Oktober 2005, nr 270

Willem van de Sande Bakhuyzen

IJsberg onder water

Willem van de Sande Bakhuyzen heeft regisseren wel eens vergeleken met het zichtbaar maken van de ijsberg die onder het topje ligt. De dialoog is het deel van de ijsberg dat boven het wateroppervlak ligt, de massa eronder komt voor rekening van de regisseur. Zijn nieuwste film Leef! opent het Nederlands Film Festival.

Familie (2001).

Cloaca (2003).

Lepel (2005).

Er zijn weinig regisseurs in Nederland die even veelvuldig voor theater, film en televisie hebben gewerkt als Willem van de Sande Bakhuyzen. In het theater regisseerde hij onder andere bij Orkater drie muziektheatervoorstellingen over Sherlock Holmes, Howard Hughes en The Monkees, maar ook een toneelbewerking van Festen door het cabaretcollectief De Ploeg; voor televisie maakte hij de dramaseries 'Bij ons in de Jordaan' en 'De enclave'. Voorts regisseerde hij de familiefilm Lepel en rondde deze zomer - ondanks zijn ernstige ziekte - de opnames af van de Giphart-verfilming Ik omhels je met duizend armen. In de grote variëteit aan projecten kun je echter een kern aanwijzen, en dat zijn de producties die hij in samenwerking met schrijfster/scenariste Maria Goos heeft gemaakt. Hij regisseerde haar televisiescenario's van 'Oud geld', hij zette haar toneelteksten 'Familie' en 'Cloaca' op het toneel, verfilmde deze twee stukken en heeft nu ook haar oorspronkelijke filmscript Leef! geregisseerd.
Opvallend is bovendien dat hij veelvuldig met een vaste groep acteurs werkt: Gijs Scholten van Aschat, Peter Blok, Pierre Bokma, Porgy Franssen en anderen, met wie hij - net als Maria Goos - de Maastrichtse toneelschool doorlopen heeft. Tot deze groep behoren de beste acteurs, regisseur en scenarist van hun generatie, en die club is vanwege haar haast intimiderende succes en talent wel eens de Maastrichtse maffia genoemd.
Van de Sande Bakhuyzens veelzijdigheid, de grote variatie aan projecten en de roem van zijn acteurs heeft er misschien voor gezorgd dat hij lange tijd vrij anoniem was als regisseur. Zelf heeft hij daar ook wel eens over geklaagd: "Lange tijd was ik niet en vogue. Ik maakte mooie dingen, maar het werd niet gezien. Ik werd als niet-interessant beschouwd door de Loek Zonnevelds van deze wereld." (Loek Zonneveld is toneelrecensent van de Groene Amsterdammer). Een andere oorzaak van die vermeende desinteresse bij de coterie van de toneelwereld wordt waarschijnlijk veroorzaakt door het gebrek aan een eigen signatuur. Theater- en filmregisseurs maken sneller naam als ze een echte 'auteur' zijn, en bij Willem van de Sande Bakhuyzen is het moeilijk zijn verzameling producties als een hecht oeuvre te beschouwen, met een eigen thematiek en esthetiek. In recensies van zijn theatervoorstellingen wordt er ook maar weinig woorden vuil gemaakt aan zijn concept, regie en mise-en-scène. Hij is ook niet zo'n avontuurlijk regisseur; hij kiest meestal voor een realistische enscenering en blijft dienstbaar aan de oorspronkelijke tekst.

Gezelligheid
Het is dan ook met name die tekst die zo veelvuldig geroemd wordt - tenminste als ze geschreven is door Maria Goos. Zij kan de spreektaal zo precies typeren. Met één zinnetje, soms slechts enkele woorden kan ze de spijker op zijn kop slaan en de juiste sfeer schetsen. Maar het is niet alleen een kwaliteit van Maria Goos om zulke rake zinnetjes te schrijven. Dat heeft alleen het juiste effect als haar stukken en scenario's door een regisseur als Van de Sande Bakhuyzen worden geënsceneerd. Het is zijn talent om zijn acteurs zo te regisseren dat die zinnetjes op de juiste plek vallen. Zo hoeft Joep in Cloaca slechts quasi-monter aan te bellen bij het huis van zijn studievriend Pieter en 'Zomaar. Voor de gezelligheid' te zeggen, en het is duidelijk dat hij niet bij toeval voor een borreltje komt langswippen.
Zelf heeft Willem van de Sande Bakhuyzen het regisseren wel eens vergeleken met het zichtbaar maken van de ijsberg die onder het topje ligt. De dialoog is het deel van de ijsberg dat boven het wateroppervlak ligt, de massa eronder komt voor rekening van de regisseur.
Om die reden was het geen gelukkige keuze van het theatergezelschap Het Toneel Speelt om hem te vragen voor de regie van Braambos, een toneelstuk van Willem Jan Otten. Die tekst is zo'n expliciet en geconstrueerd drama - zo'n topzware ijsberg - dat het Van de Sande Bakhuyzen onmogelijk lukte om daar nog een dragelijke voorstelling van te maken.
De samenwerking tussen Van de Sande Bakhuyzen en Maria Goos is daarentegen ideaal, omdat Maria Goos heel veel ijsberg voor haar regisseur overlaat. Niet alleen op het gebied van de dialogen, maar ook de personages bieden voor hem genoeg gelegenheid om ze verder in te vullen. Goos heeft de personages in brede streken neergezet en op papier komen ze behoorlijk karikaturaal over. Maar Van de Sande Bakhuyzen (en de acteurs zelf natuurlijk) maken er geloofwaardige, complexe karakters van, die juist door hun soms extreme karaktereigenschappen tot leven komen. Hij benadrukt altijd ook de tegenkant van een personage, zodat dat veel meer reliëf krijgt dan je aanvankelijk zou denken. Zo blijft bijvoorbeeld de accountant Nico in Familie niet alleen de zoon die als kind 'in de duffe pap is gevallen', zoals zijn moeder zegt, als hij samen met zijn zwager dronken wordt en fantaseert over het kunstenaarsschap. Het is een scène die van deze Nico zowel in het theater (met Peter Blok) als in de film (met Mark Rietman) een heimelijke bohémien maakt.

Ska-dansje
Meestal krijgen regisseurs als Van de Sande Bakhuyzen het predikaat 'acteurs-regisseur': dat zijn dan theatermakers of cineasten die niet zozeer als een auteur aan hun eigen oeuvre werken, maar vooral de acteurs de kans geven om te schitteren. In het geval van Van de Sande Bakhuyzen is het beter om te spreken van een personage-regisseur want uiteindelijk gaat het hem er niet om dat de spelers een flink eind kunnen weg acteren, maar dat er uit die zinnetjes en uit het spel van de acteurs geloofwaardige personages en situaties ontstaan. En dat lukt hem heel erg goed. Hoewel zijn acteurs de kwaliteiten en de présence hebben om met hun spel het personage geheel te overschaduwen, wordt er niet of nauwelijks geschmierd in zijn werk. Het spel blijft klein, ook op emotionele momenten, zodat niet zozeer de acteur schittert, maar het personage zich verder ontvouwt.
Een sprekend voorbeeld van een verdieping van het personage is te zien in Cloaca. De politicus Joep laat zich hierin aanvankelijk euforisch meeslepen met het ska-dansje dat zijn studievrienden voor hem opvoeren, en opgewonden laaft hij zich vervolgens aan de Russische callgirl die hem bij wijze van verjaarscadeau is aangeboden. Maar als hij dan de keizersnee in haar onderbuik ziet, ontnuchtert hij in één klap en begint geëmotioneerd te vertellen over de problematische bevalling van zijn vrouw. Vooral in de theaterversie van Cloaca zorgde dit moment voor een kanteling van de aanvankelijk zo lachgraag ingezette komedie. Er werd duidelijk dat ook Joep zijn kwetsbare kant had, waar plaats is voor emoties.
Van de Sande Bakhuyzen durft in zulke uitgesproken scènes zijn acteurs extreem te laten zijn, omdat het de psychologie van de personages ten goede komt. Ook in de laatste samenwerking tussen hem en Maria Goos, de speelfilm Leef!, zit een gedurfde scène. Als de opstandige puberdochter Robin van het echtpaar Anna (Monic Hendrickx) en Paul (Peter Blok) Jongkind de zoveelste botte opmerking aan de eettafel maakt, dan gooit haar vader heel gedecideerd een glas melk in haar gezicht. Zo'n onbesuisde emotionele actie kan al snel een ordinaire smijtpartij opleveren. Maar Van de Sande Bakhuyzen zet in zijn regie de situatie zorgvuldig op scherp, zodat de scène een welgemikte, gecontroleerde ontlading is van de woede die het hele gezin voelt.
Leef! is het meest ambitieuze scenario dat Maria Goos tot nu toe geschreven heeft. Goos en Van de Sande Bakhuyzen schetsen een herkenbaar portret van een hedendaags gezinsleven, dat echter iets te breed uitwaaiert en waarin bovendien te weinig aan de verbeelding wordt overgelaten. Alles wordt geëxpliciteerd en met flashbacks duidelijk gemaakt, of het nu Anna's jeugdige schrijversaspiraties zijn, haar zogenaamde jeugdtrauma of het fietsongeluk met haar dochtertje. Je zou kunnen zeggen: Maria Goos heeft jammer genoeg te veel ijsberg boven water gelaten, zodat er voor Van de Sande Bakhuyzen en zijn acteurs te weinig was om zelf nog zichtbaar te maken.

Pieter Bots


Leef!

Boksdialogen

In Leef! van Willem van de Sande Bakhuyzen voeren levenslust en nare herinneringen een verbaal gevecht.

Leef! (2005, foto: Victor Arnolds).

Zoals de begintitels suggereren, is het veertigersdrama Leef! een puzzel. Pas bij het laatste stukje zal blijken of alles is gegaan zoals vroedvrouw en aspirant-schrijfster Anna (Monic Hendrickx) het zich herinnert en op papier heeft gezet. Een kille, egoïstische moeder die het onbelangrijk vond om haar dochter zelfvertrouwen bij te brengen. Die er allerlei minnaars op nahield en best haar kind voor een van hen aan de kant had willen zetten. En het kind, dat uit wraak deze man vermoordt. Dat deze door bliksem en donder verduisterde gebeurtenis keer op keer in het oor van de volwassen Anna fluistert. Herhaaldelijk laten regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen en vaste scenariste Maria Goos de twee versies van Anna wandelen door alwéér zo'n nare herinnering. Of ze zitten samen aan de schrijftafel om de juiste woorden te vinden voor wat zich destijds heeft afgespeeld.
Vooral met klanken weet de film heden en verleden, fantasie en werkelijkheid in elkaar over te laten lopen. Het dondergerommel dat van de statige ouderlijke woning een spookhuis maakt, verandert geleidelijk in geborgen baarmoedergeborrel, wanneer Anna een echo maakt. En Anna's getik op de typemachine wordt in surround afgezet tegen het pengekrabbel waarmee ze als meisje aan haar memoires begon: 'Ik ben Anna, en ik ben een kind.'

Gif
De werkelijkheid van Anna de vrouw blijft veel eenduidiger en overzichtelijker dan die van Anna het kind. Zo al problemen genoeg, wisten we ook dankzij de columns die Maria Goos onder het pseudoniem Anna Jongkind voor Volkskrant Magazine schreef. Dochter Isabelle heeft een zwak hart, dochter Robin is een punkpuber van de meest zelfdestructieve soort en echtgenoot Paul (Peter Blok) gaat vreemd tot hij er een hernia van krijgt. En als oma (Anne-Wil Blankers) zaterdag op bezoek komt kent gezelligheid echt geen tijd meer. Aan vrij ademen en geluk komt niemand van deze wankele familie werkelijk toe, en de titel Leef! is een appèl aan elk van hen. Zoek een nieuw hart, was die verf uit je gezicht, ga weg bij die vrouw, durf te schrijven en laat wat je schrijft lezen aan iedereen. Al is het helemaal van jezelf.
Dat gevecht om te leven is grotendeels een gevecht van woorden. Dat Goos met zulke woorden wel raad weet, en dat Van de Sande Bakhuyzen al die boksdialogen perfect weet te timen, is na Familie (2000) en Cloaca (2002) geen geheim meer. Maar wat staat elke zin strak, wat komt elke punt of adempauze hard aan. Hoe onsympathiek de rollen ook mogen zijn, de acteurs genieten duidelijk met volle teugen van wat hen in de mond is gelegd.
Soms is het bijna te mooi, te krachtig om te horen. Gevat als de personages zijn, komen ze ook wat verder van je af te staan. Nooit eens de mond vol tanden. Ook de plotstructuur, waarin 'toen' soms te mooi op 'nu' botst, schept distantie.
Maar toch. Het juiste woord, de juiste blik in close-up, alles klopt precies aan deze schitterend gefotografeerde productie - na de kinderfilm Lepel (2005) opnieuw een Van de Sande Bakhuyzen in glorieus CinemaScope.. Alsof een kleiner kader te weinig leefruimte had geboden.

Kevin Toma

Leef!
Nederland, 2005
Productie: Anton Smit, Hanneke Niens
Regie: Willem van de Sande Bakhuyzen
Scenario:
Maria Goos
Montage:
Wouter Jansen
Camera: Joost van Gelder
Art direction: Harry Ammerlaan
Met: Monic Hendrickx, Peter Blok, Anne-Wil Blankers, Ali Ben Horsting, Sarah Jonker, Jeroen Krabbé
Kleur, 108 minuten
Distributie: A-Film
Te zien: vanaf 29 september

Op dinsdag 27 september 2005 is regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen aan de gevolgen van kanker overleden.

Naar boven