Juli/augustus 2005, nr 268

Filmacademie

Survival of the sneakiest

De Nederlandse Filmacademie is te veel vakopleiding en te weinig kweekvijver voor eigenwijze cineasten, zeggen criticasters. Maar wat vinden de studenten zelf? Drie afstuderende regisseurs aan het woord. "Ik heb het gevoel dat ik op de valreep een mes in m'n rug heb gekregen."

Wout Conijn, Sem Assink en David Verbeek (foto: Louk Röell).

"Film is gesublimeerd leven", zegt Wout Conijn (27). "Film moet mensen een kans bieden naar zichzelf te kijken en van zichzelf te leren", vindt David Verbeek (25). "Film moet door middel van verschillende lagen de kijker de mogelijkheid geven iets op te pikken", stelt Sem Assink (25). Alledrie studeerden ze in juni af aan de Nederlandse Film en Televisie Academie. Conijn met zijn documentaire En nu ik, over de haat-liefdeverhouding met zijn zeven jaar oudere broer, beeldend kunstenaar Joost Conijn; Verbeek met de fictiefilm Suicideholiday, over drie jongeren die via internet een afspraak maken om op oudejaarsavond zelfmoord te plegen; en Assink met zijn animatiefilm Hold the line, waarin de destructieve aard van de mens op de korrel wordt genomen.
Alledrie maakten ze eigenzinnige films die impliciet commentaar leveren op de hedendaagse wereld en de manier waarop mensen in het leven (kunnen) staan.Verbeek, wiens derdejaarsproductie Beat in 2004 al in de bioscoop te zien was: "Nu religie heeft afgedaan, is film er om de mensen het geloof in de wereld terug te geven." Conijn: "Film als religie; dat vind ik een interessante gedachte. Sinds God ruim een eeuw geleden door Nietzsche is doodverklaard, biedt film - in navolging van de bijbel - mythes, leefregels en richtlijnen om het leven te leren begrijpen: verhalen over hoe mensen met elkaar om moeten gaan." Assink: "Er moet wel een boodschap in zitten, maar die moet je niet worden opgedrongen: iedereen moet er zelf uit kunnen halen wat hij wil." Verbeek: "Film is een kunstzinnig medium. Film moet mensen wakker schudden, een spiegel voorhouden. Dat is belangrijker dan het bieden van vermaak."

Buitenbeentje
"Terugkijkend op de Filmacademietijd heb ik een strijd geleverd om me te ontwikkelen", stelt Conijn, "met mezelf en met de academie." Verbeek: "Ik heb vier jaar achter de rug waarin ik reuzenstappen heb gezet. Daar moet je keihard voor werken. Je eigen ruimte bevechten: survival of the fittest. Ik ben in die jaren ongelooflijk veel enthousiaster geworden over filmmaken. Of dat nou de verdienste is van de academie of niet - het is gebeurd terwijl ik op de academie zat. Ik zie de toekomst met vertrouwen tegemoet." Assink verlaat de opleiding met gemengde gevoelens: "Ik heb vier jaar op een goede, ambachtelijke school gezeten, waar ik tot voor kort heel tevreden over was. Nu is het de andere kant opgeslagen: ik heb het gevoel dat ik op de valreep een mes in m'n rug heb gekregen."
Als student interactieve media/visual effects is Assink namelijk een buitenbeentje. "Normaliter heb ik een dienende functie, en is mijn inbreng vaak een klein onderdeel van het hele project. Maar ik wilde een eigen animatiefilm maken." De plannen daarvoor ontwikkelde hij 'stiekem', omdat het via de officiële weg "toch niet zou lukken": Assink noemt het grinnikend "survival of the sneakiest". Toen hij zijn scenario en storyboard in tweede instantie toch aan de examencommissie voorlegde, kreeg hij groen licht, maar geen budget: "Ik moest het zelf maar uitzoeken." Vlak voor de examendag ontstond er onenigheid over het geluid. Er was een technisch probleem ontstaan, dat binnen twee dagen moest worden opgelost. Assink: "Bij gebrek aan tijd en ruimte heb ik dat buiten school om, door professionele vrienden laten oplossen. De geluidsdocent flipte toen hij dat hoorde. Daarop ontplofte de examencommissie, het was oorlog: op deze manier was er wat hen betreft geen film. Het idee om het buitenschools op te lossen had niet eens in mijn kop op mogen komen! Gek genoeg was er een dag later opeens wel studioruimte om het geluid alsnog binnen de academie af te maken. Wat me steekt is dat de geluidsdocenten dit project het hele jaar links lieten liggen, maar flipten toen we vervolgens buitenschools naar oplossingen zochten."

En nu ik.

Hold the line.

Suicideholiday.

In de kou
Verbeek: "Toch gaat het de goede kant uit. De Filmacademie is gegroeid. Het is nog steeds een degelijke vakopleiding die steeds meer ruimte wil geven aan creativiteit. Als je terugkijkt naar de geschiedenis van de academie, zie je daar conjunctuurbewegingen in: het wiebelt van Rietveld-achtig anarchisme naar departementen die op slot zitten en opdrachten die bijna als excuus voor de studie fungeren. De regisseurs zijn het sluitstuk, terwijl het zou moeten gaan om de visie van auteurs, van individuen."
Conijn kan daarover meepraten. "Omdat ik te lang met de montage bezig was, is mijn project op een gegeven moment uit de planning gehaald. Alsof het niet meer bestond. Als regisseur was ik overbodig: de geluidsman kon op nog wel tien andere projecten afstuderen. Vergeten wordt dat technische mensen alleen kunnen schitteren als er iemand met een visie achter het project zit; met enkel camera en geluid heb je nog geen film. Toen ik een scène wilde schieten in de sneeuw, was daar geen draaidag meer voor. Dat je kunt beargumenteren waarom die scène nodig is, doet niet ter zake. De technische randvoorwaarden en planning zijn maatgevend. Ik voelde me letterlijk in de kou staan. Buiten de school om heb ik alsnog mensen en apparatuur geregeld om die dag te draaien."
Verbeek: "Toen wij hier in 2001 op school kwamen, zat het systeem zo dicht als het maar kon: alle departementen hadden zich ingegraven. Inmiddels is er wel het een en ander veranderd, zijn er nieuwe, welwillende mensen tussen gekomen zoals studieleider regie Jelle van Doornik; een aanwinst. Peter Delpeut heeft inmiddels onderzoek gedaan naar het vergroten van de verbeeldingskracht. Maar wij hebben de pech dat die ontwikkelingen hun intrede doen op het moment dat wij klaar zijn. Fictieregisseurs mogen op deze school nog steeds geen schrijvers zijn, terwijl dat überhaupt de basis is achter de auteursgedachte."
Conijn: "Er is niemand die je kunt afrekenen op zijn film. Je kan altijd zeggen dat het scenario je niet zo lag of dat je je ergens anders niet in kon vinden. De films zijn een compromis, terwijl kunst juist een enorme vrijheid van geest vereist. Het betreden van nieuwe paden vraagt enorm veel energie en doorzettingsvermogen. Als studenten worden we gegijzeld door de tegengestelde doelen die de academie in zich verenigt. De directie zou een duidelijk standpunt in moeten nemen over het soort filmers dat de academie op wil leiden; is het een auteurs- of marktgerichte opleiding?"
Verbeek: "We zouden bijvoorbeeld met z'n allen naar het Filmfestival Rotterdam moeten gaan; dan komt de maatschappelijke discussie over wat film is tenminste op gang. Dat leeft nu niet. Ook begrijp ik niet waarom de mensen voor de studierichtingen regie en scenario niet al bij de selectie aan de poort per lichting op elkaars interesses worden afgestemd. Nu is het in principe mogelijk dat er zes scenaristen worden aangenomen die romantische komedies willen schrijven en zes regisseurs die sociaal-realistische films willen maken. Vanwege de starre uitgangspunten dat je móet samenwerken en scenaristen exclusief móeten schrijven, raakt de eigenheid van de regisseurs in het geding. Het meest kwalijke van de regieopleiding is dat het heel moeilijk is je eigen verhaal te vertellen - simpelweg omdat de scenarioafdeling daarbij in de weg zit. De studieleider regie gaat daar gelukkig wel goed mee om: hij stemt de bij elkaar passende mensen alsnog zo goed mogelijk op elkaar af. Uiteindelijk mag ik niet zeiken, want ik heb het geluk een scenarist te hebben gevonden waarmee ik op één lijn zit."
Conijn: "Als student ontwikkel je je ondanks de Filmacademie, maar dat is al dertig jaar zo. De ideale academie bestaat niet, net zomin als ideale ouders. En dat hoeft ook niet, want daar krijg je alleen maar verwende kinderen van."

Karin Wolfs

Naar boven