Januari 2005, nr 262

Zhang Yimou

Recht in het hart

Precies een jaar na de Nederlandse release van Hero is er House of flying daggers waarin de lyriek van de Chinese martial arts-film naar een nieuw hoogtepunt wordt gevoerd. "Het is mijn bedoeling via het hart het hoofd te bereiken", zo zegt de Chinese sterregisseur Zhang Yimou (53) bij de wereldpremière van zijn film op het afgelopen filmfestival van Cannes.

Zhang Yimou.

Het was de overdonderende schoonheid van Raise the red lantern (1991) die Zhang Yimou tot de beroemdste Chinese regisseur maakte, en Gong Li tot de beroemdste Chinese actrice. Hij had haar ontdekt op de toneelschool, en op 22-jarige leeftijd de vrouwelijke hoofdrol gegeven in zijn speelfilmdebuut en Gouden Beer-winnaar Red Sorghum (1987). Zeven films lang zou ze bij hem blijven, als levensgezellin en muze. Het einde van de verbintenis, privé en professioneel, werd vooral als test ervaren. Over de veerkracht van de regisseur die zijn muze had verloren, werd na hun laatste samenwerking (Shanghai triad, 1995) druk gespeculeerd.
Ondertussen ging Zhang Yimou gewoon opnieuw naar de toneelschool. Daar ontdekte hij Zhang Ziyi die hij op 20-jarige leeftijd liet debuteren in Not one less (1999). Ze speelde de rol van een 13-jarig plattelandsmeisje dat - bij afwezigheid van de onderwijzer - een kleine dorpsschool draaiende moest zien te houden. Ik herinner me een meisje met rode konen van opwinding dat zich vol vuur, bijna verbeten, op haar taak stortte. Het was de geboorte van een nieuwe Chinese ster: een geschoolde danseres en actrice die zich in vliegende vaart in de Chinese vechtkunst bekwaamde, en die via Ang Lee's Crouching tiger, hidden dragon (2000) en Zhang Yimou's Hero (2002) het schitterende middelpunt werd van opvolger House of flying daggers (2004), als de dansende, zingende en minnende vechtkunstenaar Mei.
Zhang Yimou, evenals Hongkong-collega Wong Kar-wai kijkend door een gekleurde zonnebril: "Misschien heb ik een speciaal talent om van jonge, onbekende actrices sterren te maken. Het is waar, eerst Gong Li, nu Zhang Ziyi. Feit is dat ze allebei op dezelfde toneelschool in Beijing zaten, en dat ik ze allebei in het tweede studiejaar ontdekte. Een bewuste zet is het niet geweest. Het is meer zo gelopen. Achteraf is het wel een vreemde ervaring. En dat Gong Li en Zhang Ziyi nu ook samen te zien zijn in Wong Kar-wai's 2046 (2004) verheugt me. Ik vat het op als een soort poëtische rechtvaardigheid."

Vechtkunst
Zhang Yimou, die niet als martial arts-expert te boek stond maar de kunst onder meer afkeek bij King Hu's A touch of Zen (1969), heeft met Hero en House of flying daggers twee betoverende martial arts-films op rij gemaakt. Tijdens de opnamen van Hero, zo vertelt de regisseur, kreeg hij het te pakken. Nog tijdens het maken van die film schreef hij het scenario voor een vervolg-film. En als House of flying daggers in Cannes niet buiten competitie was vertoond, was hij geheid in de prijzen gevallen, zeker met juryvoorzitter Quentin Tarantino die er immers eigenhandig voor had gezorgd dat Zhang Yimou's eerste zwaardvechters-spektakel Hero ook in de Amerikaanse bioscopen terecht kwam, onder de noemer 'Quentin Tarantino presents'. Zelf kan de regisseur, die zijn twee martial arts-films als complementair beschouwd, het succes het best verklaren uit zijn voorliefde voor de esthetische kwaliteiten van de vechtkunst.
"Het gaat mij niet om de vechtsport, maar om de vechtkunst", aldus Yimou. "Voordat Crouching tiger, hidden dragon verscheen, werkten westerse filmmakers al volop samen met Aziatische vechtkunstspecialisten. Dat gaat zelfs terug naar de jaren zeventig, en Bruce Lee. Het westerse publiek was dus al een beetje vertrouwd met de Aziatische stijl. Ang Lee was wel een hekkenbreker, omdat hij de schoonheid van die stijl wereldwijd liet zien. Wat mij betreft draait het in martial arts-films ook om de schoonheid, de poëzie. En het ultieme doel is om die esthetiek te openbaren. Als het werkt, dan word je door die visuele schoonheid getroffen, recht in het hart. En als je het écht kunt voelen, dan kan het nog verder gaan, naar een ander niveau. Dan wordt het een spirituele ervaring. Dan gaat het, zeg maar, rechtstreeks van het hart naar het hoofd."

Droomdecor
Het is ook de reden waarom Zhang Yimou zijn film in 859 voor Christus situeerde, aan het einde van de Tang Dynastie. "Ik hou erg van die periode in de Chinese geschiedenis", aldus Yimou. "Het was een heel verlicht en heel luxueus tijdperk. Ik heb er veel onderzoek naar gedaan in historische archieven, en ik heb bijvoorbeeld veel schilderijen bestudeerd, om te zien hoe de kostuums waren, de kleuren. Het was mijn bedoeling om die tijd tot leven te wekken, qua geluid, qua sfeer, vooral qua sfeer."
De kleuren die in House of flying daggers van het doek spatten, hebben volgens de regisseur geen symbolische waarde. Yimou: "Het is een heel gedetailleerd kleurenpalet, maar het heeft geen speciale betekenis. Waar ik wel heel erg van hou is het combineren van schoonheid, zoals uitgedrukt in de kleuren, met tragedie. Je ziet die voorkeur ook in eerdere films, zoals Yu dou (1990) waarin ik een heel triest verhaal vertel tegen een prachtige, kleurrijke achtergrond. Voor House of flying daggers geldt hetzelfde, de tragische driehoeksrelatie die door Zhang Ziyi, Takeshi Kaneshiro en Andy Lau wordt verbeeld, is vormgegeven in een droomdecor."
Dat er tenslotte - wat prozaïscher - een relatie bestaat tussen de Chinese release van House of flying daggers, in de zomermaanden, en de gelijktijdige maatregel van de Chinese regering om Amerikaanse films uit de Chinese bioscopen te weren, moet Zhang Yimou ontkennen. "De actie van de Chinese regering om Amerikaanse films in juli en augustus uit de bioscopen te houden", zo legt de regisseur uit, "heeft alles te maken met de bescherming van jonge kinderen. China heeft geen filmkeuringssysteem, en dat wreekt zich vooral in de zomer, als iedereen vakantie heeft en naar de bioscoop gaat. Kinderen kunnen gewoon een bioscoopkaartje kopen, voor het hele aanbod. Ze kunnen ongehinderd alle vormen van seks en geweld consumeren. Ouders maken zich zorgen, klimmen in de pen, en de overheid komt weer met een tijdelijke maatregel. Ik heb in het verleden vaak gepleit voor een filmkeuringssysteem, niet alleen voor de bioscoop, maar ook voor de televisie, om bijvoorbeeld bepaalde programma's vóór en ná middernacht uit te zenden, maar om de een of andere mysterieuze reden zijn de Chinese autoriteiten er niet klaar voor."

Belinda van de Graaf

Hero is inmiddels verschenen op dvd (Dutch Filmworks)
Het rode korenveld en Ju dou verschijnen in februari op dvd (A-Film)
2046 is te zien op het Filmfestival Rotterdam (26 januari t/m 6 februari)


House of flying daggers

Vlinderende liefde

Zhang Yimou bewijst met zijn tweede martial arts-film House of flying daggers het metier te beheersen, op zijn manier. Hij laat de avontuurlijke actie van grootmeester King Hu en de liefdeslyriek van die andere grootmeester Wong Kar-wai gewoon versmelten, totdat alle zintuigen zinderen.

Zinderende zintuigen in House of flying daggers.

In Ang Lee's Crouching tiger, hidden dragon (2000) en Zhang Yimou's Hero (2002), twee martial arts-films waar House of flying daggers lustig op voortbouwt, was ze al aanwezig, maar nog niet zo prominent. Eigenlijk weet je het al bij haar entree, dat ze niet zomaar een meisje van plezier is. Ten eerste is ze blind, en heeft ze dus geen besef van haar eigen schoonheid, wanneer ze voor een dronken bordeelgast haar eerste dans opvoert. Een vrouwelijk orkest van pipa-spelers geeft het ritme aan. Ze begint te bewegen, en de schellen vallen je van de ogen.
Mei (gespeeld door de 25-jarige Zhang Ziyi) kan dansend en zingend hypnotiseren, zodanig dat de hoerenloper onmiddellijk overgaat tot een verkrachtingspoging. Op het nippertje wordt ze gered door een legerkapitein aan wie ze prompt haar absolute gehoor moet bewijzen in het tweede overrompelende spektakel, het curieuze Echo Spel waarin gewone blanke bonen als kogels door de lucht suizen en afketsen op trommels, en Mei het geluid moet identificeren, met de rondvliegende mouwen van haar gewaad. De beschrijving van dit merkwaardige 'nummer' blijft achter bij het tafereel zelf, en het kan niet anders, House of flying daggers gaat over kijken en luisteren.
Het is een triomfantelijk spel met beelden en geluiden waarin het bedrog de boventoon voert. En dan niet alleen in de scènes waarin participerend Hongkong actie-regisseur Tony Ching Siu Tung het traditionele wire-fu combineert met moderner computerwerk, om een leger soldaten vanuit de bekende boomtoppen te laten aanvallen, of een regen van pijlen door het klassieke bamboe-bos te jagen. Het bedrog zit ook in de drie karakters, in de Chinese actrice Zhang Ziyi als het meisje Mei, in de Japanse acteur Takeshi Kaneshiro als de vrouwenversierende Jin en in Hongkong-acteur Andy Lau als legerkapitein Leo. Ze liegen en bedriegen erop los, en als je denkt te weten hoe de vork in de steel zit, heeft Zhang Yimou een nieuwe verrassing in petto.

Valstrik
De Chinese regering die aan het einde van de Tang Dynastie, anno 859 voor Christus, zo corrupt is als de pest, en door de fameuze ondergrondse guerilla-groep 'Huis van de Vliegende Dolken' al enige tijd wordt gedwarsboomd, denkt in het blinde meisje de dochter van de oude guerilla-leider te hebben gevonden. In de veronderstelling dat het meisje hen wel naar de nieuwe aanvoerder zal kunnen leiden, wordt er een valstrik opgezet. Het meisje wordt daartoe eerst in een kerker gegooid, en daarna bevrijd door de bordeelgast, die daarmee weer haar vertrouwen wint. Samen gaan Mei en Jin op de vlucht voor het leger aangevoerd door Leo, dwars door bamboe-bossen en bloemenvelden - groener heeft Robin Hood ze niet gezien.
In de gevechten onderweg, met stokken, zwaarden en speren wordt de zwaartekracht vergeten, en bewijst Mei zich behalve als danseres en zangeres ook als een voortreffelijke vrouwelijke vechtkunstenaar. Mei wordt zo het meisje om onherroepelijk voor te vallen, maar Jin doet lang zijn best om dat te ontkennen. Hij houdt zichzelf voor de gek, en daarmee is het alsof werkelijk uit alle porieën van de film het bedrog ademt, of het nu het bedrog is aangedaan door de staat, de ander of jezelf. De liefde die door de bamboe-stammetjes heen vlindert en lang boven de bossen blijft walsen, stuwt de actie voort, geholpen door de lyrische muziek van Shigeru Umebayashi die ook al zo betoverde in Wong Kar-wai's
In the mood for love (2000).
House of flying daggers is niet de hardboiled Chinese zwaardvecht-film, aangeduid als wuxia-pian, waarmee Zhang Yimou zelf opgroeide. Hij voegt duidelijk zijn eigen lyriek en tragiek toe aan de actie, en dat maakt de film hartverscheurend mooi. Ondertussen eist de Chinese regisseur de Chinese zwaartvecht-film weer een beetje op van zijn Taiwanese collega Ang Lee die er met Crouching tiger, hidden dragon toch maar mooi mee aan de haal was gegaan.

Belinda van de Graaf

House of flying daggers
China, 2004
Productie: Zhang Yimou en Bill Kong
Regie: Zhang Yimou
Scenario: Zhang Yimou, Li Feng, Wang Bin
Camera: Zhao Xiaoding
Montage: Cheng Long
Art direction: Huo Tingxiao
Kostuums: Emi Wada
Muziek: Shigeru Umebayashi
Met: Zhang Ziyi, Takeshi Kaneshiro en Andy Lau
Kleur, 120 minuten
Distributie: RCV
Te zien: vanaf 6 januari

Naar boven