Januari 2008, nr 295

Pascale Ferran over lady chatterley

Seks als Japanse dans

Voor haar versie 'Lady Chatterley' greep de Franse regisseuse Pascale Ferran terug op de tweede versie die D.H. Lawrence van zijn latere schandaalroman schreef, die minder theoretisch en meer op de ervaringswerkelijkheid van de personages is gericht. "Bij Lawrence is de natuur oorspronkelijk en puur, het tegenovergestelde van de cultuur en de geïndustrialiseerde wereld. Daar ben ik het niet mee eens."

Pascale Ferran (foto: Michael Kappler).

Waarom wilde u D.H. Lawrence's beroemde roman 'Lady Chatterley' verfilmen?
Mijn enthousiasme voor Lady Chatterley kwam in eerste instantie voort uit het feit dat ik het een zeer modern boek vond. Ik durfde het echter niet aan om het te verfilmen. En dan bedoel ik de derde versie die Lawrence van het verhaal heeft geschreven, 'Lady Chatterley's lover'. Die beschouwde hij zelf als de definitieve. In die versie zijn Constance Chatterley en de jachtopziener voortdurende geneigd om over hun liefde te theoretiseren. Alsof Lawrence zijn eigen theorieën en gedachten over het onderwerp aan de personages heeft willen opleggen.

Is dat theoretiseren wat de roman voor u modern maakte?
Nee, helemaal niet. In het nawoord van 'Lady Chatterley's lover' las ik dat Lawrence zijn boek drie keer heeft geschreven - en dan bedoel ik drie keer helemaal overnieuw, van begin tot einde. Zo kwam ik op het spoor van de tweede versie: 'John Thomas and Lady Jane'. Op dit verhaal werd ik weer overnieuw verliefd. Hij is minder praatziek, minder programmatisch. In plaats daarvan wordt het verhaal voortgedreven door de ervaringswerkelijkheid van de personages. Hun ervaringen zijn bepalend voor wie zij zijn.

U blijft in uw film trouw aan de tijd en de plaats van de oorspronkelijke roman. Desondanks heeft 'Lady Chatterley' weinig van een traditionele kostuumfilm. Hoe heeft u dat voor elkaar gekregen?
Dat weet ik eigenlijk niet. Ik heb me vooral geconcentreerd op wat me aanvankelijk enthousiast maakte, namelijk de ontwikkeling van de personages en hun lijden. Misschien spreken die wel zo sterk tot ons, juist omdat de film zich niet in het heden afspeelt.

Kunt u dat uitleggen?
Juist door de afstand in tijd en ruimte is het mogelijk om het innerlijk van de toeschouwers te bereiken.

Een filmpubliek beroeren zonder voor de hand liggende dramatische effecten, zonder het als het ware te overweldigen met grote filmische manoeuvres, dat is tamelijk zeldzaam. Hoe heeft u dat bereikt?
Als daar een eenvoudig antwoord op zou bestaan, dan zouden er wel meer goede films worden gemaakt. Het is vooral een heel lang proces. Het gaat erom in elk stadium van het productieproces, van het uitkiezen van de kostuums, tot de spelregie en de mise-en-scène - zo diep als mogelijk door te dringen in de gedachtewereld van de karakters. Neem bijvoorbeeld Constances kostuums. Die weerspiegelen de veranderingen die zij doormaakt.

Constance draagt in het begin van de film stijve, hooggesloten kleding. Later worden de stoffen zachter, soepeler.
Precies. In het begin getuigen de kostuums van haar scherpte. Na verloop van tijd wordt ze opener, dan worden ook haar decolletés dieper. De jaren twintig van de vorige eeuw waren een overgangstijd en dat zie je ook in de kostuums terug. Aanvankelijk zijn ze nog Victoriaans en streng, later weerspiegelen ze iets van de dwaze geest van de roaring twenties.

Hoe zou u de manier beschrijven waarop u de natuur in beeld heeft gebracht?
Sinds een aantal jaren ben ik een verwoed tuinierster. Ik had echt zin om de natuur te filmen. In het boek is de natuur zo overweldigend aanwezig, dat de verhouding van de personages tot de natuur, tot hun eigen natuur steeds een heel primaire relatie is. De natuur duldt geen tegenspraak. In de herfst is het de melancholie, in de winter de dood, de depressie, in het voorjaar wacht alles op het nieuwe leven. De natuur begeleidt de protagonisten als het ware bij hun metamorfose.

Toch krijg je niet het gevoel dat de natuur voor u een metaforische rol speelt. U heeft de natuur heel concreet en precies gefilmd.
Ja, dat klopt. Ik denk niet in metaforen. Het gaat mij altijd om het onderwerp zelf. Bij Lawrence is de natuur oorspronkelijk en puur, het tegenovergestelde van cultuur en de geïndustrialiseerde wereld. Daar ben ik het niet mee eens. Er bestaat niet zoiets als een oernatuur. Dat is gevaarlijke ideologie. Ik hou van de natuur, maar als een vorm van cultuur, als een deel van de mens.

In de figuur van de jachtopziener wordt dat plastisch weergegeven. Hij geeft de natuur (letterlijk) gestalte, in de manier waarop hij kippen en fazanten fokt, en in zoverre hij het bos en het park onderhoudt. U volgt zijn werkzaamheden met wakkere blik - is dat om ons op het culturele aspect van de natuur te attenderen?
Beslist! In mijn film is de natuur steeds verbonden met datgene wat de mens met haar doet.

Ik heb wel eens regisseurs zeer stellig horen beweren dat het eigenlijk onmogelijk is om echte seksscènes te filmen. Wat zou u daartegen in willen brengen?
Ik weet niet in wat voor context ze dat hebben gezegd. Het zou me plezier doen als dat soort regisseurs mijn film zouden gaan bekijken, om ze te laten zien dat het wel kan. Maar wat zouden ze bedoelen, als ze zeggen dat je seks eigenlijk niet filmen kan?

Dat je het hele complex van emotie en zintuiglijkheid niet op het platte vlak kan verbeelden.
Ik heb in alle bescheidenheid geprobeerd daar toch iets van over te brengen. Het is waar. In het algemeen gaat de filmkunst niet goed om met seks als onderwerp. Men beperkt zich tot twee verschijningsvormen. Bij de ene, de traditionele, wordt het licht gedempt, de romantische muziek aangezet en wordt er vooral tijdig weggesneden. De toeschouwer wordt zo uit de scène buitengesloten. Hem wordt alleen duidelijk gemaakt: kijk, het stel slaapt nu met elkaar.
De hedendaagse manier doet het tegenovergestelde. Je ziet hoe de personages elkaar als het ware de kleren van het lijf scheuren en over elkaar heen buitelen alsof ze dieren zijn. Geen van beide varianten spreekt me aan. Laat staan dat ik ze herkenbaar of realistisch vind. De werkelijkheid is veel interessanter. Natuurlijk is het gecompliceerd. Ten slotte gaat het om momenten, die vervult zijn van aanrakingen, gevoelens en gedachtestromen. Ik heb geprobeerd te bewerkstelligen dat de toeschouwer zich met de personages identificeert - ook in de seksscènes.
Daarnaast zegt elke seksscène - er zitten er in totaal zes in de film - ook iets over de ontwikkeling van de karakters. Er is een verschil of je de eerste of de derde keer met iemand naar bed gaat. Het is het gevolg van zeer nauwkeurige spelregie van de acteurs dat zulke verschillen zichtbaar zijn geworden.

Hoe heeft u de acteurs zover gekregen dat zij deze scène konden spelen?
We hebben ons terdege voorbereid. Van meet af aan waren we het erover eens dat je deze zes scènes niet spontaan zou kunnen spelen. We hebben een week lang met z'n drieën gerepeteerd. In de ochtenden hebben Marina Hands en Jean-Louis Coullo'ch met een Butoh-danser gewerkt om zich de diverse toenaderingsbewegingen van deze Japanse dans aan te leren. Ze hebben gespeeld dat ze dieren waren, zodat ze zichzelf en de ander lichamelijk konden leren kennen. Zo kregen ze het vertrouwen om de ander te benaderen en aan te raken.

Cristina Nord

Dit interview is ter gelegenheid van de première van lady chatterley op de Berlinale van 2007 eerder verschenen in de Duitse krant Die Tageszeitung.


Adam en Eva op schoenen

Maar liefst drie versies schreef D.H. Lawrence van zijn schandaalroman 'Lady Chatterley's lover'. Pascale Ferran baseerde haar gelauwerde film en tv-serie op de tweede en (her)ontdekte dat het boek helemaal niet over seks gaat. En wel, natuurlijk.

Lady Chatterley heeft haar naam mee en haar reputatie tegen. Iedereen heeft van haar gehoord. In Nederland in het bijzonder. Dankzij Sylvia Kristel, die haar ooit eens speelde in Just Jaeckins voyeuristische blik op het door D.H. Lawrence eind jaren twintig geschreven personage, is zij in ons collectieve geheugen gegrift als een soort Emmanuelle. De dame en de boswachter. Woeste seks.
Hoe zat het ook alweer echt? Verlamd en impotent uit de Eerste Wereldoorlog teruggekomen moet Sir Clifford aanzien hoe zijn jonge echtgenote Constance toevlucht zoekt bij jachtopziener Parkin. Althans zo nog geheten in de tweede, door Ferran gekozen versie van het verhaal, voluit 'John Thomas and Lady Jane' (1927, naar Parkins koosnaampjes voor het mannelijke en vrouwelijke geslachtsdeel). In de derde, en meest bekende versie is zijn naam in Mellors veranderd.
Drie variaties op een thema dus, van sober naar steeds explicieter. En aan de handvol films die ervan gemaakt werden voegt de Franse regisseuse Pascale Ferran (1960) er nu eigenlijk twee toe: een bioscoopfilm die is gefocused op de verhouding tussen Parkin en de Lady en een tv-versie, die in Ferrans woorden meer de optiek van de bedrogen echtgenoot belicht. Het moet interessant zijn om die te zijner tijd naast de film te kunnen bekijken, want de spaarzame ogenblikken dat Clifford nu een rol in het verhaal speelt, is het vooral wanneer zijn verhouding met de stijve huishoudster annex verpleegster een onverwachte erotische dimensie te zien geeft. Terwijl zijn echtgenote buiten met de jachtopziener door de modder rolt, scheert zij met vaardige hand zijn kaken.

Madame Bovary
Alles zit erin: de klassenmaatschappij, de verhouding tussen mannen en vrouwen, cultuur versus natuur, industrie tegenover ambacht. Door de Franse adaptatie van Lawrence's roman plaatst Ferran Constance nog in een andere traditie, die van Emma Bovary. Ze ontdoet de thematiek ook van z'n morele oordeel. Constance is een feministische heldin. Maar vooral omdat het helemaal niet in Ferran opkomt om haar ontluikende seksualiteit en erotische zelfstandigheid te bevragen. Lady Chatterley is de hoofdpersoon van haar film, niet haar lover, en niet zijn geslachtsdeel. Haar dilemma's zijn de dilemma's van geliefden, niet van mannen of vrouwen. In die zin voegt Ferran nog nieuwe proposities aan Lawrence's versies toe.
Maar waar het allemaal om draait natuurlijk is die verboden, gedoogde verhouding. Die onherroepelijke roep van de natuur, van twee lichamen die op elkaar botsen, als deeltjes in de onmetelijke ruimte tot elkaar aangetrokken. Pascale Ferran rekent genadeloos af met dat ongeziene, ongelezen vooroordeel dat Lady Chatterley het midden zou moeten houden tussen erotiek en porno. Er zit seks in de film. Oh ja. Onverbloemd, dierlijk, langdurig, maar tamelijk naturalistisch. Alsof die seks er niet toe doet, alsof die seks het gevolg is, en niet de oorzaak.
De oorzaak ligt - lichtjes, lichtjes, zacht als het gras en het lentelicht en de narcissen - in de vervreemding van de mens en de (zijn!) natuur. Eerst en vooral in de perceptie van de toeschouwer. Er is niet zoiets als het bos buiten ons en driften die ons beheersen. De mens is zelf degene die begonnen is het paradijs te cultiveren. Parkin symboliseert niet de woeste natuurmens, tegenover Cliffords civilisatie, nee het is Constance die met haar bijna maagdelijk-ongedwongen gedrag hun twee-eenheid verstoort. En zij zoekt niet voor niets een wijkplaats in zijn hut (en later zijn huis), ze zoekt geen oppositie, maar herkenning.
Pascale Ferran zoekt niet naar en zorgt niet voor excuses, verklaringen, duidingen, terwijl ze laag na laag en met ongekende concentratie en intensiteit de rijkdom van het verhaal onthult. Ze toont eenvoudigweg dat niets sterker is dan de WIL van deze twee mensen om elkaar te ontmoeten. Daarom kan hun paradijs niet vallen. Omdat ze Adam en Eva zijn als ze naakt door de regen dansen. Maar wel met schoenen aan.

Dana Linssen

lady chatterley et le homme de bois
Frankrijk, 2006
Productie: Gilles Sandoz
Regie: Pascale Ferran
Scenario: Pascale Ferran, Roger Bohbot
Camera: Julien Hirsch
Montage: Yann Dedet, Mathilde Muyard
Met: Marina Hands, Jean-Louis Coullo'ch, Hippolyte Girardot
Kleur, 168 minuten
Distributie: Contact Film
Te zien: vanaf 3 januari

Naar boven