Het Filmkrant weblog in Rotterdam - maandag 30 januari 2006

Blog Noir 2 - Erik Noomen

Hoofdstuk 2

Wat vooraf ging: onze doorrookte privédetective krijgt van een mysterieuze dame de opdracht een gouden Tijger-beeld terug te vinden. En een beetje snel, graag.

Ik knoopte mijn sjaal om, deed mijn kraag omhoog, en wandelde de Rotterdamse Schouwburg in. De sfeer tussen de verschillende clubjes van aanstormende regisseurs, die zich hadden verschanst in verschillende hoeken van de foyer, was altijd bijzonder ijzig en ik zou de eerste niet zijn die er een koude schouder opliep of een ander pijnlijk gevolg van de alomtegenwoordige minachting die gewone stervelingen ten deel viel.
Ik installeerde me aan de bar en liet de aanknopingspunten voor mijn zoektocht nog even de revue passeren. Een gigantisch gouden beeld van een tijger was gestolen. Voor vrijdagmiddag moest ik het gevaarte terugvinden. De dieven eisten de volledige IFFR-subsidie voor 2007 in een anonieme bruine envelop.
'Appelsapje maar, Nelson?'
De grijns op het gezicht van de barman moet de inspiratie geweest zijn voor de Cheshire Cat uit Alice in Wonderland, want er verscheen zo'n onmenselijk groot gebit dat het gezicht eromheen leek te verdwijnen. Deels kwam dat verdwijnen ook door het aandachttrekkende sliertje spinazie dat zich knus had genesteld tussen twee glimmend witte tanden.
'Weer vegetarische lasagna op het menu, No Change Pete?'
We lachten beiden als boeren met kiespijn, halitosis en een enorme angst voor uitscheurende lipblaasjes. Ik knikte, Pete schonk in en ik legde een biljet van vijf euro op de bar.
'Ai, daar heb ik niet van terug,' zei de barman met een glimlach waar je het liefst een hond aan zou laten knagen. 'Is het goed als ik je de volgende keer het wisselgeld geef?'
'Tuurlijk,' zei ik, in één vloeiende beweging zowel de appelsap naar binnen gietend als het biljet weer terugpakkend en opbergend. 'Dan neem ik meteen dit biljet weer voor je mee.'
God, wat een plezier hadden we toch met z'n tweetjes.
'Maar laten we meteen snijden naar de achtervolging,' zei ik tegen Pete, die probeerde met een dessertvorkje de hardnekkige spinazie te verwijderen. Pete was altijd een goede bron als je in Rotterdam op zoek was naar schimmige geruchten. Of geruchtmakende schimmels, als ik een aantal van zijn ex-vriendinnen mocht geloven. 'Ik ben op zoek naar een gestolen tijger.'
Pete fronsde. Zijn wenkbrauwen, om precies te zijn. 'Zou je dan niet de Dierenambu...'
'Nee, Pete,' onderbrak ik hem snel. 'Die grap is al gemaakt in het eerste hoofdstuk van dit 'blog noir'. En bovendien was 'ie de eerste keer al niet leuk.' Pete haalde op. Zijn schouders, om precies te zijn. En een stokbroodmes, waarvan hij de punt tussen twee tanden stak. Ik liet hem rustig langs zijn glazuur krassen, ook al zat hij overduidelijk een tand te ver naar rechts.
'Ik heb wel iets gehoord over een tijger,' zei hij nadat het schrapen was opgehouden. Hij leunde voorover op de bar, samenzweerderig fluisterend: 'Het is Chinees Nieuwjaar, er zijn allemaal spleetogen in de stad en restaurant Tai Wu organiseert een 'vely special buffet'. Doe jij de wiskunde.'
De man bleef me, ook na al die jaren, nog verbazen. Had ik hem niet vaak genoeg gezegd dat ik niet houd van dat soort uitdrukkingen? Had ik niet al vijftien jaar geleden Pete's mond gewassen op zijn eigen glazenborstels, omdat hij in mijn bijzijn dergelijke woorden gebruikte?
'Pete,' zei ik zo rustig mogelijk, 'zou je in mijn aanwezigheid willen ophouden met het vertalen van Amerikaanse hardgekookte uitdrukkingen in het Nederlands? "Doe jij de wiskunde"? We staan hier niet op de hoek van 42nd Street en Park Avenue!'
'Je bedoelt voor het Grand Central Station?' Pete's blik verraadde een overweldigende existentiële twijfel. 'Wat zou ik dáár in Gilliamsnaam moeten doen? Ik ga in de VS nooit met de trein, huur altijd een Chevy op JFK.'
'Eh, ja. Nee. Dat doet niet terzake.' Ik trommelde geïrriteerd op een bierviltje. 'Dus jij denkt dat die gele rakkers...'
'Nelson, jongen,' sprak No Change Pete, 'ik dénk helemaal niets.' Zelden werden waardere woorden gesproken: waar hij hem vandaan had gehaald was me een raadsel maar Pete had een figuurzaagje in zijn rechterhand, dat hij tussen twee, uiteraard de verkeerde, tanden probeerde te wurmen.
'Dus jij denkt dat de Chinezen het gouden tijger-beeld hebben?'
'Gouzjen? Zje hads nips wezzegd oofr uh gouzjen beelsj!? Iksj besjdoelde uh echstje tijsjer, zjo'n besjdreizdje katsjachtsjisje. Zjie gjaan zje braasjden èh opfsnijdsje!'
Ik sjchudzje... eh, schudde mijn hoofd. Dit waren aanwijzingen waar ik hoegenaamd niets aan had. Oké, de plaatselijke Chinezen gingen voor hun feestje bakken vol tijgersaté maken. En? Alsof mij het iets kon schelen wat ze naast hun kroepoek en atjar tjampoer legden!
Teleurgesteld liep ik de Schouwburg uit, weg van de bar waar de eerste bloeddruppeltjes al op vielen: Pete had zijn tandvlees geraakt. Hoe vaak moet ik nog zeggen tegen mensen: flossen is belangrijk. Maar luisteren, ho maar. Of nuttige aanwijzingen geven, voor die materie. Ik was geen steek opgeschoten. Maar misschien kon Miika Lapooonen, de beroemdste Geörgische gangster van Rotterdam, me verder helpen. Hopelijk was hij wel dat akkefietje met zijn dochter vergeten.

Hoe gaat het verder? Waar is de Gouden Tijger? Wie is die dochter? Komt Pete ooit nog van die spinazie af? En hoe smaakt tijger eigenlijk? Of is het niet politiek-correct om dat te onderzoeken in een digitale dependence van de vermaarde Filmkrant? Lees meer in hoofdstuk 3!
En waarom passief alleen maar lezen? Klik op 'comments' en schrijf zelf alvast de eerste zin van het derde hoofdstuk. Zodat Erik het gevoel heeft dat tenminste íemand zijn blog noir leest.

Naar boven