September 2006, nr 280

Jasmila Zbanic

Achter Bosnische deuren

20.000 Bosnische vrouwen die tijdens de oorlog in Servische gevangenkampen werden verkracht, kregen pas vorig jaar officieel de status van oorlogsslachtoffer. De woede over zoveel onrecht heeft Jasmila Zbanic omgezet in de film Grbavica. Haar debuut werd in Berlijn bekroond met een Gouden Beer.

Jasmila Zbanic.

"Het leven in Sarajevo lijkt op het eerste gezicht redelijk normaal", vertelt Jasmila Zbanic aan de Filmkrant op het Filmfestival Berlijn. Kroegen, winkels en bioscopen zijn al weer jaren open. "Maar onder de oppervlakte zit de pijn." Grbavica is daar een goed voorbeeld van. Tijdens de oorlog was deze wijk in Servische handen maar in het Verdrag van Dayton werd besloten dat dit deel van Sarajevo weer onder Bosnische controle moest komen. De Serviërs die er nog woonden, trokken massaal weg om plaats te maken voor vluchtelingen uit het oosten van Bosnië. Vluchtelingen uit plaatsen als Srebrenica. Nu is de buurt weer rustig, de markt is weer open. Maar wie achter de deuren doorvraagt, stuit op gruwelijke oorlogsverhalen.
Tijdens de oorlog woonde Zbanic aan de 'goede' kant van de Miljacka-rivier. "Vanuit mijn appartement in Marijin Dvor kon ik Grbavica zien liggen. Het riep gemengde gevoelens bij me op. Ik had medelijden met de mensen die daar nog zaten. Die woonden in een soort concentratiekamp want ze konden niet weg. Ze leefden met het idee dat ze elk moment door soldaten konden worden weggevoerd." Maar Zbanic was ook bang voor Grbavica. Voor de kogels die daar vandaan konden komen, maar meer nog voor de verhalen. "Mensen die er in slaagden de andere kant van de rivier te halen, vertelden over meisjes die waren meegenomen naar Kula Prison, waar ze werden verkracht. Meisjes van 14, 15 of 16 jaar."

Woede
De nieuwe bewoners van Grbavica, de vluchtelingen die er na de oorlog neerstreken, werden niet door iedereen met open armen ontvangen. Ze werden in de stad 'papci' (geitenhoeven) genoemd, dat zoveel betekent als provinciaaltjes. Het waren voornamelijk boeren, die een heel ander leven gewend waren dan de meer mondaine stedelingen van Sarajevo. Zo waren er ineens kippen te zien in de tuinen van Grbavica.
Maar Zbanic voelt zich al sinds lang verbonden met deze mensen. In 1992 arriveerden twee bussen met vluchtelingen uit het oosten van Bosnië in de stad. De vrouwen in de bussen waren door de Serviërs maandenlang in kampen verkracht. Ze werden opgevangen in een schoolgebouw in Marijin Dvor, bij Zbanic om de hoek. "Hun verhalen waren een schok voor me. Ik was toen achttien jaar oud en sindsdien ben ik niet meer opgehouden erover na te denken." Jarenlang liep Zbanic met het onderwerp rond. "Ook al was ik met iets anders bezig, het zat altijd in mijn achterhoofd. Soms was het een paar maanden weg. Maar het kwam altijd weer terug."
Dus lag het voor de hand iets met het onderwerp te doen. Maar Zbanic deed het niet. "Ik was bang de slachtoffers te beschadigen als ik ze voor de camera zou slepen. Als je zo'n onderwerp goed en professioneel wilt aanpakken, kom je op een punt dat je moeilijke vragen moet gaan stellen. Dat wilde ik die vrouwen niet aandoen." Het moest dus fictie worden. Al was het maar omdat de betrokken vrouwen dan zelf zouden kunnen kiezen of ze de film wilden zien. Helaas was de eerste versie van het scenario volgens haar begeleiders veel te zwartgallig. "Haris Pasovic (gerenommeerd Bosnisch theaterregisseur, JS) zei tegen me; 'Je vermoordt het publiek! Je jaagt ze de zaal uit!'" Die eerste versie kwam voort uit de woede die Zbanic voelde over wat deze vrouwen tijdens, maar ook na de oorlog is overkomen. Eerst verkracht, en daarna door veel landgenoten met de nek aangekeken. "Ik las Virginia Woolf er nog eens op na. Zij zegt dat je eerst over je woede heen moet komen, voordat je kan gaan schrijven."

Machismo
Na jarenlang met het onderwerp te hebben rondgelopen, bleek uiteindelijk de geboorte van haar kind de sleutel waar Zbanic naar zocht. "Het zette mijn hele leven op zijn kop, met alle nieuwe emoties die daar bij horen. Mijn kind is een liefdesbaby. Ik vroeg me af hoe het zou zijn om een kind te krijgen dat is geboren uit haat. Zou zo'n moeder ooit in staat zijn om iets te voelen dat lijkt op mijn gevoelens?" Die vraag verklaart waarom Grbavica begint als een bijna normaal verhaal over een alleenstaande moeder en haar dochter. Het lijkt een kitchen sink-drama dat evengoed in Nederland of Engeland had kunnen worden gemaakt. Maar langzaam maar zeker wordt de kijker verder in het moeras van oorlogsleed getrokken. "Het is net als het leven in Sarajevo. Op het eerste gezicht lijkt er niks aan de hand", zegt Zbanic.
Zbanic schetst een somber beeld van de Bosnische samenleving. Het is een samenleving die weinig van de oorlog lijkt te hebben geleerd. Sarajevo wordt nog steeds gedomineerd door mannen met een onguur uiterlijk die zo kunnen meespelen in een B-film. Het is het machismo dat het land ooit ten gronde richtte en dat nog steeds alom tegenwoordig is. De enige man in de film met enig medeleven in z'n lijf besluit het land te verlaten. Voor Zbanic is emigreren geen optie. "Het is geen pretje om in Bosnië te leven. Voor een filmregisseur zijn er veel praktische problemen. Maar erger is de politieke situatie. Bosnië is nog altijd in de greep van het nationalisme en de angst. Maar vertrekken, nee. Ik heb vrienden, kunstenaars, die naar de VS zijn vertrokken en daar redelijk succesvol zijn. Een kunstenaar hoeft dus niet per sé in zijn eigen omgeving te blijven. Maar toch. Dit is de plek waar ik leef. Waar ik misschien lijdt. Maar ook de plek waar ik plezier maak en liefheb."

Fascisme
Een pikant detail: De hoofdrolspeelster, de Bosnische vrouw die door Serviërs is verkracht, wordt gespeeld door Mirjana Karanovic, een Servische. Is dat opzet? Probeert de regisseur de stereotypen te onderbroken waar haar land zo onder gebukt gaat? Zbanic ontkent. "Eerst zocht ik naar actrices in Bosnië. Niet omdat ik een patriot ben, maar dat is productioneel een stuk handiger - dan hoef je geen tickets en hotelkosten te betalen. Maar ik kon niemand vinden. Daarna zocht ik in Slovenië en Kroatië en uiteindelijk in Servië en zo kwam ik uit bij Mirjana. En ze is echt geweldig, ze is één van de beste actrices uit het voormalige Joegoslavië. Het maakte me niet uit waar ze vandaan kwam. Maar achteraf ben ik er wel blij mee dat ze uit Servië komt, ook omdat ze zich heeft verzet tegen Milosevic. Ze heeft gedemonstreerd, haar mond opengetrokken. Het bewijst dat niet iedereen in Servië voor die fascistische ideologie was. Het bewijst dat we samen kunnen werken en samen kunnen leven. En dat alleen idioten een probleem hebben met elkaar, niet hele volken."

Jeroen Stout


Grbavica

Kom vanavond met verhalen

Als de oorlog is afgelopen en de mannen dood zijn, dan blijven de vrouwen over. Grbavica vertelt hoe die vrouwen in hedendaags Sarajevo met de daden van die mannen verder moeten leven.

Sara is een mooi bozig meisje en Esma is haar moeder. Een vermoeide moeder en een meisje zoals overal ter wereld waar meisjes hun jongensachtige trekken verliezen en veranderen in jonge vrouwen die op een dag zelf ook moeder moeten zijn en daarom nu hun moeder haten. Haten omdat ze boven de tafelrand zijn uitgegroeid en nu het leven in de ogen moeten kijken. Haten omdat ze zijn opgegroeid in een land vol oorlog. Haten omdat ze arm zijn. Haten omdat hun armen en benen te lang zijn geworden om op schoot te worden genomen.
'Sarajevo, heden' heeft er boven het scenario van Grbavica gestaan, een film die heet naar de wijk waar hij zich afspeelt, omdat het die plek is die de levens van zijn hoofdpersonen determineert. Meer dan het feit dat ze (alleenstaande) moeders en dochters zijn. Meer dan dat ze in Sarajevo leven, verscheurde stad, waar alles wat na de oorlog weer is opgebouwd fragiel als papiersnippers is. Grbavica (letterlijk: gebochelde vrouw) is de buurt die debuterend regisseuse Jasmila Zbanic (1974) uit het raam van haar appartement kon zien: een wijk van Sarajevo waar tijdens de Joegoslavische burgeroorlog vrouwen werden opgevangen die door het Servisch-Montenegrijnse leger waren misbruikt.

Grondtoon
De stemmen van de tienduizenden Bosnische vrouwen die tijdens de burgeroorlog stelselmatig werden verkracht als onderdeel van de etnische zuiveringsstrategieën van de Serviërs klinken als grondtonen door de hele film heen. Dat de verhouding tussen Esma (vaste Emir Kusturica-actrice Mirjana Karanovic) en Sara verstoord is door iets wat er in die oorlog is gebeurd, en dat beide vrouwen hun relaties met mannen weer moeten herdefiniëren is van meet af aan duidelijk. Iets te duidelijk zelfs, in een tamelijk programmatisch opgebouwd scenario en adequate cameravoering die het beeld, en de toeschouwer zelden ruimte geeft zelf naar openingen te zoeken. Dat de film eerder dit jaar in Berlijn een Gouden Beer won zegt dan ook eerlijk gezegd meer over de kwaliteit van de rest van de competitie, dan over de film zelf.
Grbavica scoort vooral op emotionaliteit. En misschien was die ook wel zo groot dat die niet anders dan in een verder tamelijk traditionele film te temmen was. Immens is de impact van de scène waarin Esma na haar werk als serveerster in een groezelige nachtclub bij het ochtendgloren door de portier naar huis wordt gereden en zij elkaar vertellen hoe ze dag in dag uit bij het mortuarium kwamen om de doden te identificeren. Zij vond haar vader. Hij nog niet.
En neem dan de eindelijk stille beelden van Sarajevo in de winter. Sarajevo in de sneeuw. Het wit verzacht de oorlogswonden. "Sarajevo, we groeiden samen op, stad, jij en ik", zingt Sara in de bus waarmee ze ten slotte het beeld, de film uitrijdt, open naar de toekomst. "Sarajevo, mijn lief, jij hebt je liederen en ik zal ze zingen."

Dana Linssen

Grbavica
Oostenrijk/Bosnië-Herzegovina/Duitsland/Kroatië, 2006
Productie: Barbara Albert, Damir Ibrahimovich, Bruno Wagner
Regie en scenario: Jasmila Zbanic
Camera: Christine A. Maier
Montage: Nikki Mosböck
Muziek: Enes Zlatar
Kleur, 90 minuten
Met: Mirjana Karanovic, Luna Mijovic, Leon Lucev, Kenan Catic
Distributie: Cinemien
Te zien: vanaf 7 september

Naar boven