Verwacht - januari 2005, nr 262

Lemony Snicket's a series of unfortunate events
Brad Silberling

Drie jeugdboeken van Daniel Handler, alias Lemony Snicket, vormen de basis voor een duistere jeugdkomedie die nu eens met recht Burtonesk mag heten. Tegen schitterend vormgegeven decors ontvouwt zich het tragische verhaal van de drie Baudelaire-kinderen. Verweesd na een vernietigende brand in de ouderlijke woning wordt het trio ondergebracht bij een volslagen geschifte oom, Graaf Olaf, die het uitsluitend op het enorme familiekapitaal van de Baudelairtjes voorzien heeft. De booswicht wordt gespeeld door Jim Carrey, die zich vooral uitleeft op de bezopen vermommingen waarin de Graaf zich hult om de erfenis binnen te slepen. Carrey is afwisselend briljant en onuitstaanbaar, wat suggereert dat de komiek met de elastieken mimiek iets te veel zijn gang mocht gaan van regisseur Brad Silberling. Zonder cynisch, gevat of of lullig uit de hoek te willen komen: de film bereikt zijn hoogtepunt na het einde. De fraai geanimeerde eindcredits behoren ongetwijfeld tot de mooiste aftitelingen aller tijden. Te zien vanaf 23 december

Il gattopardo
Luchino Visconti
Van Visconti's alom bejubelde zevende film bestaan en bestonden verschillende versies, in lengte variërend van 161 minuten (Brits gecensureerd) tot 205 minuten (Visconti's eigen montage). De gerestaureerde versie die binnenkort in Nederlandse roulatie gaat zit daar zo'n beetje tussenin, met een speelduur van 178 minuten. Burt Lancaster vond zijn optreden als de Italiaanse edelman Don Fabrizio, alias Het Luipaard, het beste uit zijn carrière. De trotse Prins van Salina kan alleen maar toekijken hoe rond 1860 het gepeupel zich meester maakt van zijn vaderland, en de adelstand verdrijft. Te zien vanaf 23 december

The grudge
Takashi Shimizu
Sarah Michelle Gellar blijft iets te veel Buffy the Vampire Slayer in deze Amerikaanse remake van het Japanse horrorsucces
Ju-on (2003). Langer dan goed is voor de film reken je erop dat de Amerikaanse blondine met houten staken en geassorteerd wapentuig een einde zal maken aan de vloek in een spookhuis in Tokio. Niet dus, want na het overweldigende Amerikaanse succes moet er wel een sequel komen. Regisseur Takashi Shimizu mocht zijn eigen film overdoen, en kreeg van producent Sam Raimi alle ruimte om zijn typisch Japanse stijl te handhaven. Met onlogische tijdsprongen en onderkoeld dreigende sfeerhorror joeg Shimizu zijn Amerikaanse publiek de gordijnen in. Te zien vanaf 6 januari

The phantom of the opera
Joel Schumacher

Overdaad schaadt, maar niemand durfde dat kennelijk uit te leggen aan Joel Schumacher (
Batman forever, Phone booth). In ambachtelijk opzicht kun je alleen maar bewonderend kijken naar de overdadige aankleding, de complexe mise-en-scène en de gelikte cameravoering in Schumachers verfilming van Andrew Lloyd Webbers musicalhit. Maar alle soepeltjes lopende trackingshots van de wereld kunnen niet verhullen dat Webbers bewerking van Gaston Leroux' grand guignol-novelle uit 1910 van zichzelf al niet in de schaduw kon staan van de fraaie gothische horrorverfilming uit 1925, waarin Lon Chaney gestalte gaf aan een onvergetelijk tragisch operaspook. Door er met zijn camera bovenop te gaan staan brengt Schumacher de tekstuele en dramatische tekortkomingen van Webbers hysterische quasi-opera juist pijnlijk aan het licht. Te zien vanaf 6 januari

Travellers and magicians
Khyentse Norbu

De maker van de eerste speelfilm uit Bhutan,
The cup, geeft opnieuw een inkijkje in het bestaan van bewoners van de Himalaya. Khyentse Norbu, in het dagelijks leven een boeddhistische lama, verweeft twee verhalen over mannen die dromen van een beter bestaan. Een monnik legt uit dat het gras elders alleen maar groener lijkt. Wie de idyllische landschappen van Bhutan er bij ziet is geneigd hem gelijk te geven. Te zien vanaf 6 januari

Genesis
Claude Nuridsany en Marie Pérennou
Na het gewriemel van insecten, geleedpotigen en ander klein grut in
Microcosmos: Le peuple de l'herbe richten natuurfilmers Claude Nuridsany en Marie Pérennou hun camera's op nog kleinere wezens. Elegant dwarrelen eencelligen over het scherm in een film die ondanks de bijbels klinkende titel niet het scheppingsverhaal volgt, maar de oorsprong het leven en het universum verklaart aan de hand van de evolutietheorie. Te zien vanaf 13 januari

National treasure
Jon Turteltaub

De plot van deze occculte thriller heeft opmerkelijk veel weg van Dan Browns internationale bestseller 'The Da Vinci code'. Maar omdat Ron Howard de verfilmingsrechten bezit doet producent Jerry Bruckheimer alsof de zoektocht van Nicolas Cage naar de legendarische schat van de Tempelridders helemaal oorspronkelijk bedacht is door zijn zeskoppige scenaristenlegertje, dat ongetwijfeld is bijgestaan door een nog groter peloton plagiaatjuristen. De vergezochte intrige zet vrijmetselaar Cage aan tot de diefstal van een Nationale Schat van formaat: de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring. Zijn onbetrouwbare zakenrelatie Sean Bean aast op dezelfde schat. In een Jerry Bruckheimer-film kan zulke concurrentie alleen maar leiden tot woeste achtervolgingen en harde knallen, en die zijn er dan ook volop, dik twee uur lang. Te zien vanaf 13 januari

Garden state
Zach Braff

De Amerikaanse droogkomiek Zach Braff, in eigen land vooral bekend van de ziekenhuis-sitcom Scrubs, maakt zijn regie- en scenaristendebuut met deze semi-persoonlijke tragikomedie. Als een manisch depressieve psychiaterszoon keert hij terug naar zijn ouderlijk huis in New Jersey (de Tuinstaat uit de titel) na de theatrale zelfmoord van zijn moeder. Er volgen pijnlijke confrontaties met vader Ian Holm. Positiever is zijn kennismaking met een bevallige neurologische patiënte (Nathalie Portman zonder
Star wars-parafernalia), die de afgestompte jongeman doet inzien dat je beter af en toe pijn kunt lijden dan helemaal niets te voelen. De op het Sundancefestival voor een prijs genomineerde film oogt, smaakt, ruikt en klinkt als een onvervalste American Independent, maar kwam tot stand met geld van de major Fox Searchlight. Daar kun je zure opmerkingen over maken, maar je kunt ook gewoon blij zijn dat dit soort off-beat-komedies kennelijk nog een publiek vinden in het Amerika van Bush - al is het maar in blauwe staten als New Jersey. Te zien vanaf 13 januari

The cat returns
Hiroyuki Morita
Neko no ongaeshi is de oorspronkelijke titel van deze Japanse tekenfilm, waarin een schoolmeisje een kat het leven redt. Ze wordt overladen met een overdaad aan katse geschenken als blijkt dat de bijna verongelukte kater van koninklijken bloede is. De wonderbaarlijke avonturen van het schoolmeisje, dat op magische wijze afreist naar de kattenwereld en langzaam verandert in een poes, werden opgetekend in de Ghibli Studio. Dit is de productiemaatschappij van Hayao Miyazaka, de man achter Japanse anime-mijlpalen Princess Mononoke en
Spirited away. Te zien vanaf 13 januari

Alfie
Charles Shyer

Jude Law, die deze maand ook te horen is als de stem van schrijver Lemony Snicket, babbelt honderduit tegen de camera in de remake van de Britse misdaadkomedie Alfie. Toen Michael Caine dat kunstje flikte in de gelijknamige tragikomedie uit 1966 was dat nog een redelijke frisse stijlfiguur. Ook het platte seksisme van de Londense schuinsmarcheerder Alfie viel te begrijpen, tegen de achtergrond van de seksuele revolutie. Nu Alfie in het aids-tijdperk terugkeert als limousine-chauffeur in hedendaags New York is al dat ijdele geklets eerder vermoeiend, terwijl zijn promiscue levensstijl vooral vraagtekens oproept. Vrouwen als Susan Sarandon, Marisa Tomei, Jane Krakowski en Nia Long maken het de onverbeterlijke versierder iets moeilijker dan Caine het destijds kreeg van al te meegaande dames. Een blik op het curriculum van Charles Shyer leert ons dat deze filmmaker en scenarist grossiert in overbodige remakes van uiteenlopende komedies als
The parent trap en Father of the bride. Wat ons betreft had hij Alfie best in de sixties mogen laten zitten, waar hij thuis hoort. Te zien vanaf 13 januari

Resident evil: Apocalypse
Alexander Witt

Engelsman Paul W.S. Anderson, eerder als regisseur verantwoordelijk voor het hondsberoerde marketingtrucje
Alien vs. Predator, schreef het scenario voor deze deerniswekkende opvolger van zijn eigen genrehybride Resident evil (2002). Die film was al een bedorven smakend aftreksel van een computerspelletje, dat op zijn beurt de mosterd weer haalde bij de zombiefilms van George A. Romero. Fotomodel en wanna-be actrice Mila Jovovich krijgt het andermaal aan de stok met een legertje ondoden, dat ditmaal in het leven wordt geroepen door een uit de hand lopend experiment met virale wapens. Te zien vanaf 13 of 20 januari

11:14
Greg Marcks
In het slim geconstrueerde speelfilmdebuut van de jonge Amerikaan Greg Marcks lopen vijf verhalen over inwoners van een Amerikaans dorpje naast elkaar, totdat ze om veertien minuten over elf allemaal op dramatische wijze bij elkaar komen. De met een schuin oog op de cultpotentie samengestelde cast met Patrick Swayze (
Donnie Darko), Rachael Leigh Cook (The house of Yes) en Hilary Swank (Boys don't cry) wordt door Marcks scenario onderworpen aan zwarte humor ten koste van hun personages en het nodige lichamelijke ongemak. Te zien vanaf 20 januari

Blade trinity
David S. Goyer
Wesley Snipes keert terug als vampierdoder Blade, half vampier, half mens. Omdat hij gezocht wordt door de FBI zoekt hij aansluiting bij een groepje jonge vampierdoders. Het kamp van de bloedzuigers wordt versterkt door voormalig indie-queen Parker Posey, maar de echte slechterik is niemand minder dan de vader aller vampieren, Dracula. David S. Goyer schreef de eerste twee delen van de op stripverhalen gebaseerde serie
Blade, en mocht voor de derde aflevering zelf op de regiestoel plaatsnemen. Te zien vanaf 20 januari

Fritz de Jong

Naar boven