Juni 2008, nr 300

Thuiskijken

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht. En films opnieuw uitgebracht op dvd.

Fantastic Film Thuis Festival

De beste AFFF-films op dvd

Binnenkort in een videotheek bij u in de buurt: het Fantastic Film Thuis Festival. De Filmkrant bespaart u bloeddoorlopen festivalogen en maakte een selectie van films die recent op het Amsterdam Fantastic Film Festival te zien waren en binnenkort op dvd verschijnen. Wat blijkt: ook al bewijzen de glad-gruwelijke formulefilms over tieners-in-het-nauw iedere week het tegendeel, het horrorgenre is nog springlevend.

Het complete verhaal van stuck.

Een Beatles-musical, een zombie-documentaire en een hoogzwangere slasher: de smaak van het Amsterdam Fantastic Film Festival is eclectischer dan ooit. Maar de basis is en blijft horror. Dat was ook te zien in de publieksprijs die eindelijk weer eens naar een volbloed horrorfilm ging: de Spaanse spookhuisachtbaan-vermomd-als-docu [rec]. Ook de horrorkomedie was traditiegetrouw goed vertegenwoordigd met the cottage.
Paul Andrew Williams verraste vorige jaar met het gure kinderprostitutiedrama from London to brighton, maar in plaats van zijn succes als nieuwe arthouse-ster verder uit te diepen stortte hij zich op een oud hobbyproject: de horrorkomedie the cottage. Dat deed hij vol overgave en met een satanische grijns rond de mond.
Zo uitzinnig en gruwelijk als de film eindigt, zo kalm is het begin. Maar dat het vreselijk misgaat met de plannen van stuntelende broers David en Peter, die zo stupide waren de dochter van een lokale gangsterbaas te kidnappen, is al direct duidelijk, alleen al door de hysterische hoempapa-muziek. Williams voert tegelijkertijd het aantal grappen en de onheilspellende sfeer stevig op en laat in het slot de opgekropte spanning genadeloos exploderen. Met een hoofdrol voor een spade en een Britse Leatherface. Even geestig als gruwelijk - en dat ook nog eens vaak tegelijk. Da's knap. Voor de liefhebber.

Ziek
Gruwelijk zonder ook maar één relativerende eigenschap is inside. Het is lang geleden dat ik zoiets naargeestigs, grofs en zieks heb gezien. saw meets rosemary's baby. Maar vreselijk goed gemaakt: niet-aflatend in zijn terreur, voorzien van een ijzingwekkende elektronische soundtrack en fascinerend in zijn verbeten drang iedere grens te overschrijden. De hoogzwangere Sarah wordt op kerstavond bedreigd door een onbekende, bleke vrouw met één simpele, maar verstrekkende wens: Sarah's baby. Deze gothic terminatrix (Béatrice Dalle) gaat beestachtig tekeer met een gigantische schaar, alhoewel ze ook niet vies is van breipennen. Het debuterende regisseursduo Alexandre Bustillo en Julien Maury levert een zoveelste onvergetelijk bloederig Frans visitekaartje af. Hopelijk hebben ze meer succes dan hun Gallische bloedbroeder Alexandre Aja (haute tension) en David Moreau en Xavier Palud (ils), die het in Hollywood met remakes moesten doen (respectievelijk the hills have eyes en the eye) en daar op geen enkele manier hun stempel op konden drukken. Jongens, blijf lekker in Europa!
Dat dacht ook de Deense regisseur Ole Bornedal, die terugkwam uit Hollywood nadat hij daar van zijn doodenge thriller nattevagten een doodnormale remake mocht maken, nightwatch. Zijn the substitute is een slimme en geestige film met een briljant uitgangspunt: een schooljuf die alles weet. Maar dan echt alles: niet alleen wat 9146 x 3146 is, maar ook wie voor Brazilië de eerste goal scoorde in de halve finale van het WK '94. Hoe eng is dat! Ulla, de nieuwe invaljuf van klas 6B, móet wel een alien zijn, vinden haar leerlingen. En dat is precies wat ze is. Alleen de ouders geloven er niets van. Logisch, want welke ouder weet nou precies wat er op een schooldag allemaal gebeurt? Actrice Paprika Steen (festen) speelt de bovenaardse superlerares met diabolisch plezier, of ze nou poeslief de papa's en mama's voor zich wint of met satanisch genoegen haar leerlingen de grond in boort. Smullen.

Oude vos
Ook klaar met Hollywood was George A. Romero, die baalde van de marketingstrategie achter zijn briljante, maar geflopte land of the dead. Dus toog de oude vos terug naar bekend lowbudget-terrein en schoot er opnieuw een zombiefilm. Het werd helaas de minste van de vijf.
Het idee is goed: terwijl de wereld ten onder gaat aan het zombievirus laten studenten van de filmacademie, die toevallig net een horrorfilm aan het maken waren, de camera gewoon doordraaien. Want iemand moet vastleggen wat er aan de hand is in de wereld: regering en massamedia spiegelen immers alleen maar halve waarheden en hele leugens voor, zie Irak. Maar in plaats van dit idee consequent uit te werken, zoals cloverfield en [rec] (en het uit 2006 stammende zombie diaries), zet Romero wél spanningsverhogende muziek onder zijn film. Dat haalt gelijk de realistische angel eruit. Tot overmaat van ramp blijven die vervelende filmstudenten maar declameren waarom ze moeten filmen. Maar gelukkig weet Romero nog dondersgoed hoe hij een apocalyptische sfeer moet oproepen: door flarden radio-uitzendingen te laten horen die vertellen over de levende doden.
Hollywood naar Europa halen kan ook, hebben ze sinds nightwatch (AFFF 2005) in Rusland ontdekt. Met personages die 'Dungorn' heten en op weg zijn naar de Hemelse Poort weet je het wel: welkom in het land van de lord of the rings-klonen. Regisseur Nikolai Lebedev zaagt zijn in het moederland zeer succesvolle fantasy-epos over eenzame krijger Wolfhond wel van heel dik hout. En vergeet door al dat woeste hoefgetrappel (in slowmotion uiteraard) dat fantasie en epiek niets zijn zonder interessante karakters en een degelijk verhaal. Net als de animé appleseed: ex machina trouwens, een 13 in een cyborg-dozijn verhaal over een toekomst vol robotfascisme. Peperdure en zielloze technokitsch.

Tegendraads
Tot de hoogtepunten van het festival behoorden twee venijnige horrorfilms van oude rotten, die als jonge honden hun tanden vastzetten in een simpel idee en daar consequent in blijven doorbijten: bug van William Friedkin en stuck van Stuart Gordon. Gordon, vanaf zijn debuut re-animator vaste klant bij het AFFF, bouwt in alle nederigheid aan een persoonlijk en tegendraads oeuvre. Vaste bouwstenen zijn een voorliefde voor griezelauteur H.P. Lovecraft, een hang naar het groteske en een pikzwart gevoel voor humor. De laatste jaren is daar een sociale betrokkenheid bijgekomen die zijn genrefilms van extra urgentie voorziet. Zo was er twee jaar geleden edmond, een verontrustende tirade van een losgeslagen blanke burgerman. Ook stuck draait om een doodnormale man, die flink wat klappen te verduren krijgt.
Op zijn eerste nacht als dakloze wordt Tom (mooi sjofel gespeeld door Stephen Rea) geschept door een jonge bejaardenverzorgster met een pil teveel achter de kiezen. Deze Brandi (lekker dommige Mena Suvari) is hulpverleenster voor haar werk, maar niet privé: ze laat Tom de rest van film doodleuk klem zitten dwars door de voorruit van haar auto. Bloedend, kermend, hulpeloos. En dat is het complete verhaal. Gordon weet dit absurde gegeven, dat hij uit een krant opdiepte, uit te bouwen tot een complete film. Want stuck is naast een even bloedrode als inktzwarte nachtmerriekomedie ook een film over een ernstig onderwerp: hoe het helpen van anderen uit onze individualistische genen is weggesijpeld. "Het is niet ons probleem", zegt de vader van een jochie dat Tom wel wil helpen. Als de film dan ook nog eens opent met slowmotionbeelden van bejaarden die hun dagelijks portie medicijnen krijgen terwijl op de soundtrack een vette hiphopbeat klinkt, mag je spreken van een niet te missen unicum.

Uit de bocht
Festivalfavoriet was bug, een huiveringwekkende psychologische horrorfilm van William Friedkin en met groot gemak zijn beste film van de afgelopen 20 jaar. Wat een zinderende, claustrofobische afdaling naar de diepste krochten van waanzin!
De eenzame Agnes (een gedreven Ashely Judd) leeft in een armzalige motelkamer midden in de woestijn. Als de zonderlinge Peter (Michael Shannon, onvergetelijk) bij haar op bezoek komt, klampt ze zich vast aan zijn vriendelijkheid. Eindelijk een man die niet alleen maar wil neuken. Maar de schuchtere Peter heeft zo zijn eigen makkes: hij is knettergek. Hij denkt dat het leger een insect in zijn lijf heeft gepland en hem daarmee wil controleren. Het duurt niet lang of Agnes laat zich helemaal mee zuigen in Peters paranoia en ook zij ziet overal bugs: in, op, onder haar huid.
bug, gebaseerd op een toneelstuk van Tracy Letts, dreigt steeds gierend uit de bocht te vliegen, met zijn manische monologen en uitzinnige complottheorieën, net als de acteurs die spelen met de duivel op de hielen. Maar Friedkin houdt de teugels strak in handen. Zo neemt hij rustig de tijd om ons sympathie te laten voelen voor deze uitgerangeerde karakters. En een hele slimme truc is dat hij nooit een insect laat zien, maar dat hij ze ook niet expliciet níet laat zien, waardoor het makkelijker is mee te gaan in de gekte. Niet sinds Lodge Kerrigan's clean, shaven daalde een film zo diep af in de krochten van een gestoorde geest, en was het kijken zo'n lijdensweg. Psychologische horror die vele malen pijnlijker is dan welke slachtnacht of martelporno dan ook.
De betere horrorfilmer komt duidelijk niet uit Hollywood. Hij is er net vertrokken (Bornedal), voelde zich er nooit echt thuis (Romero) of hij verzandde er in verschrikkelijke middelmatigheid (Friedkin). Misschien solliciteert hij ook wel heel opzichtig naar een entreebewijs (Alexandre Bustillo en Julien Maury). Maar op dit moment komt de echt dampende horror uit diepe krochten ver verwijderd van de droomfabriek. En zo hoort het ook.

Rik Herder

De genoemde films verschijnen bij de volgende distributeurs:
appleseed ex machina: Warner, 18-06
bug: A-Film, te koop vanaf 24-06
the cottage: Sony, te huur vanaf 15-07, te koop vanaf 14-08
diary of the dead: Paradiso, datum nog niet bekend
inside is al verkrijgbaar als import (Dimension Extreme, regio 1)
[rec]: Paradiso, 08-09
the substitute: A-Film, datum nog niet bekend
stuck verschijnt later in het jaar als import
wolfhound: Dutch FilmWorks, datum nog niet bekend


All the boys love Mandy Lane

Op het AFFF draaide ook de slasher all the boys love mandy lane, die eind mei in de bioscoop wordt uitgebracht en iets meer wil bieden dan het ambachtelijke hakwerk. Het begint al met de muziekkeuze: melancholieke muziek begeleidt de doodssprong van een jongen in het zwembad, en ook later contrasteert de zachtmoedige evergreen 'Sealed with a kiss' van Bobby Vinton met de bloeddorst van de moordenaar, die het heeft voorzien op een groepje feestende tieners op een afgelegen ranch. Zo'n setting is gesneden koek voor de horrorkijker, maar ook hier probeert regisseur Jonathan Levine een iets andere draai te geven aan het genre door een maatschappijkritische noot over de schoonheidsindustrie binnen te smokkelen. De tienermeiden zijn zo geobsedeerd door hun lichaam, net als de jongens om hen heen, dat dit niet ongestraft zal blijven. De tiener uit de titel, Mandy Lane, is de zwakste schakel in het geheel. Zogenaamd mysterieus slaat ze de bewonderende blikken van de jongens van zich af, maar wij zien vooral een emotieloos wicht die voor weinig opwinding zorgt. Zo smaakt de film vooral naar oude wijn in nieuwe zakken.
Mariska Graveland
Te zien: vanaf 29 mei (Moonlight Films)


Walker

De Amerikaanse president van Nicaragua

De VS hebben een lange traditie van het verspreiden van democratie in Nicaragua. Ronald Reagan in 1986 via de CIA en William Walker in 1853 met Coca-Cola en een helikopter.

Er zijn van die acteurs waar je het niet mee hebt. Hoe vaak je ook naar ze kijkt, in welke krochten ze zich ook wringen, altijd blijf je ze zien acteren. Ed Harris is voor mij zo iemand. Hij kijkt vaak of ie moet poepen, doet heel erg aan method acting, speelt de taaiste ijzervreters of moeizaamste kunstenaars, maar ik blijf altijd Ed Harris zien. Iemand die moet poepen.
Totdat hij verscheen in walker van Alex Cox. William Walker: godsdienstfanaticus, zeloot, idioot, Amerikaan. Verspreider van 'democracy, liberty and enduring freedom'. Vertrok in 1853 met 54 man naar Nicaragua om het land over te nemen. Cox filmde walker in 1987 ten tijde van het Iran-Contra schandaal waarbij president Reagan voor miljarden steun aan de contra's gaf om Nicaragua voor hem over te nemen. En dan komt er in datzelfde jaar zo'n Amerikaanse cameraploeg in Nicaragua het land overnemen, om een film te maken over een historische overname. Het is zo paradoxaal, zoiets als de term 'waargebeurd verhaal', het lijkt Werner Herzog wel. Cox is echter veel lichter in zijn uitwerking. Zoals hij daar staat op de extradocumentaire op deze Criterion-uitgave, als een bonenstaak in een malle korte broek, ginnegappend in het oerwoud, zo is ook de toon van de film: sarcastisch. Geen weidse gebaren, maar simpele spitsvondigheden ter ondergraving. Zo zit er een heroïsche voice-over in de film, die als een geschiedenisleraar alle grootse zaken vertelt die Walker gedaan heeft. Maar wij zien Walker de meest idiote situaties binnenlopen terwijl om hem heen iedereen overhoop geschoten wordt. Keep on walking, Johnny! Om vervolgens zijn volgende rampzalige plan voor te stellen.
Niemand begrijpt zijn ondoorgrondelijke toespraken, met dat archaïsche gelul over normen en waarden, en zijn mannen slaan dan vervolgens dan ook doodleuk aan het plunderen en verkrachten. Ja, de geschiedenis van de sloebers kan niet vaak genoeg verteld worden.

Helikopter
Ook de taal krijgt een sarcastische behandeling. Het wemelt in de film van de tolken, vertalers en andere tussenpersonen, die via ondertiteling en omwegen de bezetenen moet duidelijk maken dat er niets te vrezen is van de bezetter. Maar de grootste vondst van Cox en scenarioschrijver Rudy Wurlitzer is toch wel het anachronisme, waarmee de film steeds meer doorspekt raakt. Mensen lezen ineens Newsweek, drinken Coca-Cola en roken Marlboro. Aan het einde landt er zelfs een helikopter in 1856. "Come'on sir, we need to get you out of here!" Dit heeft de film ook enige faam verworven. Vaak wordt daar echter niet bijverteld dat het stijlmiddel een reden heeft: het gaat om een politiek anachronisme, een teken van imperialisme. Cox introduceert het pas op het moment dat Walker - hoe die het doet, weet ik niet, maar hij doet het! - het hele land in bezit heeft. En dan kunnen de spullen binnenrollen. Import-Export. De spullen uit 1853 waren niet meer voorradig, maar uit 1987 hadden ze genoeg want daar zat de filmploeg tijdens het filmen midden in.
Gringo Walker zal dit allemaal worst zijn, die gaat verder op zijn Pad om het volk verlichting te brengen in deze wildernis, desnoods in de vorm van asfaltwegen met TL-lampen. Van de deus ex machina helikopter kijkt hij dan ook niet op, dat soort wonderen zijn hem bekend. Hij gaat uiteraard niet mee, maar verklaart met bulderende stem: ik blijf hier, ik ben de president van Nicaragua. Hij zou het twee jaar lang zijn, van 1855 tot 1857.
En Ed Harris? Hij maakt het allemaal mogelijk. Eindelijk is hij niet meer te zien als Ed Harris. Nu niet en nooit niet. Hij is Walker geworden, William Walker. De zeloot die moet poepen.

Mike Naafs

Te koop op dvd (Criterion)


Strawberry shortcakes

Piekfijn

In Hitoshi Yazaki's intieme strawberry shortcakes is eenzaamheid de levensstijl geworden van vier jonge vrouwen in Tokio. De subtiele toon en stijl maken deze mangaverfilming van 'Sweet cream and red strawberries' tot een van de beste Japanse films van de afgelopen twee jaar.

In 1992 verscheen Hitoshi Yazaki met march comes in like a lion plotseling op het wereldtoneel als voorman van de Nieuwe Golf in de Japanse film. Daarna verdween hij net zo snel als hij was gekomen. Pas in 2006 verscheen strawberry shortcakes in de bioscoop. En weer werd duidelijk: deze man is goed.
Een van de personages hangt met haar hoofd boven de wc-pot, voor de zoveelste keer haar eten naar buiten werkend. "Ga weg," zegt ze. Even lijkt het alsof ze in de camera kijkt en het tegen ons heeft. Maar als de camera draait staat haar kamergenoot tegen de muur geleund. Omdat de kijker en het personage vaak de enige aanwezigen in een kamer zijn, komt de vraag naar boven of je hier wel bij mag zijn, of dit niet privé is. Dat terugkerende gevoel van voyeurisme is een groot compliment aan de film omdat dat alleen ontstaat wanneer de broze levenssfeer van de personages voelbaar wordt gemaakt en wij het idee krijgen dat we die met hen delen. Maar gelukkig wordt de intimiteit van Yazaki's camera nergens indiscreet.

Gesloten
Satoko en Akiyo werken bij hetzelfde escortbureau, de een als escortmeisje, de ander als receptioniste. De twee andere vrouwen, Chihiro en Toko, delen een appartement. Al lang voor de vier aan het eind van de film samenkomen op het strand en de kleine aardbeiencake uit de titel eten, heeft Yazaki zichtbaar gemaakt hoezeer ze op elkaar lijken. Niet door hun persoonlijkheden maar omdat ze alle vier in dezelfde gesloten wereld leven.
Die wereld schetst de film, behalve door het fantastische acteerwerk van de vier amateur-hoofdrolspelers, op verschillende manieren. Door de anonimiteit van de stad, die een immense afstand tot de ander veroorzaakt, en die vooral blijkt uit haar afwezigheid. Alleen door de ramen van appartementen of kantoren is de betonnen horizon van gebouwen zichtbaar. Maar het is niet een wereld waarin de vier zich begeven want daarvoor zijn ze te kwetsbaar geworden. Door de mannen die voorbijkomen en die niet geïnteresseerd zijn in wat de vrouwen willen. Wat de mannen te bieden hebben is platte seks, en meestal is zelfs dat teveel moeite. Als er al iets in bed gebeurt, blijkt weer eens dat mensen die contact zoeken alleen maar extra kwetsbaar zijn en gemakkelijk misbruikt worden.

Alleen-zijn
En dan zijn er de symbolen, de rituelen en de kleine bezweringen die het eigenlijke verhaal van de film vertellen en die Yazaki's sensitiviteit als regisseur verraden. Hoe spel je 'eenzaamheid'? Een klein altaar op een plank, een vis die alleen rondzwemt in een aquarium waarvan je door het camerastandpunt de contouren niet kunt zien, het lange nakijken bij het afscheid nemen wanneer iemand zich realiseert de komende 24 uur tegen niemand iets te zullen zeggen, het vriendelijk blijven bij gekwetst worden uit angst zelfs vage kennissen kwijt te raken, het gezicht dat door het piekeren minder plooibaar wordt. Het alleen-zijn gaat in alles zitten, het wordt een levensstijl met eigen uitdrukkingen en bewegingen, een vocabulaire van voorzichtigheid.
Yazaki's verbeelding is niet altijd even subtiel - zoals wanneer een man op Chihiro's gezicht klaarkomt terwijl hij 'Happy Birthday' zingt - maar dat zijn kleinigheden. De ongedwongenheid en zo nu en dan zelfs de humor geven strawberry shortcakes ondanks de ernst van zijn onderwerp een prachtig elegante toon.
Volgens de ijzeren logica van het reuzenrad dat aan het eind van de film te zien is, komt iedereen die beneden zit ook ooit een keer boven. Dat zien we in de film niet gebeuren, daarvoor is de regisseur te realistisch. Het rad is meer een buiging die hij naar deze vier levens maakt. 'Kijk,' zegt hij, 'het zou zomaar kunnen. Ik help jullie hopen.' Net als wij. We waren al intiem met ze en na twee uur hopen we ook echt dat ze iemand zullen tegenkomen.

Ronald Rovers

Te koop op dvd (regio 3 import, Happinet Pictures)


Top 10 import films

histoire(s) du cinema
Een jaar geleden verscheen Godards kijk op de filmgeschiedenis eindelijk bij het Franse label Gaumont. En nu opnieuw bij Artificial Eye. Een rechtenkwestie maar de serie is er niet minder om.

trafic
Jacques Tati geeft zijn klassieke blik op de weg en daarmee de moderne tijd door Monsieur Hulot een nieuwe auto vanuit Parijs naar een autoshow in Amsterdam te laten brengen. De enige Tati die nog niet bij Criterion was verschenen.

hana
Tegenover de traditionele samourai-films waarin de onverstoorbare held van het ene gevecht in het andere belandt, zet de regisseur van nobody knows, Hirokazu Kore-eda, een verhaal waarin nauwelijks hoogtepunten voorkomen. Samourai Sozaemon komt naar Tokio om de dood van zijn vader te wreken maar is vooral bezig met eten, drinken en in bad zitten. In zijn zelfzuchtige kijk op de wereld is gaandeweg steeds meer plaats voor de mensen om hem heen.

bill douglas trilogy
Drie belangrijkste films van redelijk jong gestorven Britse regisseur over zijn jeugd in Newcraighall bij Edinburgh. Hard, eerlijk, intens.

vampyr
Carl Theodor Dreyers horrorklassieker uit 1932 die pas in 1998 werd gerestaureerd. Het uitzonderlijke camerawerk en sounddesign plaatsten de film in de annalen van de filmgeschiedenis.

mon oncle antoine
Distributeur Criterion prijst de film alvast aan als 'de beste Canadese film aller tijden.' Claude Jutra's film is een delicate verbeelding van het limbo tussen kindertijd en volwassenheid waarin de eigenaardigheden van het lichaam en de ernstige gewoonten van de wereld zich aandienen. En dan is het ook nog eens kerst. En 1943.

funky forest: the first contact
Volgens sommigen de meest absurde film die ze ooit zagen. De All Movie Guide geeft een voorproefje: de film bevat een ode aan David Cronenberg, een kont-televisie en een meisje dat lasers afschiet uit haar voorhoofd. Musicalelementen inbegrepen in deze Japanse potpourri van hypercinema.

the long day closes
Beeldpoëzie waarin Terence Davies net als in distant voices, still lives minder via klassieke verhaallijnen dan via mystieke beelden zijn jeugd in de jaren veertig en vijftig in Liverpool probeert terug te halen.

satyajit ray collection vol. 1
Met Mahanagar (De grote stad), Charulata (De eenzame vrouw) en Nayak (De held) een collectie films van een van de grootste Indiase regisseurs.

seven days to noon
Anti-koude oorlogsfilm uit 1950, toen die oorlog nog maar net was begonnen. Britse wetenschapper die in opdracht werkt aan een atoombom komt tot inkeer en eist dat het atoomprogramma wordt stopgezet. Anders brengt hij in Londen een atoombom tot ontploffing. Klinkt logisch. De regie is van de broers John en Roy Boulting die met deze film hun grote doorbraak beleefden. seven days to noon kreeg in Venetië een Gouden Leeuw.

Ronald Rovers

Deze lijst is samengesteld door Boudisque. Voor meer informatie ga naar www.boudisque.nl


across the universe
Julie Taymor
Soms zijn films net te lang. Een minuut of tien, dat is alles. Meestal kun je als kijker niet eens precies aanwijzen wélke tien minuten; het zitvlees is gewoon eerder op dan de film. Maar bij across the universe ligt het net anders. De film is tien minuten te lang, maar hier is precies duidelijk wélke tien minuten. En aan het eind van de film zou je weer willen dat hij langer doorging.
Julie Taymors musical vertelt zijn verhaal (over een prille liefde in de stormachtige jaren zestig) met een omvangrijke greep uit de liedjescatalogus van de Beatles. Dat begint al bij de namen van de karakters: Jude (Jim Sturgess) trekt van Liverpool (!) naar Amerika, waar hij achtereenvolgens bevriend raakt met student Maxwell (Joe Anderson) en verliefd op diens zus Lucy (Evan Rachel Wood). Maar dan wordt Max opgeroepen voor zijn dienstplicht en verscheept naar Vietnam, en raakt Lucy tot ongenoegen van Jude steeds nauwer betrokken bij de anti-oorlogsbeweging.
Maar liefst 33 Beatles-liedjes worden door de cast gezongen, en dan tellen we alle losse verwijzingen in de dialogen nog niet mee ('She came in through the bathroom window!'). Soms zijn het slechts één of twee regels, soms een enkel couplet, maar vaker worden de liedjes geheel uitgezongen. De uitwerkingen variëren van getrouwe weergaven van de originelen tot (gedurfder en interessanter) grondige herinterpretaties die de muziek een nieuwe sfeer en de teksten een nieuwe lading geven. Zoals de variant van 'I wanna hold your hand', gezongen door Aziatische cheerleader Prudence (T.V. Carpio), waarin een van de meest aanstekelijke en opgewekte popliedjes uit het Fab Four-repertoire transformeert tot een klaaglied voor een onmogelijke lesbische verliefdheid.
Die invullingen staan of vallen bij de cast. Gelukkig grijpt Taymor maar één keer mis, in Eddie Izzard als drugscircus-ringmeester Mr. Kite. Zijn uitgesponnen sequentie, die direct volgt op een 'magical mystery tour' met Bono als psychedelische buschauffeur Dr. Robert, zijn die tien overbodige minuten. Hier wordt de visuele overdaad te zwaar voor de schouders van het misplaatste liedje 'For the benefit of Mr. Kite'. Maar zelfs als across the universe uit de bocht vliegt, doet het dat in stijl: overweldigend, ambitieus, glorieus.
Joost Broeren
Te koop op dvd (Sony Pictures)


the bothersome man
Jens Lien
Je zou een heuse studie kunnen doen naar de rol van Ikea in de filmgeschiedenis. In
fight club staat de meubelketen voor een steriele levensstijl, ontdaan van elke spanning, net als in de geweldige Noorse film the bothersome man, die nu uit is op dvd en in juni gelukkig ook gaat draaien in het Previously Unreleased-programma in het Filmmuseum. In de surrealistische komedie the bothersome man wordt een twintiger gedropt in een anonieme, bleke stad, waar hij wordt voorzien van een baan en een huis dat is ingericht als een Ikea-showroom. Met zijn vriendin praat hij alleen over de inrichting van zijn woning. Elke dag schuifelt hij braaf naar zijn werk, waar immer glimlachende collega's hem aan de lunchtafel opwachten, maar al snel krijgt hij door dat er iets niet klopt aan zijn kabbelende leven, waarin de kopieermachine de enige natuurlijke vijand van de mens is. Wat is dat voor een wereld waarin je van het bier nooit dronken wordt en het eten naar niks smaakt? Beckett, Lynch en Tati zijn nooit ver weg in deze formidabele droge komedie, die een groter bereik verdient dan een voorstelling op het Amsterdam Fantastic Film Festival vorig jaar, waar het de Black Tulip Award won. the bothersome man staat in de traditie van grootse kantoorkomedies als 'The office' en office space, terwijl de gortdroge horror volstrekt uniek genoemd mag worden. De combinatie van herkenbare, dagelijkse beslommeringen en de bizarre taferelen die daaruit ontspruiten, doet hopen dat de Noor Jens Lien vaker op de regiestoel gaat zitten. Kritiek op de consumptiemaatschappij is duidelijk te horen, maar Lien weet dat zonder geheven wijsvingertje te brengen, want we zijn allemaal maar gewone mensen met al onze zwakheden, zo laat hij net als de Zweedse regisseur Roy Andersson zien. Hij suggereert dat ontsnappen mogelijk is, maar kun je echt ontsnappen aan de condition humaine? Prikkelende vragen verpakt in bijzonder camerawerk, met nog humor ook. Een mens zou er bijna gelukkig van worden.
Mariska Graveland
Te koop op dvd en van 19 t/m 25 juni, 21:30 u. in het Filmmuseum Amsterdam.


shoot 'em up
Michael Davis
Een van de beste films van 2007 was het hilarische, sexy en politiek relevante heroic bloodshed-epos shoot 'em up, met in de hoofdrollen Clive Owen, Monica Bellucci en Paul Giamatti. Het opent al met een radicale scène: de wortelkauwende revolverheld Smith (Owen) raakt pissed-off wanneer hij boeven ziet die achter een zwangere vrouw aan zitten. Doe je niet. Smith erachteraan, schietend en schoppend en verloskundige spelend. Pardon? Inderdaad, tijdens de openingsscène zorgt Smith ervoor dat het kind, dat voor de rest van de film onder zijn hoede zal zijn, levend de wereld inkomt, ook al vliegen de kogels hem om de oren. Het kind is de sleutel, want de bad guy Hertz, gespeeld door de opnieuw magistraal acterende Paul Giamatti, wil het kind dood. Bla, bla, bla. Vergeet plot. Gevoel, dit is een film over gevoel. Wat je voelt bij een scène waarin Owen en Bellucci seks hebben en zij opeens in schietschijven veranderen, en Owen zo cool is dat hij zijn meisje in zijn armen houdt, opdat zij kan klaarkomen, en hij ondertussen de slechteriken van hun lichamen afhoudt door te schieten en nog eens te schieten. Meesterlijk. Heroïsch. Sexy bloodshed. En Bellucci, het enige personage met een echt klinkende naam, Donna Quintano, een prostituee met een specialisme: lactatie. Wat betekent: hart van goud en moeder bij uitstek. Pijpt een corrupte man-in-pak om geweren te kopen om Baby te beschermen. Zo is shoot 'em up een film over normen en waarden, vuurwapencontrole en politieke corruptie. Het is een film waarin het subversieve kerngezin (vuurwapenfreak, lacterende hoer, verontrustend lachende baby) integerder is dan geheime agenten in dienst van de overheid, zakenlieden en senatoren. En wij kijkers scharen ons achter dat gezinnetje. Want dat gezinnetje, dat zijn wij. De dvd-release is overigens saai, met slechts een diskje met wat extra's. Maar dat geeft niet. shoot 'em up is typisch een film die over twee jaar in een geweldige editie in het buitenland zal uitkomen, wanneer het volle impact ervan op het cultureel bewustzijn duidelijk is. Tot die tijd is het een dvd die je makkelijk twee keer per maand kan bekijken zonder ermee klaar te zijn.
Gawie Keyser
Te koop en te huur op dvd (Warner)


poor boy's game
Clément Virgo
poor boy's game opent met de gefilmde bekentenis van de jonge bokser Donnie Rose (Rossif Sutherland). Omdat de zwarte Charles Carvery hem een 'mietje' noemde, viel hij hem aan, sloeg hem half lens, en 'liet de nikker daar liggen.' Charles lag een week in coma en hield blijvend hersenletsel aan de aanval over; hij praat niet meer en is mentaal zeer beperkt. Niet vreemd dus dat de zwarte gemeenschap van het Canadese Halifax Donnie op staat te wachten als hij na tien jaar gevangenis weer vrijkomt. Bokser Ossie Paris biedt hem 20.000 dollar voor een gevecht, wat hij zelf omschrift als een lynchpartij. Maar Charles' vader George (Danny Glover) neemt een verrassende keuze: hij coacht Donnie. Er zal, zo stelt hij, niet nog meer geweld gepleegd worden uit naam van zijn zoon.
Regisseur-scenarist Clément Virgo en coscenarist Chaz Thorne hebben een goed oog voor de wisselwerking tussen gemeenschap en individu. Zowel Donnie als George worden wisselend meegezogen in en afgestoten door hun omgeving, en de economische achteruitgang van havenstad Halifax schijnt constant door in de wanhoop van deze groepen. Daarmee doet poor boy's game af en toe denken aan de briljante Amerikaanse politieserie 'The wire', waar Virgo niet toevallig enkele afleveringen van regisseerde. 'The wire' geeft een dwarsdoorsnede van de stad Baltimore, en toont hoe een complex geheel van drugsdealers, politieagenten, politici en burgers op alle lagen samenhant. Virgo heeft in poor boy's game alleen niet de luxe zijn verhaal uit te kunnen spreiden over een twaalf uur lange reeks, en valt dus af en toe terug op iets te schematische plotwendingen.
Die worden echter met verve geloofwaardig gemaakt door de sterke cast. Nieuwkomer Sutherland (zoon van Donald, halfbroer van Kiefer) overtuigt als binnenvetter Donnie, en Glover maakt van de al even zwijgzame vader Carvery een fascinerende, tragische figuur. Het is de zwaarte achter zijn ogen, de levensmoeheid in zijn trage tred die het wat gezochte uitgangspunt volledig logisch doen lijken. En het zijn de scènes tussen hem en K.C. Collins als zijn gehandicapte zoon Charles die na het zien van dit integere drama het langst bijblijven.
Joost Broeren
Te koop op dvd (Paradiso Home Entertainment)


Vergeten zilver

De schaar van Anna Karina

Wat is het toch moeilijk om nog iets nieuws te zeggen over Jean-Luc Godards pierrot le fou (1965). Het is gemakkelijk te schrijven dat het een meesterlijke film is, een speerpunt van de Franse cinema van de jaren zestig, een 110 minuten durend brok schizofrenie, een bedrieglijk liefdesverhaal. Een film over De Liefde volgens Nietzsches adagium 'There is always some madness in love, but there is also always some reason in madness'. Godard laat in pierrot le fou Jean-Paul Belmondo en Anna Karina ('het laatste romantische koppel') op de vlucht slaan. Belmondo heeft genoeg van zijn bourgeoisiebestaan en neemt maîtresse Karina mee op een reis van Parijs naar het zuiden, de mediterrane sferen lonken, maar onderweg moeten er nog wel wat mensen vermoord worden, en moet er worden geflirt en gedanst. Belmondo eist van de Esso-pompbediende een tijger in zijn tank, terecht, want het noodlot zit hen op de hielen. Natuurlijk is de crux van de film dat niet hun achtervolgers, maar zijzelf hun noodlot vormen. Belmondo kijkt daarbij ongekend zelfverzekerd rond, maar het is Anna Karina die de film draagt, er het hart van vormt en een onvergetelijk cinematografisch enigma neerzet. Of dit masochisme of ware devotie van Godard is, dat blijft onduidelijk, maar feit is dat de regisseur en Karina van 1961 tot 1967 getrouwd waren.

Anna Karina.

Karina's filmische hoogtepunten regen zich in de jaren zestig, haar enige succesvolle periode, aaneen: bande à part, alphaville, une femme est une femme, het voormalige Deense topmodel (echte en minder lekker bekkende naam: Hanne Karen Blarke Bayer) was populair in de kringen die er destijds toe deden, zag er spectaculair prachtig uit (die ogen!) en kon een heel aardig potje acteren. Vooral in pierrot le fou valt ze niet te duiden en is zo dus de belichaming van Godards poging onderbuik en brein voortdurend te kietelen. Wanneer ze met een schaar speelt - Raoul Coutards camera vangt de scène in close-up en met een wijde lens - lijkt ze het beeld door midden te willen knippen, alsof Godard tegen zijn kijkers zegt: kijk maar uit, hier heeft Anna de macht. Hij heeft gelijk.
De nieuwe Criterion-dubbeldvd van Godards tiende film bevat fantastische extra's en ziet er prachtig uit, gelukkig, want de cinemascopefotografie van Coutard is nog steeds oogverblindend. Vooral wanneer de twee anti-helden de Middellandse Zee bereiken: het azuurblauw spat van het scherm, onbeschrijflijk mooi. Veel nieuws heb ik niet over pierrot le fou kunnen zeggen, maar alstublieft, heeft u de film nog nooit gezien, koop deze dvd, want cinema zag er zelden zo modern, fris, onnavolgbaar en kleurrijk uit als in Godards handen in 1965. Met dank aan Anna Karina.

Mike Lebbing
pierrot le fou is te koop op dvd (The Criterion Collection)

Naar boven