Januari 2005, nr 262

Fantastisch realisme

Duivel in de appelgaard

Met zijn tweede film Off screen bewijst regisseur Pieter Kuijpers wat hij met Van god los al deed vermoeden: Nederland heeft er weer een filmauteur bij. Zijn mythische thriller staat in een lange Nederlandse traditie van fantastisch realistische films.

Het was weer raak deze Kerst, de favoriete tijd van het jaar voor de lancering van familiefilms van eigen bodem. Pluk (van de Petteflet), Erik (of het klein insectenboek) en Floris zijn de kinderhelden van de kerstvakantie 2004. Kees (de jongen), Pietje (Bell), Kruimeltje, Abeltje, Ibbeltje, Minoes, Pipo, Tom & Thomas en de schippersjongens van de Kameleon gingen hen voor. Aan Nederlandse kinderfilms geen gebrek. Het is een succesvol genre als bezoekcijfers de doorslaggevende maatstaf zijn. De kinderboekverfilming is inmiddels een beproefde maar veilige formule die voornamelijk brave feelgood-verhalen voor de kleintjes oplevert. Want, zo luidt het argument, daar zijn we immers goed in, en waarom zou je niet doen waar je goed in bent? Met als gevolg dat de kinderfilms zo langzamerhand het gezicht van het Nederlandse filmlandschap bepalen.
Waar zijn ondertussen de aspiraties op kunstzinnig, cinematografisch gebied gebleven? Waar blijven de originele, kritische, eigenzinnige, volwassen films met een eigen beeldtaal en visie die de kijker stof tot nadenken geven? Ze zijn er nog wel, al moeten ze met een lantaarntje worden gezocht. Off screen, de nieuwe film van regisseur Pieter Kuijpers (Van god los), scenarist Hugo Heinen (De provincie, het tv-drama 'Pleidooi', 'Wet & waan') en cameraman Bert Pot (Van god los, Verborgen gebreken, Phileine zegt sorry) is zo'n zeldzaamheid.

Fossiel
Na de bende van Venlo, gebruikt als uitgangspunt voor Van god los, liet Pieter Kuijpers zich dit keer inspireren door het verhaal achter de gijzelnemer in de Rembrandttoren van maart 2002, die zich beklaagde over een breedbeeld-tv van Philips. Scenarist Hugo Heinen bouwde er een complottheorie omheen waarin de mogelijkheid tot subliminale manipulatie (niet door het oog waarneembare beelden die wel tot de hersenen doordringen) met behulp van televisiebeelden een hoofdrol speelt.
Het knappe aan Off screen is de manier waarop het klassieke gegeven van de twee tegenpolen is opgehangen aan de actualiteit en tegelijkertijd fantastisch is gemaakt. Kuijpers' werk doet wat dat betreft denken aan de films van Alex van Warmerdam, zij het dat hij het absurdistische, tragikomische effect heeft verruild voor thrillerelementen. Beiden scheppen bovendien hun eigen filmische mythes, al dan niet verwijzend naar bekende mythische stijlfiguren, waardoor hun films op meerdere niveaus te bekijken zijn. Waar Grimm zwanger was van variaties op de sprookjes van Grimm, zit Off screen vol met klassiek-tragische en bijbelse connotaties.
Ze staan in een stroming die vaak typerend voor Nederlandse films wordt genoemd, maar waarvan de kenmerkende waarde nog steeds wordt onderschat: een fantastisch realistische, soms naar surrealisme of magisch-realisme neigende traditie die via Van Warmerdam, Jos Stelling en Orlow Seunke terugvoert tot Fons Rademakers, en die ervan uit gaat dat de dingen niet zijn wat zij op het eerste gezicht lijken, maar een diepere, bovenverstandelijke - al dan niet bewuste - betekenis hebben.
Dat onderkennen zou meteen een einde maken aan wat door het Filmfonds in zijn aanvraag voor de kunstenplanperiode 2005-2008 nog als problematisch wordt omschreven: 'En dan is er nog een artistiek probleem: een duidelijke Nederlandse signatuur ontbreekt, zodat ondanks enkele incidentele successen een brede internationale doorbraak uitblijft, zowel in de bioscoop als op festivals.'
Een vogelvlucht door de geschiedenis levert een opvallend lijstje titels op die het realisme ontstijgen (zie kader). En het zijn juist die films die de laatste jaren in het buitenland wél succes hadden. Soms zijn het enkele scŠnes, soms is de hele film gedrenkt in fantastisch realisme, die in het geheugen blijft hangen dankzij sfeerscheppend camerawerk, gestileerde locaties, landschappen die vervreemdend werken, vaak nog geholpen door het toneelmatige acteerwerk dat lange tijd de standaard bepaalde in Nederlandse films, en metaforische beelden die als iconen op het netvlies worden gebrand.
Off screen is de jongste loot aan een stevige stam. Hoofdfiguur Voerman is een moderne tragische held, een buschauffeur van bijna pensioengerechtigde leeftijd, die in de ogen van zijn collega's een fossiel is dat stamt uit een ander tijdperk. Tegenover John Voerman staat Gerard Wesselinck, zelfde leeftijd, directeur van een multinational, man van staal: een 'killer'. Hij duikt op uit het niets, toevallig, maar ook iets té toevallig om zomaar waar te zijn. Voerman blijkt iets te weten dat Wesselinck intrigeert en Wesselinck is voor Voerman het luisterend oor waar hij al zo lang op wacht. Een 'vriendschap' is geboren, twee tegenpolen op het toneel gezet. Het kat en muisūspel kan beginnen.

Achilleshiel
Voerman, gespeeld door Jan Decleir, is niet alleen de tragische held die als een hedendaagse Icarus uit het labyrint probeert te ontsnappen om vervolgens in zee te storten; hij is ook een jezusfiguur die nu niet in de woestijn, maar in een Noord-Hollandse appelgaard door de duivel, in de persoon van Wesselinck, wordt verleid. Niet voor niets duikt Wesselinck - een glansrol van Jeroen Krabbé - op deus ex magina-achtige wijze op onmogelijke plekken op; hij lijkt het duiveltje op Voermans schouder dat hem influistert wat hij moet doen. Wesselinck is van een andere wereld, die zijn eigen plotselinge verschijningen regisseert en die Voermans waarnemingen weet te manipuleren, wat niet zo gek is voor een personage wiens functie 'hoofd van de afdeling Sound & Vision' is. Hij is het die bepaalt wat de kleine Voerman ziet, en misschien zelfs wel wat het filmpubliek te zien en te horen krijgt. De film laat tot het eind toe ruimte voor het idee dat het contact met Wesselinck alleen in Voermans hoofd plaatsvindt. Als het erop aankomt, verloochent Wesselinck zijn 'vriend' Voerman zoals het een ware Judas betaamt, met de bijna letterlijk geciteerde, historische bijbelse woorden: 'Ik ken hem niet'.
Het omslagpunt ligt in een door cameraman Bert Pot prachtig geschoten surrealistische sleutelscŠne op een schietbaan, waar Voermans ziel wordt gestolen als hij voor het eerst de trekker overhaalt. De zwakke plek van de principiële man is dat hij zich met zijn gevoel voor rechtvaardigheid en behoefte aan aandacht gemakkelijk voor het karretje kan laten spannen van een kwade genius: zijn principiële naïviteit is zijn achilleshiel. Het begin- en slotlied leert: 'Dansen doe je met zijn tweeën', want geen goed zonder kwaad. 'Licht leuchtet nur im Dunkel'.
Off screen is om nog een reden bijzonder en dat is - hoe voor de hand liggend het ook klinkt - het originele script: een filmverhaal pur sang dat niet meedoet aan de plaatje-bij-het-praatje-trend die film tot een afgeleide kunst van literatuur degradeert, dat zo lang meer of minder officieel beleid was van de Nederlandse filmfondsen.
De film die het afgelopen bioscoopjaar de meeste tragische en de mythische trekjes met Off screen gemeen heeft, is Het zuiden van Martin Koolhoven en scenariste Mieke de Jong. Met de teams van Koolhoven en Kuijpers lijkt, in navolging van Van Warmerdam, dan ook een nieuw fantastisch realisme te zijn opgestaan. Een fantastisch realisme dat niet uitmondt in tragische komedies, maar in thrillertragedies. Auteurs op zoek naar een eigen filmtaal, naar nieuwe Nederlandse filmmythes, die een intelligent tegenwicht beloven tegen de huidige infantilisering van de Nederlandse film.
Kuijpers en Heinen gaan in Off screen niet voor de makkelijke verklaring. Ze weten de gek van de Rembrandttoren weer in een mens te veranderen, tot drager te maken van maatschappijkritiek, verpakt in een psychologische thriller met mythische elementen. Geen voorzichtige film dus, maar een relevante film met kloten.

Karin Wolfs

Fantastisch realisme in Nederland
Als twee druppels water (Fons Rademakers, 1963), De dans van de reiger (Rademakers 1966), Because of the cats (Rademakers, 1973), Een vlucht regenwulpen (Ate de Jong, 1981), De vierde man (Paul Verhoeven, 1983), De lift (Dick Maas, 1983), De witte waan (Adriaan Ditvoorst, 1984), Flesh + blood (Paul Verhoeven, 1985), Pervola ū sporen in de sneeuw (Orlow Seunke, 1985), Abel (Alex van Warmerdam, 1986), Zoeken naar Eileen (Rudolf van den Berg, 1987), Spoorloos (George Sluizer, 1988), Rituelen (Herbert Curiël, 1989), De vliegende Hollander (Jos Stelling, 1995), De noorderlingen (Alex van Warmerdam, 1992), Felice...Felice...(Peter Delpeut, 1998), Kleine Teun (Alex van Warmerdam, 1998), De Poolse bruid (1998, Karim Traïdia), Man met de hond (Annette Apon, 1998), Jezus is een Palestijn (1999, Lodewijk Crijns), Unter den Palmen (1999, Miriam Kruishoop), Wilde mossels (Erik de Bruyn, 2000), AmnesiA (Martin Koolhoven, 2001), Magonia (Ineke Smits, 2001), Met grote blijdschap (Lodewijk Crijns, 2001), The discovery of heaven (Jeroen Krabbé, 2001), Moonlight (Paula van der Oest, 2002), Het stenen vlot (George Sluizer, 2002), De arm van Jezus (André van der Hout, 2002), Van god los (Pieter Kuijpers, 2003), Het zuiden (Martin Koolhoven, 2004), Off screen (Pieter Kuijpers, 2004)

Jeroen Krabbé in Off screen.


Off screen

Thriller met allure

Bijna twee jaar geleden gijzelde een verwarde buschauffeur een aantal werknemers van de Amsterdamse Rembrandttoren uit protest tegen de Philips breedbeeldtv's. Off screen overtuigt als psychologisch drama en is ook nog eens met veel zwier gefilmd.

Pieter Kuijpers kijkt met een vergrootglas naar Nederland. Hij speurt naar nieuwsberichten die de media slechts korte tijd hebben beziggehouden, maar waar hij drama in ziet. En als hij zulke gebeurtenissen heeft gevonden, dan vergroot hij die uit tot films met on-Nederlandse, Hollywood-achtige allure. Zo vormde hij in zijn debuut Van God los de geschiedenis rond de bende van Venlo om tot een Goodfellas-achtige gangsterfilm. En voor zijn nieuwste film Off screen was de gijzeling van de Rembrandttoren de inspiratiebron van Kuijpers en scenarist Hugo Heinen. Ze maakten er een goed doortimmerd psychologisch drama van, over een man in de war.
Het voorval leende zich ook uitstekend voor een filmscript. Op 11 maart 2002 gijzelde een buschauffeur achttien mensen in de lobby van het Amsterdamse kantoorgebouw. Hij wilde Philips-topman Kleisterlee spreken om zich te beklagen over de breedbeeldtelevisies, waarmee volgens hem de consument wordt bedrogen.
Ongelukkigerwijze had de gijzelnemer zich in het gebouw verschanst waar Philips al enige tijd geleden niet meer in gehuisvest was. Nog tragischer was de afloop. Aan het einde van de dag schiet de man zich een kogel door de kop.

Verborgen codes
De man was verward, stond er later in alle kranten, en dat heeft de fantasie van Kuijpers en Heinen geprikkeld. Terwijl Off screen zich afspeelt op de gijzelingsdag, wordt in een groot aantal flashbacks een verklaring gegeven voor de wanhoopsdaad van John Voerman. We zien dan hoe deze buschauffeur kennismaakt met de directeur van de afdeling 'sound and vision' (hier Gerard Wesselinck geheten), die hem in vertrouwen neemt over allerlei absurde bedrijfsgeheimen: de breedbeeldtelevisie zou verborgen codes uitzenden.
De ontknoping van Off screen is niet verrassend, maar dankzij het scherpe samenspel van Jan Decleir en Jeroen Krabbé geeft dat niet. Decleir vertolkt de gijzelnemer ingetogen maar buitengewoon indringend. Hij maakt van hem een binnenvetter, met wie desondanks niet te spotten valt. Krabbé biedt goed tegenwicht door Wesselinck te spelen als een innemende zakenman die precies het charisma uitstraalt waardoor Voerman zich laat imponeren. Off screen overtuigt als psychologisch drama en is ook nog eens met veel zwier gefilmd. Pieter Kuijpers laat opnieuw zien dat hij niet vies is van pathos; en net als in Van God los vliegt Off screen daardoor een paar momenten uit de bocht. Wéér die slowmotions, wéér het 'Kyrie Eletson' en de bliksemflitsen.
Hoewel Kuijpers' stijl, aanpak en misschien ook ambities on-Nederlands zijn, blijven zijn films toch geheel geworteld in onze eigen samenleving. Zo gaf Van God los een treffend beeld van Noord-Limburgers, die slechts drie dagen per jaar - met carnaval - uit hun bol gaan. En Off screen is niet alleen een spannend gijzelingsdrama, maar ook een mooi tragisch portret van een Amsterdamse buschauffeur die steeds dieper wegzakt in het moeras van de eenzaamheid, en intussen blijft wegdromen bij Astrid Joosten.

Pieter Bots

Off screen
Nederland, 2005
Productie: Reinier Selen, Edwin van Meurs
Regie: Pieter Kuijpers
Scenario: Hugo Heinen
Camera: Bert Pot
Geluid: Pedro van der Eecken, Alek Goosse
Montage: Job ter Burg
Muziek: Portrait II
Met: Jan Decleir, Jeroen Krabbé, Astrid Joosten, Theu Boermans
Kleur, 100 minuten
Distributie: Independent Film
Te zien: vanaf 20 januari

Naar boven