Oktober 2006, nr 281
Alexis Dos Santos (foto: Felix Kalkman).
'Let me go ó-ó-ó-n... like a blister in the sun'. Na het zien van het Argentijnse speelfilmdebuut glue, op het afgelopen Filmfestival van Rotterdam, was het in galop naar de platenzaak. Het popliedje 'Blister in the Sun' viel zo perfect samen met de zalig zomerse sfeer van glue, dat het speciaal voor de film leek gemaakt. Fout. Een paar heren uit Milwaukee die zichzelf en hun eerste plaat 'Violent Femmes' hadden gedoopt, hadden het liedje al zo'n kwart eeuw geleden in omloop gebracht. Mooie benamingen waren er ook voor de heren muzikanten. Rock-dadaïsten. Blues-kubisten. En wat heerlijk dat deze Amerikaanse grootvaders van de folk-punk nu via de koptelefoon van een Argentijnse tiener te horen waren, ravottend en tongzoenend ergens in Patagonië, aan het einde van de wereld.
Het punkige jongetje in de film heet Lucas en speelt zelf ook in een bandje, precies zoals Alexis Dos Santos, de 34-jarige scenarist, regisseur, producent, cameraman en editor van de overrompelend leuke debuutfilm glue. "Praat alsjeblieft niet over de muziek", smeekte Dos Santos nog bij de wereldpremière in Rotterdam, "ik heb de rechten niet geregeld." Gelukkig voor de regisseur is 't inmiddels in orde. De heren van 'Violent Femmes' hebben de film gezien, en zijn zo trots, dat ze er niets voor terug hoeven.
Chocomel
Na een beetje aandringen verklapt Dos Santos ook de naam van zijn eigen bandje, Casa Barata. Hij maakt een wegwerpgebaar, en zegt dat het niet meer is dan wat gepingel, maar dat hij met zijn muzikale achtergrond waarschijnlijk wel wat bewuster met muziek en geluid is omgegaan.
Dos Santos: "De monologen van de jonge acteurs die je soms over de beelden heen hoort, zijn van te voren opgenomen met een bandrecorder. Ik had gevraagd of de hoofdrolspelers - twee jongens en een meisje - hun gedachten in wilden spreken, zodat ik een beetje een idee kreeg van hun leefwereld. Het was niet de bedoeling om die tapes te gebruiken, maar ze bleken zo ontroerend en zo oprecht, dat ik ze in de film heb gemonteerd. Het zijn mijmeringen over de oorsprong van het leven, over het heelal, maar ook zorgen over okselhaar."
Met glue wilde Dos Santos zo dicht mogelijk bij zijn eigen tienertijd komen in een woestijngehucht in Patagonië. In 1978 was hij met zijn ouders gevlucht voor de militaire dictatuur, en vanuit Buenos Aires in het diepe zuiden van Argentinië terechtgekomen. Later verhuisde hij naar Barcelona, waar hij scenario's leerde schrijven, en daarna woonde hij in Londen, waar hij aan de filmschool studeerde en korte films maakte. Zijn eerste speelfilm - gefinancierd met hulp van het Hubert Bals Fonds - voelt nu als een herinnering aan zo'n lange warme zomer waarin het er maar eens allemaal van moet komen. Pornofilms kijken, lijm snuiven, vrijen met z'n drieën. En het leuke is: het is allemaal zo ontzettend onschuldig, en grappig bovendien. De scène waarin ze onwennig met z'n drieën op bed zitten, chocomel drinken en het 'open/closed'-spelletje spelen, is van een hartverscheurende schoonheid. Een korte film op zich.
Speels
Dos Santos: "Het hielp dat de jonge acteurs elkaar al kenden van de toneelschool, en dat ze zich al bij elkaar op hun gemak voelden. We hebben ook veel improvisaties gedaan, en dat was ook goed voor een losse sfeer, en voor de betrokkenheid. Het experiment moest eigenlijk steeds voorop staan, daarom heb ik digitaal gefilmd, en op super 8, en de boel daarna opgeblazen naar 35 mm. Het resultaat is een vreemde, korrelige structuur die goed past bij de herinnering, die is ook niet haarscherp. gummo van Harmony Korine was wel een inspiratiebron. Een van mijn editors - Ida Bregninge - heeft voor Korine gewerkt, misschien is die ervaring doorgesijpeld."
Als belangrijke hedendaagse filmmakers noemt Dos Santos verder de dames Lucrecia Martel en Lynne Ramsay. En zijn hart gaat vooral uit naar de Aziaten. Wong Kar-wai, Tsai Ming-liang, Apichatpong Weerasethakul, Pen-ek Ratanaruang, en speciale vermelding verdient volgens hem de Japanse coming of age-film all about lily chou-chou van Shunji Iwai.
Over zijn literaire held, de Argentijnse schrijver Manuel Puig, raakt Dos Santos ook niet uitgepraat. Een deel van de speelse sfeer van zijn film wil hij wel aan de romans van Manuel Puig toeschrijven. "Ik ben lang geobsedeerd geweest door de manier waarop hij in de hoofden van zijn personages kon gaan zitten, met die monologues interieurs. Wong Kar-wai heeft goed begrepen hoe je dat naar film kunt vertalen."
En J.T. LeRoy wil hij ook graag roemen. De obscure Amerikaanse schrijver die als tienerhoer in de drugsscene van San Francisco zou hebben gezeten, was als literair wonderkind binnengehaald, en dit jaar een literaire bedrieger gebleken. Dos Santos: "Misschien was die achtergrond in de prostitutie met drugs en aids verzonnen, maar dat zegt toch alleen maar meer over de inventiviteit van de auteur?"
Belinda van de Graaf