April 2005, nr 265
Triple agent
Geheime codes
Iedereen bespeelt iedereen in Triple agent. Met zijn film over een Russische spion in Parijs zegt Eric Rohmer: sluit de wereld buiten en kijk. Dit gaat tussen jou en jou.
Triple agent.
De hel, dat zijn inderdaad de anderen. Of de ander, in dit geval. Eric Rohmer ging in Triple agent op jacht naar de grote onbekende: de ander die we nooit echt kunnen kennen. Zijn hoofdpersoon is net bankier Vitangelo Moscarda, die in Luigi Pirandello's 'Iemand, niemand en honderdduizend' ontdekt dat hij niet bestaat, dat hij alleen de honderdduizend iemanden is die de anderen van hem maken. Ook Rohmers hoofdpersoon is honderdduizend iemanden. Maar in tegenstelling tot Moscarda houdt hij zijn vele gezichten bewust in stand. En niet alleen bewust. Hij kan niet anders, want hij kent zichzelf niet eens. De ander zit ook in hem. En in ons.
Net als Eric Rohmers vorige historische escapade, L'Anglaise et le duc, is Triple agent gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Toen ging het om de memoires van een Engelse adellijke dame in revolutionair Parijs, in Triple agent gaat het om een nog altijd onopgehelderd verhaal over een Russische spion in het Parijs van voor de Tweede Wereldoorlog. Maar verwacht geen spionagethriller met zwarte Citroëns en geluiddempers. Rohmer is niet geïnteresseerd in de stijlkenmerken van het genre. Zijn achtervolgingen en geheime codes zitten in de gesprekken die de personages met elkaar hebben.
Meester
De helse 'ander' is hier Fjodor Vorodin, een gevluchte generaal uit het Tsaristische leger. Fjodor praat niet, hij spreekt, rustig en gedecideerd. Deze man weet hoe de verhoudingen liggen. Tegenover de hertog van Orléans uit L'Anglaise et le duc ("Ik ben niet langer meester van mijn persoon en mijn naam") is Fjodor Vorodin tot in detail de meester van zijn wereld. Hij weet wat hij doet en hoe hij het moet doen. Hij voorspelt politieke ontwikkelingen in het meest onvoorspelbare decennium van de twintigste eeuw. Hij trekt aan touwtjes, drukt op knoppen en sjort aan hendels. Hij is de meester van zijn eigen lot.
Maar zijn vrouw Arsinoé weet niet wie hij is. Ze denkt het te weten want ze zijn tenslotte twaalf jaar getrouwd. Tot ze van een vriendin hoort dat haar man in Berlijn is gesignaleerd terwijl hij in Brussel moest zijn. Haar 'ander', haar man, blijkt een onbekende. Dat is geen verrassing. Mensen die dichtbij elkaar staan, ontwikkelen de meest ingewikkelde afleidingen om zich voor die ander af te schermen.
"Intimiteit is een perverse aangelegenheid", schreef Arnon Grunberg onlangs in NRC Handelsblad naar aanleiding van Mike Nichols Closer, omdat bijna alle spelregels (die van het samenzijn bijvoorbeeld) arbitrair zijn. Dat is waar, en waarom? Omdat we de ander en onszelf niet kunnen kennen. Het heeft geen zin De Grondwet te schrijven voor een buitenaardse beschaving want we weten niet hoe die zich zal gedragen.
"Er is iets voorbij de feiten die worden weergegeven", schreef de grote Franse nietsnut Proust, die voor dat 'iets' nogal wat woorden nodig had. In dát gebied, wat onbekend is, waar geen regels zijn, wat anderen God noemen, daar wonen we. Dat is waar Arsinoé niet kan komen.
Dat is wat Rohmer, met andere woorden, vertelt.
Utopie
Wie goed luistert naar wat Vorodin zegt, hoort op z'n minst verwarrende verklaringen. In de vele gesprekken in Triple agent - de film is met recht een 'conversation piece' - lijkt het alsof hij iets duidelijk maakt. Maar dat is niet zo. Hij geeft zichzelf nooit bloot. "Je praat wel me met over politiek", zegt Arsinoé, "maar nooit over jouw politiek". Waar zijn loyaliteit werkelijk ligt, wat precies zijn doel is, komen we niet te weten. Spioneert hij voor de Russen? Voor de Duitsers? Voor de Fransen? Is hij onbaatzuchtig? Is hij zelfzuchtig? Waarom manipuleert hij zijn vrouw? In het ene gesprek noemt hij het communisme een utopie, in het andere wil hij met Arsinoé naar Rusland verhuizen omdat hij weer als generaal in het Russische leger aan de slag mag. Het wordt allemaal niet duidelijk.
Ook niet of Fjodor zelf wordt gemanipuleerd. "Ik trek aan touwtjes", vertelt hij zijn vrouw. Maar dat blijkt aan het eind van de film toch net iets anders te liggen. En dat is niet vreemd. Hoe lang kun je het volhouden om drie partijen te bespelen?
Over Rohmer wordt soms gezegd dat zijn films de morele overtuigingen van zijn personages onderzoeken. Dat is zeker het geval in L'Anglaise et le duc waarin de overtuigingen en loyaliteit van de fervente royaliste Grace Elliott tegenover de opportunistische maar met veel ideologie en liefde-voor-de-natie omklede ideeën van de hertog van Orléans worden gezet. Wie heeft het morele gelijk aan zijn kant? Grace Elliott met haar oprechte geloof in een oudwereldse standenmaatschappij of Philippe van Orléans die zijn familie "voor de generaties na ons" naar het schavot brengt?
Triple agent is minder uitgesproken. Hier schuiven de personages verbaal langs elkaar heen, als in een dans. Ze leggen hun meningen op tafel als het moet, maar er blijft een gebied dat niemand mag betreden. In elk gesprek doemt op de achtergrond de geest van de niet uitgesproken woorden op. Zeker Vorodins collega's van de buitendienst lijken dat te beseffen. Wat heeft het ook voor zin om direct te zijn? Je zou jezelf alleen maar blootgeven en die ander is scherp genoeg om de aanval af te weren.
Die extra dimensie van de woorden is zowel hier als in L'Anglaise et le duc voelbaar. Misschien is het de rust waarmee ze worden uitgesproken. Of de zorgvuldigheid. Of de wetenschap dat niemand zich helemaal uitspreekt. De taal is het niveau waarop de intriges zich afspelen.
Koningin
Om de turbulentie van wat zich buiten de gesprekken afspeelt duidelijk te maken, laat Rohmer ons journaalfragmenten uit de jaren '36-'43 zien: de machtsovername in Frankrijk van het antifascistische Front Populaire, taferelen uit de Spaanse burgeroorlog en de bezetting van Parijs door Duitse troepen. Daartegenover staat de sobere mise-en-scène waarin de personages zich bewegen. Die eenvoudige achtergrond vormt een mooi contrast met de diepgang van de gesprekken. 'Transparant' wordt die stijl ook vaak genoemd om Rohmer te onderscheiden van andere Nouvelle vague-regisseurs.
Misschien werd die sobere setting ooit bepaald door een beperkt budget, nu is het een bewuste keuze. De wereld buiten is niet van belang. Maar die eenvoud is bedrieglijk. De ordening en transparantie van het beeld worden aan het wankelen gebracht door de ambiguïteit en ondoorzichtigheid van de personages.
Is het toeval dat Arsinoé (316-271 v. Chr.) in de Griekse geschiedenis een geniale intrigant en kenner van buitenlandse politiek was? Dat ze door haar politieke kunsten tot koningin van Egypte en Libië werd gekroond en zo ongeveer als een god aanbeden werd? Kleine kans. Rohmer is te veel een meester om dat te laten liggen. Goed, ondanks het miserabele einde van de film, dat ik hier niet bekend ga maken, roept dat de vraag op of Arsinoé meer weet dan ze laat blijken. Laat ze Vorodin in de illusie dat hij de boel beheerst? Of bespeelt Rohmer ons? Wat kunnen we überhaupt met zekerheid over een personage zeggen? Voilà, gaan we weer. We kunnen het niet weten. Kijk zelf maar.
Rohmer maakte al eerder twee historische films - Die Marquise von O... uit 1976 en Perceval le Gallois uit 1979 - maar die lijken los te staan van L'Anglaise et le duc en Triple agent. Als Triple agent inderdaad het tweede deel van een historisch drieluik is dan kunnen we hopelijk over twee, drie jaar het afsluitend hoofdstuk gaan zien dat zich naar verwachting veel dichter bij het eind van de 20ste eeuw afspeelt. Hopelijk, want Rohmer wordt in april 85 en dat beperkt een en ander. Hoewel ouderdom ook relatief schijnt te zijn.
Hoe dan ook. Als Eric Rohmer, door een schreeuwende Amerikaanse criticus vier jaar geleden nog verantwoordelijk gehouden voor de "dood van de Europese kunstfilm", hierna geen nieuwe films meer maakt, is het laatste woord van Triple agent een omineus slotakkoord - misschien wel een karakteristiek sober afscheid - van een grootmeester van de cinema: "MORT!"
Ronald Rovers
Triple agent
Frankrijk/Griekenland/Rusland/Spanje, 2004
Productie: Françoise Etchegaray, Jean-Michel Rey, Philippe Liégeois
Regie: Eric Rohmer
Scenario: Eric Rohmer
Camera: Diane Baratier
Montage: Mary Stephen
Art direction: Antoine Fontaine
Met: Katerina Didaskalou, Serge Renko, Amanda Langlet
Kleur, 115 minuten
Distributie: Filmmuseum
Te zien: vanaf 24 maart