Mei 2010, nr 321

Yaron Shani over ajami

'De grote onderwerpen zitten in alles'

Yaron Shani en Scandar Copti maakten met ajami een felrealistisch, caleidoscopisch portret van de gelijknamige Arabische wijk ten zuiden van Tel Aviv. "We geloven niet in films met politieke agenda's."

Al jaren had Yaron Shani een scenario liggen, geschreven toen hij nog filmstudent was. Een ambitieus en complex project, waarin diverse verhalen over de Arabische gemeenschap binnen de Israëlische stad Tel Aviv elkaar kruisen. Alleen: kom als Israëlische filmmaker maar eens binnen in die gesloten gemeenschap, gesegregeerd in de wijk Ajami. "Voor mij was het een andere planeet", stelt Shani. "Ik sprak geen Arabisch en wist weinig van hun realiteit." Die ingang vond hij pas toen hij in 2002 tijdens het filmfestival van Tel Aviv bevriend raakte met de jonge filmmaker Scandar Copti, die zelf in Ajami woont.
De film ajami, die zij uiteindelijk samen regisseerden, staat of valt bij de intieme toegang die de makers hadden tot de wijk en zijn inwoners. "De mensen in de film zijn geen acteurs", legt Shani uit, "ze hadden nooit gedacht ooit in een film te spelen. Hun achtergronden liggen heel dicht bij de karakters die ze spelen." De acteurs kregen vooraf dan ook geen scenario te zien; zij kregen de loop van het verhaal tijdens de opnames, die grotendeels chronologisch plaatsvonden, scène voor scène te horen. "We hadden dan wel een uitgewerkt scenario, maar in zekere zin wilden we dat het zou gebeuren zonder dat wij het regisseerden. We wilden dat het verhaal vanuit zichzelf tot leven zou komen. De spontane reacties van de acteurs lagen altijd dicht bij ons scenario, maar ze hebben de energie, de taal, de logica, het gedrag en het gevoel van echte mensen. Dat maakt de uiteindelijke film veel interessanter, complexer, echter en sterker dan wat we ooit hadden kunnen schrijven."

Hand in hand
Shani en Copti creëerden tijdens de opnamen op de straten van Ajami als het ware een parallelle realiteit, die echter nooit helemaal los stond van de echte wereld. Shani geeft een voorbeeld: "De film opent met een scène waarin een jongen wordt neergeschoten op straat, om een vergissing. Iets zeer vergelijkbaars was op de plek waar we filmden kortgeleden echt gebeurd, dus de buurtbewoners waren zeer emotioneel toen we die scène opnamen, en de moeder van de echte jongen was echt aan het huilen. Als je dingen uit zichzelf laat gebeuren wordt het soms heel echt, en krijg je iets dat ergens tussen realiteit en fictie in ligt."
Tegenover de felrealistische stijl, die ook het losse handheld-camerawerk bepaalde, staat een opvallend complexe vertelstructuur, waarin achtereenvolgens vijf verschillende karakters centraal staan. "Als we het verhaal lineair hadden verteld, zou de kijker alwetend zijn geweest", legt Shani uit, "terwijl we juist de beperking van een enkel perspectief wilden. We wilden dat het publiek zou voelen hoe het is om op een bepaalde manier in de wereld te staan, gevormd door emoties, waarden, meningen. Daarvoor moet je hand in hand met een karakter opgaan, de andere mensen en verhalen vergeten en volledig begrijpen wat die ene persoon voelt. Om daar vervolgens uit getrokken te worden en in een totaal andere realiteit terecht te komen, waarin de dingen er compleet anders uit zien. Het gaat om de puzzel van de menselijke realiteit."

In ieder woord
Het is een passend beeld voor de manier waarop de politieke realiteit van het hedendaagse Israël in de film naar voren komt: het grotere beeld komt als vanzelf naar voren uit de reeks details die de film is. "Daar hoefden we eigenlijk niets voor te doen", stelt Shani. "Die grote onderwerpen zitten in alles. We wilden geen statement maken; het is een film, geen academisch onderzoek of journalistieke analyse. We geloven niet in films met politieke agenda's; je moet als filmmaker het echte leven laten zien, met een oprechte interesse in hoe het is om in de wereld van iemand anders te leven. Als je het te veel controleert, wordt het plat; als je het laat gebeuren, zitten de grote onderwerpen in elke zin, in ieder woord."

Joost Broeren

De Filmkrant sprak met Yaron Shani tijdens het filmfestival Mannheim-Heidelberg 2009.


In het mijnenveld

De Israëlische Oscarinzending ajami ontrafelt haarfijn het web van geweld in de gelijknamige Arabische wijk van Jaffa. Een lijntje giftige cocaïne is evengoed een destructieve kracht als religie en familie-eer.

Er gaat iets ergs gebeuren, voorspelt het jongetje in de eerste scène van de Israëlische Oscarinzending ajami. Hij heeft gelijk. De treurigheid is dat je niet helderziend hoeft te zijn om het geweld te zien aankomen in Ajami, een gevaarlijke wijk van het overwegend Arabische Jaffa, ten zuiden van Tel Aviv. Geweld beheerst hier het dagelijks leven. Even onvermijdelijk als onopvallend sterven mensen, neemt iemand anders hun plaats in en worden de lichamen meteen, later of misschien wel nooit teruggevonden.
Melodramatische wendingen die al duizend keer in evenzoveel films zijn gebruikt en vaak niet meer dan plotconstructies zijn, krijgen hier een angstaanjagende vanzelfsprekendheid. Erekwesties tussen families moeten gesust worden en vragen om kostbare compensatie, een ziekenhuisopname leidt tot drugshandel, een Israëlische militair verdwijnt en zet de achterblijvers op scherp, een vader keurt de liefde van zijn dochter af en probeert het vriendje in de val te lokken. Jaloezie, macht en geld voeden het geweld, eenvoudig en banaal zoals overal en altijd. Van de spreekwoordelijke geweldsspiraal kun je niet meer spreken, het zijn duizend in elkaar grijpende cirkels van geweld, even labyrintisch als de steegjes en straatjes van een medina. In deze wijk hangt alles met alles samen en zowel de schuldigen als de onschuldigen zullen daar onder lijden. Natuurlijk is er die overbekende Israëlisch-Palestijnse politieke context maar dat is slechts een van de cirkels van deze hel. Een lijntje giftige cocaïne is evengoed een destructieve kracht als religie en familie-eer.
Dat betekent ook dat ajami nergens een oorzaak van al die ellende aanwijst en dat coscenarist en coregisseur Scandar Copti - die de rol van Binj speelt - zich in dit debuut dat hij samen met Yaron Shani maakte, niet beperkt tot een enkele hoofdpersoon. Door de slimme structuur van de film verschuift de focus steeds weer naar een ander personage. Door daarbij heen en weer te gaan in ruimte en tijd ontstaat een web van gebeurtenissen waarvan de verbindende draden steeds meer in beeld komen. Uiteindelijk valt alles op z'n plek. Maar zelden voelt die geconstrueerde samenhang gezocht of kunstmatig. Het is allemaal volstrekt logisch en precies daarin ligt natuurlijk de horror. Dat ajami door de cameravoering en onopgesmukte - of zelfs ontbrekende - production design soms op een documentaire lijkt, maakt het verhaal nog indringender. De makers vermeden ook rigoureus elke sentimentaliteit tussen de personages. Die had vals geklonken en had alleen maar afbreuk gedaan aan de kracht van deze verhalen.
In een bepaald opzicht is de ensemblefilm de enige zinnige filmische analyse van de werkelijkheid. Want hoe anders kun je de complexiteit van alledag vangen? Toch is het weer even geleden dat die vorm zo effectief werd ingezet als in dit debuut.
Het jongetje uit de eerste scène voorspelde het geweld dat ging komen en tekende die gebeurtenissen in stripvorm, alsof ze allemaal bedacht en dus onwerkelijk waren. Bedacht is de film wel maar onwerkelijk zeker niet. Dat kun je na het zien van ajami wel zeggen. Ook al ben je nog nooit in Jaffa geweest.

Ronald Rovers

ajami
Duitsland/Israël, 2009
Productie: Moshe Danon, Talia Kleinhendler, Thanassis Karathanos
Regie, Scenario en Montage: Scandar Copti, Yaron Shani
Camera: Boaz Yehonatan Yaacov
Art direction: Yoav Sinai
Met: Fouad Habash, Nisrine Rihan, Shahir Kabaha
Kleur, 120 minuten
Distributie: Cinéart
Te zien: vanaf 27 mei

Naar boven