December 2005, nr 272
François Ozon
Van zee naar zee
Le temps qui reste is een film vol afscheid. Hoofdpersoon Romain is stervende. Vanuit medisch oogpunt zijn z'n kansen nihil. Maar regisseur François Ozon (1967) stelt in elke scène de vraag wat vanuit psychologisch perspectief zijn mogelijkheden om te leven zijn. Ozon op het Filmfestival Gent: 'Na Sous le sable, die over het verdwijnen van de ander ging, wilde ik een film maken die over het einde van het zelf ging.'
Uw vorige film, 5 x 2, werd achterstevoren verteld, van het einde van een relatie tot aan de ontmoeting die daaraan vooraf ging. Le temps qui reste is één groot einde, één lang afscheid. De film begint en eindigt op het strand. Laten wij met dat einde beginnen. Het herinnerde me sterk aan Dood in Venetië van Luchino Visconti.
"Dood in Venetië heb ik lang geleden voor het laatst gezien. Toen ik jong was. Als student aan de Franse filmacademie Femis moesten we de film analyseren en één scène herverfilmen. Toen heb ik voor de slotscène gekozen, waarin de oude, zieke Gustav von Aschenbach sterft op het strand en voor de laatste maal de jonge, vitale Tadzio ziet. Het einde van Le temps qui reste is inderdaad een eerbetoon aan het einde van Dood in Venetië. Met één belangrijk verschil. Visconti eindigt met een totaalshot. Zo kon, en wilde ik mijn film niet besluiten. Daarom koos ik voor een close-up van het profiel van het gezicht van Romain. Zo ben je als toeschouwer meer bij hem betrokken. Dat was een manier om meer empathie voor mijn hoofdpersoon te tonen. Het is ook minder wreed. Het einde van Dood in Venetië is in wezen heel gruwelijk."
U heeft in Le temps qui reste sowieso voor veel close-ups gekozen. In bijna elke scène wordt de dertigjarige fotograaf Romain in een two-shot van zeer nabij gefilmd. Hij is steeds met iemand van een andere leeftijd, en een andere generatie in beeld, zijn vader, zijn grootmoeder, zijn minnaar, een baby.
"Het klopt dat het in het eindresultaat zo is uitgepakt. Toch was het niet de bedoeling. Als je een film maakt over een jong iemand die sterven gaat, is het logisch dat hij in zijn terugblik wordt geconfronteerd met verschillende generaties en leeftijden. De leeftijden die hij zelf heeft gehad en de leeftijden en levensfasen die hij nooit meer bereiken zal. Als ik in één woord zou moeten samenvatten waar Le temps qui reste over gaat, dan is dat transitie. De overgang tussen leven en dood, maar ook de passage tussen verschillende momenten in één mensenleven, die ook een vorm van sterven zijn. Als je mensen met een verschillende leeftijd in beeld brengt, dan breng je in één shot twee uiteenlopende ervaringen samen. Als het goed is levert dat een spannende wisselwerking op, een vorm van filmische chemie. Dat ontdekte ik voor het eerst toen ik voor 8 femmes een shot draaide van Danielle Darrieux en Ludivine Sagnier. In zo'n close-up van twee gezichten breng je als het ware een overgang tussen die twee levensstadia tot stand. Dat maakt het makkelijker om je met de volgende generatie te identificeren."
Als Romain hoort dat hij ziek is, vraagt hij aan zijn arts hoe groot zijn overlevingkansen zijn. In die situatie een heel normale vraag, maar binnen de context van de film ook een filosofische vraag: 'Hoe groot waren zijn kansen op een werkelijk leven überhaupt?' Hij is aanvankelijk niet een echt sympathiek persoon.
"In de eerste scène wilde ik de arts eigenlijk laten zeggen dat Romain geen enkele kans op genezing heeft, zodat de film niet over de hoop zou gaan dat hij toch zou overleven. Dat is ook de reden waarom ik niet wilde dat de homoseksuele Romain aids zou hebben, wat in zijn geval misschien meer voor de hand zou liggen. Hij moest een ziekte hebben waartegen geen remedie meer was. Tegenwoordig is het heel wel mogelijk om met aids een tamelijk normaal leven te leiden.
"Daarna heb ik de eerste versie van het scenario aan een arts laten lezen, zodat er geen medische fouten of onwaarschijnlijkheden in zouden zitten. Hij vertelde mij toen dat een dokter nooit aan een patiënt zal vertellen dat hij is opgegeven. Ze moeten altijd zeggen dat er een mogelijkheid is om beter te worden. Uit menselijkheid. Maar ook omdat ze het nooit 100% zeker kúnnen weten. De acteur die de arts speelt, heb ik toen gevraagd om die situatie zo ambigue mogelijk neer te zetten.
"Als ik Romain aardiger had gemaakt, dan was zijn dood heroïscher geworden. Dan krijg je de romantische notie van de dood als grote verlosser. Ik wilde beslist geen Amerikaanse film vol verzoeningen maken. Romain is tamelijk egocentrisch. Hij vertelt bijvoorbeeld aan bijna niemand dat hij ten dode is opgeschreven. Maar moet dat? Ik kan me voorstellen dat je als je ziek bent, je niet per se de behoefte hebt om met iedereen in het reine te komen."
Hij vertelt het wel aan zijn door Jeanne Moreau gespeelde grootmoeder, 'omdat zij ook dicht bij de dood staat'.
"Je kunt het uit de context opmaken. Het moment waarop hij aan haar vertelt dat hij ziek is en gaat sterven zit niet in de film. We hebben wel een scène opgenomen waarin hij haar vertelt hoe hij zich voelt, maar die heeft de eindversie ook niet gehaald. Er zijn wel meer van die uitleggerige scènes gedraaid, maar tijdens de montage ontdekte ik dat ik dichter bij Romains karakter moest blijven. Om dat te bereiken moet je vaak niet alles laten zien, maar aan de toeschouwer overlaten."
U laat wel meer niet zien, de foto's die hij maakt, de dromen die hij heeft. Hij vertelt zijn arts bijvoorbeeld over een nogal opmerkelijke erotische droom.
"In dromen is alles mogelijk. Dromend treden wij in ons onderbewustzijn binnen. Het is een manier om dingen te accepteren die we in het daglicht niet onder ogen willen zien. De droom die hij aan zijn arts vertelt is deels een provocatie. Maar het kan ook waar zijn. Als ik die droom in beeld had gebracht, dan was die dubbelzinnigheid er niet meer geweest. Het is voor mij heel belangrijk om de toeschouwer de vrijheid te geven om zelf te interpreteren wat er gebeurt. Ik wil hem niet manipuleren. Hij moet zijn eigen vragen stellen. Het is belangrijk dat iedereen zijn eigen verhouding tot de thematiek van de film ontwikkelt."
Wat is uw verhouding tot de dood? Wat zou u doen als u te horen zou krijgen dat u nog maar een beperkte tijd te leven zou hebben?
"Ik weet het niet. Dat is een te abstract idee. Weinig romantisch. Na Sous le sable, die over het verdwijnen van de ander ging, wilde ik een film maken die over het einde van het zelf ging. Misschien dat ik ooit nog een film ga maken, een derde deel van deze trilogie, die over de dood van een kind gaat. Dat lijkt mij het ergste wat je kan overkomen.
"Het is niet zo dat ik deze films met een vooropgezet plan heb ontwikkeld. Een film ontstaat in een moment, in een flits, in iets wat ik 'de klik' noem. Bij Le temps qui reste was dat iets heel persoonlijks. Ik kreeg het idee voor de film terwijl ik wachtte op de resultaten van een aantal medische tests. Tijdens dat wachten schoten er allerlei verschrikkelijke scenario's door me heen. Maar ik denk dat iedereen dat heeft."
In Le temps qui reste speelt niet de dood, maar de geboorte van een kind een belangrijke rol.
"Voordat Romain sterft, krijgt hij de kans om zin aan zijn leven te geven. Het krijgen van een kind is voor hem een manier om de treurige realiteit van zijn aflopende leven te accepteren."
Er is nog een kind belangrijk in de film. De flashbacks van de zevenjarige Romain zijn de enige momenten waarop u uit het realisme van de film treedt.
"Op de leeftijd van zeven jaar ontwikkelen kinderen hun zelfbewustzijn. Het is een preseksueel tijdperk, waarin ze zich voor het eerst van bepaalde seksuele gevoelens bewust worden, zonder die zo te benoemen overigens. Het is een leeftijd waarop kinderen veel dingen beginnen te begrijpen. Misschien is dat het moment waarop Romain zich voor het eerst realiseert dat hij homoseksueel is, dat zijn vriendje meer is dan zomaar een vriendje. Daarna komen de jaren dat je dat weer 'vergeet'. Daarom opent de film ook met de zevenjarige Romain op het strand. Om de film vanuit dat pure bewustzijn te laten beginnen."
Zo zijn we toch weer op het strand, bij de zee. Dat is een veel voorkomend motief in uw films.
"De zee geeft een epische dimensie aan de cinema. Het strand is bovendien een plek waar je de lichamen van je acteurs kunt laten zien, zonder dat het in seksscènes is. Het is een plaats vol vreugde en leven. Daar kon ik het contrast laten zien tussen het afgetakelde lichaam van Romain en de levende lichamen van andere mensen. Het heeft ook iets particuliers. Ik stel me vaak voor dat er tussen al die zonnebadende mensen op het strand een dood iemand ligt, zonder dat men dat weet. Ik stel me mezelf ook wel eens zo voor.
Bovendien is het zo dat in Sous le sable het lichaam van Jean nooit getoond, nooit gevonden wordt. Romain wilde ik aan het einde van Le temps qui reste teruggeven aan de elementen. Hij wordt een zandkorrel."
Dana Linssen