De geruchtenmachine - juli/augustus 1996, nr 169


Lap rouge is de titel van de eindexamenfilm waarmee Lodewijk Crijns eind juni aan de Nederlandse Film en Televisie Academie afstudeerde. In de film portretteert de filmmaker een oude Nederlandse vrouw en haar twee zonen, die een geïsoleerd en bizar leven leiden op het Franse platteland. Waarheid of fictie? NRC Handelsblad noemde de film "nu al de meest besproken en bewonderde eindexamenproduktie" en een "weergaloos slimme provocatie van de geloofwaardigheid van filmbeelden." Het Parool betitelde Lap rouge als "de grootste verrassing, die doet denken aan de dertig minuten 'documentaires' van Arjan Ederveen" en de Volkskrant zag een "fascinerend verhaal, ingevuld met tal van aangrijpende details." Geen slecht resultaat voor een eindexamenfilm, die de jaarlijks op het Nederlands Film Festival uit te reiken Tuschinski Award - de prijs die de Nederlandse filmkritiek toekent aan de meest talentvolle jonge filmmaker - moeilijk lijkt te kunnen ontgaan. Dat Lodewijk Crijns talentvol is, was trouwens al eerder opgemerkt, want in mei won hij met Kutzooi de aanmoedigingsprijs van het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Deze film schetst een portret van drie spijbelende schooljongens in Amsterdam, waarbij ook de grens tussen documentaire en fictie in het geding is. Crijns reageert laconiek op alle lof. "Ik werk gewoon door, wat bij mij betekent dat ik met veel projecten tegelijk bezig ben, in de hoop dat er iets gerealiseerd wordt." Zo heeft Crijns, samen met Martin Lagestee en Paul de Bont, twee ideeën ingediend bij het low budget project van de VPRO en het Filmfonds, heeft hij een project ingediend bij VPRO's Lolamoviola, bereidt hij een serie voor met Staccato Film en werkt hij, samen met zijn Filmacademie-docent Otto Schuurmans aan een documentaire over de Theaterschool. Wie denkt dat de telefoon bij Crijns roodgloeiend staat van de aanbiedingen van Nederlandse speelfilmproducenten heeft het mis. De scouts van Joop van den Ende bleken een stuk slagvaardiger. Crijns: "Op een receptie vroegen ze mij, naar aanleiding van de persreacties, of ze mijn twee films mee mochten nemen. Ze hebben ze meteen 's nachts bekeken en binnenkort gaan we een keer praten."


In Curaçao komt in 1998 een einde aan het bioscooploze tijdperk waarin dit eiland verkeert. Sinds de paar verwaarloosde bioscopen enige jaren geleden hun deuren sloten, zijn de inwoners van Curaçao voor films aangewezen op televisie, video en incidentele vertoningen. Met de ver gevorderde bouwplannen van Hungry Eye Pictures voor een bioscoop van zes zalen is het einde daarvan in zicht. De bouw is een initiatief van Piet Meerburg, die zo'n tien jaar met het plan rondliep. De kosten van de bioscoop bedragen 9 miljoen gulden, er wordt gerekend op zo'n 350.000 bezoekers per jaar. Met een bevolking van 170.000 komt dat neer op een gemiddeld bioscoopbezoek van twee, wat bijna het dubbele is van het bioscoopbezoek in Nederland. De programmering zal worden verzorgd door Hungry Eye Pictures.

Piet Meerburg: bioscoopbouwer op Curaçao.


Het nieuwe Europese steunprogramma voor de distributie van Europese films stuit op flink verzet van de kleine onafhankelijke distributeurs. Hoewel het budget voor de ondersteuning van de uitbreng van Europese films is verdrievoudigd naar 12 miljoen ecu (24 miljoen gulden), vrezen deze distributeurs dat verreweg het grootste deel van het geld zal worden opgeslokt door grote commerciële Europese co-produkties. In een persbericht, dat is ondertekend door alle Nederlandse onafhankelijke distributeurs - op zich al een unicum - wordt protest aangetekend "tegen de nieuwe richtlijnen". Volgens initiatiefnemer Krijn Meerburg van Hungry Eye Pictures komen de bezwaren er op neer dat de kleine, kunstzinnige Europese film in de nieuwe situatie veel minder kans krijgt. "Het doel is uitsluitend nog om op economische basis te concurreren met de Amerikaanse film. Met welke films dat gebeurt, is kennelijk niet meer van belang. De regels zijn daarom volledig toegesneden op grote distributeurs, zoals PolyGram Filmed Entertainment. Wat er zal gebeuren is dat er in meer bioscopen Europudding te zien zal zijn, met averechts effect, omdat dat bezoekers wegjaagt. Noem het maar vervuiling van de bioscoop."


Het Nederlands Filmmuseum krijgt een extra rol: te snel verdwenen films kunnen vanaf 5 september in het Vondelpark worden ingehaald. De avondprogrammering om 22.00 uur zal voortaan niet wekenlang van tevoren al worden vastgelegd, maar ruimte bieden om in te spelen op actuele situaties. René Wolf, hoofd publiciteit van het Filmmuseum, noemt drie soorten films/programma's die de bezoeker om 22.00 uur 's avonds kan aantreffen. "Dat kan ten eerste een prologatie van onze eigen programmering betreffen. Zo had een paar maanden geleden ons jaren vijftig-programma
'The tingler' best nog een paar weken door kunnen lopen, maar dat kon toen niet omdat er al een nieuw programma gepland stond. Een tweede mogelijkheid is de vertoning van recente films waarvan wij vinden dat die te snel uit Amsterdam zijn verdwenen. Ik denk aan films als Rice people, The white balloon en Bye bye. En als derde zullen soms nieuwe films bij ons in première gaan. Het betreft dan films die al maandenlang op de plank liggen omdat er niet genoeg doeken zijn." Wolf benadrukt dat de kwaliteit in alle gevallen het doorslaggevende criterium zal zijn. Ook zal een film nooit langer dan twee weken te zien zijn: "We willen geen uitdraaitheater worden of de taken van filmtheaters overnemen."


Mission: impossible, de grote zomerfilm van Brian De Palma, stond eigenlijk gepland voor uitbreng op 11 juli. Kostbare spotjes rondom wedstrijden van het Nederlands elftal wezen de bezoeker op het naderende spektakel. Dat de release op het laatste moment werd verplaatst naar 18 juli heeft te maken met een gebrek aan coördinatie tussen de distributeurs. De grote zomerfilms dreigden elkaar in de wielen te rijden, zodat The rock een week naar voren werd gehaald en Mission: impossible een week werd uitgesteld. De Amerikaanse concurrentie slaat hard toe in de Nederlandse bioscopen. Directeur Max van Praag van distributeur UIP: "Waarom vraagt u dit eigenlijk? U heeft er toch geen last van?"


Het Film- en Mediacentrum - de nieuwe naam van voorheen Nationaal Film Theater is hopelijk evenmin een lang leven beschoren - dat het Amsterdamse filmtheater Rialto wil neerzetten op de plaats van de af te breken bioscoop Bellevue Cinerama moet een concurrentiestrijd aangaan met Joop van den Ende, die op deze plaats een speelplek voor aanstormend theatertalent wil vestigen. Voor een buitenstaander lijkt dat een ongelijke strijd, waarvan de winnaar bij voorbaat vaststaat, maar Rialto geeft de moed niet op. Een woordvoerder laat weten dat men zich voorlopig richt op het uitstellen van de beslissing tot na de zomer, want als het aan de Aalsmeerse amusementskoning ligt, beslist de gemeente al in juli over de verkoop van de grond aan de Marnixstraat. De woordvoerder: "Samen met filmdistributeur Cinemien hebben wij een gesprek aangevraagd met wethouder van cultuur Bakker. Wij vinden het niet fair dat ons nooit de mogelijkheid van de aankoop van het gebouw is geboden. Nee, wij voelen ons zeker niet kansloos, omdat ook in de gemeenteraad stemmen opgaan om het pand niet aan Van den Ende te verkopen. Om onze ideeën kracht bij te zetten, komen we binnenkort met een Comité van Aanbeveling. Nee, wie daarin zitten, kan ik nog niet zeggen." Naast de concurrentie van Van den Ende vormt het uiteenvallen van de coalitie van verschillende instellingen op filmgebied een ander obstakel voor de ambitieuze Rialto-plannen. De steunbetuiging van de Amsterdamse Kunstraad houdt in zijn advies aan wethouder Bakker flink wat slagen om de arm: "Met Rialto is de Kunstraad van mening dat het de moeite waard lijkt om op korte termijn een 'formatiepoging' te ondernemen die ertoe zou kunnen leiden dat een hernieuwde vorm voor samenwerking van de genoemde instellingen in een Centrum voor film- en mediakunst zou kunnen worden gevonden." Eenmaal 'lijkt' en tweemaal 'zou', dat klinkt nog niet erg overtuigend.


Het bioscoopbezoek daalde volgens insiders in de maand juni naar een ongekend dieptepunt. Een woordvoerder van de NFC - de belangenvereniging van de bioscoopbranche - bevestigt dat het "een slappe periode" was. "Het bezoek was niet best en de exploitanten klagen dan ook stevig, maar dat doen zij nogal snel." Voor de verklaring wijst hij naar het mooie weer en het Europees Kampioenschap voetballen. De suggestie dat een belangrijke reden ook ligt in de trend bij distributeurs om de zomer te gebruiken als dumpperiode voor alle rotzooi die zij op zolder kunnen vinden, wordt door hem ontkend, al deelt hij wel mee dat "het distributiebeleid veel aandacht krijgt van de NFC". Dat het daarbij onder andere gaat om de uitbreng van films met als enige reden dat dat een voorwaarde is voor de videorelease, ontkent hij niet, "maar daar is weinig tegen te doen". De redding moet deze zomer komen van vier grote Amerikaanse films. Bij de NFC bidt men om veel regen.


238 reacties leverde de oproep van de VPRO en het Filmfonds op om ideeën in te zenden voor vijf low budgetfilms (budget: f 700.000 per film). De enorme respons bewijst nog eens hoe hoog de nood is onder speelfilmmakers. Een commissie zal uit de 238 inzendingen er tien selecteren, waarna na het voeren van gesprekken er vijf overblijven. Een fijne taak voor de commissie, die bestaat uit de door het Filmfonds benoemde leden Wouter Barendrecht (sales agent en co-directeur Cinemart) en Richard Woolley (directeur Filmacademie) en de door de VPRO ingebrachte leden Joost de Wolf en Janny Langbroek. Ger Bouma en Barbara Stroink zijn namens het Filmfonds aangewezen als begeleiders van het project. Er wordt naar gestreefd om half juli de selectie van tien kandidaten te hebben afgerond.


MovieWorld in Scheveningen heeft haar naam gewijzigd in Pathé Scheveningen. De megabioscoop werd vanaf de opening in april vorig jaar tot begin dit jaar succesvol geleid door Lauge Nielsen (de bioscoop trok in ruim een jaar 800.000 toeschouwers), waarna Nielsen de overstap maakte naar Pathé Cinemas, waar hij Wim van Wouw opvolgde, die zich niet kon vinden in het beleid van de nieuwe Franse eigenaar Chargeurs. Tot aan de naamsverandering had MovieWorld met Morgan Creek, Warner en Chargeurs drie eigenaren. De naam Pathé Scheveningen maakt duidelijk dat Chargeurs (Pathé) haar twee mede-eigenaren heeft uitgekocht, zodat Pathé weer een stap verder is op weg naar de absolute hegemonie in de Nederlandse bioscoopwereld.


Dat Paul de Leeuw en filmproducent Matthijs van Heijningen geen grote vrienden zijn, wordt duidelijk in nummer 22 van de VARA-gids, waarin De Leeuw uit het weekaanbod van op de televisie uit te zenden films zijn favorieten kiest. Haanstra's Fanfare is een van de films die De Leeuw uitkiest, hoewel hij de film nooit heeft gezien. "Wat ik zo leuk vind, is dat Bert Haanstra films maakte voor een groot publiek." Volgens De Leeuw worden Nederlandse films tegenwoordig vooral voor een klein publiek gemaakt, waarbij hij als voorbeeld het door Van Heijningen geproduceerde Wildgroei noemt. "Daar wordt niemand beter van. De makers niet en het publiek ook niet. Behalve de producent. Na elke flop rijdt Matthijs van Heijningen in een nog grotere auto. Hoe dat kan? Waarschijnlijk omdat hij opgeeft dat de catering vier ton kost, terwijl het in werkelijkheid om een halve ton gaat." Filmpje 2 wordt vermoedelijk geen Van Heijningen-produktie.


Het Nederlands Film Festival, dat van 25 september tot en met 4 oktober in Utrecht wordt gehouden, heeft drie films in de race voor de openingsavond: De nieuwe moeder van Paula van der Oest, De kersenpluk van Arno Kranenborg en Dying to go home van Carlos da Silva. U denkt misschien dat die laatste film een Portugees produkt is, maar dat komt omdat u niet weet dat George Sluizer de producent en, naar verluidt, de eigenlijke regisseur van de film is. Eveneens half Nederlands is ook het retrospectief dat wordt gehouden van voornamelijk Amerikaanse films die zijn gebaseerd op het werk van Jan de Hartog. De Hartog (82) zal als eregast aanwezig zijn. Verder wordt Studio Nieuwe Gronden van producent René Scholten in het zonnetje gezet met een retrospectief van films die door deze studio zijn geproduceerd, waaronder werk van Mijke de Jong, Digna Sinke, Annette Apon en Gerrard Verhage. De nieuwe moeder en De kersenpluk zijn de nieuwste produkties van Studio Nieuwe Gronden. Op het festival gaan verder in première de nieuwe film van Theo van Gogh (Blind date) en Johan van der Keuken (Amsterdam - Global village). In een poging om iedere dag publiciteit te genereren wordt de vloed aan Gouden Kalveren dit jaar niet op één avond over de mensheid uitgestort, maar wandelt er elke avond een kalf de deur uit, zodat er op de slotavond kan worden volstaan met zes kalveren en de prijs van de hoofdsponsor. De Cinema Militans lezing zal worden gehouden door regisseur Alan J. Pakula, vermoedelijk door het festival gestrikt dankzij bemiddeling diens schoonzoon Pieter Jan Brugge, die als producent van Heat eerder dit jaar naar Nederland kwam.

René Scholten: in een Utrechts zonnetje.


De zeemeerman is de titel van de nieuwe film van producent Rob Houwer, een film die oorspronkelijk stond gepland voor een release in het voorjaar. Inmiddels is de première verschoven naar 10 oktober. De zeemeerman is het speelfilmregiedebuut van de onervaren Frank Herrebout. Heeft de vertraging daarmee te maken? Houwer: "U doelt zeker op geruchten dat de produktie moeizaam verliep? Het was inderdaad niet gemakkelijk, maar wij zijn er steeds goed uitgekomen. Ik ken Frank al zeven jaar als scenarist - voor De zeemeerman deden wij samen het scenario - en wij zaten bij de film op dezelfde lijn." Wat dan wel de reden was van het uitstel? "Wij zaten met onze produktieplanning tegen de rand van de mogelijkheden aan en toen we merkten dat we moesten rennen om de datum te halen, besloten we om de film over de zomer heen te tillen." Houwer koestert grote verwachtingen van de film, die hij "Spielberg- georiënteerd" noemt en die door UIP in tachtig kopieën zal worden uitgebracht. Houwer: "U ziet dat het Amerikaanse vertrouwen in de film groot is, want anders zou UIP de film niet distribueren." De zeemeerman heeft een budget van 5 miljoen gulden, wat voor een Nederlandse film aan de hoge kant is, al waren volgens Houwer Flodder 3 en Filmpje! duurder: "Ik heb mij laten vertellen dat deze films respectievelijk 7,5 en 6 miljoen gulden kostten." Om uit de kosten te komen moet De zeemeerman een groot publiek trekken en de film mikt dan ook op een internationaal publiek. "Wij hebben goed gekeken naar de films van Spielberg. Wat het kenmerk van zijn films is? Een altijd kloppende emotielijn, een verrassende dramaturgie en de special effects. Natuurlijk kunnen wij qua budget nooit met zijn werk concurreren, maar wat wij wel hebben is aandacht, tijd en liefde."


Keanu Reeves liet een financieel aantrekkelijk aanbod om in Speed 2 op te treden lopen. Volgens Jan de Bont omdat Reeves moeite zou hebben met het sterrendom, volgens ons omdat hij gewoon meer van muziek houdt. De opnamen voor Speed 2 vallen namelijk samen met een Japanse en Europese toernee van de rockgroep Dog Star, waarin Reeves de bass voor zijn rekening neemt. De muziek van Dog Star zit in de hoek van melodieuze grunge à la Soul Asylum. Als onderdeel van de toernee speelt de groep op 6 juli in De Melkweg in Amsterdam, een optreden waar opgewonden taferelen rond de talloze jonge meisjes-fans van Keanu worden verwacht.

Keanu Reeves (r): liever naar De Melkweg.


Bert Haanstra is niet alleen de eerste filmmaker die de door het Filmfonds nieuw ingestelde oeuvreprijs - een bedrag van f 100.000 - in ontvangst mocht nemen, ook is zijn naam voorgoed aan de prijs verbonden, want voortaan heet de prijs de Bert Haanstra Oeuvreprijs. De prijs zal iedere twee jaar worden uitgereikt. In de filmwereld wordt al gespeculeerd over de naam van de volgende gelukkige: in ieder geval iemand met een oeuvre en een respectabele leeftijd. Denkt u even mee? Inderdaad: Fons Rademakers heeft voor 1998 de beste papieren, gevolgd door een klein peleton jongere volgers, met als belangrijkste kandidaten Johan van der Keuken, Wim Verstappen, Frans Weisz en Paul Verhoeven. Filmmakers die ook in aanmerking denken te komen, kunnen zichzelf melden bij de Geruchtenmachine, waarna er een lobby voor hen zal worden gestart.


Het Maurits Binger Film Instituut, de werkplaats waar een select aantal jonge filmtalenten film en televisieprojecten tot ontwikkeling kan brengen, gaat per 1 september van start. De ingezonden aanmeldingen hebben geresulteerd in een gezelschap van vijftien daadwerkelijke deelnemers en vijf toehoorders. Bijna de helft, negen leden, houdt zich bezig met scenarioschrijven, zes richten zich op het regisseren, vier bekwamen zich in het producentschap en één zoekt het in de functie van literair agent. De aankondiging vooraf dat het instituut een internationaal karakter zou dragen, wordt met drie buitenlandse deelnemers (twee Engelsen en een Zweed) mondjesmaat bewaarheid. Een opvallende aanwezige op de lijst is de onlangs voor de AKO-prijs genomineerde auteur Oscar van den Boogaard, die zijn boek 'De heerlijkheid van Julia' zal omwerken tot een scenario. Schrijfster Hermine Landvreugd is aanwezig als toehoorder. De overige deelnemers zijn: Scato van Opstall (scenario), Ike Berthels (regie), Jaap Scholten (scenario), Marco van Geffen (scenario), Dana Nechustan (regie), Leontien Petiet (produktie), Michiel van Jaarsveld (scenario/regie), Marc Bary (produktie), Annick Vroom (regie), Eva Svenstedt (regie), Simon van de Borgh (scenario), Mark de Cloe (regie), Wilant Boekelman (produktie) en Jan van der Zande (produktie).


Haig Balian stapt op als mede-directeur van PolyGram Filmed Entertainment Benelux om per januari 1997 algemeen directeur te worden van de nieuw op te zetten distributietak van PFE in Duitsland, die zal worden gevestigd in Hamburg. In deze functie is hij verantwoordelijk voor alle activiteiten van PolyGram Duitsland op het gebied van bioscoopdistributie, televisie en videoverhuur en -verkoop. Ook zullen eventuele in Duitsland te realiseren filmprodukties van PolyGram onder zijn hoede vallen. Volgens Stewart Till, internationaal president van PolyGram Filmed Entertainment, is Balian gekozen om zijn filmmarketing-expertise en is hij in staat om PolyGram een sterke positie op de Duitse filmmarkt te bezorgen. Balian is optimistisch over het bereiken van dat doel: "We denken en doen als een onafhankelijke maatschappij, maar we hebben de kracht van een major."


Sinds Nederlandse speelfilmproducenten kortgeleden de Stichting ter Bevordering van de Nederlandse Speelfilmindustrie oprichtten, staat de positie van de vaderlandse speelfilm weer eens middenin de belangstelling. Is er nog toekomst voor de nationale film? Een pakket aan maatregelen moet de redding teweegbrengen. Een van de voorstellen omvat belastingmaatregelen die jaarlijks 66 miljoen gulden moeten opleveren. Ter vergelijking: het huidige jaarlijkse budget van het Filmfonds is nog geen 20 miljoen. De rijksoverheid heeft zich niet bij voorbaat afwerend opgesteld. Integendeel: een interdepartementale werkgroep, 'Fiscale Stimuleringsmaatregelen Filmindustrie' moet de plannen verder uitwerken. De leden in de groep zijn afkomstig van de ministeries van Economische Zaken (dhr. Bekius en dhr. Pronk), Financiën (dhr. De Waard, dhr. Janssen, dhr. Drieduite en mevr. De Berg) en OC&W (Gamila Ylstra, hoofd van de afdeling film). Haig Balian en dhr. Mittertreiner, beiden van PolyGram Filmed Entertainment, en Ryclef Rienstra van het Filmfonds dragen expertise uit de buitenwereld aan.


De Filmkeuring blijft verbazen. De achterhoedestrijd die het instituut onder aanvoering van haar drieste voorzitter Crans nu al een aantal jaren voert tegen opheffing, zorgde recent voor weer een vrolijk nieuw hoofdstuk, dat werd afgesloten met een nederlaag voor de Filmkeuring. Het instituut, dat alleen bioscoopfilms mag keuren, kondigde stoer aan dat haar werk uitgebreid zou moeten worden naar televisie en video, als de overheid de Nederlandse jeugd tenminste niet helemaal ten onder zou willen laten gaan in visueel geweld. Vooruitlopend daarop begon men maar alvast televisiefilms te keuren. Na een boze brief van staatssecretaris Terpstra, die de club erop wees dat de Filmkeuring alleen bioscoopfilms mag beoordelen, moesten de gretige keurders bakzeil halen en staan de beschermers van de Nederlandse jeugd voor de zoveelste keer te kijk als hopeloze Don Quichottes. Dat de Filmkeuring steeds meer in het nauw wordt gedreven, blijkt onder meer uit een recente toespraak van Terpstra, waarin zij meedeelt "op termijn geen reden van bestaan meer te zien voor een apart overheidsorgaan als de Nederlandse Filmkeuring." Terpstra wil dat in navolging van de videobranche, waarin de distributeurs zelf een leeftijdsaanduiding op de videofilms aanbrengen, ook de bioscoopbranche en de televisie zelf hun verantwoordelijkheid nemen om jongeren niet in contact te brengen met voor hen schadelijke films/programma's. Kortom: de staatssecretaris stuurt aan op zelfregulering in plaats van overheidsbemoeienis. Voor de overheid ziet zij alleen nog als taak om op de zelfregulering toe te zien. Verder overweegt zij de oprichting van een nieuw instituut, dat de bioscoop- en videobranche en de televisiewereld moet voorzien van wetenschappelijke inzichten over de invloed van de media op jongeren. Exit Filmkeuring.


Het IDFA (International Documentary Filmfestival Amsterdam) heeft haar zoektocht naar uitbreiding van de festivallocatie beëindigd. Dit jaar zal het festival, waarvan de data zijn vervroegd naar 28 november tot en met 5 december, zich niet alleen afspelen op de vertrouwde locaties Alfa, De Balie en het Nederlands Filmmuseum, maar ook in bioscoop Calypso aan de Marnixstraat. De uitbreiding is nodig omdat de publieksbelangstelling de laatste jaren sterk is gestegen. Met de nieuwe locatie beschikt het festival over negen zalen, met in totaal 2370 plaatsen (700 meer dan vorig jaar). Andere veranderingen op het festival zijn de wijziging in de publieksprijs - waaraan voor het eerst een geldbedrag van f 10.000 verbonden is, beschikbaar gesteld door sponsor NRC Handelsblad - en de instelling van een internationale persprijs, zodat er voor het eerst een internationale jury van Fipresci-leden (de internationale vereniging van filmjournalisten) in Amsterdam aanwezig zal zijn. Het landenprogramma van het festival richt zich dit keer op de 'Nordic countries': Denemarken, Noorwegen, Zweden, Finland en IJsland. Het themaprogramma heeft als onderwerp vluchtelingen en sluit aan op het migratieprogramma van twee jaar geleden. De Top Tien, een jaarlijks terugkerend onderdeel, wordt samengesteld door journalist en filmmaker Jan Vrijman. Nieuw is een programma voor debuterende documentairemakers. Tenslotte is er een programma dat is samengesteld uit de archieven van tien landen, waaronder Taiwan, Mexico. Zuid-Afrika en Kroatië.

Naar boven