Mei 2010, nr 321

Todd Solondz over life during wartime

'Dit is een collectieve posttraumatische stressstoornis'

Minder venijnig maar even hilarisch en scherp gebruikte Todd Solondz de personages uit happiness voor life during wartime. Maar een vervolg mag het niet heten. "Oh my Gòòòòd wat een intelligente vraag!"

Ed Lachman, Todd Solondz en Shirley Henderson.

Om te kunnen oordelen over de betekenis van een regisseur zou je kunnen kijken naar het soort gesprekken waar zijn films toe leiden, schreef de Amerikaanse criticus Jonathan Rosenbaum in 1996 naar aanleiding van Kieslowski's dekalog (1989). In het geval van Todd Solondz zou dat een vergissing zijn. Een belangrijke publieke reactie die Solondz opriep naast onverschilligheid (palindromes, 2004) en teleurstelling (storytelling, 2001), is dat hij het gedrag van verwerpelijke personages verdedigde (happiness, 1998) door de menselijke kant te laten zien van een masturberende voyeur en een pedofiel als een liefhebbende vader te portretteren. Dat die personages een menselijke kant hádden, raakte door die reactie helaas op de achtergrond. Ook trouwens doordat Solondz zelf een sardonisch genoegen schiep in de voortdurende Verelendung van zijn personages.

Klef
Dat doet hij opvallend veel minder in life during wartime waarin Solondz tien jaar later opnieuw langsgaat bij zusjes Trish, Joy en Helen Jordan, de pedofiele psychiater Bill en Allen de kleffe masturberende nerd.
life during wartime is geen vervolg op happiness, vertelt Solondz aan de telefoon vanuit New York. Een eerder interview in Venetië waarin hij een paar hilarische opmerkingen maakte over de uitstekende beheersing van de Engelse taal door de aanwezige journalisten, ging helaas verloren.
Nu aan de telefoon doet hij het weer. Net als in zijn films haalt Solondz consequent zichzelf en anderen onderuit. "Oh my Gòòòòd", klinkt het met die slepende stem in dat typische Joods-New Yorkse accent. "Oh my Gòòòòd, als ik je op een feest tegenkom moet je absolúút even zeggen wie je bent want ik wil weten welk gezicht bij deze vragen hoort. Ik denk nóóóóit zoveel na over de betekenis van mijn verhalen. Dit zijn zùùùùlke intelligente vragen. Oh my Gòòòòd." Toegegeven, het is vroeg, hij is net wakker en hij was vergeten dat we zouden bellen. Maar ook in Venetië liet Solondz de interpretaties graag aan anderen over en hield hij zijn antwoorden vaag.

Stressstoornis
Geen vervolg op happiness dus. Wat dan wel? "Plotseling was ik een eerste scène aan het schrijven en wilde ik ontdekken hoe het de personages tien jaar later verging. Maar ik wilde wel vrij zijn. Ik wilde niet beperkt worden doordat ik letterlijk een vervolg moest schrijven. Dus besloot ik dat de personages door anderen gespeeld moesten worden. Ik wilde ontsnappen aan een gevoel van sterfelijkheid dat het verhaal onvermijdelijk was binnengekomen wanneer ik dezelfde acteurs had genomen. Zoals Truffaut dat had met Jean-Pierre Léaud die in elke film weer ouder was geworden."
life during wartime is minder zwartgallig en venijnig dan happiness en er zit een melancholie in die ontbreekt in zijn eerdere werk. Denkt Solondz zelf tien jaar later anders over relaties? "De personages hebben meer levenservaring. En ik ook. Maar het is ook een ander soort film. Dit is meer een verhaal over een collectieve posttraumatische stressstoornis na de aanslagen van 11 september 2001 en hoe die aanslagen doorwerkten in persoonlijke relaties. In die zin is de film meer politiek dan mijn eerdere films maar hij is wel politiek op een heel indirecte manier. Het belangrijkste thema is eigenlijk vergeving. Op een bepaalde manier dan. Luister, ik ben net zo 'verlicht' als ieder ander maar ik kan niet precíes zeggen waarover mijn films gaan. Ik heb bij het filmmaken altijd een intuïtief gevoel van waar ik heen wil. Maar elke beschrijving reduceert het echte verhaal."

Op een kier
We komen te spreken over de moeilijkheid om een groot publiek te bereiken ("De wereld is enorm veranderd voor mijn soort films"), over geïnspireerd worden door Tsjechovs Drie zusters ("Ik steel en hoereer net als iedereen maar ik geloof niet dat ik me door Tsjechov heb laten inspireren"), over de sympathieke verbeelding van de pedofiele Bill ("Als ik eruit had gezien als Tom Cruise was die vergelijking tussen Bill en mij niet zo vaak gemaakt. Bovendien wilde ik Bill gewoon als mens laten zien en geen sympathie voor wat dan ook creëren") en over zijn docentschap aan New York University Film School ("Daar heb ik veel plezier in. Het is niet zo slopend als films maken want dat is een nachtmerrie").
Solondz is iets helderder geworden tijdens ons gesprek maar nog steeds laat hij zich niet vastleggen op betekenissen. life during wartime staat meer open voor verschillende interpretaties dan zijn zusje happiness, springt sympathieker om met de personages en is zich meer bewust van zijn eigen vorm door het opvallende contrast tussen het drama dat zich voltrekt en de vrolijke pasteltinten van de wereld eromheen. De deuren die de mensen in happiness gesloten hielden, staan in life during wartime op een kier. Maar nog steeds is er die allesoverheersende eenzaamheid die Solondz als weinig anderen met zoveel humor kan laten zien. Als je beseft dat happiness in de VS nog geen vier miljoen bezoekers trok dan moet gezegd worden: deze man verdient een groter publiek.

Ronald Rovers


Nieuwe gezichten, dezelfde misère

Is het echt alweer twaalf jaar geleden dat Todd Solondz met happiness in Cannes de prijs van de internationale kritiek in de wacht sleepte? Nog meer dan de films van Steven Soderbergh en Paul Thomas Anderson was happiness het bewijs dat de Amerikaanse onafhankelijke cinema een enorme vitaliteit bezat. Met zijn parade van gemankeerde eenlingen was het de feelbad-hit van het jaar.

Het is ruim tien jaar later, en zowel de Amerikaanse indy-film als Solondz' carrière zitten in een stevige dip. Terwijl de regisseur weerbarstig bleef vasthouden aan zijn misantropisch wereldbeeld, holde het feelgood-virus de geest van de onafhankelijke cinema uit. Alles wat onder de vijfentwintig miljoen dollar wordt gemaakt, een soundtrack van akoestische popliedjes heeft en geen extravagante special effects bevat, heet tegenwoordig 'onafhankelijk' te zijn. Leuke films hoor, little miss sunshine en juno, maar ze zijn zo braaf als dagtelevisie. Wat dat betreft kon life during wartime op geen beter moment verschijnen.
Je mag terecht verwachten dat een sequel van Todd Solondz een geval apart zal zijn. En inderdaad, de regisseur koos er weliswaar voor om zijn personages terug te laten keren, maar liet ze wel door andere acteurs spelen. Handig, in het geval van de inmiddels veel te dure Philip Seymour Hoffman, maar verder toch vooral verwarrend. Want wat is precies de meerwaarde van deze parade van nieuwe gezichten? Dat we ons niet te comfortabel mogen gaan voelen? Die kans is sowieso klein bij een Solondz-film. wartime pikt de draad op met een scène die een directe echo is van happiness: Joy bespreekt in een restaurant met haar man hun huwelijksproblemen. "No more crack cocaine. Just a little, on Sundays." Het statische shot en de droogkomische desolaatheid zetten direct de toon: we gaan verder waar happiness ophield. Actrice Shirley Henderson is een geslaagde keus voor Joy. Ze speelt overtuigend een geboren slachtoffer die hardnekkig blijft geloven in een beetje levensgeluk. De poging uit haar milieu te breken is de rode draad van de film. Ze zoekt haar zussen Trish en Helen op, elk woonachtig op onleefbare plekken als Florida en Hollywood. Onderweg komen we meer bekenden tegen: pedofiel William wordt uit de gevangenis gelaten, en gaat op zoek naar zijn inmiddels studerende zoon Billy. Ondertussen worstelt Billy's jongste broer Timmy met de vragen die de naderende volwassenheid met zich meebrengt.
De belangrijkste reden om life during wartime te gaan zien is de sublieme cast die Solondz verzameld heeft. Naast de al genoemde Henderson zijn Allison Janney in de Trish-rol en Ciaran Hinds als William zeker zo sterk als hun voorgangers. Misschien wel het meest memorabele personage hier is Timmy (Dylan Riley Snyder), een kruising tussen een irritant wijsneusje en hopeloze nerd. De scène waarin hij de nieuwe vriend van moeder de deur uit jaagt is bijna even ongemakkelijk als de fameuze pedo-dialoog uit happiness. Want ja, ondanks Solondz' pogingen dit vervolg een fris aanzien te geven zit je toch vooral te vergelijken. Dat is omdat er structureel en inhoudelijk eigenlijk weinig is veranderd. Of ja, toch één ding: happiness voelde gedurfd en vernieuwend aan. life during wartime is een welkome, maar niet essentiële film geworden.

Mark van den Tempel

life during wartime
Verenigde Staten, 2009
Productie: Derrick Tseng, Christine K. Walker
Regie: Todd Solondz
Scenario: Solondz
Camera: Edward Lachman
Montage: Kevin Messman
Art direction: Matteo De Cosmo
Met: Shirley Henderson, Allison Janney, Michael Lerner, Ciaran Hinds, Dylan Riley Snyder, Paul Reubens, Charlotte Rampling
Kleur, 98 minuten
Distributie: A-Film
Te zien: vanaf 27 mei

Naar boven