Januari 2009, nr 306

Coco Schrijber over bloody mondays & strawberry pies

Je gaat naar buiten en je denkt niets

Coco Schrijber won op het Nederlands Film Festival het Gouden Kalf voor Beste Documentaire voor haar bloody mondays & strawberry pies. De meditatieve film over verveling laat de kijker vooral achter met vragen. Niet over een onduidelijk plot, maar met knagende speldenprikjes: wat is erger, angst voor de dood of angst voor verveling? Waar wordt regelmaat sleur? En is nietsdoen hetzelfde als je vervelen?

Toen we de afspraak voor dit interview maakten, drukte je me op het hart de film vooral in de bioscoop te gaan zien, en niet op dvd.
Ja. Het is niet een film om onderuit op de bank naar te kijken, je moet hem ervaren. Het is een zintuiglijke film. Over verveling, een emotie die iedereen heel goed kent, die bekend staat als een non-emotie. Een gevoel dat we willen verdrijven. Maar in de film wordt dat gevoel ook een beetje opgeroepen, bijvoorbeeld bij een treinovergang waar je eindeloos zit te wachten op een trein die niet komt - of wel, dat weet je niet.

Is het wel verveling als je ergens op zit te wachten?
In onze maatschappij wordt dat zo neergezet. De NS adverteert bijvoorbeeld al met korte filmpjes voor het wachten tussen treinen in. Ik denk dan: wat is er heerlijker dan op een perron verloren voor je uit te staren, niet een minuut maar een kwartier. Er komen gedachten in je hoofd waarvan je niet wist dat je ze had. Maar we voelen ons schuldig over nietsdoen, dat verdrijven we liever met prikkels van buitenaf. Je kunt vrijwilligerswerk doen, je hebt een sociaal netwerk, je kunt naar intelligente films gaan of goede boeken lezen, er is van alles op tv. Maar vervelen is gewoon een natuurlijk staat van zijn. Die moet je niet onderschatten, maar uitbuiten.
Daarom moet je deze film vooral niet thuis op je tv'tje gaan kijken, waar de verleiding heel groot is om weg te zappen. Omdat dat een automatisme is, dat doe ik ook. Je moet deze film in het donker, telefoons uit, ondergaan.

Voor mij zat het grote verschil tussen huiskamer en bioscoop in het geluid, meer nog dan in het beeld.
Ja, het geluid is zó belangrijk. Iedereen zegt altijd: geluid is de helft van je film, maar volgens mij is het tachtig procent. Want met het geluid zuig je het publiek in die wereld. Als ik een film heb gedraaid, ga ik ook eerst op mijn koptelefoon het geluid afluisteren. Zonder te weten wat ik dan ga horen; een interview, of juist een stuk lopen in de woestijn. Zo hoorde ik bijvoorbeeld het tikken van de wind tegen een ijzeren reclamebord langs een verlaten woestijnweg. Dat vond ik zo'n mooi geluid, ik zie daar meteen het beeld bij. Dat geluidje komt ook de hele film terug, het is steeds de aanzet tot een volgende sfeer. Dus ik ben altijd minimaal drie maanden bezig met de geluidsafwerking, waar de meeste films er vijf dagen voor in hun begroting hebben staan. Soms moet ik komen opdraven bij het Filmfonds en dan vragen ze me hoeveel dagen ik nog denk nodig te hebben. Maar het kan echt niet minder. In die drie maanden wordt al overwerk gepleegd.

Het lijkt me dat de stem van John Malkovich bij de geluidsmix bepalend was.
Het idee voor die voice-over kwam dus op zo'n verloren niets-moment. Ineens wist ik: oh ja, ik moet de stemmen uit 'American psycho' van Bret Easton Ellis en Dostojevski's 'Aantekeningen uit het ondergrondse' samenvoegen. Dat zijn dezelfde boeken, maar dan honderd jaar later. En meteen wist ik ook dat het Malkovich moest zijn. Zijn stem heeft zo veel laagjes, daar kun je gewoon in kruipen. Hij viel me voor het eerst op in
in the line of fire. De eerste vijftien, twintig minuten van die film is hij niet in beeld, je hoort hem alleen door de telefoon. Toch speelt hij iedereen van het doek, inclusief Clint Eastwood die een aanwezigheid heeft van heb-ik-jou-daar. Ik wilde alleen maar weten wie er in die telefoon zat - dat zuigende, onheilspellende, slepende geluid.

Hoe heb je hem weten te strikken?
Ik had gelezen dat hij borduurt op de set, dus heb ik een brief aan hem geborduurd. Aangezien ik zelf niet kan borduren, hebben we een oma gevonden in een bejaardenhuis. Die is voor vijftig euro en een bos bloemen aan de slag gegaan, maar na twee maanden had ze alleen nog maar: 'Dear Mr. Malkovich'. Met allemaal koffievlekken er op, en wat klompjes en een molen en een koetje er bij. Daarmee gingen we die Malkovich niet overhalen. Maar ondertussen hadden we via via zijn e-mailadres weten te achterhalen - ik geloof heel erg in de theorie dat je in een klein aantal stappen bij iedereen in de wereld uit kunt komen. Dus heb ik hem een mail gestuurd en erbij gezet dat ik de geborduurde versie voor hem had. Die had ik inmiddels ergens anders machinaal laten maken. Dezelfde dag nog kreeg ik een mail terug: "I found your proposal hilariously intriguing. Tea, Ms. Schrijber?"

Hoe kom je er op om een film over verveling te maken?
Dat kwam nadat ik mijn debuut first kill (2001) had gemaakt. Ik had niemand beloofd dat ik de rest van mijn leven films ga maken. Dus toen die af was, en was gelukt zoals ik het wou, was het voor mij klaar. Ik heb een heel aangenaam leven, heb veel vrienden, lees veel. En toch ging ik me vervelen. Toen kwam die vraag: waarom zou je opstaan? Ik had wel een reden om op te staan, maar waarom staan andere mensen op, mensen met een saaie baan of een sleurhuwelijk of die vergeten zijn hun dromen na te jagen, waar het leven gewoon maar elke dag hetzelfde is. De dromen die je op je zestiende hebt, zijn op je veertigste al lang afgeschreven, en op je zestigste komen ze misschien weer naar boven. Dan heb je spijt dat je ze niet hebt nagejaagd. Je wilde toch detective worden, of astronaut.

Of niets.
Of niets! Dat hoop ik nou echt, dat mensen de film zien en direct hun baan opzeggen. [Lacht] Ik ga ook strawberry-lezingen geven, bij bedrijven. In plaats van een peptalk ga ik ze een half uur aanpraten dat ze niets hoeven. Geen meditatie, geen survivalweekend, gewoon nietsdoen. Dat gevoel van toen je acht was. Je gaat naar buiten en je denkt niets, je gaat gewoon naar links. Je pakt je fiets, niet om ergens heen te gaan maar gewoon om te fietsen. Dan kom je Pietje tegen en die zegt: zullen we een schat zoeken? Ok! Dus je gaat een schat zoeken. En tegen vijf uur ga je weer naar huis omdat je moet eten.

Precies zoals beurshandelaar Golan zijn jeugd in de film omschrijft.
Ja, maar die is er ingestonken. Want hij heeft niet meer het gevoel dat hij de schat wil zoeken, hij moet hem hébben. Terwijl hij hem al heeft, hij heeft miljoenen op de bank. Maar als je hem vraagt wat hij zou doen als hij ontslagen zou worden, dan weet hij het niet.

Joost Broeren


Slagroom spuiten

Coco Schrijber pleit met haar bloody mondays & strawberry pies voor verveling en nietsdoen, met hypnotiserende landschapsbeelden maar zonder scherp betoog.

Waarom zijn we altijd zo druk in de weer? Zijn we het vermogen om ons te vervelen kwijtgeraakt? Je zou het niet denken, want het woord verveling levert op Google bijna een half miljoen hits op. Toch is de strekking van de documentaire bloody mondays & strawberry pies dat we ons niet meer kunnen vervelen. We zijn niet meer in staat tot nietsdoen. Dat lijkt in tegenspraak met het grote aantal Google-hits, maar is het niet, want wie even doorgooglet, ziet dat verveling altijd in één adem wordt genoemd met problemen: drugs uit verveling, kopen uit verveling, seks uit verveling, lezen uit verveling, stress uit verveling. We kunnen lang doorgaan, maar verveling als sociaal probleem bevestigt de gedachte dat de landerige, passieve verveling is uitgestorven. Verveling mag niet meer en is iets dat bestreden moet worden. Wie zich verveelt heeft geen boeiend leven. Is een loser. Druk, druk, druk is interessant.
Van deze constatering valt u vast niet van uw stoel en dat geeft meteen het probleem aan van bloody mondays & strawberry pies. Schrijber heeft niet zomaar een filmpje willen maken, maar een ambitieuze filosofische verkenning van de betekenis van werk. Dat doet ze door een aantal mensen aan het woord te laten. Een meisje, dat de kost verdient met het spuiten van slagroom op aardbeientaarten, is gelukkig met haar werk en kan zich niet voorstellen dat het ooit anders zal zijn. Een beurshandelaar op Wall Street werkt zo hard dat hij nooit tijd heeft om over zichzelf na te denken. Een Franse schilder probeert al meer dan veertig jaar het begrip tijd te schilderen. Een woestijnkluizenaar heeft het reuze naar zijn zin in zijn afzondering. En dan is er nog het waargebeurde verhaal van het zestienjarige meisje dat in 1979 haar geweer in een klaslokaal leegschoot, omdat ze zich verveelde. Inderdaad: het voorval dat Bob Geldof inspireerde tot 'I don't like Mondays'.

Pretenties
Naast interviews is er de voice-over van John Malkovich, die fragmenten voorleest uit Dostojewski's roman 'Aantekeningen uit het ondergrondse' en Bret Easton Ellis' 'American psycho'. Schrijber heeft de boeken ongetwijfeld gekozen, omdat beide over verveling gaan. In 'American psycho' is sprake van destructieve verveling - hoofdpersoon Bateman moordt uit verveling - maar in 'Aantekeningen uit het ondergrondse' is verveling een kritische kracht. De hoofdpersoon, een ex-ambtenaar, heeft zich teruggetrokken en accepteert niets als vanzelfsprekend. Malkovich kan prachtig voorlezen, maar dat verhult niet dat bloody mondays & strawberry pies zijn pretenties niet waarmaakt. Dat ligt niet aan de vaak bijna hypnotiserende landschapsbeelden, maar aan het ontbreken van een scherp betoog. Anders dan Schrijbers film first kill - over de kick van het doden van mensen - mist de film richting. Hij meandert en kabbelt voort, maar gaat nooit de diepte in. Het blijft bij oppervlakkige observaties over werk en nietsdoen. bloody mondays & strawberry pies dwingt te weinig tot (zelf)reflectie. Er is iets mis met een documentaire als hij het gevoel geeft dat je beter een prikkelend boek over het onderwerp had kunnen lezen.

Jos van der Burg

bloody mondays & strawberry pies
Nederland, 2008
Productie: Sasha Dees
Scenario en regie: Coco Schrijber
Camera: Martijn van Broekhuizen
Montage: Gijs Zevenbergen
Muziek: Marc Lizier
Kleur, 85 minuten
Distributie: Cinéart
Te zien: vanaf 8 januari

Naar boven