April 2010, nr 320

Mijke de Jong over joy

Achter de grote bek

Mijke de Jong voltooit met joy een drieluik dat begon met bluebird (2004) en het zusje van katia (2006), drie films over gesloten, zoekende meisjes. Joy is een achttienjarig meisje dat te vondeling werd gelegd, opgroeide in internaten en nu op zoek gaat naar haar moeder.

Foto: Angelique van Woerkom.

Het is een drieluik, maar dat lijkt niet vooropgezet.
Dat is ook niet zo. Maar toen ik met joy begon dacht ik wel: het is de derde keer dat ik een film maak waarbij ik probeer in de huid van een meisje te kruipen, en het is ook de laatste keer. Het voelde als een afgerond geheel. En ik wilde met joy een andere stap maken dan ik met het zusje van katia had gedaan, zoals katia een andere stap was na bluebird. In die drie films zie je, vind ik, een ontwikkeling naar iets dat vormvaster is, strenger. Het beeld is in joy een combinatie van extreme werkelijkheid, omdat we op documentaire plekken draaien, en een mate van verdichting, waarin de camera af en toe afdwaalt. We filmden voor het eerst op 35mm, en wilden het ook daarom iets opener trekken, wat meer van de omgeving laten zien.

Heeft dat ook met je hoofdpersonage te maken?
Joy is nóg ontoegankelijker. Ze is zo gesloten dat je je best moet doen om bij haar te komen. De zoektocht was om dat geslotene te houden, maar daar op een paar cruciale momenten doorheen te breken zodat je toch bij haar kan komen. Die balans heb ik zo streng mogelijk voor mijzelf gemaakt.

Die doorbraakjes zitten vooral in het geluid: je hoort vlagen van Joys ademhaling, haar hartslag.
Ja, het geluidsbeeld is veel extremer dan bij katia, veel meer los van de werkelijkheid getrokken. Toch geeft het je het gevoel dat je op een realistische manier dichterbij komt. Hoewel ik opnieuw geen muziek gebruik, is de soundscape veel dwingender dan bij voorgaande films, om haar eenzaamheid en haar schild te benadrukken.

Er is weliswaar geen filmmuziek, maar er is wel dat ene liedje dat Joy keer op keer afdraait op haar koptelefoon.
'Tu es foutu' van In-Grid. Dat heb ik altijd al een keer uit willen proberen, gewoon één liedje. Ik kan zelf ook vijf weken naar hetzelfde nummer luisteren, als een soort mantra. Wat ik het mooie aan dit liedje vind, is dat het een soort opgelegde, oppervlakkige vrolijkheid heeft die totaal in contrast staat met Joys binnenwereld. Het is een oppervlakkigheid die iets wil bezweren.

Je hebt de naam een acteursregisseur te zijn. Een compliment, maar wel met de implicatie dat het beeld ondergeschikt zou zijn.
Maar dat is niet zo. Zo ben ik wel begonnen: toen ik op de Filmacademie zat dacht ik dat het als regisseur mijn taak was om alles onder controle te houden. Als ik iets niet wist vond ik het een enorm zwaktebod. En één ding wist ik zeker: dat het goed gespeeld moest zijn. Als het slecht gefilmd is kun je daar nog iets aan sleutelen, maar als het slecht gespeeld is kun je het vergeten. Dus focuste ik in mijn eerste films alléén maar daarop. Dat levert natuurlijk ook heel veel op, als je zulke duidelijke keuzes maakt. En het moest er wel op een bepaalde manier uitzien, want er zijn heel veel dingen die ik niet mooi vind, maar raar genoeg gebeurde dat ook, doordat de mensen die ik om me heen had eenzelfde smaak hadden.

Nog zo'n terugkerend etiket: maatschappelijk betrokken.
Dat vind ik discutabel... Dat komt eigenlijk veel meer uit mijn eerdere werk, dat zich in de kraakbeweging afspeelde. Niet dat ik het nu niet meer ben, maar ik zou het zelf heel anders formuleren. Ik ben altijd geïnteresseerd in de relatie van het individu tot de wereld om hem of haar heen. Ik heb niet de pretentie meer dat ik het begrijp. Vroeger wel, toen ik bij de kraakbeweging zat snapte ik het gewoon: je had goed en je had fout, punt. Maar ik weet inmiddels dat dat niet zo is, dus het enige wat ik steeds probeer is iets op te zoeken wat mij raakt. In het geval van het scenario voor joy van Helena van der Meulen was dat het zoeken naar moederliefde, het opgroeien in zo'n tehuis. Toch is het doel dan wel om je anders naar de wereld te laten kijken. Dat, wanneer je een meisje als Joy op straat zou zien lopen en een grote muil van haar krijgt, je doordat je de film gezien hebt daar op een zachtere manier naar kijkt. Dat kun je maatschappelijk betrokken noemen.

Joost Broeren


Obsessieve zoektocht

Ook in joy, het derde deel van Mijke de Jongs trilogie over meisjes op weg naar volwassenheid, zijn eenzaamheid en hunkering naar liefde de drijvende krachten.

Het begint bijna bijbels. Met een baby in een tas. Achtergelaten op een bankje in de stad. Het vervolg, achttien jaar later, is ontnuchterend hard en direct. Het kindje Joy is een jonge vrouw geworden die fel van zich af slaat.
Met joy sluit Mijke de Jong haar trilogie over meisjes op weg naar volwassenheid af, na bluebird en het zusje van katia. Joy - overtuigend debuut van Samira Maas - is ouder, bijna volwassen. Achter haar uitdagende blik en agressieve reacties gaan kwetsbaarheid en verlangen naar geborgenheid schuil.
De Jong legt weinig uit, maar laat vooral veel zien. De ruzie die Joy maakt als ze probeert te achterhalen wie haar moeder is. De kracht die ze uitstraalt met haar geblondeerde haren en roodgelakte nagels. Het tedere gebaar waarmee ze telkens het babypakje opvouwt dat ze altijd heeft bewaard. De onstuimige seks met haar Servische vriend (Dragan Bakema), of met zomaar iemand uit de disco. Het schoonschrobben van haar huid. En vooral de woede wanneer de obsessieve zoektocht naar haar moeder weer eens op een mislukking is uitgelopen.

Onrust
Meer nog dan katia is joy een film waarbij de emotionele intensiteit belangrijker is dan het verhaal zelf, dat soms wat demonstratief overkomt. Zo'n luidruchtig sentimentele Servische familie bijvoorbeeld, die kennelijk alles heeft wat Joy zo node mist, is wel wat veel van het goede.
Met een camera die Joy voortdurend volgt en dicht op de huid zit, en met harde wisselingen en contrasterende kleuren worden we als het ware met de neus op de innerlijke onrust van Joy gedrukt. Maar hoe precies die camera en de hoofdrolspeelster dat ook voor ons uittekenen, tot op zekere hoogte blijft het toch ongrijpbaar - misschien omdat Joy het zelf ook niet verklaren kan. Wel is er een groeiend gevoel van beklemming dat suggereert dat die moederfantasie wel eens heel verkeerd zou kunnen aflopen.
Mooi is de rol die Joy's hoogzwangere vriendin (Coosje Smid) hierbij speelt. Ze is een labiel meisje dat alles in zich heeft om een echte puinhoop van haar leven te maken. Maar juist die chaotische vriendin, ogenschijnlijk de meest hulpbehoevende van de twee, zal Joy iets belangrijks laten zien.
De sterkste troef is de manier waarop de debuterende Samira Maas de niet geringe hoofdrol op haar schouders neemt. Maas' uitstraling is krachtig en gevoelig tegelijk, haar aanwezigheid vanzelfsprekend. Die heeft geen tekst nodig om iets duidelijk te maken.

Leo Bankersen

joy
Nederland, 2010
Regie: Mijke de Jong
Met: Samira Maas, Dragan Bakema, Coosje Smid
Kleur, 76 minuten
Distributie: A-Film
Te zien: vanaf 8 april

Naar boven