computeranimatoren vervolgens de personages bezielen.
Op zichzelf is The Polar Express overigens niet de eerste film die zich van een dergelijke techniek bedient. Zo valt te verdedigen dat tekenfilmpionier Ralph Bakshi zich in zijn geflopte Lord of the rings (1978) al van rudimentaire Mocap bediende door opnamen van echte acteurs over te tekenen, in de hoop dat ze daarmee in geloofwaardige hobbits en tovenaars zouden veranderen. In Peter Jacksons artistiek en commercieel heel wat geslaagdere bewerking van J.R.R. Tolkiens magnum opus kwam het personage Gollum tot leven met meer hedendaagse Mocap-technieken, nadat eerder de gehate Jar-Jar Binks in Star wars episode I: The phantom menace en de geliefde huiself Dobby in Harry Potter and the chamber of secrets ook al via Mocap de weg van levende acteur naar digitaal filmpersonage hadden afgelegd.
Zo uitgebreid en gedetailleerd als in The Polar Express werd de techniek tot dusver echter niet toegepast. Wat in de door Starkey vertoonde opnamen achter de schermen vooral opviel was de enorme hoeveelheid elektrodes op het gezicht van Hanks, waarmee zijn mimiek zo natuurgetrouw mogelijk moest worden overgebracht op de personages.
Als het aan Starkey ligt is er een grote toekomst weggelegd voor Mocap. Ook in zijn volgende project Monster house hijsen de acteurs - onder wie Steve Buscemi en Maggie Gyllenhaal - zich in elektronisch gemonitorde pakken, om met hun mimiek en gestiek de animatoren aan te sturen. In de optiek van de producent ligt een triomf voor acteurs van vlees en bloed in het verschiet, omdat zij zich hiermee nog onmisbaarder zouden maken in de wereld van de animatiefilm dan ze nu al zijn als stemmetjesmakers.
Zombies
Of Mocap werkelijk zo'n grote rol gaat spelen als Starkey voorziet zal voor een groot deel afhangen van de ontvangst van The Polar Express. De film kostte naar verluidt een krankzinnige 165 miljoen dollar, wat bij een speelduur van anderhalf uur neerkomt op 1,8 miljoen per minuut. Afgezet tegen de 0,8 miljoen dollar die The incredibles op minutenbasis mocht kosten bij het ook bepaald niet lowbudget werkende Pixar, lijken Starkey, Zemeckis en Hanks dan ook een levensgroot riscio te hebben genomen.
Starkey maakte zich in september nog geen zorgen. Zoals iedereen die werkzaam is in de wereld van de hightech-animatie hamerde hij op het belang van een goed verhaal, en hij bleek heilig te geloven in de universele aantrekkingskracht van Chris Van Allsburgs Amerikaans-sentimentele prentenboek. Of hij het gelijk aan zijn zijde krijgt kon je aan de hand van de getoonde fragmenten nauwelijks vaststellen. Wel viel te constateren dat de geanimeerde kinderen aan boord van de Poolexpres griezelig veel aan echte kinderen deden denken. Echt griezelig. Ze bewegen als kinderen, lijken op kinderen, en als je goed genoeg oplet ruiken ze er waarschijnlijk ook nog naar. Maar door hun net iets te holle oogkassen, levenloze ogen en net niet helemaal organisch bewegende bekjes doen ze niet zozeer denken aan de vrolijke kids die ze moeten voorstellen, maar aan goedgeklede kampslachtoffertjes, of welgemanierde zombies. Met deze engerdjes aan boord dendert de stoomlocomotief richting de Noordpool. Het risico dat de trein met veel misbaar ontspoort bij het oversteken van Uncanny Valley (zie hieronder) lijkt levensgroot aanwezig.
Fritz de Jong
The Polar Express
Verenigde Staten, 2004
Productie: Steve Starkey, Robert Zemeckis
Regie: Robert Zemeckis
Scenario: Robert Zemeckis, William Broylkes jr.
Camera: Don Burgess, Robert Presley
Montage: R. Orlando Duenas, Jeremiah O'Driscoll
Art direction: Tony Fanning, Alicia Maccarone, Norman Newberry
Muziek: Glen Ballard, Alan Silvestri
Met: Tom Hanks, Leslie Harter Zemeckis, Michael Jeter
Kleur, 100 minuten
Distributie: Warner Bros
Te zien: vanaf 9 december
The Incredibles
Superheld in buitenwijk
De CGI-animatie The Incredibles is een geduchte concurrent voor The Polar Express. Pixar kiest een radicaal andere benadering dan Zemeckis en co, en zet iedere realistische pretentie overboord.
Als ze bij Pixar al belang hechten aan de theorie van de Uncanny Valley (zie kader), hebben ze haar vooral in hun voordeel gebruikt in Toy story. Zo geloofwaardig en knuffelbaar als de tot leven komende speelgoedwezens in die film waren, zo akelig en buitenaards leek het sadistische menselijke buurjongetje dat de speelgoedjes martelde en mishandelde. De idee dat realistische menselijke tekenfilmpersonages de Heilige Graal van de digitale animatie zouden zijn, is al enige tijd losgelaten door de mensen van Pixar, die in hun kaskrakers Monsters, inc. en Finding Nemo steeds weer lieten zien dat hun wortels liggen in de klassieke kunst van de cartoon. Dat blijkt ook weer in The Incredibles, een vindingrijke parodie op het dankzij Batman, The X-Men en Spider-Man weer danig in zwang zijnde genre van de superheldenfilm.
Elastigirl
Fritz de Jong
The incredibles
Het leven van Bob Parr zit danig in het slop. Enkele decennia geleden maakte hij samen met echtgenote Helen furore als de ijzersterke Mr. Incredible en de ultralenige Elastigirl. Onder maatschappelijke druk werden de constant reuring veroorzakende superhelden uit het straatbeeld verbannen, waarna Bob, Helen en hun drie superbegaafde kinderen zich gedeisd moeten houden in een anonieme buitenwijk. De verantwoordelijke Helen probeert zich aan te passen door een supermoeder te zijn, maar Bob kan niet wennen aan zijn loonslavenbestaan. Als hij de kans krijgt om, ondanks een buikje en een wijkende haarlijn, in het geniep weer Mr. Incredible te worden, grijpt hij deze met beide handen aan.
Het voortdenderende avontuur dat volgt is niet alleen een pleidooi tegen de middelmaat, het is tevens een demonstratie van het feit dat animatiekarakters het beste gedijen als ze zich maar zoveel mogelijk gedragen als animatiekarakters. Weg met realistische pretenties en weg ook met de grauwe burgermaatschappij: The Incredibles komen er aan! Ongelooflijk grappig én geloofwaardig cartoonesk. Zo zouden meer animatiefilms moeten zijn.
Verenigde Staten, 2004
Productie: John Lasseter, John Walker
Regie en scenario: Brad Bird
Camera: Andrew Jimenez, Janet Lucroy
Montage: Stephen Schaffer
Art direction: Lou Romano
Muziek: Michael Giacchino
Stemmen: Craig T. Nelson, Holly Hunter, Samuel L. Jackson, Jason Lee
Kleur, 115 minuten
Distributie: Buena Vista
Te zien: vanaf 24 november