November 2008, nr 304

Nikolaus Geyrhalter over 7915 km

Parijs. Dakar. 7915 km is de afstand van die wereldberoemde rally, zoals in de nieuwe film van Nikolaus Geyrhalter wordt uitgerekend. "Een reis langs opgetrokken stofwolken en autobanden." We spraken de regisseur na de Europese première op de Viennale.

Nikolaus Geyrhalter (foto: Viennale).

Nadat hij in our daily bread de geglobaliseerde voedselindustrie onder de loep heeft genomen, volgt Oostenrijker Nikolaus Geyrhalter in 7915 km de sporen in het Afrikaanse zand nadat de rally Parijs-Dakar daar overheen is geraasd. "Ik ben geïnteresseerd in het leven achter de coulissen. De rally was daarvoor een vehikel", vertelde de regisseur na afloop van de Europese première van zijn film op het Filmfestival Wenen. 7915 km is een van de spilfilms van het komende International Documentary Filmfestival Amsterdam, waarvoor Geyrhalter als hoofdgast ook de Top 10 samenstelde en een masterclass zal verzorgen.

Bij de première op de Viennale vertelde u dat de rally zelf meer een vehikel was om een verhaal te vertellen dan het echte uitgangpunt van de film.
De rally is natuurlijk spectaculair en fascinerend, maar het is een sport die me verder niet bijzonder interesseert. Wat ik interessant vond is dat er twee bewegingen zijn: één van rijke westerlingen van Noord naar Zuid en één van arme Afrikanen van Zuid naar Noord. Die twee kruisen elkaar ergens. Dat is ook een heel filmisch principe.

U begint de film pas echt op 1009 km, in Marokko...
...dat komt omdat de echte rally al lang niet meer in Parijs start. In Portugal geloof ik. Het was echt interessant geweest om de beelden van Europa met die van Afrika te spiegelen, maar ik dacht als we toch al bijna niet meer in Europa beginnen, kunnen we net zo goed meteen echt naar Afrika gaan.

En daar voert u ons langs andere coördinaten: 3478 Westelijke Sahara, 3498 Mauritanië, 6648 Mali, 6968 Senegal. Wat zijn dat voor plaatsen?
Dat zijn steeds de plekken waar de landen aan elkaar grenzen of als we een beetje moesten smokkelen waar in dat land de eerste belangrijke etappe van de rally werd gereden.

Wat waren verder uw selectiecriteria bij het kiezen van de beelden uit die landen?
We hebben onnoemelijk veel gedraaid, maar het verhaal van de film is de spiegel van een reis. Eerst is er de onschuld, de kinderen, de alledaagse gesprekken. Vergelijk het maar met als je zelf in Afrika aan zou komen. Dan vraag je naar sociologische zaken en uiteindelijk heb je het over politiek. Ik wilde afrekenen met de standaardbeeldvorming die er in westerse films van Afrika bestaat.

Wat is die dan volgens u?
Beelden van mooie landschappen, armoede en luie mensen. De enige clichébeelden die er in de film zitten komen uit het promotiefilmpje voor Parijs-Dakar en de satellietfoto's aan het einde van de bootvluchtelingen. Dat zijn niet voor niets beelden die ik zelf niet heb gedraaid, maar aan andere media heb ontleend. Zo kijken Europeanen doorgaans naar Afrika: als een continent om doorheen te racen en als een bedreigend gebied waar mensen vandaan komen die van onze rijkdom willen profiteren. Dat einde is alweer een nieuwe film: Europese landen die in de internationale wateren patrouilleren om vluchtelingen al aan de grens van hun eigen land tegen te houden.

Toch zitten er ook mooie landschappen en arme mensen in uw film.
Maar dat zijn allemaal gebroken beelden: elk landschap is doorsneden door sporen en natuurlijk is er armoede te zien, maar dat is armoede met trots, dat is een groot verschil. Bovendien zijn alle geïnterviewden op oogniveau gefilmd en niet zoals meestal een beetje van boven. Ik wil niet het gevoel geven dat dit mensen zijn die hulp nodig hebben, althans geen andere hulp dan de hulp om zichzelf te helpen.

In uw Top 10 zit ook een speelfilm: the new world van Terrence Malick.
Die discussie over documentaire en fictie is oersaai. Een film is een film. Bovendien vind ik dat als mensen naar een film gaan kijken in de bioscoop dat ze dan recht hebben om iets bijzonders te zien en op de hoogst mogelijk kwaliteit. Steeds meer documentaires zijn groezelige tv-achtige reportages die je voorschrijven wat je ervan moet vinden. Ik schrijf mensen niet voor wat ze moeten denken, maar om goed te kunnen kijken en zelf te kunnen oordelen, moeten mensen als het ware in de film kunnen vallen. Daar voel ik grote affiniteit met Terrence Malick die in de meest complexe massascènes een oog heeft voor detail alsof het documentair is.

Uw film is met hd-cam gedraaid, maar Cinemascope afgewerkt. Had u liever met film gewerkt?
Digitale video en high definition hebben nog steeds een hoop nadelen. Cinemascope past bij de wijdheid van het Afrikaanse landschap en ik wilde het gewoon een keer proberen. Maar toch was film geen optie, los van het geld. Voor deze documentaire was film te zwaar en te traag. Stel je voor dat je met filmblikken en gevoelige 35mm-camera's had moeten zeulen in al dat zand. Nu konden we overdag draaien en 's avonds meteen kijken of het goed was. Vaak bleven we maar één dag op een locatie. Anders hadden we een week moeten wachten tot de rushes terugkwamen.

Wat gaat u vertellen tijdens de IDFA-masterclass?
Geen idee. Eerst maar eens de Viennale. Bovendien: heb ik wel iets te vertellen? De studenten kunnen beter films kijken en vragen stellen. De belangrijkste les die ik heb geleerd is dat je als filmmaker een handschrift moet ontwikkelen en dat dan je uiterste best moet doen om dat niet meer kwijt te raken. Geen compromissen sluiten, geen commisioning editors, geen redacteuren, geen dramaturgen. Je moet altijd proberen om in de grootst mogelijke vrijheid te werken.

Dana Linssen


episode 3 en 7915 km

De horzel en de trekvogel

episode 3, de openingsfilm van IDFA, hakt erin en zal nog lang naspoken. Samen met die compleet andere Afrika-film op IDFA, 7915 km van Nikolaus Geyrhalter, vormt hij een ontregelend tweeluik over de westerse blik op Afrika.

episode 3 - 'enjoy poverty'.

Het kan niet anders of episode 3 - 'enjoy poverty' van beeldend kunstenaar Renzo Martens zal veel stof doen opwaaien. Om meteen tot de kernscène te komen: Renzo Martens is in Congo om mensen te leren hoe ze hun eigen armoede te gelde kunnen maken. Hij vindt dat ze net als westerse oorlogsfotografen ook een centje moeten kunnen verdienen aan het fotograferen van al die ellende om zich heen. In een ziekenhuis met uitgemergelde kinderen geeft hij de aspirant-fotografen dan ook tips om de ribben van de kinderen zo goed mogelijk in beeld te brengen. Schokkend? Ja, maar net zo schokkend is de reactie van een medewerker van Artsen Zonder Grenzen, die op hoge toon weigert om hun foto's te gebruiken voor de campagne omdat ze "voor het geld zijn gemaakt". "En de westerse fotografen, die verdienen toch ook aan hun foto's, waarom mogen zij dat wel?" vraagt Martens, scherp als altijd.
Martens vat na zijn controversiële Tsjetsenië-documentaire episode 1 opnieuw een heikel onderwerp bij de hoorns: het geld dat verdiend wordt met de armoede in Afrika. Op een conferentie met hoge functionarissen stelt Martens lastige vragen over het hulpverleningsgeld, dat een grote inkomensbron voor Congo blijkt te zijn, meer nog dan koper, diamanten en coltan bij elkaar. Omdat Martens vindt dat ook de Afrikanen daar van mee mogen profiteren, maakt hij speciaal voor hen een lichtkunstwerk waarop 'Enjoy poverty please' te lezen valt. Logisch redenerend maar ook volstrekt ontregelend vraagt hij aan de Congolese dorpsbewoners: "Als armoede zo'n kostbaar product is waar geld mee te verdienen valt, mogen de 'eigenaars' van die armoede daar zelf niet ook een graantje van meepikken?" Want: "It's supply and demand. It's a market out there", zegt een journalist.

Vliegen
Zelf ondergaat Martens alle ellende om zich heen ogenschijnlijk emotieloos (er sterft zelfs een kind voor zijn ogen), maar een neutrale journalist is hij niet. Hij heeft een duidelijke agenda, en die confronteert ons keihard met onze vastgeroeste denkbeelden. We vinden het normaal dat cameramannen als vliegen om een lijk heen krioelen, en dat kinderen opgroeien onder plastic daken met logo's van Unicef en UNHCR erop, maar vragen ons nooit af welke belangen de organisaties en journalisten zelf hebben bij de armoede. Doordat Martens zichzelf ook schuldig maakt aan bemoeizucht en een schoolmeestertoontje aanslaat tegenover de Congolezen, weet hij het probleem juist perfect te illustreren. Hij heeft de waarheid niet in pacht, maar stelt wel de vragen die weinigen durven te stellen.
Nicolas Geyrhalter doet precies het tegenovergestelde in 7915 km, waarin de route van Parijs-Dakar in West-Afrika wordt gevolgd, zonder ook maar één auto of motor te filmen. Alleen in het begin zien we een ronkende promotiefilm van de rally, met veel stofwolken en bombastische muziek. Geyrhalter filmt wat er te zien valt als de stofwolken zijn opgetrokken, en praatte met mensen die hij onderweg tegenkwam. In plaats van de westerling centraal te stellen, zoals Martens op pijnlijke wijze doet, laat Geyrhalter alleen hun sporen zien. Zo vertelt een man uit de Sahara dat hij de langsscheurende automobilisten wel eens de weg wijst, maar dat ze altijd meer op hun GPS vertrouwen dan op de lokale kennis. In Mauritanië stuit hij op een filmoperateur die doodmoe is van het projecteren van afgeragde pornofilms, weer zo'n product van de 'white men'.

7915 km.

Terwijl episode 3 een soort zelfkastijding is voor de westerling die op een vreemde manier ook wil horen hoe erg we zelf toch zijn, laat Geyrhalter dat station aan zich voorbijgaan en slaat hij liever zijwegen in. Terwijl Geyrhalter filmt als een trekvogel, nestelt Martens zich als een horzel onder de huid.

Mariska Graveland


IDFA

Het International Documentary Filmfestival Amsterdam vindt plaats van 20-30 november rond het Rembrandtplein. Naast de vijf competitieprogramma's staan op het programma:
Top 10 van Nikolaus Geyrhalter
Retrospectief van
Frans Bromet
ParaDocs, met documentaire experimenten aan de randen van het genre
India - East Side Stories, 15 films uit India
Reflecting Images
Premieres from the Lowlands

Informatie: www.idfa.nl. Telefonisch reserveren is niet meer mogelijk, alleen online verkoop of aan de kassa van Cineac.

Naar boven