Thuiskijken - februari 2006, nr 274

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht. En films opnieuw uitgebracht op dvd.


Punishment park

Rechter in een zandtent

In Punishment park wordt een tribunaal in de woestijn opgericht, vormgegeven als een reality-televisieshow.

De Punishment park pitch:
'Zegt u het maar, u heeft 600 woorden'.
'Ik wil graag een film maken over politiek, over het hypocriete rijk van hedendaags Amerika, in zijn wijdbreedte ongekend in de wereldgeschiedenis. Hypocrisie door enerzijds met de mond democratie en burgerrechten te bepleiten en anderzijds tegelijkertijd koste wat het kost de zakken te vullen. Maar ik wil het niet te duidelijk doen - ik ben geen Michael Moore - en daarom speelt mijn film in de toekomst, opdat hij ook in de toekomst nog bekeken wordt. Maar tegelijkertijd wel met het verleden in gedachten, want: zie in het verleden de toekomst van het heden. Ik wil een tribunaal oprichten in de woestijn, een zandtent waarin mensen berecht worden wegens onpatriottistisch gedrag, zoals het ontlopen van dienstplicht. Deze verraders van de staat worden ondervraagd door een representatieve afsplitsing van de bevolking. Zeg maar: een militair tribunaal van goedwillende burgers. De verraders kunnen kiezen in hun strafmaat: of ze krijgen ongeveer 20 jaar gevangenisstraf, of ze verblijven vier dagen in een speciaal kamp, vormgegeven als een reality-televisieshow waarin ik de verslaggever speel. Als ze voor het speciale kamp kiezen moeten de veroordeelden in vier dagen - als Mexicaanse immigranten naar de grens - dwars door de woestijn een kleine 80 kilometer lopen, zonder water, om bij een Amerikaanse Vlag te komen. Om het spannend te maken worden ze achtervolgd door een cordon politie. En door ons, als 'embedded journalists', wij registreren het geheel. De veroordeelden wordt voor aanvang verteld dat, als ze zich binnen de grenzen van de politie houden en op tijd de vlag bereiken, ze worden vrijgelaten. Maar aangezien dat kamp noodzakelijk is geworden omdat de gevangenissen de hoeveelheid verraders niet meer aan konden, is dat onwaarschijnlijk.

Guantanamo Bay

'Zoals ik al zei, de film speelt in een onbepaalde tijd. Mensen kunnen aan Guantanamo Bay denken, aan nachtvluchten en geheime martelplekken van de CIA, aan Irak of Afghanistan, maar dit alles blijft ongenoemd. Tenminste... in de ondervragingen van het tribunaal komen wel allerlei discussies voor, maar die wil ik zo geïmproviseerd en zo divers mogelijk houden. De activisten die ik zal casten zullen hoofdzakelijk hun eigen overtuigingen naar voren brengen, en wat dat gaat worden kan ik u nog niet zeggen. Wel kan ik zeggen dat ik de montage tussen deze twee stukken - de theoretische ondervragingen van de beklaagden en de reality-show vanuit het kamp - uiterst strak en effectief zal toepassen, waardoor de eerste een voorbode en tegelijkertijd een reactie op het volgende zal worden. Een speciale rol heb ik in mijn hoofd weggelegd voor een sheriff die aan het hoofd van de achtervolging staat, een typische representant van de isolationistische cynicus die de schaamte voorbij is en zelfs tegen de aanwezige cameraploeg schreeuwt: toon onze misdragingen maar! Het interesseert mij geen reet wat de wereld denkt!

'De draaiperiode zal een week of zes bedragen, ik zal uitsluitend gebruik maken van non-professionele acteurs uit het verdoemde rijk zelf en de totale kosten zullen - schat ik - niet meer dan 70.000 euro bedragen. Als ik tenslotte mijn doelstelling in één zin zou moeten samenvatten dan zou het de volgende zijn: alles verandert, alles blijft hetzelfde'.

'Sorry, de film die u beschrijft is al - tot in al zijn details - gemaakt, in 1971 door Peter Watkins, hij heet Punishment park en heeft meer dan dertig jaar praktisch ongezien op de plank gelegen, voordat hij vorige maand op dvd verscheen. Daar gaan we dus geen geld in stoppen. Volgende!'

Mike Naafs
Te koop op dvd (Eureka - Master of cinema series, import)


Ken Jacobs

Bungelend aan een ruimteschip

Ken Jacobs' toverlantaarnlandschappen zijn hologrammen van chemische processen: lava, gaswolken, schubbenhuiden, kraters, kristallen.

Ontic antics starring Laurel and Hardy van Ken Jacobs (1998).

Sommige films zijn zo vreemd dat je je afvraagt of ze wel films zijn. Kijk je gewoon door een camera, of toch door het oog van een vogel die langs een zich eindeloos transformerend terra incognita scheert?
Sommige kijkervaringen zijn zo vreemd dat ze zich aanvankelijk alleen in de meest vage woorden laten vangen. Alleen door zelf te kijken kun je (enigszins) in die ervaring delen. Kijk naar de dvd van Ken Jacobs Celestial subways lines en Salvaging noise, acht films, acht droomsels gemaakt met Jacobs' 'nervous magic lantern', en je wordt zelf die vogel die niet weet wat hij ziet. Misschien waan je je ook eerder een helikopterpiloot, of ben je een astronaut bungelend aan een ruimteschip - voelt die onscherpe, duistere, abstracte wereld beneden je te zuurstofloos aan voor levende wezens.
Jacobs' toverlantaarnlandschappen, vorig jaar nog te zien tijdens het Filmfestival Rotterdam, lossen al ritmisch flikkerend op voor ze goed en wel zijn ontstaan, voor je enigszins verwoord krijgt wat je ziet: grijze en zwarte lijnen, witte vlekken, harde en vloeibare vormen als inkt uitlopend aan de rand van het scherm - aan, uit, aan, uit. Misschien bestaat deze visuele muziek ook uit meerdere, over elkaar gelegde beelden. In elkaar gesmolten foto's, die met het bewegen van camera of vogeloog van perspectief lijken te veranderen. Het ene knippermoment is de voorgrond scherp, het andere de achtergrond of helemaal niets, soms wordt het beeld bijna driedimensionaal en tastbaar. Hologrammen van chemische processen. Lava. Gaswolken. Schubbenhuiden. Kraters. Kristallen. En dan opeens een hoofd, een lijf dat iemand wordt die zit, en dan nog iemand ernaast, opeens een groep mensen in ouderwetse kledij poserend voor de fotograaf, illusoir uitdijend tot een menigte - en iedereen kijkt je aan met witte, pupilloze ogen. Troebele fantomen die zich dankzij het stroboscoopeffect van de 'nervous magic lantern' heel even op je netvlies branden. En daarna vergeet je ze nooit meer.

Ontbinding

De 'nervous magic lantern'-projecties zijn incomplete creaties in permanente staat van ontbinding. Net zoals de score die Rick Reed schreef bij Jacobs' Mountaineer spinning, houdt John Zorns muziek voor Celestial subway lines en Salvaging noise veel beter stand dan de beelden. De noten hebben een veel langere adem. De donkere golven blijven af- en aanzwellen. Als je goed luistert hoor je stemmen opduiken uit de akoestische sneeuw, of een ontstemde piano die wordt aangestreken als een harp. Zet het geluid uit, draai er je eigen muziek bij, en de landschappen passen zich direct aan. Maar vriendelijk worden ze nooit.
Sommige films zijn zo vreemd dat je je afvraagt hoe ze gemaakt zijn. Uit welke borrelende ketel heeft Jacobs deze beelden opgevist? Welke toverkunsten beheerst hij? Natuurlijk is en blijft dat geheim, ondanks de toelichtingen die Jacobs her en der geeft. 'Het is een techniek die al voor de uitvinding van film mogelijk was. Zodra licht in een verduisterde omgeving door een lens geconcentreerd en gericht kon worden op een weerspiegelend oppervlak, en men een sluiter kon laten draaien, was de 'nervous magic lantern' maakbaar.' Wie denkt dat je Jacobs aan het werk moet zien om hem te begrijpen, komt tijdens voorstellingen bedrogen uit: zowel de man als zijn instrumenten blijven aan het oog onttrokken.
De dvd, samengesteld uit vier live voorstellingen in juni 2004, laat Jacobs pas zien wanneer hij verlegen en bescheiden het applaus in ontvangst neemt. Achter hem het weer ontstellend platte, ontstellend witte doek. De toeschouwers proberen bij het verlaten van de zaal toch nog een glimp van het laboratorium op te vangen. En wij thuis zien enkel hun nieuwsgierige ogen - de nekken die worden uitgerekt om te kunnen zien wat eigenlijk onzichtbaar is.

Kevin Toma
Te koop op dvd (Tzadik, import regio 0)


The innocents
Jack Clayton

Henry James' korte roman 'The turn of the screw' werd meermaals naar het witte doek vertaald, inclusief een warrige prequel met Marlon Brando in de hoofdrol (Michael Winners' The nightcomers uit 1972). Met dit gotische griezelverhaal kun je dan ook allerlei kanten op: jagen er werkelijk geesten op de kinderen in dat duistere 19e-eeuwse landhuis, of spruiten ze voort uit het labiele brein van de gouvernante? Meer dan elke andere versie bewaart Jack Claytons The innocents (1962) het evenwicht tussen de geesten en hersenschimmen - met dank aan het intelligente script dat Truman Capote en William Archibald schreven. Geen moment wijken we van zijde van gouvernante Deborah Kerr. We zien hoe ze door haar dode voorgangers wordt begluurd, rennen samen met haar in kaarslicht en nachthemd door de gangen van het huis - en toch, die trillende angstogen, de dingen die ze zegt, de manier waarop ze zich tegenover de kinderen gedraagt; voor wie zouden de jonge Miles en Flora werkelijk bang moeten zijn? En zijn het niet deze twee engelachtige, schijnbaar onschuldige kinderen die met hun gouvernante een naar, onzalig spelletje spelen? Hekserij, pedofilie, sadisme, waanzin, er spookt van alles door dit huis, en telkens glipt het heel snel voorbij het deepfocus-oog van de camera. Tijdloos beklemmend, deze in CinemaScope gegoten nachtmerrie vol suggestie, die hommages als Alejandro Amenábars
The others (2001) meer dan waard is maar nooit overtroffen zal worden. En voor wie zichzelf te nuchter acht voor een rit door het spookhuis: als je bij het kijken naar The innocents al ergens kippenvel van kunt krijgen, dan is het wel Freddy Francis' schitterende zwartwitfotografie. Geweldig dus dat Video/Film Express de film zo gaaf op dvd heeft gezet, als de zoveelste mooie aflevering van de Lumière-klassiekerreeks. Bij een perfecte transfer van een perfecte film is het ontbreken van extra's een volstrekt overkomelijk bezwaar.
Kevin Toma
Te koop op dvd (Video/Film Express)


Seven men from now
Budd Boetticher
John Ford zei 'Mijn naam is John Ford en ik maak westerns.' Wie ook westerns maakte was Budd Boetticher (1916 - 2001). Wanneer Boetticher 's ochtends naar z'n werkt liep op het terrein van Universal kwam hij vaak collega Douglas Sirk tegen die dan aan hem vroeg waar hij mee bezig was, waarop Boetticher antwoordde: 'Oh, just some lousy old western.' Dat was het ultieme understatement. Boetticher maakte geen 'lousy old westerns', hij vernieuwde het genre met psychologisch complexe films. Samen met John Ford zorgde hij ervoor dat de western geen marginale plaats meer had in de geschiedenis van de cinematografie. Maar dat het genre zich in het centrum van de filmkunst vestigde. En dat deed hij vooral met zijn beste werk: Seven men from now (1956), nu de eerste Boetticher op dvd. De hoofdrol in Seven men from now is voor Randolph Scott, met wie Boetticher drie andere westerns maakte: The tall T (1957), Ride lonesome (1959) en Comanche station (1960). Seven men begint met een vertrouwd Boetticher-beeld: Scott rijdt op zijn paard het beeld binnen, door de regen en in de modder, en hij zint op wraak. In dit geval zit hij zeven mannen op de hielen die zijn vrouw hebben vermoord. Tijdens zijn speurtocht naar de daders ontmoet Scott een man en zijn vrouw die op weg zijn naar Californië. Ook stuit hij op de 'gunslinger' Masters, die meerijdt met het gezelschap. Masters wordt vertolkt door Lee Marvin, die zelden in zijn carrière beter was. Zijn Masters is een onweerstaanbare, sardonische killer. Hij palmt je in met zijn charme, wat eigenlijk de sleutel tot de film vormt. Wraak, schuld, zelfhaat, verlossing, geweld - al deze motieven zijn aanwezig in Seven men, dat nauwelijks tachtig minuten lang is. De kracht van Boettichers bondige werkwijze wordt ook bejubeld door de commentatoren die meewerkten aan de extra's. En dat zijn niet de minste: historicus James Kitses, auteur van het standaardwerk over westerns 'Horizons West', Clint Eastwood, Quentin Tarantino en Peter Bogdanovich. Daarnaast komen oude medewerkers van Budd Boetticher aan het woord: Burt Kennedy en Andrew V. McLaglen, die respectievelijke tekenden voor het script en de productie. Dit is een schitterende dvd.
Gawie Keyser
Te koop op dvd (Paramount, import)


Trys dienos
Sharunas Bartas

Twee Litouwse vrienden maken een trip naar Kaliningrad, net over de grens met Rusland. Nou, dan weet je het bij Sharunas Bartas wel. Zonneschijn, onvergetelijke ervaringen die het leven van de jongens op een ander spoor zetten, spetterende vakantieliefdes en dansen tot in de kleine uurtjes - niets van dat alles in Bartas' speelfilmdebuut
Trys dienos (Drie dagen, 1991). Waar komen de vrienden terecht? Het betonplein aan het einde van de wereld. Een donkere kelder. Feestjes te troosteloos om feestjes te mogen heten, met gasten die eerder lijken te stuiptrekken dan te dansen. Wie ontmoeten ze? Daklozen, alcoholisten, uitgerangeerden en klaplopers, vaak waarschijnlijk toevallig in de buurt van Bartas' lethargische camera. En twee losgeslagen meisjes, met wie ze vrijwel constant zwijgend door de stad dwalen - van betonplein naar kelder, van de ene kelder naar de andere. Soms ook een ranzige slaapkamer, een vervallen industriegebouw of een café zo gezellig als een slachthuis. Aan zee, bij het vuur of in bed, overal is het even koud. Alles is zo grauw dat de film soms in zwart-wit geschoten lijkt, en alles is even heilloos. De jongens lijken de reis zonder doel te maken; misschien willen ze zich liever ergens anders stierlijk vervelen dan thuis. En na drie dagen hebben ze dat ook gehad en gaan ze weer terug. Kijken naar Trys dienos is jezelf tot stilstand dwingen, ervan genieten is zoiets als in de regensneeuw op een bankje zitten en gelukkig zijn. Je moet het maar net kunnen. Eén ding is zeker: niemand kan van treurige zwijghoofden mooiere close ups maken dan Bartas. Zo gaaf, strak en uitgewogen belicht als de beste portretten uit de renaissance. De kortfilm Herinneringen aan een voorbije dag (1990), als extra bijgevoegd op de dvd, maakte dat talent ook al zichtbaar. Verder is dit semi-documentaire relaas van een volstrekt gemarginaliseerde marionettenspeler bijna te ellendig om vaker dan één keer te kijken.
Kevin Toma
Te koop op dvd (Moskwood)


Het rode korenveld
Zhang Yimou
Het rode korenveld dat ik een kleine twintig jaar geleden zag was een wondere, werkelijk nieuwe wereld. Kaal, droog en rood; mysterieus, exotisch en primitief; opwindend, wreed en geestig. Het in bloedrood en woestijngeel geschilderde verhaal van een plattelandsmeisje dat rond 1930 in China wordt uitgehuwelijkt aan een schatrijke wijnboer met lepra, maakte een verpletterende indruk. Dit was een nieuw soort cinema, althans voor mij, filmhuisdebutant, en ik kon er niet genoeg van krijgen - en met mij vele, vele westerse filmhuisbezoekers. Regisseur Zhang Yimou en zijn hoofdrolspeelster, muze en echtgenote Gong Li werden supersterren en zouden met de historische (melo)drama's Ju dou en Raise the red lantern nog meer succes hebben. Nu zijn we twintig jaar verder en is Azië het nieuwe Europa van kunstzinnige films. Het rode korenveld terugzien op dvd is zowel een heerlijk weerzien als een diepe teleurstelling. Wat toen nieuw was smaakt nu bekend. Wat ontroerde is nu wel erg melodramatisch. De plotselinge switch van plattelandsidylle, waar weduwe Gong Li een bloeiend bedrijf maakt van haar gerstewijnbrouwerij en gepassioneerde liefde ontdekt, naar brute Japanse oorlogsmisdaden is zo plots dat hij je bijna koud laat. En Zhang Yimou's hang naar mooifilmerij (zie ook zijn martial arts-plaatjesboeken
Hero en House of flying daggers) schurkt dicht tegen kitsch aan. Maar toch. Dat eeuwig wuivende koren, dat door wapperende gordijnen bloedrood gefilterde licht, de eeuwenoude rituelen van het wijnmaken in die woestenij van het Chinese platteland: ze betoveren. En dan is er natuurlijk nog Gong Li, toen een 20-jarige debutante met meisjesachtig pruilmondje, nu acterend in Hollywoodblockbusters als Memoirs of a Geisha en (deze zomer) Miami Vice. Dat Het rode korenveld niet meer voorwereldlijk magisch is als twintig jaar geleden lijkt vooral een kwestie van gewenning. Of moet je zeggen: verwenning.
Rik Herder
Te koop op dvd (A-Film)


Ook op dvd:

The kingdom I+II
Fans wachten naar hun idee altijd te lang op de dvd-release, maar in het geval van Lars von Triers The kingdom I en II duurde het inderdaad wel erg lang. De eerste serie werd al in 1994 op tv uitgezonden en de tweede in 1997. Maar nu is die dvd er dan toch. Riget, zoals het in goed Deens heet, is het bizarre verhaal van een ziekenhuis waar zich langzaam een poort naar een bovennatuurlijke wereld opent. De regisseurs moeten met sardonisch genoegen het gemodder van de artsen in beeld hebben gebracht. Epicentrum van zelfgenoegzaamheid is Stig Helmer, een wrokkige Zweedse neurochirurg die maar niet kan verkroppen dat hij door de medische stand in zijn thuisland is uitgekotst. Zijn enige redding was vluchten naar Denemarken, een land waar de inwoners nog maar net uit hun holen zijn gekropen als we hem moeten geloven. De ene keer staat hij op het dak van het ziekenhuis het Deense tuig te vervloeken, dan weer spuugt hij therapeutische monologen in een wc-pot.
De serie zit vol heerlijke details, zoals een scène waarin de beademingsapparatuur van een operatiekamer niet blijkt te werken omdat een van de artsen de accu van zijn elektrische auto oplaadt. Seances onder patiënten worden afgewisseld door taferelen rond een onthoofd lijk, de avonturen van een groteske baby, half demon-half mens, een satanssekte die kampeert in de kelder van het ziekenhuis en de minister van Volksgezondheid die langs komt voor inspectie. Van patiënten behandelen komt nauwelijks iets terecht. Maar onder alle idiotie lijkt een serieuze ondertoon te zitten, en ik benadruk 'lijkt', want bij Von Trier is de grens tussen serieus en spielerei niet altijd duidelijk. Die ondertoon is de arrogantie van de moderne wetenschap die denkt dat ze alle antwoorden heeft, tegenover de mogelijkheid van een andere, niet logisch verklaarbare werkelijkheid. Omdat de medische stand van oudsher grossiert in zelfgenoegzaamheid was het Deense ziekenhuis een uitgelezen locatie voor een metafysisch drama. En het moet gezegd: de makers wisten de bizarre taferelen meesterlijk te combineren met de clichés van de conventionele ziekenhuissoap: onderlinge liefdesrelaties, ruzies tijdens vergaderingen en artsen die over elkaars rug hogerop proberen te komen.
Er is alleen één probleem. Na de eerste en tweede serie zou nog een derde volgen. Maar die is er nooit gekomen omdat de acteurs die de twee belangrijkste rollen voor hun rekening namen, Ernst-Hugo Järegård als Stig Helmer en Kirsten Rolffes als Sigrid Drusse, inmiddels zelf naar een andere wereld zijn vertrokken. Bummer.
De 'special features' houden niet over maar zijn toch aardig om te bekijken: Lars von Trier praat over de achtergronden van de serie en de acteurs praten over Von Trier. Over die achtergronden: de Deense sterregisseur vertelt dat de 'normale' medische verhaallijnen uit de serie bijna allemaal zijn gebaseerd op de werkelijkheid en dat hij zelfs twee verhaallijnen heeft geschrapt omdat die te bizar waren: één over een betaalde toer door het mortuarium en één waarin een Deens ziekenhuis een lever voor een ander ziekenhuis expres vernietigde om haar eigen transplantatiereputatie op te vijzelen. Het kan dus altijd nog gekker.
Ronald Rovers
Te koop op dvd (Moskwood Media)

Lars von Trier.

Branded to kill/Tokyo drifter
Hij is een ontembaar raspaard van 82 jaar en dit jaar aanwezig op het Filmfestival Rotterdam met zijn nieuwste film, Princess raccoon. De Japanse regisseur Seijun Suzuki zit alweer vijftig jaar in het vak en heeft een onverwoestbare reputatie opgebouwd, met name door de opmerkelijke B-films die hij in de jaren zestig maakte. Met Gate of flesh (1964) en Story of a prostitute (1965) lapte deze non-conformist met zijn wilde haardos veel conventies aan zijn laars, door het als een Sam Fuller op te nemen voor de laaggeplaatsten in de samenleving, binnen het kader van amusante, spannende en indringende genrefilms. Maar vooral Tokyo drifter (1966), Elegy to violence (1966) en Branded to kill (1967) vormen een triptiek die nog steeds ongekend vitaal, hip en simpelweg onweerstaanbaar is.
Suzuki werkte weliswaar binnen het studiosysteem, maar wist toch zijn stempel op zijn karig gebudgetteerde producties te drukken. Met name zijn anarchistische humor en talent voor het oproepen van een duistere en van surrealistische trekjes voorziene sfeer drongen door tot de kern van de films, waarvan de scenario's niet bijster overzichtelijk bleken. De eigenzinnigheid en vindingrijkheid van superstilist Suzuki komen het meest tot uiting in Koroshi no rakuin/Branded to kill. Van deze in CinemaScope en zwart-wit geschoten thriller kregen de hoge omes van de Nikkatsu-studio het zo benauwd dat Suzuki op staande voet werd ontslagen. Het verhaal is ongewoon. Huurmoordenaar Hanada (Jo Shishido, met bolle wangetjes als een Marlon Brando-peetvader avant la lettre) is uit de top vijf van de gangster-hitlist gevallen en wil weer met stip op de nummer één positie terechtkomen. Daartoe dient hij een aantal liquidaties te voltrekken, waarbij hij door een vreemde, nachtmerrie-achtige versie van Japan trekt. Suzuki's uitwerking is ongewoner. De ellipsen zijn niet te tellen en het gangstermilieu is een ander universum, waar schier bovennatuurlijke wetten blijken te gelden. De jazzy stijl en de hallucinante, desoriënterende sfeer doen wel wat denken aan zijn tijdgenoot Jesús Franco, die in hetzelfde jaar de soortgelijke koortsdroom Venus in furs afleverde. Maar in kwalitatief opzicht overstijgt Suzuki vele vakgenoten; het meest spiegelt hij zich hier aan Jean-Pierre Melville's briljante policier Le doulos met de ijzige antiheld Jean-Piere Belmondo. Opmerkelijk is dat Branded to kill uitkwam in hetzelfde jaar als John Boormans cultthriller Point blank, die wel wat overeenkomsten met Suzuki's meesterwerk bevat, maar op de keper beschouwd is de Japanse film veel gedurfder en vernieuwender dan de Amerikaanse.
Als Branded to kill het zwart-wit-equivalent is van een jazzimprovisatie, dan is Tokyo nagaremono/Tokyo drifter een zuurstokgekleurde pop-art heupenwieger van Serge Gainsbourg: bitterzoet en zo kunstmatig dat het vanzelf weer cineastische kunst wordt. Dat is vooral te zien als de ronddolende gangster Testuya Watari zijn liedjes zingt terwijl hij parmantig rondstapt door in de studio gereconstrueerde sneeuwlandschappen. Of wanneer hij in de knettergekke climax afrekent met een paar snoodaards in de nachtclub van zijn liefje - Suzuki levert hierin buitenissige beelden waar een Tarantino alleen maar van kan dromen. De bizarre humor van de regisseur komt hier het best tot uiting met een compleet van de pot gerukte slapstickscène in een zeemanskroeg, waarin Amerikanen op de vuist gaan met Japanse zeelieden en prostituees. Wie zich graag verkneukelt bij de maffe humor van Takeshi Kitano herkent hier een paar superieure dijenkletsers, zoveel is zeker. De dvd's van Branded to kill en Tokyo drifter bevatten helaas geen extra's, maar de beeldkwaliteit en ratio's van de films zijn in orde; dat mag genoeg aanleiding heten om deze twee unicums van de Nippon-cinema te ondergaan.
Mike Lebbing
Te koop op dvd (Total Film Home Entertainment)

Naar boven