Juni 2007, nr 289

Jia Zhang-ke

Moderne Apocalyps

In een schrikbarend tempo wordt Fengjie afgebroken om plaats te maken voor een nieuw stuwmeer. In still life (sanxia haoren) staat het natuurschoon rondom de Drieklovendam in schril contrast met de sloop van een miljoenenstad. De Filmkrant sprak met de Chinese regisseur Jia Zhang-ke op het Filmfestival van Rotterdam.

Jia Zhang-ke.

Kunt u een toelichting geven op de titel?
Die is ontleend aan de schilderkunst. Toen we in het gebied van de Drieklovendam kwamen, hadden we het gevoel dat alle gebouwen een soort leven uitstraalden. Met de titel wilde ik aandacht vragen voor de materialiteit van de omgeving.

Is het landschap de hoofdpersoon van deze film?
Zo zou je het kunnen zeggen. Het landschap is het uitgangspunt geweest. Daar ben ik mee begonnen. Het gebied heeft een sterk theatraal karakter. Als je met een boot over de Jangtsekiang vaart dan zie je een landschap dat is vastgelegd in de traditionele Chinese schilderkunst. Ook in de poëzie wordt het beschreven. Je waant je in lang vervlogen tijden. Maar als je aanmeert in Fengjie, dan sta je ineens midden in de moderne tijd. Dan sta je midden in de herrie en alle veranderingen die daar plaatsvinden. Wat vooral een diepe indruk op me heeft achtergelaten is dat een stad, die een geschiedenis van 2000 jaar heeft, in 2 jaar tijd geheel vernietigd moet worden.

Staat Fengjie symbool voor het moderne China?
Die plek toont de absurditeit van het moordende tempo van de ontwikkelingen. Met die veranderingen gaat ook iets verloren van de herinneringen en de geschiedenis. Met de gebouwen vergaat ook de cultuur die daar bij hoort. Ik ben bang dat van het oude China niet veel meer dan een fotoalbum of een ansichtkaart overblijft.

Kent u de Canadese film manufactured landscapes, die ook hier op het Filmfestival Rotterdam te zien is?
Ik heb er wel iets over gehoord, maar nog niet gezien. Er is ook een Italiaanse film waarin een belangrijke rol is weggelegd voor de Drieklovendam. Die interesse uit andere landen geeft aan dat het gebied niet alleen model staat voor de veranderingen in China, maar dat over de hele wereld vergelijkbare processen gaande zijn.

manufactured landscapes is een documentaire over industriële landschappen. De beelden in die film zijn nog apocalyptischer dan in still life. Heeft u het niet al te gruwelijk willen maken?
De ruïnes van Fengjie zijn niet alleen apocalyptisch. Ik zie er ook een nieuwe start in. Er kunnen nieuwe dingen opbloeien. En ik geloof dat, welke ramp er ook plaatsvindt in China, de kracht om door te blijven leven heel sterk is. Er is hoop.

Waar is die hoop op gebaseerd?
Ik vind het heel belangrijk dat het individualisme opbloeit in China. Niet iedereen in de wereld begrijpt hoe ingrijpend dat is. Maar we komen uit een collectivistisch verleden. Met dit soort rampen worden mensen zich meer bewust van hun individualiteit. Dat is hoopgevend.

De personages hebben iets van drijfhout. Alsof ze weinig grip op hun eigen leven hebben.
Dat is het centrale conflict in de film. Aan de ene kant zijn mensen de speelbal van de modernisering. Aan de andere kant zijn ze op zoek naar een manier om hun eigen leven richting te geven. Het leven van de gewone Chinees wordt verpletterd door de veranderingen. Maar die brengen ook nieuwe kansen met zich mee. Vergeet niet dat de eerste impuls om te moderniseren vanuit het volk kwam.

Heeft de Chinese overheid de ontwikkelingen nog wel in de hand?
Het tempo van de modernisering is volledig doorgeslagen. Daar ligt een verantwoordelijkheid voor de overheid, vind ik. De modernisering moet op een aantal verschillende gebieden tegelijk plaatsvinden. Zowel economisch, als politiek en cultureel. In China houdt de overheid de modernisering op politiek gebied tegen. Daardoor verloopt de modernisering onevenwichtig. Het is een misvormd kind.

Ziet u zichzelf als de chroniqueur van een veranderend China?
In die zin dat ik het belangrijk vind om het moderne China vast te leggen, juist omdat er nu zoveel verandert. Als ik dat niet doe wordt er niets overgeleverd. En ik denk dat film daar een belangrijke rol in kan spelen. Alleen tekst is niet voldoende. Dan staat er ergens: 'Eén miljoen mensen zijn geëvacueerd'. Of: '2000 steden zijn gesloopt'. Maar dat is te weinig om te kunnen begrijpen wat dat betekent. Film geeft ons iets waardoor we dat soort teksten kunnen invoelen.

Ziet u uw werk als een onderdeel van een culturele modernisering?
Ik hoop dat ik met mijn films kan bijdragen aan de beweging voor meer gelijkheid en meer individualisme. Mijn eerste drie films mochten niet vertoond worden in China. Maar die heb ik wel gemaakt omdat ik vind dat ik als burger het recht heb mijn mening te uiten.

De eerste Chinese films die ik heb gezien, zoals die van Zhang Yimou, waren zeer gestileerd. Uw films zijn realistisch. Zet u zich daarmee af tegen de oudere generatie?
Ik ben niet bewust op zoek naar een tegenreactie. Maar het is onvoorstelbaar dat je als filmregisseur niet geraakt wordt door de veranderingen in ons land en de theatrale aspecten daarvan. Het is onvoorstelbaar dat je dat als regisseur of als kunstenaar niet ziet.

Gelijktijdig ontstaat er in China nu een filmindustrie die zich richt op oogverblindende epische spektakelstukken als the promise van Chen Kaige.
Dat zijn regisseurs die cultuur terugbrengen tot economie. Voor hen is film een manier om geld te verdienen. Ze gaan mee in de cultus van het heldendom. Niet de oude communistische held, maar de held die het gemaakt heeft, die rijk is. Zij dragen bij aan een nieuwe cultus.

Is er een publiek voor uw films in China?
Mijn vorige film the world was niet zo succesvol. Maar deze doet het beter. Zo'n 600.000 mensen hebben de film gezien.

Hoe ligt dat in verhouding met een commerciële film als the promise?
1 op 10.

Hoe reageert de overheid op uw film?
De overheid reageert niet. Ze is onverschillig. Ze moedigen het niet aan, maar ze liggen ook niet dwars. En zolang ik niet wordt tegengewerkt, ben ik allang blij.

Jeroen Stout


still life

Waar jouw huis niet meer woont

still life is een subliem bewijs van bestaan, meer nog van de Chinees als mens dan als slachtoffer van het systeem.

Geen beeldmateriaal betekent geen bestaan. Beelden gemaakt door Westerse bergbeklimmers van Tibetaanse vluchtelingen die door Chinese soldaten dood geschoten worden als ze China proberen te ontvluchten, boden afgelopen herfst een glimp van het wrede karakter van de Chinese overheid. Berichten over massale onteigening bereiken het Westen wel, maar zonder beeld is ontkennen en doodzwijgen te makkelijk (zie Darfur) en de ware betekenis van deze berichten bovendien onmogelijk te achterhalen. still life (sanxia haorem) van Jia Zhang-ke toont Chinezen te midden van de aanleg van de Drieklovendam - een megalomaan project om de energiehonger van de Chinese economie te stillen - en laat hen zo ontsnappen aan non-existentie.
Sanming (Han Sanming) komt per boot aan in Fengije, een oude stad aan de Yangtze, om daar zijn ex-vrouw te vinden die hij zestien jaar niet heeft gezien. Hij heeft een adres, maar dat blijkt waardeloos als de straat inmiddels verdwenen is in het almaar groeiende meer achter de dam. In de steile straten staat met verf aangegeven tot waar het water zal komen. Ook Shen Hong (Zhao Toa) is naar de stad getogen om zolang deze nog bestaat daar haar man te zoeken, die er twee jaar geleden voor werk naartoe ging.

Moker
De urgentie van still life is niet het logische gevolg van zijn onderwerp. Jia Zhang-ke toont de meedogenloze werkelijkheid op magisch-realistische wijze en lardeert dit ook nog eens met een verhaal over menselijk onvermogen op individuele schaal.
Mijnwerker Sanming zoekt in zijn vrije tijd naar zijn ex-vrouw, geld verdienen kan in Fengije met een grote moker in plaats van met een pikhouweel. In minutenlange shots slaan arbeiders met hun mokers ritmisch de stad in puin; alles wat onder het toekomstige waterpijl zal komen, moet gesloopt worden.
Sanming draagt een groot hemd dat zijn bezwete, pezige armen, ietwat gekromde rug en stierennek zichtbaar maakt. Zijn bescheiden motoriek en zwijgzaamheid maken hem tot het prototype van de gewone man, die niet veel anders kan dan zijn lot aanvaarden. Grote verontwaardiging over de Drieklovendam is in still life dan ook afwezig. Men heeft al lang geleerd dat grote bewegingen niet te stoppen zijn, of het nou Mao Zedongs Grote Sprong Voorwaarts is of de huidige kapitalistische economische groei (waarvan in still life alleen de hufters, een kleine groep opportunisten profiteren).
Er is constant contrast. Armoede tegenover weelde, een stadje tegenover een immense rivier die geblokkeerd wordt, hoge kliffen die hellen over zwoegende individuen, een gigantisch land waarin (voormalig) geliefden elkaar kwijtraken. China's algemeen belang dat gediend wordt op onmenselijk grote schaal. Pragmatisch utilitarisme is te vrijblijvend, er zouden onaantastbare basisprincipes verdedigd moeten worden!
En zie daar wat still life bewerkstelligt: het schreeuwt de verontwaardiging niet van de daken, dat laat het zijn toeschouwer doen. Tussen mist en stof speelt op de achtergrond het grote onrecht, maar op de voorgrond de meest elementaire en voor de personages belangrijkste vraag: waar is mijn geliefde gebleven?

Asher Boersma

still life
China, 2006
Productie: Xu Pengle, Wang Tianyun en Zhu Jiong
Regie en scenario: Jia Zhang-ke
Camera: Yu Likwai
Montage: Khung Jinlei
Art direction: Liang Jingdong, Liu Qiang
Muziek: Lim Giong
Met: Han Sanming, Zhao Toa
Kleur, 108 minuten
Distributie: A-Film
Te zien: 21 juni

Naar boven