December 1992, nr 129

Il ladro di bambini

De nieuwe armoede in Italië

De titel van de nieuwe film van Gianni Amelio, Il ladro di bambini, doet natuurlijk ogenblikkelijk denken aan Vittorio de Sica's klassieke Ladri di biciclette. Niet ten onrechte, want zoals De Sica via de ogen van een tienjarig joch de naoorlogse Italiaanse armoede in beeld bracht, toont Amelio de hedendaagse materiële rijkdom, maar geestelijke armoede via zijn negenjarige hoofdpersoon.

Amelio is in Nederland bekend van Colpire al cuore uit 1982, een film die slechts door enkelen hier werd gezien en handelde over de generatiekloof en het terrorisme. Zijn in 1990 vervaardigde en veelvuldig bekroonde Porte aperte werd vorig jaar heel even op het Filmfestival Rotterdam vertoond. Il ladro di bambini begint in een flat in een van de voorsteden van Milaan waar de moeder van Luciano heren aan huis ontvangt. Niet voor haar zelf, ze laat de mannen alleen in een kamer met haar elfjarige dochter Rosetta. Luciano reageert niet als zijn moeder hem gebiedt op straat te gaan spelen voordat een keurig gekleed heerschap aanbelt. Het lijkt alsof hij wacht op de politie die even later de woning binnenvalt en iedereen in politieauto's met zwaailichten afvoert. Hier begint de film.
Twee jonge carabinieri's in hun karakteristieke uniform krijgen de opdracht om de kinderen per trein naar een weeshuis in Rome te begeleiden. Op weg naar Bologna trekt een van de carabinieri zijn burgerkloffie aan en drukt zijn maat op het hart hetzelfde te doen om de kinderen niet al te veel af te schrikken. Hij zegt dringende persoonlijke zaken in Bologna af te moeten handelen en vraagt uit vriendschap of zijn maatje het verder tot Rome alleen op wil knappen. Zijn maatje Antonio antwoordt dat hij niks van vriendschap weet, maar stemt toe. Het is van zijn naïeve gezicht af te lezen dat deze Antonio niet alleen niet opgewassen is tegen de gladde tong van zijn collega, maar ook aanzienlijk minder levenservaring heeft dan de aan hem toevertrouwde kinderen.
Aangekomen in Rome weigert het weeshuis de twee kinderen formeel omdat de kinderen geen wees zijn, maar laat duidelijk blijken bang te zijn voor de vermeende verderfelijke invloed die van Rosetta zou uitgaan. Antonio is zichtbaar ten einde raad in die grote, vreemde stad als tot overmaat van ramp Luciano ook nog een aanval van astma krijgt. Hij krijgt langzaam weer greep op de situatie als hij besluit met de kinderen naar Sicilië te gaan, waar hun moeder vandaan kwam. Onderweg daar naar toe stoppen ze nog bij een andere carabinieri in Napels en bij de zuster van Antonio in Calabrië. Heel geleidelijk en bijna ongemerkt laat Amelio in die reis dwars door Italië de tegenstelling tussen kinderen en carabinieri vervagen totdat die geheel verdwenen is en plaatsgemaakt heeft voor wederzijdse gevoelens van genegenheid en vertrouwen.

Sicilië
Luciano die aanvankelijk geen woord zegt, ontdooit door de simplistische, humane oprechtheid en openheid die Antonio uitstraalt. Een openheid die de Italiaanse samenleving waarin de menselijke carabinieri met de twee kinderen gedwongen is om rond te dolen zelden of nooit toont. Een openheid die Antonio, dankzij de reis wat wijzer geworden, ook verlaat als hij bij zijn zus aankomt. In het restaurant van zijn zus wordt als tekenend detail de eerste communie van een van de kinderen uit het dorpje gevierd. Maar Antonio liegt tegenover zijn familie en vrienden uit het dorp waar hij is opgegroeid over het waarom van zijn tocht en de afkomst van de kinderen. Hij zegt dat het de kinderen zijn van een van zijn chefs, die hij naar hun moeder op Sicilië brengt.
Die leugen blijkt op zijn plaats, want als een van de gasten Rosetta herkent als het meisje van de foto van de voorpagina van een boulevardblad met als bijschrift dat dit een elfjarig hoertje is, komen de verwijten en vragen. Vooral Luciano was onder de indruk van het eenvoudige, gelukkige familieleven dat via foto's aan hem werd verteld door de oude grootmoeder van Antonio. Maar dat is kennelijk een Italië dat uitsterft. Weer gedwongen om naar Sicilië verder te reizen, komen ze mede door toedoen van twee Franse toeristes langzaam in vakantiestemming. Behalve een duik in de Middellandse Zee levert Sicilië ook de onaangename verklaring van de titel van de film op.
Amelio gaat zeer onnadrukkelijk te werk met kleine, veelzeggende details en laat veel over aan zijn publiek, dat alle emoties en betekenissen zelf moet invullen op de plaatsen die hij daarvoor openlaat. Hij rekent bij die methode op het sterke spel van de twee jonge kinderen Valentina Scalici als Rosetta en Giuseppe Ieracitano als Luciano. De openbaring van de film is echter Enrico Lo Verso als Antonio. Hij geeft met zijn vertolking Il ladro di bambini de waardigheid die het bezit.

Piet van de Merwe

Il ladro di bambini
Italië, 1992.
Produktie: Erre Produzione, Alia Film, Raidue/Arena Films Parijs en Vega Film Zürich.
Regie: Gianni Amelio.
Scenario: Gianni Amelio, Sandro Petraglia en Stefano Rulli.
Camera: Tonino Nardi en Renato Tafuri.
Geluid: Alessandro Zanon.
Montage: Simona Paggi.
Met: Enrico Lo Verso, Valentina Scalici, Guiseppe Ieracitano e.a.
Kleur, 110 minuten.
Distributie: Cinemien.

Naar boven