Februari 2005, nr 263
Wong Kar-wai
Casanova jaagt schaduw na
Na het succes van In the mood for love werkte Hongkong-regisseur Wong Kar-wai (46) vier jaar lang aan zijn 'space odyssey' 2046. Hij luisde iedereen erin. Wong Kar-wai bij de wereldpremière van 2046 in Cannes: "Ik wilde geen In the mood for love, part two maken."
Wong Kar-wai.
In the mood for love: de liefde die geen liefde mocht zijn. Getrouwde man Tony Leung en getrouwde vrouw Maggie Cheung ontdekten in het Hongkong van de jaren zestig het overspel van hun partners die altijd op reis waren, met elkaar. Leung en Cheung werden naar elkaar toe gedreven, maar de liefde die opbloeide, durfden ze niet onder ogen te zien. Wat er in die mysterieuze hotelkamer (nummer 2046) ondertussen wel (of niet) was gebeurd, werd door Leung, op een tripje naar Angkor Watt, toevertrouwd aan een gat in de muur. Hij fluisterde zijn geheim in het gat van een eeuwenoude ruïne, en bedekte het met aarde.
In 2046 keert Leung terug als een man die voor zijn liefdessmarten een klassieke façade heeft opgetrokken. Om zijn grote liefde te vergeten presenteert hij zich als de koning van de korte affaires. Zijn fijne Casanova-snorretje moet zijn voornemen tot verandering benadrukken. Als journalist, die zich heeft geïnstalleerd in Hotel Orient, schrijft hij ook aan een roman over mannen en vrouwen die juist alles riskeren om per scifi-trein 2046 te bereiken. 2046 is de titel van zijn roman, het nummer van de mysterieuze hotelkamer naast de zijne en het toekomstjaar waarin de 50ste verjaardag van de overdracht van Hongkong aan China wordt gevierd (1997-2046). De Chinese regering heeft Hongkong daarbij een belofte gedaan: tot 2046 zal er niets veranderen. En het is precies deze belofte van verandering, die de basis vormt van 2046.
Wong Kar-wai: "Zoals Tony Leung in 2046 de dingen anders wil doen, zo wilde ik met deze film ook iets nieuws doen, maar ik ben evenals mijn hoofdpersoon nog steeds zoekende. Het verhaal is wederom gestiueerd in de jaren zestig, omdat de karakters uit In the mood for love uit de jaren zestig komen. Tony Leung wordt geplaagd door herinneringen aan zijn grote liefde, Maggie Cheung. Zij zit als een schaduw in de film, als een special appearance. Als ze meer scènes in de film zou hebben gehad, zouden de andere vrouwen slechts bijgerechten zijn geweest. Hij kan haar niet vergeten, en daarom bedacht ik een trein die op gezette tijden naar 2046 vertrekt. Tijdens het filmen werd het scifi-gedeelte van de film echter korter en korter. Eerst was het 30 procent futurisme en 70 procent sixties. Uiteindelijk is het slechts 15 procent toekomst-verhaal geworden, en speelt het overgrote deel zich dus weer af in de jaren zestig."
Wong Kar-wai lacht. Hij lijkt dondersgoed te beseffen dat hij met elke nieuwe film een remix van Days of being wild maakt, de film die inmiddels als het prototype in zijn oeuvre kan worden beschouwd. Misschien wíl hij wel veranderen, maar beseft hij ook terdege dat hij niet kán veranderen en dat hij steeds weer naar hetzelfde favoriete tijdperk zal terugkeren. Dat besef heeft hij tot het intrigerende onderwerp van 2046 gemaakt, een film over de afwezigheid van Maggie Cheung.
Dagboek
Geen eenvoudige kost. Bij de wereldpremière in Cannes, in mei 2004, viel niet alles meteen op zijn plaats. De film was een paar uur voor de uitgestelde première onder politie-escorte in Cannes gearriveerd. Het leek een stunt, maar de film kwam wel degelijk rechtstreeks van de montagetafel. Wong Kar-wai: "Het punt is dat ik voor het futuristische gedeelte voor het eerst van mijn leven met CGI [computer generated images] te maken kreeg. Als je met CGI werkt, is het van belang dat je een script en een storyboard hebt. Omdat ik mijn films zonder scenario maak, was dat dus een groot en tijdrovend probleem."
Hoewel Wong Kar-wai in Cannes stellig verklaarde dat de gepresenteerde versie de definitieve versie was, sloeg hij in de maanden daarna toch opnieuw aan het monteren. In de tweede versie die op het Filmfestival Rotterdam is te zien, is vooral het CGI-gedeelte opgeknapt. De vrij ingewikkelde structuur van de film is niet wezenlijk veranderd.
Wong Kar-wai: "Ik wilde een film maken als een dagboek. Het personage van Tony Leung is bijvoorbeeld gemodelleerd naar Louis Cha, een serieuze schrijver uit China die naar Hongkong kwam en elke dag 20.000 woorden moest schrijven om in zijn levensonderhoud te voorzien. Louis Cha schreef onder meer 'The eagle shooting heroes', het boek dat eerder de basis vormde voor mijn film Ashes of time. Louis Cha was een broodschrijver die van 's ochtens vroeg tot middernacht aan zijn schrijftafel zat. Zijn werk is op een gegeven moment gebundeld. Er verscheen toen een reusachtig boekwerk, een soort 'Oorlog en vrede' maar dan in dagboek-vorm, zonder structuur. Het boek beschrijft wat er in twintig jaar in Hongkong gebeurde, en zo heb ik ook 2046 willen maken, als een dagboek, en een beetje als een droom."
Chemie
"De drie vrouwen met wie Tony Leung affaires heeft, verbeelden verschillende fases en hebben ook allemaal hun eigen muziek gekregen", zo vervolgt de regisseur in luid en duidelijk en vloeiend Engels. "Faye Wang staat voor de toekomst en is omringd met operamuziek, heel klassiek, heel constant, als een woestijn of een berg. Aanvankelijk had ik drie opera's als uitgangspunt, drie archetypes: 'Madame Butterfly', 'Norma' en 'Tosca'. Alleen de laatste is overgebleven. De Casta Diva heeft het zeg maar overleefd. De tweede vrouw wordt vertolkt door Zhang Ziyi. Zij staat voor het heden, en omdat ze een geboren danseres is, wordt ze omlijst met dansmuziek uit deze tijd. Tenslotte is er Gong Li. Zij representeert het verleden en de blues.
"Ik ben erg koppig als het om muziek gaat, erg vasthoudend. De arrangementen en de instrumenten moeten goed zijn, en ik ben altijd op zoek naar muziek die chemie heeft met het beeld. Het is voor mij moeilijk om met componisten te werken, juist omdat ik zo precies ben. Daarom ben ik zo blij dat het zo goed klikte met Peer Raben, de voormalige componist van Fassbinder. Ik ben een groot bewonderaar van Fassbinders films en een samenwerking met zijn vaste componist was voor mij een droom die werkelijkheid werd."
Over een andere medewerker wil Wong Kar-wai ook graag iets zeggen, namelijk over production designer William Chang. "Ik werk al vijftien jaar met hem samen, en ik beschouw hem als mijn belangrijkste creatieve partner. Hij is niet alleen verantwoordelijk voor het production design, maar ook voor de kostuumontwerpen én voor de montage. Eerlijk gezegd verdient William Chang meer credit dan Christopher Doyle, die voor deze film eigenlijk alleen de scènes met Zhang Ziyi draaide. Het is een wat hardnekkig misverstand, maar William Chang is verantwoordelijk voor het uiterlijk van mijn films, niet Christopher Doyle."
Eros
In de inmiddels fameuze opname-periode van vier jaar werd 2046 onderbroken door de uitbraak van Sars, in maart 2003. Ook vloog hoofdrolspeler Tony Leung af en toe uit om andere films te maken, waaronder Hero en drie delen Infernal affairs. Zelf kreeg Wong Kar-wai een uitnodiging van de door hem bewonderde Michelangelo Antonioni om deel te nemen aan een drieluik.
"De maestro wil nog steeds films maken", zo vertelt Wong, "maar hij heeft het gevoel dat hij een hele speelfilm niet meer aankan. Ik was blij verrast dat hij Steven Soderbergh en mij uitnodigde voor het gezamenlijke project Eros. Ik voelde me zeer vereerd, en het was heerlijk om in twee weken tijd, samen met Gong Li, aan die korte film (getiteld: The hand) te werken, een soort vakantie. En met Gong Li heb ik misschien nog wel meer plannen. Ik denk aan een uitwerking van de 2046-affaire tussen Tony Leung (als de journalist) en Gong Li (als de zwartgehandschoende gokster uit Cambodja). Weer een reden om terug te keren naar de jaren zestig. En wat de liefde betreft, ik denk dat de liefde niet verloren zal gaan. Het ligt aan de kracht van je geheugen. Als je een sterk geheugen hebt, is de liefde permanent.
Belinda van de Graaf
2046 is te zien tijdens het Filmfestival Rotterdam en verschijnt op 3 februari in de bioscoop. Eros is vanaf op 5 mei in de bioscoop te zien.
2046
Verleidelijk en weerbarstig
2046, de langverwachte nieuwe film van Wong Kar-wai, is een ballade van gefnuikt verlangen. De schrijver Chow zoekt in fictie en in werkelijkheid, in heden, verleden en toekomst naar liefdesgeluk. Het resultaat is even weerbarstig als onweerstaanbaar.
Faye Wong in 2046.
Chow is terug. De hoofdpersoon uit het veelgeroemde In the mood for love heeft in Wong Kar-wai's nieuwe film 2046 na een kort verblijf in Singapore zijn intrek genomen in kamer 2047 van een Hongkongs hotel. Het is eind jaren zestig, Chow werkt daar als schrijver en journalist en beleeft affaires met een aantal vrouwen in de kamer naast hem, nummer 2046. Ieder jaar viert hij kerstavond met een andere vrouw, gespeeld door onder andere Gong Li, Faye Wang en Ziyi Zhang. Maar telkens zal de relatie - of het nu een platonisch verhouding is, of een gepassioneerde, op seks gerichte relatie - geen stand houden. 2046 is zo een ballade van verloren liefdes geworden, zoals elke film van Wong dat in wezen is.
Avondjurken
Pieter Bots
2046
Wong heeft lang geworsteld met het voltooien van zijn achtste speelfilm en deze definitieve versie bezit niet de afgeronde perfectie van In the mood for love. Zijn keuze om de nostalgische Hongkong-couleur locale te combineren met een sf-visioen dat Chow heeft geschreven, maken van 2046 een veellagig, maar soms ook heterogeen waagstuk. Je geeft je er moeilijker aan over dan bijvoorbeeld aan zijn vroege meesterwerk Chungking express. Maar het weerbarstige karakter en de grote schoonheid ervan roepen wel het verlangen op de film te herzien, beter te leren kennen, te doorgronden - net als een nieuwe geliefde.
Vooral de beelden in 2046 zijn subliem. Met grote precisie filmt Wongs vaste cameraman Christopher Doyle close-ups van een zwarte handschoen, zijden kousen, de hooggesloten satijnen avondjurken en kringelende sigarettenrook. Prachtig is bijvoorbeeld de manier waarop de dochter van hoteleigenaar Jing Wen geïntroduceerd wordt: we zien slechts haar voeten in hooggehakte schoenen heen en weer lopen, terwijl ze Japanse zinnetjes oefent. Hier valt Doyles detailfilmerij samen met een fetisjistische blik van Chow zodat onherroepelijk ook de toeschouwer wordt verleid.
Voor Jing Wen schrijft Chow het sciencefictionverhaal dat zich afspeelt in 2046. Dit jaartal heeft voor Hongkong speciale betekenis: dat is vijftig jaar na overdracht aan China, en tot die tijd zou er volgens de autoriteiten niets aan de stad veranderen. Chows verhaal speelt zich af in een trein op weg naar een plek waar herinneringen kunnen worden teruggevonden, omdat daar altijd alles bij hetzelfde blijft. De hoofdpersoon hoopt daar zijn verloren liefdes te herzien, en vanzelfsprekend is die hoop ijdel.
2046 is niet zozeer een vervolg op In the mood for love. Ze is (vrij naar Judith Herzberg) eerder een 'gevolg' van haar voorganger te noemen. Wie Wongs vorige film heeft gezien, begrijpt beter Chows tweeslachtige houding ten opzichte van de liefde. Hij neemt zich voor zich niet meer in een vrouw te verliezen, en bij elk van de relaties die hij in 2046 heeft, blijkt hoe moeilijk dat is.
Liefde is ook in Wongs nieuwste film weer een liedje van onvervuld verlangen. De briljante melancholieke sfeer die hij door middel van het spel, het camerawerk, de montage en de muziekkeuze creeërt is zo overtuigend, dat je hem wel haast gelijk moet geven.
China/Hongkong, 2004
Productie: Wong Kar-wai, Zhang Yimou
Regie en scenario: Wong Kar-wai
Camera: Christopher Doyle
Montage: William Chang Suk-Ping
Art direction: William Chang
Muziek: Peer Raben, Shigeru Umebayashi
Met: Tony Leung Chiu Wai, Maggie Cheung, Gong Li, Faye Wong, Zhang Ziyi
Kleur, 129 minuten
Distributie: 1 More Film
Te zien: op het Filmfestival Rotterdam en vanaf 3 februari