December 2009, nr 316
Rahmin Bahrani's films man push cart en chop shop zijn in Nederland alleen op (import-)dvd te krijgen maar zijn derde film goodbye solo wordt gelukkig in de filmtheaters uitgebracht. Gelukkig, want de buzz rond de Amerikaan is terecht enorm. Criticus Rober Ebert noemde hem 'de nieuwe grote Amerikaanse regisseur' en een filmblog verkoos Bahrani (1975) samen met Scorsese tot de regisseurs die gezichtsbepalend waren voor de Amerikaanse film in het afgelopen decennium. Grote woorden die de namen van andere veelbelovende jonge regisseurs als Kelly Reichardt en Ryan Fleck onterecht even doen vergeten. Toch is Bahrani zonder meer grote klasse. Zijn films hebben een horizon die strekt tot ver voorbij de locaties en personages van zijn verhalen. Achter de alledaagse levens van een straatverkoper, een autosloper en een taxichauffeur liggen intuïtieve waarheden die we allemaal herkennen.
De essentie van goodbye solo blijft een mysterie. Dat is een van de grote krachten van uw film. Tegelijk is dat misschien wel het moeilijkst om in een scenario te vangen. U noemt zelf Roberto Rosselini's the flowers of st. francis als een inspiratie. Wat waren andere inspiraties om tot zo'n verhaal te komen?
Het begon met iets heel concreets. Voor een verhaal moet er volgens mij altijd eerst een emotie zijn. Pas daarna komt het idee. Deze film begon met een echte Senegalese taxichauffeur in mijn geboortestad Winston-Salem in North Carolina. Een warme en sympathieke man. Ik raakte met hem in gesprek tijdens een voetbalwedstrijd van mijn broer. Hij had geen auto. Om als taxichauffeur te kunnen werken, moest hij elke dag een taxi huren. Dat intrigeerde me. Toen ik in New York klaar was met het filmen van man push cart ging ik terug naar Winston-Salem en begon met hem door de stad te rijden. We reden rond en we kletsten over van alles en nog wat. Op een gegeven moment zag ik een oude man langs de weg staan. Vreemd, dacht ik, om een oude man stil en alleen langs de weg te zien staan in zo'n klein stadje. Ik raakte in de war en bleef erover nadenken. Plotseling wist ik dat ik het verhaal van de taxichauffeur en die oude man bij elkaar moest brengen.
Een oude man, een taxichauffeur en een toeristische trekpleister.
Ja, het verhaal was pas af toen ik Blowing Rock bij het verhaal betrok.
Blowing rock is een mystieke plek?
Ja, een plek die ik kende uit mijn jeugd. Zonder dat was het niks geworden met de film. Blowing Rock is een plek in de rotsen, meestal door mist verborgen, waar de wind zo sterk is dat je op een bepaald punt van de rotsen geblazen wordt. Dat gegeven werd de sleutel voor de film. Tot dan had ik een paar ingrediënten: ik had Solo, de chauffeur, ik had William, de oude man die Solo vraagt om hem voor duizend dollar precies over twee weken weg te brengen, en ik wist dat ik iets met zelfmoord wilde doen. Blowing Rock was de missing link in het verhaal. Dat is wat Solo en William uiteindelijk verbindt. Solo biedt aan dat hij William in de komende twee weken zal rondrijden en hoopt stiekem dat hij zijn vriend kan worden. Omdat hij weet wat William van plan is. Een vriend, denkt Solo, kan William misschien tegenhouden.
Het einde van de film, op de rotsen, is de essentie van het verhaal. William verdwijnt en Solo staart naar een houten tak en voelt de wind. Het symboliseert alles waar hij de laatste jaren mee bezig was: zijn vlieglessen, proberen vrijheid te vinden in een nieuw leven. Een tak in de wind. Het gaat erom dat beide mannen op datzelfde moment vrijheid voelen. Dat is de emotionele kracht van de film waar ik naar op zoek was. Dat moment vat alles samen: het is leven en dood, god en aarde, William en Solo.
U hebt drie films over immigranten gemaakt. Is een verhaal over immigranten het belangrijkste verhaal dat een Amerikaanse regisseur nu kan maken?
Ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot de buitenstaander. Maar die kan in veel gedaantes komen. William is een oude blanke Amerikaan maar voelt zich in zekere zin meer een buitenstaander in Winston-Salem dan Solo, een geïmmigreerde Senegalese taxichauffeur.
Maar goodbye solo is niet een film over een immigrant. Hij vertelt iets universeels. Hij gaat over vriendschap en het offer dat we daar soms voor moet brengen. Mensen willen geen afscheid nemen van vrienden, ze willen juist dat ze altijd in de buurt blijven. Maar Solo leert dat vriendschap juist kan betekenen dat je afscheid moet nemen. En dat je misschien van die ander, ook al is het een vriend, niet alles te weten komt.
Wat vindt u ervan dat uw werk wordt ondergebracht bij wat 'neoneorealisme' wordt genoemd?
Ik herken dat wel. Ik zie de overeenkomsten tussen mijn films en films als wendy and lucy van Kelly Reichhardt en treeless mountain van So Yong Kim. Wat ons bindt is ons realisme. Ik houd totaal niet van escapisme. Het is voor mij ook belangrijk trucs in de montage of met de camera te vermijden die de wereld anders voorstellen dan hij werkelijk is. Geen snelle montage, geen gekunstelde camerabewegingen.
Ik hou van verhalen over mijn eigen wereld, over hoe mensen zich in de wereld bewegen, over wat mensen overkomt. Die wereld probeer ik tot in de kleinste details na te bootsen. Want daaruit komen vanzelf onze hoop en onze angsten naar boven. Vanwege die behoefte aan realisme heb ik bijvoorbeeld Souleymane Sy Savane, de acteur die Solo speelt, drie maanden vóór de opnamen naar Winston-Salem gehaald om bij mij en mijn broer te komen wonen. Zodat hij een gevoel kreeg voor de plek. En tijdens de opnamen heb ik tegen mijn crew gezegd dat behalve zijn assistent niemand meer met Red West mocht praten, de acteur die William speelt. Hij moest zich totaal buitengesloten gaan voelen om datzelfde gevoel in de film uit te stralen.
Films moeten echte emoties laten zien. Het is precies het realisme van mijn film dat ervoor zorgt dat wij aan het eind geloven wat Solo doet. Realisme laat iets van de waarheid zien. Escapisme verandert dingen juist in een leugen. Dat geldt zelfs voor veel van de films van de Dardennes. Ik ben een groot fan van hun werk (l'enfant, le silence de lorna, le fils) maar de eindes van hun films zijn steeds weer heel moralistisch. Ook dat vind ik leugens. Want er bestaat geen moreel slot aan verhalen. Dat is wat wij mensen er aan geven. Het gaat er in goodbye solo niet om dat het verhaal goed afloopt, het gaat er om wat Solo ermee doet. Leert hij van wat hij heeft gezien of leert hij niet? Dat moet geen verhaaltruc zijn, dat moet iets zijn wat voortkomt uit zijn karakter. Anders gelooft niemand wat ik zeg.
Ronald Rovers
De Filmkrant sprak telefonisch met Ramin Bahrani in New York.