Februari 2007, nr 285

Bruno Dumont over flandres

Vlaamse primitieven

Bruno Dumont maakt na la vie de jésus, l'humanité en twentynine palms weer een vreemde, tragische film, flandres, die in Cannes de Grote Juryprijs won. "Ik heb de oorlog nodig om de liefde invoelbaar te maken."

Aan het eind van het interview zal Bruno Dumont zich tegenover de aanwezige journalisten verontschuldigen. "Ik ben niet tevreden met wat ik u vertel. Het is moeilijk om in woorden uit te drukken wat ik voel. Uit uw vragen proef ik dat u op zoek bent naar dezelfde emotie, maar dat ook u er niet in slaagt de juiste woorden te vinden."
Sommige zaken zijn beter in beeld uit te drukken. Het is maar goed dat er zoiets als Cinema bestaat.

Zou het verhaal zich alleen in Flandres, in Frans-Vlaanderen kunnen afspelen?
Flandres is geen bewuste keuze geweest. Als ik Duits was geweest, had ik voor Duitsland gekozen. En als Nederlander voor Nederland. Een filmmaker moet een locatie kiezen. Maar de plaats zelf is niet zo belangrijk, zo lang het landschap maar niet te mooi is. Het moet 'gewoon' zijn. Net als de boerderij. Die is op zichzelf ook niet interessant. Maar het is wel een plek die een uitdrukking geeft aan de psyche van de personages.

Heeft het landschap invloed op de personages, en op de mens in het algemeen?
Uiteraard. Ik heb ook met acteurs uit de streek gewerkt, omdat ze een zekere harmonie met hun omgeving hebben. In dit geval heb ik acteurs gecast in een straal van 15 km om de locatie. 20 km vond ik al te ver. Dan is het accent niet meer hetzelfde.

Bestaat er zoiets als een Vlaams karakter?
Het gaat mij niet om de politieke vraag of iemand Vlaams is of Waals. Ook al is dat voor velen wel belangrijk. Cinema is een metafoor. Het is een spirituele zoektocht. Maar het spirituele kun je niet filmen. Ik probeer uitdrukking te geven aan een bepaalde emotie. Om het hart van het publiek te raken heb je personages nodig. Als ik het gezicht van Barbe film, probeer ik iets anders te bereiken. Iets wat je niet kunt zien, maar wel kunt voelen. Dat geldt ook voor het landschap. Het is een vehikel voor wat ik uit wil drukken.

Bestaat er zoiets als een Vlaams karakter?
De Vlaming heeft een bepaald karakter, ja, een bepaalde mentaliteit, en een bepaalde manier van uitdrukken.

Hoe zou u dat Vlaamse karakter omschrijven?
Primitief. In de goede zin van het woord, zoals de Vlaamse primitieven.

U doelt daarmee op een stroming binnen de schilderkunst. Voelt u zich daarmee verbonden?
Zeker, die schilderijen raken me diep. Démester, [de mannelijke hoofdrol], is een Vlaamse primitief.

U bent geboren in Vlaanderen. Woont u er nog altijd?
Ik heb mijn jeugd in Vlaanderen doorgebracht, mijn puberteit. Ondertussen woon ik aan de kust, aan de Opaalkust bij het Kanaal. Maar mijn familie woont er nog altijd, in Bailleul. Ik kom er nog regelmatig. Démester, dat ben ik. Hij weerspiegelt mijn gevoeligheden. Hij is de uitdrukking van mijn Vlaamse ziel. Het is iets dat binnen in mij zit, iets dat ik ook moeilijk kan verklaren of begrijpen. Ik denk dat ik dat zelfs niet wil. Ik heb het landschap ook niet zelf gekozen. Het landschap koos mij.

In eerste instantie dacht ik, dit is een reactie op de oorlog in Irak.
Als ik vandaag een film over oorlog maak en ik zet een soldaat in de woestijn, dan is het logisch dat iedereen aan Irak denkt. Ik begrijp dat de kijker zijn eigen bagage meeneemt naar de bioscoop. Maar ik wil me niet laten beperken door politiek, ik ben niet geïnteresseerd in de Geschiedenis met een hoofdletter G. Ik heb ook niet de pretentie met deze film antwoorden te geven op grote politieke vragen. Mijn intenties liggen meer op het metafysische vlak.

Als deze film geen reactie op de oorlog in Irak is, waar komt het idee dan wel vandaan?
Ik heb verslagen gelezen van veteranen uit de Algerijnse oorlog. De verkrachtingsscène, daar heb ik beelden van gezien. Het is een assemblage van verschillende oorlogen. Van Irak, de Eerste Wereldoorlog, de strijd in Afghanistan.

Waar begon u mee, met Vlaanderen of de oorlog?
Met Vlaanderen. Maar ik heb een film over de liefde willen maken. Daar had ik de oorlog voor nodig, om de liefde invoelbaar te maken.

De seksscènes in de film hebben iets leegs. Alsof de personages niet in staat zijn tot echt contact.
Cinema is niet de plek waar je leert hoe je de liefde moet bedrijven. Integendeel. Wat ik doe is een scène leegmaken, zodat de kijker het met zijn eigen ogen kan zien, kan invullen. Als je seksualiteit realistisch laat zien, betekent het helemaal niets. Niemand wil dat zien. Ik gebruik het om iets uit te drukken. En daarom moet het gedeformeerd worden.

Wat is het verband tussen liefde en seks?
Er is niet echt een onderscheid tussen liefde en seks. Seks is een expressie van liefde. Seks is de mooiste manier om de liefde uit te drukken. Natuurlijk probeert een man de vrouw te penetreren als ze de liefde bedrijven. Maar haar echt penetreren zal hij nooit kunnen. Dat is tragisch, maar ook mooi. Het is juist mooi omdat het tragisch is.

Wat is daar tragisch aan?
Het is tragisch omdat een koppel dat de liefde bedrijft de wens heeft om te versmelten, om één te worden. Maar dat zal nooit lukken. Het zijn twee lichamen, en het zullen altijd twee lichamen blijven.

Als Demester in de woestijn oorlog voert, gaat Barbe naar het ziekenhuis. Later vertelt ze hem dat ze toen wist wat er daar met hem gebeurde. Is dat een vorm van telepathie?
Dat laat ik aan de kijker over. Maar Barbe is een sensitieve en intuïtieve vrouw. Als zij in het ziekenhuis is voelt ze oorlog als het ware in haar lichaam, ze kan zich er een voorstelling van maken. Dat heeft weinig met de realiteit te maken, het is poëzie. Maar het klopt. Zij heeft een visionair karakter.

Het is opvallend omdat uw personages, net als in uw vorige films, niet in staat lijken om te reflecteren op hun eigen daden.
Dat klopt. Maar in feite hebben de personages ook geen reden om te reflecteren. Dat is aan de kijker. Hij ziet, kijkt en interpreteert. Daar draait het om, dat de kijker de link legt met het beeld. Daarom laat ik ook veel scènes onaf. Dan gaat de kijker de scènes zelf afmaken en interpreteren. Een film moet gedachten opwekken, en niet denken voor de kijker.

Ik heb het niet over de acteurs, maar over de personages die ze spelen. Die lijken vrij instinctief te handelen. Alleen Barbe, die aan het einde ook nog eens weet te zeggen: 'Ik hou van je'. Ook dat lijkt mij een moment van reflectie.
Daar heeft u gelijk in. Maar ze doet er anderhalf uur over om dat te zeggen.

Waarom laat u het haar dan zeggen?
Ik heb nog altijd hoop.

Jeroen Stout

Bruno Dumont (l.) op de set van flandres met Samuel Boidin en Adelaïde Leroux.


flandres

De velden van (wel)eer

Met flandres keert Bruno Dumont terug naar het landschap van la vie de jésus en l'humanité. Op het dode punt tussen herfst en winter ziet hij daar de fantasmagorie van een eindeloos herhaalde oorlog.

In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row,
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.

We are the Dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow,
Loved, and were loved, and now we lie
In Flanders fields.

Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.

'In Flanders fields' van de Canadese dichter-militair John McCrae is ongetwijfeld het beroemdste gedicht dat er over, of uit, de Eerste Wereldoorlog is geschreven en het is onvermijdelijk om de echo ervan te horen in flandres, de vierde film van Bruno Dumont. De film begint in hetzelfde post-mythische Frans-Vlaamse landschap als waar la vie de jésus (1997) en l'humanité (1999) eindigen, een weiland zonder tijd en plaats waar de hoofdpersoon verzoening hoopt te vinden in het groen. Alhoewel, verzoening, het is meer een wanhoopsdaad. Er rest hem niets dan onder te duiken in de aarde, om daar, op dat canvas van modder en gras en horizon als een blind dier iets terug te vinden wat hij gaandeweg is kwijtgeraakt. Zichzelf.

Zaad
flandres gaat over de oorlog. Niet over de Eerste Wereldoorlog, maar over de laatste, die zich naar stramien van die eerste eindeloos herhaalt. Loopgraven. Orders. Anonieme doden. Een oorlog die nog steeds als een nevel over de Vlaamse velden van (wel)eer hangt. Daar is het verleden nog niet voorbij. Niet eens begonnen.
Dumonts land wordt louter bevolkt door jonge mannen en vrouwen in de kracht van hun leven. Dit is de wereld van de achttienjarigen, van zon en zaad. Maar het is herfst. Dus er groeit niets op die vruchtbare velden. De natuur wacht en slaapt. En daar op het dode punt tussen herfst en winter breekt het spookbeeld van die oorlog uit de vers geploegde voren.

"So where's the war you're off to?" Schouderophalen. "You don't know?"

Nee, ze weten het niet, Démester, Blondel, Briche. Ze krijgen een brief, 'dé' brief, en daar staat het in. Ze moeten gaan. De vrouwen blijven achter, en hun vaders.
In flandres draait het om de verhouding tussen de stugge boerenjongen Démester en het stille boerenmeisje Barbe. Ze neuken zonder woorden, zonder zoenen. En hij zegt: "Nee, we zijn alleen vrienden."
Dumont wil weten wat er gebeurt als het dunne laagje beschaving van de verhoudingen tussen mensen is afgeschraapt, als ze alleen nog instinctmatig, bestiaal handelen. En dat is pijnlijk om te zien. Zijn amateuracteurs kunnen dat niet genuanceerd, beschaafd, gelaagd spelen. Hij kan ze alleen maar met zijn camera betrappen op een verscholen blik, waarin ongemak en onvermogen opflitsen.
Dat is het dus wat er overblijft.

Beesten
De mens lijkt gedoemd tot redeloosheid bij Dumont, maar hij is het niet. Dumont is een humanist, die film na film van zijn personages en toeschouwers verlangt dat ze compassie opbrengen voor elkaar, voor zichzelf, voor de menselijke natuur. Zijn personages zijn verlossers, omdat ze zichzelf verlossen van de pijn van het bestaan, en daarmee ook de schuld van de toeschouwers op zich nemen.
Er wordt vaak kwaad of vijandig op ze gereageerd. Er is geen filmmaker die zulke extreme, tegengestelde reacties oproept als Bruno Dumont, die zich bovendien vaak langs de scheidslijn mannelijk-vrouwelijk aftekenen. Het mannelijke in ons roept: 'die mannen zijn beesten. Daar wil ik niet naar kijken. Ik wil niet zien hoe zij in een universeel-anoniem land in het Midden-Oosten (vergelijkbaar met Kubricks of Malicks geabstraheerde Vietnam) een meisje verkrachten. En bovendien zijn mannen geen beesten. Ik niet althans.' (Iets vergelijkbaars werd hard geroepen na Dumonts onbegrepen derde film twentynine palms, 2003). Het vrouwelijke in ons begrijpt misschien wel de pijn, en de wraak, en de vergeving.
Of durft dat te voelen.
Of voelt dat omdat het onvermijdelijk is.
En dan.
Dan is er weer het landschap. Het landschap van het menselijk lichaam. En dan houden zij van elkaar.
Althans, dat is wat wij hopen.

Dana Linssen

flandres
Frankrijk, 2006.
Productie: Rachid Bouchareb, Jean Bréhat
Regie en scenario: Bruno Dumont
Camera: Yves Cape
Montage: Guy Lecorne
Met: Adelaïde Leroux, Samuel Boidin
Kleur, 91 minuten
Distributie: Contact Film
Te zien: vanaf 1 februari

Naar boven