April 2007, nr 287
performance.
Filmmaatschappij Warner Bros. nam toen de naam Mick Jagger viel meteen de distributie op zich, zo geilden ze op het idee een film met de controversiële Stones-zanger in de hoofdrol (in die tijd haten ouders hem nog). Nee, het maakte niets uit, dat regisseur Donald Cammell nooit een film had gemaakt en co-regisseur/cameraman Nicolas Roeg ook niet en dat de producent nooit had geproduceerd, laat staan dat Jagger nimmer had geacteerd. Maar het leverde wel iets heel anders op dan de a hard day's night-achtige slapstick die de filmbonzen wellicht hadden verwacht.
Hippierockster
Maakt niet uit, want binnen het bijzonder kleine rijtje films-met-acterende-rocksterren-die-wél-de-moeite-waard-zijn neemt performance (1970) een voorname plek in. Uitgangspunt: wat gebeurt er wanneer je een Britse gangster - op de vlucht voor zijn maten - laat bivakkeren in het huis van een op z'n retour zijnde hippierockster die daar een ménage à trois onderhoudt. In de visie van Cammell (die het scenario schreef) ontliepen die twee werelden elkaar niet veel qua narcisme en rücksichtslosheid. En konden ze gemakkelijk in elkaar overvloeien.
Aardig punt, maar bij het terugzien valt vooral de razend knappe, almaar aandachtvragende montage op. Alleen het begin al: terwijl de titels lopen volgt de camera drie minuten lang een Rolls Royce rijdend door een Engels landschap; die shots worden versneden met die van elders rollebollende blote lijven, waarvan er een aan gangster Chas (James Fox) toebehoort. Nog zo'n maf gecomponeerde scène: terwijl Chas & kornuiten in een garage een chauffeur in elkaar slaan en diens Rolls met zoutzuur overgieten, zien we tussendoor een exterieur shot van de dichte garagedeur waarvoor een melkboer een fles achterlaat. Alsof de filmmakers willen zeggen: de wereld draait gewoon door ondertussen. Ook zijn Cammell en Roeg de hele film door bijzonder inventief in de weer met spiegels.
Vitamine B-12
performance geldt tegenwoordig in eigen land als een van de beste Britse gangsterfilm aller tijden. Da's gek, want alleen de eerste 35 actierijke minuten kunnen als zodanig worden aangemerkt. Zodra Chas onderduikt in het huis van de zweverige rocker Turner (Jagger), neemt het tempo af en gaat het vooral om het psychologische spel tussen de twee mannen en de demonische schoonheid Pherber (Anita Pallenberg). Het is een film die je rustig binnen korte tijd een paar keer tot je kunt nemen want telkens valt weer iets nieuws te ontdekken. Ja, de eerste keer let je vooral op de acterende muzikant (speelt hij nu wel of niet min of meer zichzelf?) en sla je steil achterover van de spuit die Pallenberg ergens achteloos in haar bil zet (Vitamine B-12 beweert ze in de film en de extra documentaire, uh-huh). De volgende keer let je weer meer op het spel van aristocratisch acteur James Fox als keiharde Cockney-gangster die gaandeweg evolueert.
Donald Cammell zou performance nooit meer overtreffen en in 1996 zelfmoord plegen, Nicholas Roeg zou drie jaar later zijn carrière jumpstarten met het even baanbrekende don't look now. Hun debuutfilm blijkt met de jaren alleen maar beter geworden.
Ivar Snoep
performance (Donald Cammell en Nicholas Roeg, Groot-Brittannië, 1970, 105 minuten, import, Warner Home Video).
the man who fell to earth
David Bowie casten als buitenaards wezen, hoe kom je erop. Niettemin duizelingwekkend gecomponeerde sciencefiction, zij het wat onsamenhangend hier en daar. De scène waarin alien Bowie zijn ware identiteit onthult aan zijn aardse vriendinnetje, is onvergetelijk. (Nicholas Roeg, 1976)
brimstone & treacle
Sting blijkt verontrustend diabolisch in deze filmadaptatie van Dennis Potters tv-toneelstuk. In de meest shockerende scène verkracht hij de in coma liggende dochter van het echtpaar bij wie hij zich naar binnen heeft gepraat. Terwijl hij over de eindtitels de jaren 30-deun 'Spread a little happiness' zingt. (Richard Loncraine, 1982)
buster
Comic relief na alle voorgaande zwarte kost. Phil Collins neemt na wat figurantenrolletjes als kind en een schurkenrol in een 'Miami Vice'-aflevering eindelijk een hoofdrol op zich: die van gemoedelijke bankrover. Jammer alleen dat hij ook meteen de soundtrack wilde volspelen. (David Green, 1988)
Regisseur Mikio Naruse (1905-1969) geniet veel respect, maar weinig bekendheid. In Japan wordt hij regelmatig bij de 'grote vier' geschaard (Ozu, Mizoguchi en Kurusawa), maar in het Westen is hij een grote onbekende. Nu een deel van het enorme oeuvre van de man (zo'n 90 titels) op dvd wordt uitgebracht komt daar verandering in. Criterion doet een duit in het zakje met when a woman ascends the stairs, nadat Eureka eerder al volume 1 van hun Naruse box uitbracht; eind dit jaar volgt het tweede deel van dit staaltje cinematografische gerechtigheid.
Loonslavernij
Rik Herder
when a woman ascends the stairs (Mikio Naruse, Japan, 1960, 11 minuten, import, Criterion en Eureka - Masters of Cinema).
old joy
idiocracy
peeping tom
kansas city
quai des brumes
wim wenders box
the commissar
jonestown
third part of the night
films of raul ruiz
Rik Herder
Deze lijst is samengesteld uit de collectie van Boudisque. Voor meer informatie: boudisque.nl
When a woman ascends the stairs
Noodlotsmelodrama
Een ingetogen, ontroerend melodrama over een bar-hostess in naoorlogs Japan laat ons kennismaken met de grootmeester van de kitchen sink à la Japanese: Mikio Naruse.
Naruse's onbekendheid wordt deels verklaard doordat hij niet zo'n herkenbare eigen stijl heeft als Ozu, en niet zo'n virtuoos was als Kurusawa, die ooit zijn assistent was. Mikio Naruse heeft een sobere, tot op het bot ingetogen stijl, en zijn specialiteit is het genre van de 'shomin-geki': de Japanse variant van het kitchen sink drama. De beslommeringen van het dagelijks leven, de tol van het werk en de kosten van armoede, dat is zijn vak. Het lot van de vrouw, in Japan steeds klem tussen ondergeschikt zijn in het huwelijk of onafhankelijk maar in de marge, is zijn hoofdthema. Gedetailleerde, haarscherp geobserveerde portretten, vol compassie en in alle rust ontvouwd en altijd met een sombere, pessimistische boodschap.
In when a woman ascends the stairs (1960) richt hij zijn blik op de wereld van de bar-hostesses: professionele animeermeisjes die de Japanse salaryman na een dag van keihard loonslavernij moeten vermaken. Het einddoel van de avond is niet betaalde seks, maar een zo hoog mogelijke drankrekening. Whisky, cognac en andere dure westerse drank vloeit dan ook rijkelijk. In Japan staat deze schimmige wereld al eeuwen bekend als de 'mizu shobai': letterlijk waterhandel. Vroeger sloeg dit vooral op bars en geisha's, maar tegenwoordig valt de hele vermaaksindustrie eronder.
Een van Tokio's 16.000 hostessess is Keiko, een prachtige, gracieuze vrouw die niet drinkt en met niemand naar bed gaat - vandaar dat alle mannen als een blok voor haar vallen. Sinds haar man is overleden heeft ze bezworen nooit meer met een ander te gaan, en houdt ze zich met een ijzeren discipline staande: een vrouw moet niet los zijn, dat is mijn regel, legt ze uit aan een jonge, flierefluitende collega. In onze business moet je iedere man als geliefde behandelen, doceert ze, je kan niet slechts van één man houden.
Keiko (prachtig ingetogen rol van Hideko Takamine) is de dertig gepasseerd, en moet zich gaan beraden op haar toekomst. Maar veel keus heeft ze niet: de mogelijkheden voor een vrouw alleen in Japan zijn minimaal. Haar eigen bar beginnen, met alle financiële risico's van dien, of zich verbinden aan een van haar vaste klanten, die voor haar in de rij staan? Eindelijk stabiliteit, maar ook een leven van afhankelijkheid achter het aanrecht. Mikio Naruse toonde eerder al dat beide opties even slecht zijn. In repast (1951) gaat het om de tergende herhaling van het huisvrouwelijk bestaan - koken en wassen, koken en wassen. En in flowing (1956) wordt (alweer) een weduwe gedwongen te werken in een marginaal geishahuis, waar prostitutie wel erg dichtbij komt.
Traag maar onverbiddelijk ontvouwt zich het ontroerende verhaal van Keiko. Welke kant ze ook opgaat, het geluk lijkt haar niet gegund. when a woman is niet zozeer ingetogen als wel ingesnoerd. Japan biedt amper ruimte om te ademen, vertelt Naruse, die Keiko inkadert in kleine, afgesloten ruimtes. Als ze maar een klein beetje bewegen, botsen ze al tegen de muur, zei hij ooit over zijn karakters. Prachtig droevige stof dus voor een klassiek noodlotsmelodrama.
Top 10 import dvd's
Tiger Award-winnaar, en door Film Comment tot één van de beste films van het afgelopen jaar benoemd. Twee uit elkaar gegroeide vrienden (Daniel London en Wil Oldham, ook bekend als singer-songwriter Bonnie 'Prince' Billie) gaan weekendje wandelen in de bergen van Oregon. Verstilde, meditatieve film over vriendschap en de dingen die voorbij gaan.
Mike Judge, maker van kantoor-klassieker office space (en vader van Beavis en Butthead) vermengt opnieuw vette humor met snedige sociale satire in deze sci-fi komedie. Niet al te snuggere average Joe (Luke Wilson) wordt ingevroren en ontwaakt 500 jaar later in een toekomst waarin de bevolking door overmatige (media)consumptie zo dom is geworden dat hij met gemak intelligentste persoon ter wereld is.
Afgeladen SE editie van voyeurisme-klassieker die al ontelbare malen op de operatietafel van (freudiaanse) filmwetenschappers is gelegd. Maar laat dat u niet weerhouden: dit is een bloedstollende thriller met (post)modern-perverse ondertoon. Filmer vermoordt vrouwen om hun doodsangst met zijn camera te vereeuwigen.
Een van Altman's minder geliefde films, deze ode aan zijn geboortestad. In de Depressie van de jaren dertig is Kansas City een broeinest van crime en corruptie. Het niet al te sterke verhaal wordt verhuld door de heerlijke doorrookte soundtrack vol jazzgrootheden.
Sombere, poëtische pre-noir (1938) van Franse meester Marcel Carné (les enfants du paradis) over eenzame zielen die in de armen van liefde, wraak en het noodlot lopen. Een deserteur op de vlucht naar het buitenland ontmoet in mistige havengebied een 17-jarige schone, maar er zijn meer mannen die haar willen.
Voormalig auteur die al jaren de weg kwijt is wordt geëerd met box met maar liefst tien schijven. Naast de grote klassiekers (himmel über berlin, der amerikanische freund, paris, texas) ook minder bekend werk als der scharlachrote buchstabe (1973) en room 666 (1982).
Door machthebbers jarenlang verboden, deze Sovjet-klassieker uit 1967 van Aleksandr Askoldov. Vrouwelijke, hoogzwangere officier ten tijde van de burgeroorlog in de jaren '20 wordt gedwongen ondergebracht bij een Joods gezin. Gerestaureerd en voorzien van extra's, deze mooie uitgave van Artificial Eye.
In 1978 pleegden 900 leden van de Amerikaanse Peoples Temple kerk, aangezet door charismatische voorganger Jim Jones, collectief zelfmoord in de jungle van Guyana. De zwarte, politieke filmmaker Stanley Nelson deed er gedegen filmisch onderzoek naar. Deze grootste massa-suicide uit de recente geschiedenis is hier minder bekend dan de zelfmoord van Branch Davidians in Waco, Texas - ook onderwerp van een uitstekende docu.
Debuut van Andrzej Zulawski, de voormalig assistent van Poolse grootmeester Andrzej Wajda, over de Duitse bezetting van Polen biedt een apocalyptisch beeld van de verschrikkingen van de Nazi's.
Drie films uit drie decennia van het ontzagwekkend grote en brede oeuvre van de Franse Chileen verzameld in 1 box: trois vies & une seule mort (1996), les trois couronnes du matelot (1983) en l'hypothèse du tableau volé (1979), zijn eerste Europese succes.
alexander nevsky
Sergej Eisenstein

Ook in 1242 wisten de Russen hoe ze die vuile nazi's in de pan moesten hakken. Ze dragen harnassen en hebben het IJzeren Kruis nog niet tot swastika omgebogen, maar verder is alles SS aan de Teutoonse troepen die in Sergej Eisensteins eerste (en door hem zelf gehate) publieksfilm het Russische rijk proberen te bedwingen. Ze voelen zich superieur, heulen met de kerk en plegen hun vuurtjes met onschuldige kinderen te stoken. Slechts één man kan de opstand tegen deze fascistische barbaren leiden en dat is, natuurlijk, Alexander Nevsky (circa 1220-1263). Wanneer de Teutoonse strijdkrachten oprukken heeft deze prins een slechte reputatie vanwege zijn vriendelijke opstelling naar het boze Mongoolse volk, maar tegelijkertijd staat ook de overwinning op Zweden op zijn cv en ziet hij er in tegenlicht supergoddelijk uit. De eerste helft van de film besteedt Sergej Eisenstein voornamelijk aan de redevoeringen waarmee Nevsky zijn voor- en tegenstanders verenigt, en aan de voorbereidingen van het beslissende gevecht. Die scènes inspireerden hem nauwelijks tot interessante shots of montage-experimenten, en in vergelijking met pantserkruiser potemkin (1925) of het tweeluik ivan de verschrikkelijke (1944/1958) is alexander nevsky (1938) conventioneel en saai. De status van meesterwerk ligt aan de tweede helft, die wordt opgeslokt door de veldslag met de Duitsers op de besneeuwde steppe. Prachtig hoe Eisenstein de oprukkende Duitsers filmt als een dikker wordende streep aan de horizon, en zich later zelfs met een schokkende handcamera tussen de honderden schermutselaren wurmt. Deze eindeloze massascène werd met zijn zorgvuldig geregisseerde chaos een handboek voor iedere cineast die na Eisenstein oorlogje wilde spelen, en maakt nog steeds veel indruk. Behalve de climax: wanneer de soldaten door het ijs zakken en wanhopig van de ene schots naar de andere springen, lijkt het wel een vooroorlogse versie van Zeskamp, met rubberen zwembadmatten als surrogaat-ijs. 'Degene die met een zwaard naar Rusland toekomt, zal sterven door het zwaard.' Aldus de moraal van dit verhaal, dat van Stalin in alle Russische bioscopen moest draaien zodat iedereen wist wat hem bij een Duitse invasie te doen stond. Anno 2007 is nevsky een propagandafilm om bietensoep bij te koken en soms heel aandachtig naar te kijken - hoe mooi hij ook op dvd is overgezet.
Kevin Toma
Te koop op dvd (Moskwood)
riding alone for thousands of miles
Zhang Yimou

Van een acteur die bekend staat als de Japanse Clint Eastwood is het op z'n minst verrassend als hij in zijn meest recente rol in China op zoek gaat naar een vertolker van traditionele staatsopera's. Zhang Yimou's nieuwste film the curse of the golden flower verschijnt dezer dagen in de bioscoop - met een voor Chinese begrippen kolossaal budget van 45 miljoen dollar - maar tussen deze en house of flying daggers, zijn vorige grote martial arts-productie, schreef en regisseerde hij dit kleine familiedrama riding alone for thousands of miles (qian li zou dan qi, 2005) speciaal voor zijn jeugdidool Ken Takakura. Tussen de Japanner en zijn zoon is jaren geleden een conflict geboren en nu de zoon bijna sterft wil de vader koste wat kost zijn liefde terugwinnen. Daarvoor moet hij een lange reis naar letterlijk onbekend landschap afleggen: 20.000 mijl naar het binnnenste van zijn ziel, zoals elke protagonist in elke respectabele roadmovie dat moet doen. Koichi Takata heeft nooit geweten hoe hij zijn gevoelens tegenover zijn zoon moest uitdrukken. Daardoor is het conflict tussen de twee nooit opgelost. In China, waar zijn zoon de staatsopera's bestudeerde, wil hij een speciale vertolker vinden om die op film mee terug te nemen. Maar om dat voor elkaar te krijgen moet Takata eerst een hele reeks tegenslagen overwinnen. Pauze. Inderdaad. Beelden van in lavendelblaadjes doorgebakken sentiment doemen op. De ingrediënten voor bordkartonnen televisiesoapdrama zijn aanwezig, zeker. En Chinese staatsopera's staan ook niet bekend om hun kinky avantgardisme. Dus ook daar geen verrassingen. Maar dat is allemaal schijn. riding alone for thousands of miles is een uitgebalanceerd en vaak onverwachts verhaal over het leren spreken van een taal die niet iedereen heeft geleerd te spreken. Zhang laat Takata die taal leren als vreemdeling in een vreemd land. Veel symboliek, zoals we van de regisseur gewend zijn, en soms bijna fractale beelden, waarin wat we zien elders in de film groter of kleiner of in een net andere vorm ook te zien is. Verder mooie vergezichten, zowel op het landschap als op het hoofdpersonage van Ken Takakura.
Ronald Rovers
Te koop en te huur (Sony Pictures)
find me guilty
Sidney Lumet

Een halve eeuw na zijn rechtbankklassieker twelve angry men (1957) staat 80-plusser Sidney Lumet, de grand old man van het meestal in New York geplaatste en bij voorkeur waargebeurde justitie-drama (serpico, dog day afternoon), nog steeds met beide benen in de rechtbank. Dit keer voor het waargebeurde verhaal van italo-maffioso Jack DiNorscio, die midden jaren '80 de show stal tijdens het langste maffia-proces in de Amerikaanse geschiedenis door te bedanken voor een advocaat en te besluiten zichzelf - recht uit het hart - te verdedigen. Saillant detail: de overambitieuze aanklager destijds was de inmiddels voormalig burgemeester van New York Rudolph Giuliani - die zich sinds kort mengt in de strijd om het Amerikaans presidentschap. Lumet maakt er een prachtig, humorvol kat en muis-spel van zoals alleen hij dat kan: van smakeloze charme versus bloedeloze beredeneerdheid, van smokkelende underdog versus smetteloze overheid, van een ietwat onhandige David tegen een onwaarschijnlijk zelfverzekerde Goliath. En met elk ondeugend sprongetje van de muis en elke gevaarlijke haal van de kat, laat Lumet duidelijker doorschijnen dat morele zuiverheid geen kwestie is van de wet aan je zijde weten, maar van loyaliteit voelen tot in je kleinste vezels. Niet toevallig dat Lumet gebruik maakt van volkse wijsheden en gezegdes om waarheden van onwaarheden te scheiden. "De man die zichzelf vertegenwoordigt, heeft een dwaas als cliënt," zeggen rechters en advocaten. Lumet stelt het ter discussie. Ook niet toevallig wordt een valse getuige ontmaskerd met een verkeerd gebruikte quote van een beroemde filosoof. DiNorscio tracht ondertussen de jury een andere bril op te zetten met zijn bijna-lijfspreuk: "Ik ben geen gangster, ik ben een grappenmaker." Maar de mooiste verrassing van de film zit 'm misschien wel in het spel van actieheld Vin Diesel, die - voor het eerst mét haar! - de verrassende rol van DiNorscio vertolkt. Dat hij ondanks zijn tijdelijk aangemeten buikje, opgeplakte rimpels en wijkende haargrens geen moment een geloofwaardige vijftiger neerzet, leidt gek genoeg nauwelijks af van zijn overtuigende, geconcentreerde, no-nonsense spel als ontwapenende underdog. Maar ook dat is natuurlijk wel aan acteursregisseur Lumet besteed, die elke rol persoonlijk caste. Het gros van de dialogen - en de onderbroekenlol - komt overigens rechtstreeks uit de originele verslagen van het proces.
Karin Wolfs
Te koop en te huur (Universal)