Juni 2006, nr 278

Ik wil nooit beroemd worden

De vinger op de zere plek

Sociaal wenselijke antwoorden ontbreken in de prachtige documentaire Ik wil nooit beroemd worden, over de verstandelijk gehandicapte cellist Tobias.

De rol van de familie van de verstandelijk gehandicapte Tobias is fascinerend en confronterend tegelijk. De gevoelens en frustraties waar zij mee kampen zijn eerlijk en angstaanjagend voorstelbaar. Zijn broer zegt niet te hopen dat Tobias ooit nog eens een hartstilstand krijgt. "Dat is natuurlijk niet helemaal waar," voegt hij er aan toe. "Oh mijn god, de komende twintig jaar eens per week naar die instelling toe." Zijn zus: "Ik ben zijn bewindvoerder dus werk ik thuis veel voor hem. Daar kan ik het feit dat ik wat minder naar hem toe ga, mee afkopen." Regisseur Mercedes Stalenhoef legt met deze uitspraken de vinger precies op de zere plek en weet sociaal wenselijke antwoorden te omzeilen.
In Ik wil nooit beroemd worden zien we Tobias' leven in de instelling waar hij woont. In zijn 'vorige' leven was hij cellist, nu wordt hij gewekt, gedoucht en gevoerd. Zijn welbespraakte moeder probeert zonder morsen een kop thee aan Tobias te voeren. En zijn broer en vriend pesten hem een beetje met zijn muzieklessen. Voor Tobias zijn die lessen zijn enige contact nog met muziek. Stalenhoef vermengt de beelden van Tobias nu, met Tobias vroeger op het podium. Vaak gebruikt ze voor scènes waarin een emotie van de huidige Tobias aan bod komt - woede, verdriet, nadenken over de dood - een scène uit een muziekstuk waarin hij speelde.
Stalenhoef legt niet alleen de gevoelens van de familie bloot maar ook de onderlinge verhoudingen en de mankementen in het gezin. Broer en zus zeggen het beiden: de druk om te presteren was in het vroegere gezin erg groot. Ik wil nooit beroemd worden is bovendien een heel ontroerende documentaire. Als Tobias moet verhuizen naar een andere instelling - zijn moeder wil dat hij meer met muziek doet - huilt hij tranen met tuiten omdat hij zijn vriendin achterlaat. Stalenhoef had groot gelijk om Tobias als onderwerp voor haar film te kiezen. Door de verschillende lagen in haar verhaal is Ik wil nooit beroemd worden een prachtig geheel.

Lotte de Wit

Nederland, 2005
Productie: Selfmade films
Regie en scenario: Mercedes Stalenhoef
Camera: Peter Brugman, Erik Empel
Montage: Gys Zevenbergen
Geluid: Bouwe Mulder
Kleur, 75 minuten
Distributie: A-Film
Te zien: vanaf 15 juni


Dialoogoefening

Een Gouden Kalf én de NPS-Prijs voor de Beste Korte Film won Esther Rots (1972) op het Nederlands Film Festival voor haar derde korte film Dialoogoefening no.1: Stad. Daarin baant een jonge vrouw (Jara Lucieer) zich een weg door de stad en haar gedachten. Het is een monologue intérieur die wordt uitgelokt door haar omgeving: ziedaar de dialoog. Het innerlijk verzet dat een babbelzieke buurman, stinkende vuilniszakken en hinderlijke verkeersregels oproepen is o zo heerlijk herkenbaar. Om het kleine, sluipende onrecht dat haar wordt aangedaan recht te zetten, droomt de vrouw zichzelf een confrontatie met een politieagent. Net als in haar eerste twee korte films (Speel met me, 2001 en Ik ontspruit, 2003), die beiden meedongen naar een Gouden Palm in Cannes, spint Rots in Dialoogoefening een ritmisch web van beeld en geluid waarin ze de grillige gevoelswereld van haar vrouwelijke hoofdrolspeelster vangt. (Karin Wolfs)
Te zien: vanaf 15 juni als voorfilm bij Ik wil nooit beroemd worden

Naar boven