April 2005, nr 265
Twee Nederlandse filmauteurs voor fijnproevers staan deze maand weer in de belangstelling: Erik van Zuylen door zijn nieuwste film Het mysterie van de sardine, en Adriaan Ditvoorst door het verschijnen van een dvd-box met zijn complete werk
Erik van Zuylen
Gekanteld universum
Het mysterie van de sardine.
Het is geen geheim dat in Nederland films maken een lange adem vereist, maar we wisten niet dat er vijftien jaar voor nodig is. Erik van Zuylen (61) maakte in veertig jaar zes speelfilms en een groot aantal documentaires. Zijn voorlaatste Alissa in concert dateert uit 1990. Het was zijn vijfde speelfilm. Opgetogen schreef hij het scenario voor zijn zesde: Het mysterie van de sardine. De jaren gingen, de jaren kwamen, maar over Het mysterie van de sardine vernamen we niets. Anderhalf decennium na de eerste scenarioversie kunnen we de film nu eindelijk zien. Als Van Zuylen uitlegt waarom het zo lang duurde, horen we een gruwelverhaal over afhakende producenten en financieringsproblemen. We vatten de ellende voor u samen: nadat het niet lukte om Het mysterie van de sardine als internationale coproductie te realiseren, werd hij na zeven scenarioversies een Nederlandse film. "Ik heb voorlopig mijn bekomst van internationale constructies", verzucht Van Zuylen. We kunnen het ons voorstellen.
Genoeg geklaagd. Van Zuylen praat liever over boeiender zaken. Hij noemt zichzelf "bijna volledig autodidact". Na acht maanden verliet hij in 1964 de Filmacademie, omdat hij "te ongeduldig" was. "Ik wilde aan de slag", zegt hij. Dat lukte uitstekend. In 1965 maakte hij zijn debuut met de tv-documentaire Siebe Wiemer Glastra, zondagsschilder. Er volgden documentaires over Maarten 't Hart, Julio Cortàzar, W.F. Hermans en Stefan Themerson. Over de Pools-Engelse schrijver Themerson straks meer, eerst Hermans, van wie Van Zuylen in 1977 het verhaal 'De elektriseermachine van Wimshurst' verfilmde. Van Zuylen bewees zich met de korte film als een talent. En als liefhebber van Hermans' werk. Wat hem erin aantrok? "Hermans laat zien hoe de wetenschap ons beeld van de werkelijkheid verandert. Ik vind het prachtig hoe zijn filosofische redeneringen een vlucht nemen."
Kardinaal
Toen ontdekte Van Zuylen de in 1910 in Polen geboren auteur Stefan Themerson. De Pool vluchtte voor de Tweede Wereldoorlog naar Londen, waar hij tot zijn dood in 1988 zou blijven. Themerson was verre van wereldberoemd, maar had in Nederland een kleine schare bewonderaars, onder wie W.F. Hermans en K. Schippers. Als blijk van waardering had Hermans in 1967 een inleiding geschreven bij de Nederlandse uitgave van Themersons roman 'Kardinaal Pölätüo'. Van Zuylen: "Door Hermans' inleiding ging ik 'Kardinaal Pölätüo' lezen. Ik vond het een schitterend boek, vol filosofische overwegingen en gedachte-experimenten. De strekking is dat het katholicisme er altijd in slaagt wetenschappelijke ontwikkelingen die het geloof onderuit halen, in te kapselen. Het is opgehangen aan een kardinaal, die overal een handige verklaring voor heeft."
Van Zuylen gaf in 1976 met de tv-documentaire Stefan Themerson en de taal blijk van zijn fascinatie voor de schrijver. Toen hij eind jaren tachtig Het mysterie van de sardine las, wist hij dat hij zijn nieuwe film had gevonden. "Het zit vol prachtige scènes, die tamelijk los staan van elkaar. Dat vind ik prikkelend."
Kindervragen
Wie de twee bovenstaande zinnen nog eens leest, begrijpt waarom Van Zuylen altijd in de marge van de filmwereld zal blijven. Zijn films, Het mysterie van de sardine niet uitgezonderd, vertellen geen rechtlijnige verhaaltjes, zijn geen psychologische drama's en zoeken het niet in makkelijke identificatie. Allemaal uitstekende zaken om een groot publiek op afstand te houden. Van Zuylen zit er niet mee. "De conventionele narratieve cinema vind ik voorspelbaar. Je voelt de climax lang van tevoren aankomen. Ik vind dat film meer moet zijn. Het medium biedt een scala aan poëtische mogelijkheden en gedachte-experimenten."
Hij noemt een voorbeeld uit Het mysterie van de sardine. "Daarin wordt gespeeld met hoe het is om geen benen te hebben. Ben je zonder benen een half mens? Ik vind het leuk om over dit soort kindervragen te speculeren." Het hoge woord moet eruit: "Ik creër met film een eigen universum." Waarmee Van Zuylen niet wil beweren, dat hij niet beïnvloed is. Hij noemt Buñuel. "Hij hield ook van gedachte-experimenten. Films als La voie lactée zijn van grote invloed op mij geweest. Ik hou van films die dicht bij de werkelijkheid staan, maar hem kantelen."
Van Zuylen realiseerde tussen 1975 en 1990 vijf speelfilms. De zesde speelfilm kostte hem evenveel tijd als de vijf vorige samen. Moeten we spreken van een geknakte carrière? "Ik heb in de jaren negentig andere dingen gedaan, zoals theaterregie. Natuurlijk had ik meer films willen maken, maar het is niet gebeurd. Je moet realistisch zijn. Het leven gaat gewoon door." We slaan aan het rekenen: over vijftien jaar is Van Zuylen 76 jaar. "Ik begrijp waar je heen wil, maar ik hoop mijn volgende film sneller te maken. Ik heb drie scenario's geschreven. Het zal niet aan mij liggen."
Jos van der Burg
De film is te zien vanaf 7 april.