September 2006, nr 280

Homo Opportunis

Paul Verhoeven en de Tweede Wereldoorlog

Met Zwartboek keert Paul Verhoeven terug naar bekend terrein: het landschap van de Tweede Wereldoorlog dat door opportunisme en verraad kapot werd geschoten. Maar toont hij ook iets wat we nog niet eerder van hem zagen?

In 1967 was het maken van een documentaire over NSB-voorman Mussert een hachelijke zaak. NSB-ers waren schoften en wie zich afvroeg waarom ze hadden geheuld met de vijand was zelf een halve antisemiet. Rijkshistoricus Lou de Jong maakte in 15.974 pagina's duidelijk waar de grenzen lagen tussen goed en slecht, en legde dat op tv nog even haarfijn uit, met aanwijsstok in de hand. Op een film over de gehate Anton Mussert zat niemand te wachten. Een prima onderwerp dus voor Paul Verhoeven: aankomend filmregisseur, zwartkijker, oorlogs-obsessieveling en toekomstig shockeur der natie.

Moraalmeter
"Met het televisieportret had ik de bedoeling om kanttekeningen te maken bij het bestaande beeld van Mussert en de NSB", vertelde Paul Verhoeven in de biografie van Rob van Scheers. "Noem het maar ontmythologisering: Mussert en de NSB waren niet zozeer een geraffineerde club wolven, maar eerder een verzameling bezorgde, kleine burgermannetjes." Maar zelfs de progressieve VPRO durfde de film aanvankelijk niet uit te zenden. De angsthazigheid bleek ingegeven door een advies van de nationale moraalmeter, de alom tegenwoordige De Jong. Pas nadat hij twee jaar op de plank stof had liggen vangen werd de film alsnog uitgezonden.
Pas eind jaren zestig, begin jaren zeventig werden de eerste schilvers van het solide zwart-wit beeld van de oorlog gehakt. Het stilzwijgend wederopbouwen was voldaan, de kinderen van de nieuwe welvaart begonnen hun ouders 'kritiese' vragen te stellen. Mama, waarom was oom Gerard 'fout'? Papa, waarom werd in Nederland het hoogste percentage Joden van West-Europa vernietigd?
Pas begin jaren tachtig vergruisde ook de officiële geschiedschrijving, toen professor Hans Blom de termen goed en fout bij het grofvuil zette en een nieuw begrip bedacht: accommodatie. Aanpassen, een beetje met de bezetter meegeven, om later weer wat weerstand te bieden, zo probeerden alle lagen van de bevolking zich te redden: van burger tot bestuur. Soms gebeurde dat meewerken uit goede bedoelingen, met vaak tragische gevolgen, zoals blijkt uit een onderzoek naar burgemeesters in oorlogstijd. Maar veel vaker simpelweg uit lijfsbehoud, pragmatisme en opportunisme.

Hypocrisie
Voor Paul Verhoeven kwam dat inzicht dat de mens niet door een hogere moraal wordt geregeerd veel eerder. De hypocrisie van de burgermoraal kende hij al van jongs af aan: hij was namelijk bevriend met het zoontje van NSB-ouders die door de hele buurt werd genegeerd, en zijn eerste kus kreeg hij van de dochter van een WA commandant. De jonge Paul snapte niet waarom deze kinderen op het gedrag van hun ouders werden aangekeken, en kon er zich behoorlijk over opwinden - een karaktereigenschap waar we veel moois aan hebben te danken.
Want morele hypocrisie en opportunisme zouden de hoofdlijnen van zijn oeuvre worden. De mens is een egoïstisch monster dat als het uitkomt alles en iedereen laat vallen voor zijn eigen welbevinden. Van Keetje Tippel tot Basic instinct, van Spetters tot
Hollow man: Verhoeven maakt zich geen illusies over de alles verpletterende lawine van het eigenbelang.
Tien jaar na zijn Mussert-film, maakte Verhoeven de oorlogsfilm Soldaat van Oranje, gebaseerd op de memories van verzetsheld Erik Hazelhoff Roelfzema. Onder begeleiding van een heroïsch deuntje rolt Erik van de ene spionageactie in de andere, bombardeert lachend Duitsers burgers, verliest al zijn vrienden en verleidt en passent hun vriendinnen om uiteindelijk als held aan de rechterzijde van Koningin Wilhelmina in een bevrijd Nederland te landen.
Maar Erik is geen verzetsheld, zegt Verhoeven: hij is gewoon een avonturier. Zijn motto: 'beetje oorlog, best spannend!' Dat diens studievriend Alex aan de verkeerde kant van de geschiedenis belandt - bij de SS - is eerder aan het toeval te wijten dan aan een slechte inborst. Het had net zo goed andersom kunnen zijn, zo suggereert Verhoeven in de prachtige tango tussen Erik en Alex. Ook de overige rollen van de vriendenclub worden subtiel verschoven - de Joodse Hans is de meest gedrevene en agressieve van het stel, in weerwil van het beeld van de makke Joden; en het enige echt toegewijde lid van de ondergrondse wordt uiteindelijk de verrader, nadat de moffen hebben gedreigd zijn Joodse vriendin op transport te stellen.

Grijs boek
Tegenwoordig is het gemeengoed dat ons verleden grijs is. Volgens de een wat lichter, volgens de ander wat grauwer, maar evengoed grijs. De boekenplanken waar vroeger De Jongs 'Het Koninkrijk der Nederlanden' stonden, worden nu bezet door romans waarin uitgebreid het foute verleden van al die literaire vaders wordt beschreven. We zagen Hitler al in kleur, keken massaal naar het mens achter het monster - in een Duitse film nota bene. In welke nieuwe kleuren kan Verhoeven ons verleden nu nog schilderen? Wat kan hij met Zwartboek nog toevoegen?
Niet veel, helaas. Alles voelt bekend, ook al is de toon cynischer, ratelen de machinegeweren harder, zijn de bloedvlekken levensechter, is de aankleding grootser, echter en gedetailleerder. Maar het verzet blijft een jongensachtige rebellenclub - ook al doen er nu vrouwen in mee - waar na een mislukte overval de jenever vrolijk rondgaat ('môge'! klinkt de proost vertrouwd). Er zijn klassieke smerige moffen en ook goede, vriendelijke Duitsers - maar het troebele gebied daartussenin krijgen we niet te zien. De ambiguïteit van Soldaat van Oranje - vechten voor God en vaderland, maar alleen als het een kick geeft - ontbreekt.
Het kleine heulen met de vijand door marcherende soldaten bloemen aan te bieden, het terloopse antisemitisme van de man in de straat: het was ook al in Soldaat te zien.
Gelukkig valt er tussen al het voortrazende plotgeweld nog wel te genieten van een paar subversieve Verhoeven pareltjes: de Joodse Rachel die op haar onderduikadres pas mag mee-eten als ze een zin uit de bijbel heeft geciteerd. Of Rachel die voor de nazi's moet zingen, en tot haar walging ontdekt dat de pianist dezelfde man is die haar familie uitmoordde. En de verrader die voor verzetsheld wordt aangezien en zich cynisch laat toejuichen door het uitbundig feestvierende volk.
Het meest overtuigend element van Zwartboek is de roodharige slet Ronnie (Halina Reijn), een rasopportunist die zich in de armen werpt van elke man die haar champagne en sieraden geeft. Na de bevrijding verruilt ze haar nazi even makkelijk voor een lekkere Canadees. Dat zij de enige is die de oorlog ongeschonden doorkomt mogen we vintage Verhoeven noemen: een eerbetoon aan de Homo Opportunis.

Rik Herder


Zwartboek

Is dit alles?

De verloren zoon was terug. Eindelijk. Het had wat voeten in de aarde, wat gekrakeel hier en daar, maar hij was terug in Europa, klaar om zijn subversieve boodschap te verkondigen, zoals hij dat in het verleden al zo vaak en met zoveel succes deed.

En zie! De mensen geloofden hem blindelings. Ze gaven hem geld en alleen al op zijn naam kon hij de duurste en tegelijkertijd succesvolste film uit de Nederlandse geschiedenis maken, over een onderwerp waar hij zich al zo lang mee bezig hield: het subversieve gedrag van de Nederlanders aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, zeg maar: de achterkant van het Achterhuis.
Maar wat zien ik? Is dit naar Venetië gestuurd? Dit... dit... conventionele thrillertje?
In Amerika was hij Europees en in Europa is hij Amerikaans; dat wordt scoren tijdens de komende Oscars. Rachel Steinn (een naar de jonge Marlène Dietrich gestylde Carice van Houten) is een overlever die, als de boerderij met haar onderduikadres wordt opgeblazen, geen traan laat om de doden en meteen de draad weer oppakt. Logisch in oorlogstijd en typisch voor Verhoeven. Voorbij het goed en kwaad, liefst via het goed en kwaad. Maar Rachel is hoofdzakelijk goed, en ontpopt zich in Zwartboek meer en meer tot een naïeve en nooit al te schuldige verzetsheld, die zo haar talenten heeft en daar op momenten als het moet, handig gebruik van kan maken; maar die ook nog zoiets als gevoelens heeft. Eigenlijk een heel gewoon meisje dus. Daar tegenover staat Ronnie (Halina Reijn) die als een ware hoer met alle winden mee waait. En wat is overleven meer dan het eigenbelang vooropstellen?
Ronnie is het zwarte boek, maar veel meer dan een stofomslag van lachen en zuipen krijgen we van haar niet te zien. Verhoeven en scenarist Gerard Soeteman richten zich steeds maar op dat engeltje, in scènes die al eindeloos in eerdere films te zien waren. Weer die beelden van de bezetting, de bevolking die lijdt, de oorlogstaferelen, het oude jongens krentenbrood van het verzet...waar is hier in jezusnaam dat grijze verleden gebleven? Zit dat in de oprechte liefde van Rachel voor de Duitse SD soldaat Müntze (Sebastian Koch)? Is dat alles? Is dit het verhaal dat hij ons na al die jaren komt vertellen?
Dat hele goed-fout thema is niet meer dan een goedkope plotwending. Na grofweg anderhalf uur is de oorlog - eindelijk - afgelopen en is plotsklaps niets meer wat het lijkt. Dubbelspionnen, verraad en nog wat van die elementen uit goedkope thrillerpockets passeren de revue, zonder dat Verhoeven er ook maar iets persoonlijk-subversiefs aan toe kan voegen, want ook die emmer met stront kennen we nu wel. Conventioneel, het is een woord dat nooit met hem in verband gebracht kon worden, maar Zwartboek maakt het waar: al die dichtgeplamuurde Spielberg-muziekeffecten, de overdadige aandacht voor art direction en make up, de vaak gênant bedachte bijrollen vol bordkartonnen clichés; het kan zo de menslievende bühne van Joop van de Ende op. Dames en heren, hier is voor u: 'Zwartboek, de musical!'
De verloren zoon kwam terug met lege handen.
Nog nooit leek hij zo oud.

Mike Naafs

Zwartboek
Nederland, 2006
Regie: Paul Verhoeven
Productie: San Fu Maltha
Scenario: Gerard Soeteman, Paul Verhoeven
Camera: Karl Walter Lindenlaub
Montage: Job ter Burg, James Herbert
Art Direction: Wilbert van Dorp
Muziek: Anne Dudley
Met: Carice van Houten, Thom Hoffman, Halina Reijn, Derek de Lint, Johnny de Mol, Michiel Huisman, Dolf de Vries
Kleur, 135 minuten
Distributie: A-Film
Te zien: vanaf 14 september

Naar boven