September 2008, nr 302

Marcos Jorge

Koken is macht

estômago lijkt de zoveelste film over een briljante kok en eten, maar de Braziliaanse filmmaker Marcos Jorge gaat het om iets anders. "Talent geeft macht en macht corrumpeert."

Marcos Jorge (foto: Kris Dewitte).

In estômago speelt koken een grote rol, maar het had ook een andere activiteit kunnen zijn, zegt Marcos Jorge in een café in Antwerpen. "Door middel van koken, werkt hoofdpersoon Nonato zich sociaal omhoog, maar hij had ook een ander talent kunnen hebben. Ik wil laten zien dat succes in de samenleving meestal een persoonlijke tol eist. Nonato stijgt op de sociale ladder, maar als mens blijft er niets van hem over." Het is duidelijk: estômago is geen eetfilm over innemende personages die dankzij hun geweldige kookkunst de liefde ontdekken. De film is geen eden, waarin een vrouw verliefd wordt op een meesterkok. Ook zien we geen voedselpornografie: geen glamourbeelden van verleidelijke gerechten. Jorge wilde "echt voedsel en echte mensen". Zoals de hoer in de film. "Zij is niet perfect, want perfectie is niet verleidelijk. Zonder imperfectie geen aantrekkelijkheid."
estômago doet niet denken aan gezellig tafelen, maar aan Peter Greenaways the cook the thief, his wife & her lover en Marco Ferreri's la grande bouffe, al wordt de film nooit zo zwart als deze meesterwerken over achter voedsel verstopte seksuele perversiteit. Het blijkt geen toeval: "Ik hou erg van de vroege films van Greenaway. In the cook the thief, his wife & her lover doet hij wat ik in estômago wilde doen: het opvoeren van ruwe, ruige personages, die tegelijk iets verfijnds hebben. Ik hou van die combinatie. De lange rijder rond de tafel in de gevangenis is een letterlijk citaat uit Greenaways film. En wat la grande bouffe betreft: ik hou niet van Ferreri, maar er zit zeker iets van die film in estômago. Ik denk aan het scatologische, zoals de discussie over stront aan het einde van de film."

Scampi
Jorges interesse in eten stamt uit de tijd dat hij in Italië woonde. Na de middelbare school in Brazilië ging hij als zeventienjarige naar Italië. Na een jaar keerde hij terug naar huis, maar na een universitaire studie communicatie trok hij weer naar Italië. Deze keer bleef hij er tien jaar. Hij deed een filmopleiding in Rome en verdiende de kost met commercials en bedrijfsfilms. Daarnaast maakte hij documentaires en videoinstallaties. Acht jaar geleden keerde hij terug naar São Paolo. Elf jaar Italië hebben hun sporen nagelaten. "Italiaans is mijn tweede taal en ik ben zeer geïnteresseerd in de Italiaanse cultuur, vooral literatuur. Daarom heet het restaurant in estômago Boccaccio. Ik wilde het eerst Piemonte noemen, maar vond dat toch een te gewone naam voor een Italiaans restaurant."
In Italië leerde Jorge goed koken. "Dat was noodzaak, omdat ik voor mezelf moest zorgen. Ik kookte iedere dag. Mijn pièce de resistance was en is spaghetti met scampi. Dat maak ik echt goed. Het grappige is dat iedereen het anders maakt. Het begint al met de tomaten: neem je verse of gezeefde? Voeg je wodka of cognac toe? Basilicum? Knoflook? Ja, ik was een goede kok, maar om goed te blijven, moet je iedere dag in de keuken staan. Je moet de tijd ervoor nemen. Helaas kook ik nog maar zelden. Mijn vrouw, die de producent is van de film, en ik hebben het te druk. We eten nu meestal buitenshuis." We hoeven geen medelijden met hen te hebben, want São Paolo heeft volgens Jorge een mondiale eetcultuur. "Je vindt er van alles, van Thais tot Japans, van Mongools tot Afghaans." Hoe de Braziliaanse keuken ervoor staat? "We hebben een sterke traditie van lowbudget voedsel, met als bekenste het gerecht feijoada. In deze door slaven bedachte stoofpot werden vroeger alle slechte stukken van het varken, zoals ingewanden en oren, gestopt. Doordat Brazilië rijker wordt, is de laatste tien jaar vlees in opmars. We lijken steeds meer op Argentinië."

Berooid
De stap van de keuken naar macht is voor Jorge een kleine. "In de Italiaanse traditionele samenleving ontdekte ik de betekenis van voedsel. In het middelpunt staat de Italiaanse mama. Zij is een instituut dat met voedsel controle uitoefent. Zij geeft eten aan man en kinderen, maar eist in ruil liefde. Voedsel is voor haar een machtsmiddel." In gevangenissen ziet Jorge hetzelfde mechanisme. "Toen ik voor de film research deed, zag ik dat in iedere cel altijd wel een gevangene zit die het slechte eten beter probeert te maken. Als het hem lukt, stijgt hij in aanzien en verwerft hij macht."
estômago gaat over dat mechanisme, vervolgt Jorge. "Nonato arriveert berooid in een stad. Hij heeft niets. Hij is geen intellectueel, maar wel slim en merkt dat hij met zijn kooktalent zijn situatie kan verbeteren. Rücksichtlos gebruikt hij zijn talent om macht te krijgen." estômago geeft een nogal somber beeld van de menselijke soort, want niet alleen Nonato maar alle personages zijn opportunisten en egoïsten. Jorge beaamt het. "Ik denk dat macht altijd corrumpeert. Misschien heeft het iets te maken met mijn achtergrond, want in Zuid-Amerika is corruptie wijd verbreid. De film is pessimistisch, maar ik wil niet dat mensen er treurig uitkomen. Ondanks dat Nonato een crimineel is, blijf je van hem houden. Hij verleidt je als een entertainer."

Snobisme
Over entertainen gesproken: estômago neemt ook culinair snobisme op de hak. De film bevat een geestige scène, waarin een restauranthouder koken met schilderen vergelijkt. "De keuken, de kruiden en de ingrediënten zijn onze verf." En: "Eenvoudige recepten zijn als een schilderij van Picasso. Simpel maar intens." De hoogdravende woorden komen in een ander daglicht te staan als de restauranthouder uitlegt waarom hij koken kunst noemt: een bepaald gerecht bereidt hij met gorgonzola in plaats van met gewone kaas, omdat dat chiquer staat, zodat hij er veel meer geld voor kan vragen. Jorge wil er niet mee beweren dat iedere restauranthouder een oplichter is, maar heeft zijn bedenkingen tegen de huidge culinaire ontwikkeling. "Ik vind koken net als wijnmaken kunst, maar er wordt tegenwoordig meer over eten gepraat dan dat er lekker wordt gegeten. Hetzelfde mechanisme zie ik in de kunstwereld. Daarin draait het niet meer om de kunstenaars, maar om de curators. Zij bepalen wie er toe doen en wie niet. Het is de omgekeerde wereld: het discours over kunst is belangijker geworden dan de kunst."
Jorge is ook niet blij met de internationale artfilmwereld. "Er heerst een festivaldictatuur. Als een film niet in Cannes, Berlijn of een ander belangrijk festival is te zien, bestaat hij niet. Het leidt tot films die worden toegesneden op de smaak van festivals." Hij noemt een voorbeeld. "De laatste jaren zijn in Brazilië veel films over de sloppenwijken gemaakt, die allemaal dezelfde clichés over geweld en armoede bevatten. Dat is geen toeval, maar komt doordat internationale festivals zulke films willen zien. Dus spelen filmmakers erop in. Het is gewoon een commerciële strategie. Natuurlijk heerst er geweld en armoede in de favela's, maar typerend voor het huidige Brazilië is juist de sociale diversiteit. Na jaren stagnatie groeit de economie jaarlijks met zes procent, zodat de middenklasse sterk toeneemt. Zie jij deze mensen in Braziliaanse films? Filmmakers moeten de complexiteit laten zien en niet de clichés. We moeten geen films maken waarin we door de ogen van westerlingen naar onszelf kijken, maar films over hoe wij onszelf zien."

Jos van der Burg


estômago

Vreten of gevreten worden

Liefde en eten, macht en hiërarchie, een restaurant en een gevangenis. Regisseur Marcos Jorge is de Braziliaanse chef de cuisine van het speelse, originele estômago.

Een film die begint met een verhandeling over gorgonzola moet daarna wel heel erg zijn best doen om nog stuk te gaan. Een film die zich ook nog eens voor een groot deel in de gevangenis afspeelt. En over liefde en eten gaat. En die zichzelf niet al te serieus neemt.
In de openingsscène zwerft de slome Raimundo Nonato (João Miguel) op straat in een Braziliaans stadje. Hij gaat ergens eten maar valt dan in slaap en blijkt tegen sluitingstijd geen geld te hebben. Uitgekafferd worden en afwassen dus. Hij blijkt de volgende dag wel heel goed te kunnen koken en krijgt een baantje van de eigenaar. Binnen een paar weken kent de hele buurt zijn gefrituurde snacks. Hij wordt opgemerkt door de eigenaar van een groter restaurant, die hem in dienst neemt en hem de liefde voor eten en koken bijbrengt. Dit verhaal wordt afgewisseld met het verhaal over Raimundo in de gevangenis. Daar moet hij aanvankelijk als voetveeg op de grond slapen, onderaan de voedselketen. Als zijn celgenoten ontdekken dat hij kan koken, stijgt zijn aanzien en klimt hij matras voor matras omhoog in het stapelbed. Dat mondt uit in een fresco van het Laatste Avondmaal - 'vers' krijgt hier een heel nieuwe betekenis - met één gigantisch varken op tafel en één dode apostel op bed. Nonato blijkt niet zo dom als hij zich voordoet.

Etcetera
Niet de keuken maar het vreten wordt weerspiegeld in de kunst, om Oscar Wilde maar eens te parafraseren, en dat geldt zeker voor deze heerlijke film. Alles hier is darwinisme: alle personages werken zichzelf omhoog ten koste van anderen. Maar omdat het leven behalve vurrukkulluk ook gewoon bullachulluk is, laat de regisseur gelukkig veel ruimte voor idiotie. Zo moeten alle gevangenen afschrikwekkende namen hebben. Het is tenslotte de gevangenis. Maar omdat ze niet allemaal even snugger zijn noemt de capo di tutti capi zichzelf 'Etcetera'. Niemand weet wat het betekent dus het zal wel iets engs zijn. Niet dat de film ergens flauw wordt. Onder het gekletter van de pannen blijven ernst, misbruik, eenzaamheid, verlatenheid en agressie voelbaar. Regisseur Marcos Jorge houdt het allemaal mooi in evenwicht. Net als João Miguel die van Nonato een slungelig maar tegelijk moeilijk te doorgronden personage maakt.
estômago speelt een beetje met ons omdat een tijd lang niet duidelijk is wat eerst kwam: is Raimundo vrijgekomen en in het restaurant gaan werken of moet er nog iets verschrikkelijks gebeuren waardoor hij in de gevangenis belandt? Het antwoord komt, geheel in stijl, van een ingrediënt.
estômago wordt maar in vijf landen uitgebracht en dat is erg jammer. En typerend. Het ultrageweld van
cicade de deus en tropa de elite vliegt over de toonbank maar een speels en origineel werk als dit blijkt nauwelijks verkoopbaar. En dan is de film ook nog eens voor minder dan 300.000 euro gemaakt. Dat zouden meer mensen moeten doen. Het schijnbare gemak achter het verhaal verraadt talent dus ik wacht ongeduldig op de volgende film van Marcos Jorge.

Ronald Rovers

estômago
Brazilië, 2007
Productie: Marco Cohen, Cláudia da Natividade, Fabrizio Donvito
Regie: Marcos Jorge
Scenario: Fabrizio Donvito
Camera: Toca Seabra
Montage: Luca Alverdi
Art direction: Jussara Perussolo
Muziek: Giovanni Venosta
Met: João Miguel, Fabiula Nascimento, Babu Santana
Kleur, 100 minuten
Distributie: Cinemien
Te zien: vanaf 4 september

Naar boven