Februari 2009, nr 307

Esther Rots over kan door huid heen

Wauw

Wat is dat toch met januari? Vorig jaar was met there will be blood meteen al duidelijk dat die aan het eind van het jaar in de top tien van beste films zou eindigen. Het featuredebuut kan door huid heen van de Nederlandse regisseur Esther Rots roept hetzelfde gevoel op. Pats. Boem. Mokerslag.

Esther Rots.

Na een aanranding verhuist Marieke - een ijzersterke rol van Rifka Lodeizen - van haar appartement in de stad naar een vervallen boerderij in Zeeland. Daar zondert ze zich af van de wereld. Alleen de klusjesman is haar venster naar buiten. Met Marieke's zintuigen tast de toeschouwer de omgeving af op zoek naar nieuw vertrouwen.
Het debuut van Rots opent het Dutch Treat-programma op het filmfestival van Rotterdam en is geselecteerd voor het Forum-programma van het 59ste filmfestival van Berlijn.

Die krat Grolsch in de kast bij Marieke. Is dat een eerbetoon aan je geboortestad Groenlo?
Haha. Tja, als er dan bier moet zijn laat het dan Grolsch zijn. Haha.

Het was toeval.
Nee, geen toeval. Een krat Amstel was er nooit ingekomen.

Waarom niet dan?
Misschien was het wel eerbetoon aan vroeger. Door de, hoe zeg je dat, gelaagdheid van mijn herinneringen.

Kan door huid heen is een heel zintuiglijke film. Je kijkt door de ogen van Marieke, je hoort geluiden zoals zij ze hoort, je ruikt bijna wat zij ruikt. Was het jouw opzet om zo'n film te maken?
Ik weet het niet. Dat schijn ik in al mijn films te doen. Daarom was dialoogoefening bijna een grap. Maar dit heeft zichzelf geschreven. In 2005 was ik bezig met een verhaal over de dood maar dat liep niet lekker. Toen ben ik hiermee begonnen als een soort hobbyproject. Een liefdesdingetje. Maar ik was nooit van plan een film te maken over iemand die verkracht is. Ik wou een film maken over iemand die helemaal gelukkig is met haar vriendje totdat het vriendje de relatie verbreekt. Maar toen ik aan het schrijven was, en ik liet Marieke pizza bestellen, kwam in het verhaal plotseling die pizzajongen het huis weer binnen. En toen gebeurde die aanranding. Het klinkt stom maar dat was voor mij net zo'n verrassing als voor Marieke.

De hele film draait om Marieke en dus is de keuze van de actrice cruciaal. Had je Rifka Lodeizen al snel in gedachten?
De eerste keer dat ik Rifka ontmoette was in de casting voor dialoogoefening. Die was erg fijn. Alleen zocht ik toen een ander type. Ik kan niet zeggen dat ik deze film alleen met haar in gedachten heb geschreven maar ze was nooit ver weg. Ik was op zoek naar een nuchter iemand met een goed humeur en een 'mij krijg je niet plat'-mentaliteit. Want het zou veel sterker zijn om díe plat te zien gaan. We hebben ook andere actrices gecast maar Rifka was in de tweede casting zo goed dat we wel op konden houden met zoeken.
Ik besef trouwens nu pas hoe zwaar het moet zijn geweest voor haar omdat ze vrijwel de enige acteur was. Ze moest het echt in haar eentje doen.

De film creëert meteen na het begin een intense spanning en atmosfeer en die weet je wonderwel tot het eind vast te houden.
Vooral tijdens het monteren van de film was ik daar intensief mee bezig. Toen we begonnen met filmen wilde ik de stortvloed aan prikkels die Marieke ervaart ook als een golf over het publiek heen laten gaan. Die scènes hebben we ook gefilmd. Maar het werkte niet: het publiek werd veel te heftig op en neer geschud met alle ups en downs die Marieke beleeft. De film kwam niet van de grond. En niet een beetje niet van de grond. Helemaal niet. Toen ben ik er een maand tussenuit gegaan. Want ik had op dat moment tweeëneenhalf jaar non-stop gewerkt.

Maar je wilde de montage niet uit handen wilde geven?
Eh. Nee. De montage vind ik het leukst van het hele filmmaken. Dus ik ben wel gek als ik dat door iemand anders laat doen. Wanneer je een huis opknapt en alles zelf schuurt en schoonmaakt, dan mag je ook schilderen. Maar ik wilde het ook zelf doen omdat de montage essentieel is voor de film. Bij een film als dit is het niet eens mogelijk om die uit handen te geven. [Lachend] Ik had wel wat meer hulp moeten vragen. Nu heb ik wel heel stoïcijns zelf die uren lopen maken. Maar het gaf me tussen de opnames door ook de nodige helderheid. Omdat het zo'n geconcentreerde bezigheid is, helemaal alleen, dagen achter elkaar. Door steeds met anderen te overleggen, ontstaat twijfel. Door de beelden helemaal alleen te zien, wist ik hoe ik verder wilde met het verhaal. Want dat lag nooit echt vast. Toen we begonnen met filmen stond met koeienletters boven het script 'zou nog wel eens heel anders kunnen gaan lopen'.

Mooi is dat je de praktische, uitleggerige elementen helemaal achterwege laat. Zoals de vraag waarvan Marieke dat huis betaalt. Of waarvan ze leeft.
Je ziet de wereld door haar ogen en zij gaat natuurlijk niet aan zichzelf uitleggen wie ze zelf is. Maar toen ik het script voor het eerst liet lezen en later tijdens de opnamen kreeg ik wel kritiek. Ik moest duidelijker maken wat voor een vrouw Marieke vroeger was. Met dat in gedachten hebben we wel extra scènes gedraaid maar die bleken achteraf helemaal niet nodig. En die wraaklijn die heel summier in het verhaal zit, wilden mensen duidelijker uitgewerkt zien.

Maar dat heb je naast je neergelegd?
Dit is mijn eerste speelfilm. Als mensen die er al duizend gemaakt hebben, zeggen dat het heel 'tricky' is om het zo summier te laten, dan ga ik er wel een paar keer over nadenken.

Wat heb je precies met dat advies gedaan dan?
Ik heb er over nagedacht. Die paar nachtelijke beelden in de stad zijn wel beter uitgekozen.

Maar het is nog steeds de oorspronkelijke verhaallijn?
Ja.

Dus toen je de uiteindelijke film zag - want het klopt helemaal wat je hebt gedaan - kwam je tot de conclusie dat je niet naar anderen moet luisteren.
Ja. Maar dat vind ik sowieso. Mensen die creatief bezig zijn moeten zo ver mogelijk van meningen van anderen vandaan blijven. Ik heb maar naar een handjevol mensen geluisterd, waaronder Dan Geesin, de componist.
Ik kan ook heel moeilijk uitleggen waarom ik iets wil. Als ik op een ochtend wakker word en ik wil een paarse koe, en iemand anders doet de productie, dan moet ik aan die producent uitleggen waarom. Logisch. Maar vervelend. Want dan moet ik erover nadenken. En voor je het weet ben ik de magie kwijt. Daarom produceer ik ook het liefst zelf.

Eén keer komen we los van Marieke. Als ze recht in de camera praat tegen haar ongeboren kind. Waarom deed je dat?
Dat bleef over van het oorspronkelijke verhaal waar veel 'inner voice' in zat. Marieke praatte daarin tegen de katjes. En tegen zichzelf. En wanneer ze zwanger wordt, begint ze tegen het kindje te praten. Dat moest in de camera want het was een monoloog die ik niet met beelden kon verfilmen. Maar voor de film is die wel heel belangrijk. Eigenlijk is het laatste gedeelte van de film een testament. Misschien - maar dan ga ik ook heel analytisch worden - misschien is het wel zo dat die monoloog de reden is waarom dit verhaal door de ogen van Marieke überhaupt is opgeschreven. De film bestaat om iets aan dat kleintje uit te leggen.
Maar ik weet niet of het echt waar is hoor. Ik verzin het hier ter plekke.

Ronald Rovers


Een huis als tweede huid

Het Filmfestival Berlijn heeft de Nederlandse film ontdekt. Na Nanouk Leopold twee jaar geleden met wolfsbergen, gaan dit jaar maar liefst vier films van Nederlandse regisseuses draaien op de Berlinale. Films over het wrede leven van jonge vrouwen, zoals het overdonderende kan door huid heen van Ester Rots.

Het is uit. Over en uit. Tussen stadse Marieke en haar vriendje. Het is uit. En dan begint het pas. De woede. De verloedering. De wraak. De boete. Dat regisseur Esther Rots (1972) sterke archetypische filmbeelden kon boetseren was al gebleken uit haar eerdere kortfilms speel met me (2002) en ik ontspruit (2003; beide geselecteerd voor het Filmfestival Cannes) en het met een Gouden Kalf bekroonde dialoogoefening (2005). kan door huid heen was dus al op voorhand de Nederlandse film van dit jaar waar het meeste naar werd uitgezien. En terecht. Rots maakt haar reputatie meer dan waar met een ijzersterk speelfilmdebuut dat kraakt als vers ijs, plakt als spinrag, wrang als rode wijn smaakt en de toeschouwer door een verwarrende hoeveelheid emoties voert.
kan door huid heen breekt zijn hoofdpersoon helemaal af. Niets blijft Marieke (Rifka Lodeizen) bespaard. En als de stad haar te bedreigend is geworden, vlucht ze naar het platteland, naar een verlopen boerderij, die ze als een tweede huid om zich heen vouwt, maar niet voordat ze die ook helemaal gestript en onttakeld heeft. Hoe verder ze zich in die veilige binnenwereld terugtrekt, hoe meer alles om haar heen begint te desintegreren, tot op het punt dat je aan haar geestelijke gezondheid moet gaan twijfelen. Of aan de onze. Zien wij wel wat er gebeurt? En gebeurt er wel wat wij zien? Marieke trekt niet alleen haar huis om zich heen, maar ook het filmdoek als een extra huid, waar zij langzamerhand onder verdwijnt en wij haar wanen en angsten op geprojecteerd zien. Misschien zijn het wel onze projecties, onze normen, onze veilige manieren om alles te diagnosticeren. Weg ermee.
Je ziet het niet vaak, zo'n plastische manier van filmmaken, zodat alle logica, analyse en plot slechts bijzaak lijken bij beelden van stoom en regen, van zaklantaarnlicht in de nacht en een ritselende rat. Je hebt het niet vaak, dat je denkt: zo moet het voelen, een paniekaanval, een depressie, een onnoembaar moment van verzoening als de wereld weer zacht wordt. Want eigenlijk wil je deze film niets noemen, omdat woorden afbreuk doen aan de beelden, aan de ervaring dat je ook als toeschouwer deze film kunt zijn.

Dana Linssen

kan door huid heen
Nederland, 2008
Productie: Hugo en Esther Rots, Trent
Regie, scenario en montage: Esther Rots
Camera: Lennert Hillege
Art direction: Marije van der Waard, Vera van de Sandt, Tess Ellis
Muziek: Dan Geesin
Met: Rifka Lodeizen, Chris Borowski, Elisabeth van Nimwegen
Kleur, 94 minuten
Distributie: BFD
Te zien: op het IFFR op 24 januari als openingsfilm van het Dutch Treat-programma, vanaf 29 januari in de bioscopen en vanaf 5 februari op het Filmfestival Berlijn

Naar boven