Juli/augustus 2005, nr 268

Eindexamenfilms

Het zwarte ei

Opvallend veel eindexamenfilms van de Rietveld-academie en de Filmacademie kijken met frisse blik naar het bekende.

Ziezoo van Joeri Bleumer.

Girl at the well van Rietveld-student Michaël Sewandono.

Rietveld-academie
In de mooie film Untitled van Rietveld-student Michael Ebert wordt er een eitje gepeld. Het ei is zwart. Elk jaar hoop je dat de eindexamenfilms van de Rietveld en de Filmacademie ook zo uitpakken, dat er iets opvallends onder de schil vandaan komt. In de film van Ebert zit een scène waarin zeepbellen op de badkamervloer knappen. Ook dat kan een studentenfilm overkomen. Hier beperken we ons tot de zwarte eieren.
Een film hoeft niet dramatisch te zijn om op te vallen, liever niet zelfs. In A world of make-believe van Lotje van Lieshout gebeurt er niets en juist dat is het goede eraan. In deze gestileerde Rietveld-film wacht een vrouw in haar huis op drama en romantiek. Het hele decor bestaat uit papier, fotokopieën van zwart-witfilms uit de jaren veertig: de balustrade, de stoel, zelfs de schoenen van de vrouw zijn van papier. Haar fantasiewerkelijkheid blijkt een wachtkamer en bovendien fragiel.
In veel Rietveld-films ontbreken de dialogen. Beelden moeten terecht het werk doen. Maar die zijn in de meeste films niet sterk genoeg om van een uitzonderlijk jaar te spreken. Gelukkig is daar Meanwhile in the country van Wouter Klein Velderman, een fijne computeranimatie waarin de bomen in het bos voortdurend apart worden belicht, zodat het bos uiteindelijk bijna onzichtbaar transformeert. Speels is ook It's all there van Sebastiaan Christoffel, die een aanstekelijke performancefilm heeft gemaakt. Thuis heeft hij allerlei uitvindingen in elkaar geknutseld, zoals een t-shirt met borstvakjes waarin je een appel kunt doen. Ook heeft hij een trillend scheerapparaat opgehangen aan een installatie waar hij een flesje pijnlijk tegenaan laat dansen. Onder zijn schoenen monteerde hij een melodica, zodat je al lopende muziek kan maken. 'Just open your eyes. It's all there', zegt hij. Als je maar vrij kunt kijken.

Filmacademie
Twee keer wordt het nummer 'The beast in me' gezongen in de gelijknamige Filmacademie-film van Bartele Age van der Meer. Eén keer door Johnny Cash en één keer in een lieflijk gezongen cover. Hetzelfde lied, totaal verschillend. Het bewijst maar weer eens het belang van arrangement (mise-en-scène in de film).
David Verbeek weet dat maar al te goed. In alt.suicideholiday.net hanteert hij dezelfde strakke, onderkoelde stijl als in zijn uitmuntende Beat, die hij als derdejaarsstudent maakte en die vorig jaar in de Nederlandse bioscoop te zien was. In alt.suicideholiday.net plannen drie twintigers een zelfmoord via internet. Ze ontmoeten elkaar op oudejaarsdag. Verbeek heeft na het sjofele kantoor van Beat weer een prachtige onpersoonlijke locatie gevonden: een vakantieappartementje in Zandvoort. In het zwembad staan nep-palmbomen. De buitenlantaarns zijn troosteloos starende bollen geworden in de ogen van cameraman Vincent Visser. Zonder drama laten gouden duo Verbeek en scenarist Rogier de Blok een grote tragedie plaatsvinden, treffend samengebald in het shot van drie glazen waarvan er één is omgevallen.
Wout Conijn maakte met En nu ik een gedurfd en uitermate geslaagd zelfportret waarin paradoxaal genoeg vooral zijn broer een rol speelt. Broer Joost Conijn is beeldend kunstenaar (hij bouwde een vliegtuig en een auto die op hout rijdt), is heel handig maar vooral dominant. Jongere broer Wout wil niet langer in de schaduw staan van zijn veeleisende broer, maar hoe moeilijk dat is zien we in een groot aantal pijnlijk hilarische momenten. Bijvoorbeeld wanneer Wout onder grote druk van Joost een motorblok uit elkaar moet halen en weer in elkaar moet zetten, want 'dat moet iedereen eens in zijn leven hebben gedaan', vindt Joost. Als de motor niet start krijgt hij de toorn van zijn broer over zich heen. Joost dicteert hoe hij moet filmen, en legt genadeloos uit waarom Wout eigenlijk zoveel kritiek van hem krijgt: 'Omdat je er open voor staat.' In een slimme montage voert Wout de claustrofobie op: terwijl hij op een zelfgebouwde fiets zit, lijkt zijn broer in een zelfgebouwd vliegtuig boven hem te cirkelen om hem in de gaten te houden. Pas als Wout zich aansluit bij een Mount Everest-expeditie en zichzelf op 8000 meter hoogte filmt, totaal uitgeput, is hij eindelijk alleen. Of hij van zijn broer verlost is, is maar de vraag.
Van het grote naar het kleine gaat Ziezoo van Joeri Bleumer, die een documentaire maakte over slakken, vermolmd hout en spinrag. Bleumer en cameraman Diderik Evers kijken naar de wereld door de ogen van kinderen en maakten daarmee een experimentele documentaire in de goede zin van het woord, met abstracte lichtvegen en een frisse blik op het bekende. Hij zette kinderen voor het raam van de Waagtoren op de Amsterdamse Nieuwmarkt en filmde hun verbaasde gezichten, en hun reacties als ze door een donkere tunnel heen varen. Een hoge aaibaarheid ligt op de loer, maar de documentaire wordt nergens zoetsappig.
Ook Désirée Delauney houdt het bij het kleine in Vivre, een Agnès Varda-achtig filmgedicht dat zich afspeelt bij de fontein op het Amsterdamse Frederiksplein, een ietwat sombere fontein waar je vooral langs loopt en eigenlijk nooit stopt. Zij deed dat wel en vulde de plek op met gedachtes over het leven: kun je je overgeven aan het leven, hoe bereik je lichtheid en speelsheid en wanneer zal ik mijn haar laten knippen? Zo gaan de opvallendste films van de academies over het binnenleven, terwijl de buitenwereld van een afstandje wordt bekeken.

Mariska Graveland

Naar boven