Oktober 2005, nr 270
Cine Argentino
Uitgerolde golf
De komende maanden touren er drie Argentijnse films langs de filmtheaters. Hoe staat het er voor met 'Cine Argentino'?
La niña santa.
De opwinding die ik voelde bij het zien van La libertad (2001) herinner ik me nog wel. Voor mijn ogen ontrolde zich een dag uit het leven van een houthakker op de Argentijnse pampa. De man stond op, hakte een boom om, ving een hagedis, poepte in het gras, deed een boodschap in het dorp en pleegde een telefoontje. Praten deed hij nauwelijks. Uit de radio schalde wel een liedje. De hypnose was compleet.
De lichte teleurstelling die ik voelde bij het zien van Los muertos (2004) - een van de drie Argentijnse films in de Tigers on Tour van het Filmfestival Rotterdam - herinner ik me ook. Voor mijn ogen ontrolden zich een paar dagen uit het leven van een ex-gevangene die in een roeiboot een troebele, groene rivier afzakte, op zoek naar zijn dochter in de Argentijnse provincie Corrientes. Ook hier het zwijgen, ook hier het elementaire handelen temidden van de natuur. De man drinkt thee, koopt een zak brood, knabbelt van een honingraad, vangt een geit, en laat zich tussendoor pijpen door een hoer. Argentino Vargas, zoals de man heet, heeft een mooie verweerde kop met grijze slapen, maar aan zijn lichaam bungelen ook twee grote, grove handen waarmee hij wellicht twee kinderen heeft gedood, wellicht zijn eigen broers. Die handen doen van alles in de film, en het is prachtig hoe ze de hoofdrolspelers worden van Los muertos. Ze strijken door het haar, pakken een krant op, stoppen twee urnen in een tas, vouwen een blouse, omklemmen twee roeispanen, scheuren de ingewanden uit een geit en voelen uiteindelijk aan een scharnierend speelgoedpoppetje dat toebehoort aan twee kinderen die door hun moeder (Varga's dochter) zijn achtergelaten onder een plastic afdakje in het oerwoud. We verlaten de film op het moment dat Argentino Vargas zich bij de kinderen voegt, onder het afdakje, waar ook een groot, glinsterend mes rondslingert.
Scherp oog
Lisandro Alonso - verantwoordelijk voor La libertad en Los muertos - behoort zonder twijfel tot de grote talenten van de Argentijnse New Wave. In La libertad wist hij zijn fascinatie voor het simpele bestaan in de natuur over te brengen in een rijk gestileerde film. Hij was niet met een hijgende, scheefhangende camera achter die man aan gegaan. Nee, met een scherp oog voor de schoonheid van deze wereld had hij een strakke, bijna strenge compositie gemaakt die het verhaal van deze ene man in de natuur tot een soort oerverhaal maakte.
Uitgeroepen worden tot een van de nieuwe boegbeelden van de onafhankelijke film in Zuid-Amerika (en daarbuiten) en doodgemoedereerd aan een tweede film beginnen, is dan best ingewikkeld. Voor mij had Los muertos iets van een bleke herhaling waarin de belangrijkste toevoeging - de fictie - niet echt werkte. Het gevoel dat er een amateur op pad was gestuurd om een rol te spelen, bleef overheersen. Via het minimalisme kun je tot meditatie komen - zoals bewezen in La libertad - maar niet als de constructie blijft doorschemeren. Deze amateur kan de camera prachtig ontwijken, maar hij kan niet lángs de camera spelen. Met andere woorden: wie speelt met wie? De stadse filmmaker met de primitieveling? Tijdens het kijken naar Los muertos bleef deze vraag door mijn hoofd gonzen.
Oeverloos
Wat het Nederlandse filmklimaat betreft: Lisandro Alonso is ons door de neus geboord op het moment dat dit nieuwe talent zich aandiende. Geen spoor van La libertad in de filmtheaters. En nu moeten we wel naar Los muertos gaan kijken op het moment dat het rond de Argentijnse New Wave even wat rustiger is? Mooi dat Pablo Trapero dit jaar al met zijn Familia rodante in de filmtheaters verscheen, en dat Lucrecia Martel in aantocht is met La niña santa. Dat zijn de twee Argentijnse filmmakers die samen met Lisandro Alonso het neusje van de zalm vormen. Hun nieuwste films bezitten dan wel niet de brille van hun eerstelingen, maar ze verdienen de continuïteit van een bioscooproulement.
Lisandro Alonso staat nu met twee minder interessante Argentijnse producties in de 'Tigers on Tour'. Las mantenidas sin sueños is het gezamenlijke speelfilmdebuut van actrice Vera Fogwill en producent Martín De Salvo, een vrij beproefd moeder-dochter relaas waarin het verantwoordelijke dochtertje over de onverantwoordelijke moeder waakt. Ronda nocturna is een tamelijk oeverloos portret van nachtelijk Buenos Aires, gemaakt door oude gardist Edgar Cozarinsky (66). Om Tiger Award-winnaars draait het in deze Tigers on Tour al lang niet meer, het zijn gewoon films die financiële steun hebben gekregen van het Hubert Bals Fonds. De tour geeft de stand van zaken aan. Het is even pas op de plaats voor Cine Argentino.
Belinda van de Graaf
Los muertos, Las mantenidas sin sueños en Ronda nocturna toeren onder de vlag van Tigers on Tour gedurende 18 weekenden (van 15 oktober 2005 t/m 19 februari 2006) langs 29 filmtheaters. La niña santa is te zien vanaf 27 oktober.