The Killing of a Sacred Deer
Visages villages
Happy End
A Ghost Story
Battle of the Sexes
Illustratie Menah slow criticism | Post-cinema vrees
Dat we naar een post-cinematische wereld toegaan, betekent niet dat film zal verdwijnen. Laten we eens stoppen met als Don Quichot maaien naar de digitale windmolens.

Door Nikki van Sprundel

We zijn naar een post-cinematische wereld aan het toegroeien; een wereld waarin film niet langer het dominante medium is. Dat betekent niet dat film aan het verdwijnen is, maar wel dat het meer en meer onderdeel wordt van een groeiende mix aan media. Toch merk je daar in de filmwereld nog weinig van.
Op filmfestivals of online stuit je zo af en toe wel op een virtualreality-project, een interactieve film of een transmediale productie. Maar voor velen blijven dit nog altijd vage begrippen. Als ze ons aangereikt worden, vinden we deze nieuwe technologieën vaak spannend en leuk, maar zelf gaan we er niet naar op zoek. Hoe komt dat? En hoe gaan we ooit die overstap maken naar een post-cinematische wereld? Wat moeten we ons daar überhaupt bij voorstellen?

Nog naadlozer
Hoe die post-cinematische wereld er precies uit zal zien is natuurlijk niet te zeggen, maar een geïnformeerde gok over waar het naartoe gaat is wel degelijk mogelijk. De grootste verandering zal te maken hebben met de stap van mobiele technologie naar augmented reality (AR), technologie die zich nog naadlozer in de bestaande realiteit voegt en waarmee digitale objecten in onze fysieke ruimte worden geplaatst. Kort door de bocht: een versie van Google Glass die niet flopt. De maquette van je nieuwe huis kan hiermee digitaal op tafel gezet worden, of een grote rechthoek waar je een film op afspeelt kan een tv vervangen.
Wanneer we ook interactie kunnen hebben, dus fysiek kunnen omgaan met deze digitale objecten, noemen we het Mixed Reality (MR). Wanneer AR en MR de schermen van onze laptops, tablets en mobiele telefoons vervangen, springt wat we nu op platte schermen bekijken onze driedimensionale wereld in. Met als positief gevolg dat mensen zich minder afsluiten voor de wereld, zoals we dat nu doen door constant naar onze telefoons te staren. De digitale laag waar we naar kijken, zullen we ook met anderen kunnen delen, en sociale media zullen andere vormen aan gaan nemen. In theorie kunnen we er opener en socialer door worden.
Hoe de toekomst precies zal gaan uitpakken, is deels afhankelijk van hoe bedrijven en ontwikkelaars, maar ook kunstenaars, filmmakers en andere creatievelingen de komende tijd met nieuwe technologie aan de slag gaan. Maar terwijl de technologie wordt ontwikkeld, hebben wij die tijd ook nodig om te ontdekken hoe we deze nieuwe media kunnen en moeten gebruiken. Niemand zit te wachten op een wereld vol rondvliegende pushberichten over Facebook-statussen, of supermarkten vol schreeuwerige verpakkingen die zichzelf opdringen met knipperende 3D-reclames. De manier waarop we als publiek verhalen tot ons nemen zal met dit alles ook veranderen. Film zal steeds meer moeten samenwerken met andere vormen van storytelling, om zichzelf binnen dit geheel een plek te geven.

Malen naar windmolens
Een groot punt dat innovatie in de weg zit, is angst voor het onbekende. Mensen zijn bij elk nieuw medium bang. Zo krijgt een nieuw medium in het begin weinig kans zich te bewijzen. Men is vaak ook bang dat een nieuw medium te intens is, en dat mensen grip op de realiteit erdoor zullen verliezen.
Wat velen niet beseffen, is dat dit soort angsten een onderdeel zijn van elke grote verandering in media. Precies dezelfde schrikbeelden werden geschetst toen film zijn intrede deed, en later bij televisie. Het was zelfs al het geval toen er voor het eerst romans voor het grote publiek werden geschreven: door het lezen van te veel fictieve verhalen zou men de werkelijkheid uit het oog verliezen, zo was de angst.
Deze angsten zijn terug te vinden in Cervantes' verhaal van Don Quichot, in 1615 gepubliceerd als één van de eerste romans in een Europese taal. Het gaat over een oude edelman die te veel ridderromans heeft gelezen en zich hierdoor in zijn hoofd haalt zelf ook een ridder te zijn. Hij ziet herbergen aan voor kastelen en molens voor reuzen. Intussen rijdt hij op een oude knol, denkend dat het een raspaard is, en draagt hij een verroest harnas en een papieren helm. De botsingen tussen zijn waanideeën en de nuchterheid van zijn metgezel Sancho Panza bieden een terugkerend humoristisch element. Het boek legt zo niet alleen de angst voor nieuwe media bloot, maar toont ook hoe belachelijk die angst eigenlijk is.
Op dit moment leeft die angst om de greep op de realiteit te verliezen bij virtual reality. Hierbij zet je een bril op die je compleet afsluit van je directe omgeving en waarmee je wordt ondergedompeld in een andere wereld. Alsof wordt teruggegrepen op de papieren helm van Don Quichot, kun je zelfs van je mobiele telefoon een VRhelm maken met kartonnen houdertjes — zogenaamde cardboards.

Zelf invloed
Over de hele wereld zijn inmiddels makers met de technologie aan het experimenteren, omdat het nieuwe manieren biedt om verhalen te vertellen. Je zou simpelweg in een virtuele ruimte op een bank kunnen gaan zitten om een film te kijken, maar het medium wordt veel beter benut als je zelf onderdeel van die film uit gaat maken. In VR kun je zelf een rol krijgen binnen het verhaal, waarin je kunt rondkijken, bewegen en waar zelfs een vorm van interactie met personages en voorwerpen mogelijk is. Dit alles op een manier die zo intuïtief is, dat het aanvoelt alsof je het echt meemaakt — een fysieke filterbubbel.
Wat voor effecten zal het hebben als VR-werelden steeds beter worden in het nabootsen van de fysieke wereld? Zullen mensen grip op de realiteit verliezen? Waarschijnlijk niet. En daar hebben we zelf invloed op. Juist daarom is het belangrijk dat we de groei van het medium meemaken. Van de VR van nu, via de AR van straks naar een mix van deze en andere (interactieve) media die er steeds realistischer uit zullen gaan zien.
Het is voor makers en ontwikkelaars prettig om tussendoor steeds te kunnen testen hoe mensen op hun werk reageren. Stel je dus open voor veranderingen en laat vooral je mening horen. Dat zal de basis vormen voor hoe het zich ontwikkelt. Want dat iets er heel echt uit kán zien, betekent niet dat het er ook zo echt uit móet zien. Er kunnen altijd stijlelementen of overduidelijk fictieve momenten ingebouwd worden waardoor het onderscheid met de realiteit duidelijk blijft. Of dat nodig is, ligt aan onszelf. Dat we met zijn allen Don Quichot achterna gaan, is niet waarschijnlijk. Hoewel we voor de zekerheid best kunnen afspreken dat we elkaar erop aanspreken wanneer we met kartonnen helmen op naar molens staan te malen.

Nikki van Sprundel ontwikkelt VR-concepten en is gastdocent VR aan de Filmacademie.



top