September 2005, nr 269
Martin Koolhoven
Lijmen wat los is
Niemand kan de komende tijd om Martin Koolhoven (36) heen, want de regisseur komt met twee films. De komedie Het schnitzelparadijs gaat deze maand in première, de familiefilm Knetter volgt in oktober. Voor Koolhoven staat veel op het spel. "Voor het eerst moet een film van mij een groot publiek bereiken."
Het schnitzelparadijs.
Wie Koolhoven zoekt, moet op zoek gaan naar een zwaar bebrilde, sigaretten rokende man in een kostuum. Om precies te zijn een zwart kostuum, want dat is de kleur waarin de filmmaker zich altijd hult. Het verraadt de romantische inslag van de in het Westland en Brabant opgegroeide arbeiderszoon, die in 1996 aan de Filmacademie afstudeerde met de opvallende stijloefening De orde der dingen. De toenmalige NRC-recensent Hans Beerekamp stelde vast dat de maker "de anarchistische toon à la Ruud van Hemert of Theo van Gogh al aardig te pakken heeft". Anderen zagen in Koolhovens mateloze filmpassie - er stroomt celluloid door zijn aderen, schreef een criticus - een Hollandse Fassbinder. Eindelijk had ook Nederland een filmbeest. Met Suzy Q brak Koolhoven drie jaar na zijn afstuderen los. De gestileerde telefilm over een tiener die de hotelkamer van Mick Jagger binnendringt, leverde de nog nauwelijks bekende Carice van Houten haar eerste Gouden Kalf op en Koolhoven lovende recensies. Daarna was er geen houden meer aan. Doen de meeste Nederlandse filmmakers jaren over één film, Koolhoven maakte in 2001 bijna gelijktijdig de artfilm AmnesiA, met weer Carice van Houten in de hoofdrol, en de publieksfilm De grot. Beide werden door critici welwillend tot enthousiast ontvangen. Op het Nederlands Film Festival kreeg Koolhoven voor De grot het Gouden Kalf voor beste regie en Fedja van Huêt voor zijn dubbelrol in AmnesiA het Gouden Kalf voor beste acteur. Kon het voorspoediger? Er was één probleem: de kassa. Amnesia trok minder dan drieduizend bezoekers, De grot nog geen twintigduizend.
Medicijn
De grot was een breekpunt in zijn carrière, zegt Koolhoven in de tuin van een Amsterdams hotel. "Ik vond er te weinig van mezelf in terug en wilde weer persoonlijker films maken. Films als Suzy Q en AmnesiA, maar dan minder protserig, want die films hebben stilistisch een hoog kijk-eens-wat-ik-kan-gehalte. Niet erg, want het hoort bij eerste films." Het zuiden, waarin een vrouw in een psychose belandt, was het resultaat van Koolhovens klein-is-fijn-gedachte. "De film was voor mij een medicijn. Bijna dogmatisch nam ik afstand van stilistische middelen. Achteraf bleek hij toch vol te zitten met dingen die ik altijd deed, maar ze vallen minder op." Zoals eerder bij AmnesiA en Suzy Q kreeg de film overwegend positieve recensies, maar het publiek liet het weer afweten. Ondanks de met een Gouden Kalf beloonde prestatie van Monic Hendrickx trok de film nog geen tienduizend bezoekers. Koolhoven relativeert het cijfer. "Natuurlijk had ik graag vijfentwintigduizend man gezien, maar het aantal bezoekers is vergelijkbaar met dat van Le fils van de Dardennes. Als je wilt dat films als Het zuiden, dat een zwaar verhaal vertelt, gemaakt blijven worden, moet je niet tienduizenden bezoekers eisen."
De maker meent te weten waarom zijn drie films weinig publiek trokken. "Ze waren moeilijk verkoopbaar, want je kon ze niet in twee zinnen samenvatten. Ze zijn niet kek en commercieel. Neem De grot. De film bevindt zich tussen drama en thriller. Hij eindigt romantisch, maar het is geen romantische film. Voor een thriller is hij weer te weinig thriller. De distributeur zei meteen al dat het moeilijk zou worden."
Keurslijf
Met Het schnitzelparadijs en Knetter lijkt een nieuwe Koolhoven opgestaan. "Ik wil geen films meer maken die vooral goed bij filmmakers vallen. Ik ben anders gaan denken over hoe ik een verhaal het beste kan vertellen. Ik wil dat de vormgeving minder opvalt. Daarbij speelt ook mee dat de verhalen die ik nu vertel minder om stilering vragen." Hij noemt het een kwestie van "volwassen worden". Zien we Koolhoven-de-auteur terugtrekkende bewegingen maken? Onzin, zegt de maker. "Ik voel me nog steeds auteur, in de zin dat ik als regisseur de belangrijkste creatieve kracht in mijn films ben. Ik bemoei me met alles. De auteurtheorie als idee dat alle films van een regisseur op elkaar moeten lijken, is eigenlijk nooit geldig geweest. Hitchcock heeft al gezegd dat hij dat als een keurslijf voelde."
Het schnitzelparadijs is de verfilming van Khalid Boudou's roman over de belevenissen van een Marokkaanse jongen in de keuken van een Van der Valk-achtig restaurant. Alles komt langs: de fabrieksmatige bereiding van voedsel, haat en nijd onder het personeel, alledaags racisme en een door etnische en klassenverschillen schijnbaar onmogelijke liefde. De film is het eerste visitekaartje van de nieuwe Koolhoven. "Voor het eerst laat een film van mij zich in één zin samenvatten: Het schnitzelparadijs is een comedy met een romantic twist." Koolhoven mag veranderd zijn, de stilist en encyclopedische filmkenner in hem laten zich moeilijk onderdrukken. Het schnitzelparadijs zit vol genreverwijzingen. "Leuk toch?" zegt Koolhoven. "Ik hou van stijlreferenties als het verhaal het toelaat. Voor Het schnitzelparadijs heb ik veel naar spaghettiwesterns gekeken. Ik wilde van die karakteristieke koppen in de film. Ook met de mythologische werkelijkheid van het genre wilde ik iets doen. Ik wilde zien hoever ik daarin kon gaan met vormgeving en camerawerk, maar heb ervoor gewaakt dat het geen doel op zichzelf werd. Het moest bijdragen aan het verhaal."
Smeerolie
Het schnitzelparadijs is Romeo en Julia met een happy end. De Marokkaanse Nordip en oer-Hollandse Agnes worden in hun liefde gedwarsboomd door een bekrompen omgeving. Klinkt bekend? Koolhoven weet het. "Ik heb me erbij neergelegd dat iedereen meteen over Shouf shouf habibi! begint. Als je een comedy maakt met een Marokkaan in de hoofdrol is dat blijkbaar onvermijdelijk." De maker ziet een groot verschil tussen beide films. "In Shouf shouf habibi! komt veel drama voort uit integratieproblemen, maar in Het schnitzelparadijs zijn die niet de essentie. Het Nederlandse meisje botst net zo hard op haar omgeving als de Marokkaanse jongen op de zijne. Beiden voldoen niet aan het verwachtingspatroon van hun ouders." Waarom hij de film, waarvoor Marco van Geffen het scenario schreef, wilde maken? "Het uitgangspunt was een film die lijmt wat los is geraakt. Smeerolie. Het gaat goed met de meeste Marokkanen en ik vond het belangrijk dat over hen een film werd gemaakt. Ik wil verbroederen door een positief verhaal te vertellen. Volgens mij is daar nu meer behoefte aan dan aan een analyse van het probleem. Dat laatste gebeurt zo veel de laatste tijd dat ik begin te denken dat het onderdeel van het probleem is geworden." Koolhoven verwacht niet dat er moslims zijn die over de film zullen vallen, zoals eerder wel gebeurde bij Shouf shouf habibi! "Er zit volgens mij niets in waarover moslims kwaad kunnen worden, al weet je het nooit zeker. Neemt men er aanstoot aan dat een Marokkaanse jongen in een koelcel tussen de geslachte varkens een Nederlands meisje staat te zoenen? Ik kan het me niet voorstellen."
Toen Theo van Gogh werd vermoord, waren Van Geffen en Koolhoven bezig met het scenario. De moord leidde tot bezinning, zegt Koolhoven. "De overtuiging groeide dat we geen zware analytische film over integratie moesten maken, omdat je daarmee jonge Marokkanen niet bereikt. Ik wilde een film die hen aanspreekt en iets meegeeft. Uit proefvertoningen blijkt dat Marokkaanse jongeren zich in de film kunnen vinden. Ze vonden het prettig dat de film de stereotiepe problematiek voorbij was. Het was fijn om te zien dat ze zich identificeerden met de jongen die voor zichzelf gaat denken. Het fijnst vond ik dat er geen verschil bestond in de beleving van Marokkaanse en blanke Nederlanders."
Bij Het schnitzelparadijs speelt voor het eerst in Koolhovens carrière commercieel succes een belangrijke rol. "Tot nu toe waren de belangen niet zo groot, maar deze film moet een groot publiek bereiken. Het schnitzelparadijs is nog steeds een kleine film, maar omdat de distributeur er veel geld in steekt, ligt er een druk op. Het zou mooi zijn als hij honderdduizend bezoekers trekt." Het worden spannende maanden voor Koolhoven, want een maand na Het schnitzelparadijs opent zijn familiefilm Knetter het Cinekidfestival. In de film speelt Carice van Houten - voor de derde keer in een film van Koolhoven - een alleenstaande, manisch-depressieve moeder, die door haar schoolgaande dochter van de ondergang wordt gered. Klinkt somber, maar Knetter is gezien het onderwerp een opmerkelijk lichtvoetige film. Het is ook de eerste film van Koolhoven die ontroering opriep bij ondergetekende. En niet alleen bij hem. Koolhoven: "Knetter is mijn meest emotionele film. Ik ben zo blij dat het me gelukt is. Ik heb bij de mixage zitten huilen. Dat meisje is zo ontroerend en Carice zo verschrikkelijk goed! Het gaat me ontzettend aan het hart wat daar gebeurt."
Zegt het voort: er is werkelijk een nieuwe Koolhoven opgestaan.
Jos van der Burg