April 2005, nr 265

Jules Verne

Duiken en zweven

Zonderlinge gebeurtenissen, onverklaarbare natuurverschijnselen en megalomane mensenhaters: liefhebbers van wonderreizen kunnen al anderhalve eeuw bij Jules Verne aankloppen. 24 maart is het 100 jaar gelden dat Verne stierf, aanleiding voor een klein filmprogramma in het Filmmuseum. Met een onverwachte bijdrage van Eric Rohmer.

Op alle mogelijke manieren beweegt de mens zich voort in de boeken van Jules Verne (1828-1905): in vliegmachines van papier en dextrine, in paleisachtige onderzeeboten, per kogel naar de maan. Maar Verne wilde ook laten zien waar de mensheid zich figuurlijk naar toe zou moeten bewegen: naar een wereld waar techniek niet misbruikt wordt en volkeren rijp zijn om vliegende machines voor een goed doel in te zetten.
Deze zucht wordt geslaakt aan het eind van de film Master of the world (1961). Het citaat is afkomstig uit Vernes Robur de veroveraar, een van die boeken waarin hij zich ook als Sombermans toont. Want Verne is natuurlijk beroemd om zijn wonderreizen en fantastische wetenschappelijke bedenksels, maar hij was ook nooit te beroerd om er wat maatschappijkritiek, lesjes staatsrecht en vaderlandsliefde aan vast te knopen. Zijn uitvinders bezien de wereld al duikend of zwevend onder of boven de zeespiegel en het bevalt hen maar weinig wat ze zien: Kapitein Nemo uit '20.000 mijlen onder zee' is een mensenhater en Vincent Price speelt in Master of the world een vliegenier die vrede wil stichten door allerlei militaire gebouwen te bombarderen.

Neonverlichting
De wetenschappelijke waarde van Vernes boeken ligt de laatste tijd nogal onder vuur. Verne heeft de reputatie een profeet te zijn, maar eigenlijk ging hij altijd uit van bestaande uitvindingen waar hij gewoon wat bij fantaseerde, zo beweert Karol van Bastelaar in de recent verschenen 'Jules Verne gids'. Er bestond al een onderzeeër in Vernes tijd, ook al zonk deze na een paar uur als een baksteen. Verne leefde betrekkelijk geïsoleerd, had geen kaas gegeten van natuurkunde en had weinig technisch inzicht. Hij dacht net als andere wetenschappers toentertijd dat de aarde hol was en er zich een vulkaan op de Noordpool bevond. Maar dat je met een onderzeeër nooit 20.000 mijlen diep onder zee kan varen omdat de druk veel te hoog wordt, had hij kunnen weten want dat was toen wel bekend.
Wel voorspelde hij de radio, hefschroeven, neonverlichting, roltrappen, pantserwagens en energiewinning uit water. In zijn 'Dagboek van een Amerikaanse journalist uit het jaar 2890' beschrijft hij New York in de toekomst: 300 meter hoge wolkenkrabbers, honderd meter brede straten, lichtreclames die tegen de wolken worden geprojecteerd. Men kan elkaar op een afstand zien en op de Noordpool groeit koren.

Groene straal
Ongeveer 100 films zijn er gemaakt naar Vernes boeken. Vaak verfilmd zijn 'De reis om de wereld in 80 dagen', '20.000 mijlen onder zee', 'Het mysterieuze eiland' en 'Michel Strogoff'. Maar wie had gedacht dat ook
Eric Rohmer, een van de boegbeelden van de Franse Nouvelle vague, zich ook een keer heeft laten inspireren door Verne. In Le rayon vert (1986), de vijfde aflevering uit Rohmers Comédies et proverbes-cyclus, discussiërt een aantal vrouwen over Vernes gelijknamige vertelling. Hierin beschrijft hij een meteorologisch fenomeen: de groene straal. Heel soms kun je, bij een superheldere lucht, als de zon precies onder is, de allerlaatste zonnestraal zien flitsen als een felgroene straal. Dit heeft te maken met straalbreking in de atmosfeer, maar Verne is poëtischer en vergelijkt die straal met de ware liefde. Degene die hem ziet krijgt weer contact met zichzelf en leert zijn eigen gevoelens beter begrijpen.
Zo'n inzicht heeft de hoofdpersoon uit Rohmers sobere drama wel nodig. Parisienne Delphine loopt met haar ziel onder haar arm nadat haar vriendin hun gezamenlijke zomervakantie heeft afgezegd. Ze reist vervolgens naar Cherbourg, de Alpen en Biarritz, maar kan nergens genieten omdat zelfmedelijden haar in de weg zit. Totdat de groene straal haar helpt.
Ook te zien is de onbekende verfilming Een duivelse uitvinding (Vynález zkázy, 1958) van de Tsjechische animatiefilmer Karel Zeman, waarin alle toen bekende animatietechnieken werden gebruikt (stop-motion, paper cutout, getekende animatie, miniatiuren, double exposure).
Jammer eigenlijk dat films geen hoofdstukken hebben. De inhoudsopgaven uit Vernes werk lezen op zichzelf al als een boek: 'Taboe op Tonga-Tabou', 'De ijskerker', 'Een graf in het rijk der koralen', 'Een onderzees woud', 'Goudkoorts'. Maar de mooiste hoofdstuktitel is 'Zij wegen niets meer' uit 'De reis naar de maan in 28 dagen en 12 uren'. Dat is wat alle vliegers en dromers willen: even niets meer wegen en je eindeloos licht voelen.

Mariska Graveland

Het programma Jules Verne vindt plaatst van 21 april tot en met 4 mei in het Filmmuseum in Amsterdam. Naast bovengenoemde films zijn te zien: de stille film Les enfants du capitaine Grant (1914) van Victorin Jasset, Le voyage dans la lune van George Méliès, Rocket to the moon en korte films met Verniaanse techniek erin: Tachotypie (Max de Haas, Nederland, 1935) en National Air Races at Cleveland Ohio (Emerson Yorke, 1944). Informatie: www.filmmuseum.nl en 020-5891400.

Naar boven