The Big Sleep - september 1996, nr 170

Voor aanvullingen, kritiek en suggesties: stuur uw email naar Hans Beerekamp.


Adair, Peter (53), San Francisco, 27 juni. Amerikaans documentairemaker. Regisseerde in 1977 Word is out, het documentaire portret van 27 mannelijke en vrouwelijke homo's. Het vervolg, Absolutely positive, portretteerde 12 mannen en vrouwen met aids, onder wie de maker. Overige films: Stopping history (over anti-nucleaire acties, 1983) en The AIDS show (samen met Robert Epstein, 1986).


Atsumi, Kiyoshi (68), Tokio, 4 augustus. Japans acteur, pseudoniem van Yasuo Todoroko. Speelde de hoofdrol van Tora-san (eigenlijk Torajiro Kuruma) in een serie van 48 films tussen 1969 en 1995, voor het merendeel geregisseerd door Yoji Yamada. De immens populaire komische serie, die aanvankelijk voor de televisie bedoeld was, maar al na een jaar naar het grote scherm verhuisde, luistert officieel naar de naam Otoko wa tsurai yo, hetgeen zoveel betekent als "het is moeilijk een man te zijn". Het Guinness Book of Records vermeldt de serie als de langst lopende serie speelfilms met dezelfde hoofdrolspeler. In elk van de afleveringen speelde Atsumi een marskramer, die met ruzie het huis verlaat, opduikt in een traditioneel-Japanse setting en daar vergeefs verliefd wordt op een dame. Voor hij een nationale figuur werd, speelde Atsumi al sinds 1950 kleinere rollen, vooral in komische films.


Beckerman, Barry (53), Los Angeles, 30 juli. Amerikaans scenarist en producent, zoon van producent Sidney Beckerman. Schreef onder meer het scenario voor de, wegens groot succes bij ons in de bioscoop uitgebrachte televisiefilm Raid on Entebbe (Marvin J. Chomsky, 1976). Zijn script voor de toen actuele verfilming van de Israelische aanval op een Oegandees vliegveld na een Duits-Palestijnse gijzeling werd bekroond met een Golden Globe en genomineerd voor een Emmy. Ook schreef Beckerman Shamus (Buzz Kulik, 1972) en produceerde hij samen met Buzz Feitshans Red dawn (John Milius, 1984). Ook was Beckerman studio executive, bij Warner Bros. (1969-79) en PolyGram (1979-84).


Berman, Pandro S. (91), Beverly Hills, 13 juli. Amerikaans producent. Zoon van een manager bij Universal begon als assistent-regisseur bij Tod Browning en Ralph Ince. Daarna editor bij RKO en assistent van producent David O. Selznick. Produceerde in 1931 zijn eerste film voor RKO (Symphony of six million, Gregory La Cava) en bleef die studio trouw tot 1940. Maakte een reeks succesfilms met het duo Fred Astaire en Ginger Rogers: The gay divorcee (Mark Sandrich, 1934; vijf Oscarnominaties, waaronder beste film), Roberta (William A. Seiter, 1935), Top hat (Sandrich, 1935; vier Oscarnominaties, waaronder beste film), Follow the fleet (Sandrich, 1936), Swing time (George Stevens, 1936), A damsel in distress (zonder Rogers; Stevens,1937), Shall we dance? (Sandrich, 1937) en The story of Vernon and Irene Castle (H.C. Potter, 1939). Ook produceerde Berman voor RKO films als Ann Vickers (John Cromwell, 1933), Morning glory (eerste Oscar voor Katharine Hepburn; Lowell Sherman, 1933), The fountain (Cromwell, 1934), The age of innocence (naar Edith Wharton; Philip Moeller, 1934), Of human bondage (Cromwell, 1934), The little minister (Richard Wallace, 1934), The life of Vergie Winters (Alfred Santell, 1934), The richest girl in the world (Seiter, 1934), Alice Adams (Stevens, 1935; Oscarnominaties beste film en Hepburn), Break of hearts (Moeller, 1935), I dream too much (Cromwell, 1935), In person (Seiter, 1935), Sylvia Scarlett (met Hepburn; George Cukor, 1935), Mary of Scotland (John Ford, 1936), Winterset (Santell, 1936), A woman rebels (Sandrich, 1936), Stage door (La Cava, 1937; vier Oscarnominaties waaronder beste film), Quality Street (Stevens, 1937), Room service (met The Marx Brothers; Seiter, 1938), Having wonderful time (Santell, 1938), de superhit Gunga Din (Stevens, 1939) en The hunchback of Notre Dame (William Dieterle, 1939). Daarna stapte Berman over naar MGM, waar hij zich specialiseerde in musicals en andere prestigeprodukties: Ziegfeld girl (Robert Z. Leonard, 1941), Love crazy (Jack Cummings, 1941), Rio Rita (met Abbott & Costello, 1942), Somewehere I'll find you (Wesley Ruggles, 1942), Slightly dangerous (Ruggles, 1943), Dragon seed (Jack Conway, 1944), The seventh cross (Fred Zinnemann, 1944), National velvet (de doorbraak van Elizabeth Taylor; vijf Oscarnominaties, waaronder voor regisseur Clarence Brown, 1945), The picture of Dorian Gray (Albert Lewin, 1945), Undercurrent (Vincente Minnelli, 1946), The sea of grass (Elia Kazan, 1947), The three musketeers (met Gene Kelly; George Sidney, 1948), Madame Bovary (Minnelli, 1949), Father of the bride (Minnelli, 1950; drie Oscarnominaties, waaronder beste film), het vervolg Father's little dividend (Minnelli, 1951), The light touch (Richard Brooks, 1951), Soldiers three (Tay Garnett, 1951). The prisoner of Zenda (Richard Thorpe, 1952), Ivanhoe (Thorpe, 1952; drie Oscarnominaties, waaronder beste film), The knights of the Round Table (Thorpe, 1953), All the brothers were valiant (Thorpe, 1953), Battle circus (Brooks, 1953), The long, long trailer (Minnelli, 1954), The blackboard jungle (Brooks, 1955), Quentin Durward (Thorpe, 1955), Bhowani junction (Cukor, 1956), Tea and sympathy (Minnelli, 1957), Something of value (Brooks, 1957), The brothers Karamazov (Brooks, 1957), Jailhouse rock (met Elvis Presley; Thorpe, 1957), The reluctant debutante (Minnelli, 1958), All the fine young cannibals (Michael Anderson, 1960), Butterfield 8 (Daniel Mann, 1960; Elizabeth Taylors eerste Oscar), Sweet bird of youth (Brooks, 1962), The prize (Mark Robson, 1963) en A patch of blue (Guy Green, 1965; vijf Oscarnominaties). Produceerde sindsdien Justine (Cukor, 1969) en Move (Stuart Rosenberg, 1970) voor 20th Century Fox. Trad op in de documentaire George Stevens: A filmmaker's journey (George Stevens Jr., 1984). Kreeg in 1977 een speciale Oscar, de Irving G. Thalberg Memorial Award, voor zijn hele oeuvre. Jongere broer Henry Berman was een editor.


Broedelet, Joekie (92), Amsterdam, 3 juli. Nederlands actrice, eigenlijk Wilhelmina Broedelet, dochter van acteur en schrijver Johan Broedelet. Speelde vooral op hoge leeftijd filmbijrolletjes van laconieke dames met jampotbril: Grijpstra en De Gier (Wim Verstappen, 1979), Een pak slaag (Bert Haanstra, 1979) en Maria (Peter Jan Rens, 1986). Ook veel televisie, bijvoorbeeld bij Van Kooten en De Bie (slachtoffer van Jacobse & Van Es, die haar tuin winterklaar willen maken). Weduwe van dichter Jan Campert, moeder van auteur Remco Campert.


Chao Lei (68), Hongkong, 24 juni. Hongkongs filmacteur, pseudoniem van Wang Yu-min. Speelde vanaf 1953 in meer dan honderd films en was in de jaren vijftig en zestig een van de populairste sterren van de Mandarijnse Hongkong-filmindustrie, tot 1963 voor Shaw Brothers, daarna voor de Cathay-studio. Gespecialiseerd in vorstenrollen in kostuumfilms, droeg Chao de bijnaam 'de kleine keizer'. Onder meer in The kingdom, the beauty (Li Han-hsiang, 1958) en Hsi shih (Li, 1965). Concentreerde zich vanaf de jaren zeventig allengs op zijn restaurant in Taipei.


Christine, Virginia (79), Los Angeles, 24 juli. Amerikaans bijrolactrice, pseudoniem van Virginia Ricketts (volgens sommige bronnen Virginia Kraft). Films onder meer Edge of darkness (Lewis Milestone, 1943), Mission to Moscow (Michael Curtiz, 1943), Old Texas trail (Lewis D. Collins, 1944), The mummy's curse (Leslie Goodwins, 1944), Cyrano de Bergerac (Michael Gordon, 1950), High noon (Fred Zinnemann, 1952), The cobweb (Vincente Minnelli, 1955), Invasion of the body snatchers (Don Siegel, 1956), tegenover Elvis Presley in de western Flaming star (Siegel, 1960), Judgment at Nuremberg (Stanley Kramer, 1961), The prize (Mark Robson, 1963),Four for Texas (Robert Aldrich, 1963), Billy the Kid vs. Dracula (William Beaudine, 1966), Guess who's coming to dinner? (Kramer, 1967) en Michael Douglas' debuutfilm Hail, hero! (David Miller, 1969). Christine speelde in beide verfilmingen van Ernest Hemingway's The killers (Robert Siodmak, 1946; Siegel, 1964). In Amerika vooral bekend geworden door rol van koffiejuffrouw Mrs. Olson in meer dan twintig jaar lopende tv-commercial. Haar geboortestadje Stanton, Iowa veranderde zelfs zijn watertoren in een enorme koffiepot ter ere van Stantons belangrijkste bijdrage aan de wereld. Weduwe van acteur Fritz Feld.


Colbert, Claudette (92), Barbados, 30 juli. In Frankrijk geboren Amerikaans actrice, eigenlijk Claudette Lily Chauchoin. Dochter van een Franse bankier emigreerde op zeer jonge leeftijd met haar ouders naar Amerika. Daar studeerde ze voor modeontwerpster, maar belandde in de jaren twintig als actrice op Broadway. Eerste filmrol in de zwijgende komedie For the love of Mike (Frank Capra, 1927). Tekende in 1929 een contract met Paramount, waar ze debuteerde in The hole in the wall (Robert Florey, 1929). Speelde in hoog tempo hoofdrollen in allerlei genres, maar vaak wel met een Europees-elegante toon, zonder bijzonder op te vallen: The lady lies (Hobart Henley, 1929), tegenover Maurice Chevalier in The big pond (Henley, 1930), de Franstalige versie La grande mare (1930) en L'énigmatique M. Parkes (Franse versie van Slightly scarlet; Louis Gasnier, 1930), Manslaughter (George Abbott, 1930), Young man of Manhattan (1930), His woman (Edward Sloman, 1931), Honor among lovers (Dorothy Arzner, 1931), Secrets of a secretary (Abbott, 1931), The smiling lieutenant (Ernst Lubitsch, 1931), The man from yesterday (Berthold Viertel, 1932), The misleading lady (Stuart Walker, 1932), The phantom president (Norman Taurog, 1932), als Poppaea in The sign of the cross (Cecil B. DeMille, 1933), The wiser sex (Viertel, 1933), I cover the waterfront (James Cruze, 1933), The three-cornered moon (Elliott Nugent, 1933), Tonight is ours (Walker, 1933), Torch singer (Alexander Hall, 1933), de titelrol in Cleopatra (DeMille, 1933), Four frightened people (DeMille, 1934) en Imitation of life (John M. Stahl, 1934). Na onenigheid met Paramount, omdat ze enkele films geweigerd had, werd Colbert bedreigd met schorsing en voor straf uitgeleend aan de bescheiden concurrent Columbia Pictures voor een komedie over een weggelopen rijkeluisdochter, die belaagd werd door een roddeljournalist. It happened one night (Frank Capra, 1934) zou echter een historische mijlpaal worden, alom beschouwd als de eerste zogenaamde 'screwball comedy', een doorslaand financieel succes en de eerste film die Oscars won in de vijf belangrijkste categorieën: beste film, regie, scenario, acteur Clark Gable en actrice Colbert. Slechts One flew over the cuckoo's nest (1974) en The silence of the lambs (1993) zouden dit kunstje evenaren. Plotseling een van de meest begeerde sterren van Hollywood wist Colbert een zeer gunstig contract bij Paramount in de wacht te slepen en kon zich in 1938 de best betaalde ster noemen, die als freelancer voor een hoofdrol 150.000 dollar vroeg en kreeg. Desondanks maakte ze slechts weinig films die ook maar in de buurt konden komen van haar grootste succes en kreeg nog twee Oscarnominaties, voor Private worlds (Gregory La Cava, 1935) en Since you went away (John Cromwell, 1944), een oorlogstearjerker die beschouwd werd als het Amerikaanse antwoord op Mrs. Miniver. Ook liep ze twee legendarische rollen mis: die van de toneelteef Margo Channing in All about Eve (Joseph L. Mankiewicz, 1950; op het laatste moment wegens een blessure vervangen door Bette Davis) en de rol van Blanche Dubois in de Broadwaypremière van Tennessee Williams' 'A streetcar named desire' (ging naar Jessica Tandy en in de verfilming door Elia Kazan, 1952 naar Vivien Leigh). Colbert was wel te zien in The bride comes home (Wesley Ruggles, 1935), The gilded lily (Ruggles, 1935), She married her boss (La Cava, 1935), Under two flags (Frank Lloyd, 1936), I met hem in Paris (Ruggles, 1937), Maid of Salem (Lloyd, 1937), Tovarich (Anatole Litvak, 1937), Bluebeard's eighth wife (Lubitsch, 1938), Drums along the Mohawk (John Ford, 1939), It's a wonderful world (W.S. Van Dyke II, 1939), Midnight (Mitchell Leisen, 1939), zingend in Zaza (George Cukor, 1939), Arise, my love (Leisen, 1940), Boom town (Jack Conway, 1940), Remember the day (Henry King, 1941), Skylark (Mark Sandrich, 1941), The Palm Beach story (Preston Sturges, 1942), No time for love (Leisen, 1943), So proudly we hail! (Sandrich, 1943), Practically yours (Leisen, 1944), Guest wife (Sam Wood, 1945), The secret heart (Robert Z. Leonard, 1946), Tomorrow is forever (Irving Pichel, 1946), Without reservations (Mervyn LeRoy, 1946), The egg and I (Chester Erskine, 1947), Family honeymoon (Claude Binyon, 1948), Sleep my love (Douglas Sirk, 1948), Bride for sale (William D. Russell, 1949), The secret fury (Mel Ferrer, 1950), Three came home (Jean Negulesco, 1950), Let's make it legal (Richard Sale, 1951), Thunder on the hill (Sirk, 1951), Outpost in Malaya/The planter's wife (Ken Annakin, 1952), Daughters of destiny (Marcello Pagliero, 1954), Si Versailles m'était conté (Sacha Guitry, 1954), Texas lady (Tim Whelan, 1955) en Parrish (Delmer Daves, 1961). Tegen die tijd had Colbert zich al grotendeels teruggetrokken in een oude koloniale villa op het Caribische eiland Barbados, waar ze gastvrouw speelde voor de familie Reagan, voor Frank Sinatra en Mia Farrow op huwelijksreis en voor vele andere groten der aarde. Getrouwd geweest met acteur Norman Foster en daarna met de plastisch chirurg die haar neus recht zette.


Derksen, Marion (41), Rome, 24 juli. Nederlands journaliste. Vestigde zich na een studie aan de Filmacademie in 1987 in Rome en schreef daarvandaan vele artikelen over de Italiaanse filmcultuur, vooral voor het filmblad SKOOP. De laatste jaren werkte ze als algemeen correspondente voor De Telegraaf.


Edelman, Herb (65), Woodland Hills, Ca., 21 juli. Amerikaans acteur. Vooral toneel en televisie, in series als 'Golden girls', '9 to 5' en 'Knots landing'. Herhaalde Broadwayrol in de verfilmingen van Neil Simons Barefoot in the park (Gene Saks, 1967) en The odd couple (Saks, 1968). Ook in de Dean Martinfilm In like Flint (Gordon Douglas, 1967), I love you, Alice B. Toklas (Hy Averback, 1968), The war between men and women (Melville Shavelson, 1972), The way we were (Sydney Pollack, 1973), The front page (Billy Wilder, 1974), The yakuza (Pollack, 1975), Hearts of the West/Hollywood cowboy (Howard Zieff, 1975), Smorgasbord/Cracking up (Jerry Lewis, 1983) en in Simons California suite (Herbert Ross, 1978).


Green, Joseph (96), Great Neck, NY, 20 juni. Oorspronkelijk Pools regisseur en acteur, eigenlijk Joseph Greenberg. Kwam in 1924 al met een Jiddisch theatergezelschap naar Amerika en had een heel klein rolletje in de eerste geluidsfilm, The jazz singer (Alan Crosland, 1927). Regisseerde in Polen enkele Jiddisch gesproken films, zoals Yidl mitn Fidl (1936, coregie met Jan-Nowina Przybylski), Der Purimshpiler (1937, coregie met Przybylski), A Brivele der Mamen (1938) en Mamele (1938, coregie met Konrad Tom). Emigreerde naar de Verenigde Staten. Maakte na 1945 geen films meer, omdat de jiddische cultuur door de nazi's van 6 miljoen potentiële bezoekers beroofd was. Niet te verwarren met de gelijknamige regisseur van de obscure horrorfilm The brain that wouldn't die (1959).


Haliday, Bryant (68), Parijs, 28 juli. Amerikaans distributeur, art-house-exploitant en acteur. Na carrière op de planken richtte Haliday in de jaren '50 het bedrijf Janus Films op, de eerste Amerikaanse distributeur gespecialiseerd in niet-Engelstalige films, bijvoorbeeld van Bergman en Fellini, die hij vertoonde in zijn bioscoop Playhouse Cinema in de New-Yorkse 55th Street. Na verkoop van Janus emigreerde Haliday naar Frankrijk, waar hij onder meer acteerde voor televisie. Speelde hoofdrollen in enkele Engelse cultfilms, zoals Devil doll (Lindsay Shonteff, 1963), Curse of Simba (Shonteff, 1965), The projected man (Ian Shinteis, 1965) en Horror on Snape Island/Tower of evil (Jim O'Connolly, 1972). Naam wordt soms gespeld als Bryant Halliday.


Hemingway, Margaux (41), Santa Monica, vermoedelijk 29 juni. Amerikaans actrice en fotomodel, kleindochter van de schrijver Ernest Hemingway. Debuteerde na een succesvolle carrière als mannequin en model, waarbij ze de bijnaam "de duurste vrouw ter wereld" verwierf met een filmrol tegenover haar zusje Mariel Hemingway in het verkrachtingsdrama Lipstick (Lamont Johnson, 1976). Speelde daarna in nog enkele films van afnemend allooi, zoals Killerfish (Anthony M. Dawson alias Antonio Margheriti, 1979), They call me Bruce? (Elliot Hong, 1982), Over the Brooklyn Bridge (Menahem Golan, 1984; als de sjikse-verloofde van Elliott Gould), Killing machine (Anthony Loma, 1986), Inner sanctum (Fred Olen Ray, 1991), de Franse produktie La messe en si mineur (Jean-Louis Guillermou, 1988), Frame-up II: The cover-up (Paul Leder, 1992), Love is like that (Jill Goldman, 1993), Inner Sanctum II (Olen Ray, 1994) en Double obsession (Eduardo Montes, 1994). Werd geplaagd door alcoholproblemen en boulimie, en verscheen steeds minder vaak in de openbaarheid. Werd enige dagen na haar dood aangetroffen in haar strandhuis, naar onderzoek zou uitwijzen door zelfdoding.


Hill, Dana (32), Burbank, Ca., 15 juli. Amerikaans kinderactrice, pseudoniem van Dana Goetz. Speelde in 1982 de dochter van Albert Finney en Diane Keaton in Shoot the moon (Alan Parker, 1982). Daarna onder meer in Cross Creek (Martin Ritt, 1983), National Lampoon's European Vacation (Amy Heckerling, 1985) en Cobb (Ron Shelton, 1994). Daarna vooral televisie en stemmen bij tekenfilms, zoals die van de muis in Tom and Jerry: The Movie (Phil Roman, 1992), The Jetsons: The movie (1990) en Rover Dangerfield (1991) en de series 'Gooftroop' en 'Duckman'. Overleden aan complicaties van suikerziekte.


Horn, Camilla (93), Gilching, 14 augustus. Duits actrice. Oorspronkelijk danseres. Werd ontdekt door regisseur F.W. Murnau, die haar opvallen liet debuteren als Gretchen in zijn Faust (1926). Speelde na Jugendrausch (1927) in enkele zwijgende Hollywoodfilms: Tempest (Sam Taylor, 1928) en Eternal love (Ernst Lubitsch, 1929). Daarna in de in New York opgenomen, vermoedelijk eerste Duitse geluidsfilm The royal box/Die Königsloge, (Bryan Foy, 1929) en in de Britse geluidsfilms The return of Raffles (1932), Matinee idol (George King, 1933), The love nest (1933) en Luck of a sailor (1934). Voorts in Hans in allen Gassen (Carl Froelich, 1929) Die grosse Sehnsucht (Steve Sekely, 1930), Das Lied der Nationen (1931), Der Frechdachs (Carl Boese, 1932), Moral und Liebe (1933), Rakoczy Marsch (1933), Die grosse Chance (Victor Janson, 1934), Der letzte Walzer (Georg Jacoby, 1934), Ich sehne mich nach dir (Johannes Riemann, 1934), Wenn ich König wär' (1934), Ein Walzer für dich (Georg Zoch, 1934), Der rote Reiter (Rolf Randolf, 1935), Weisse Sklaven (Karl Anton, 1936), Fahrendes Volk (Jacques Feyder, 1938), Rote Orchideen (1938), Die letzte Runde (Werner Klingler, 1939), Polterabend (Boese, 1940), Friedemann Bach (Traugott Müller, 1941), Tragödie einer Liebe (1942) en Intimitäten (Paul Martin, 1944). Vanaf 1948 tot aan het einde van de jaren zeventig acteerde Horn vooral in het theater, en in enkele films, zoals Gesucht wird Majora (Hermann Pfeiffer, 1949), Königin der Arena (Rolf Meyer, 1952) Vati macht Dummheiten (Johannes Häussler, 1953), Heisses Spiel für harte Männer (1968) en Schloss Königswald (Peter Schamoni, 1987).


Jacobs, Pim (61), Tienhoven, 3 juli. Nederlands jazzpianist, eigenlijk Willem Bernard Jacobs. Schreef de muziek voor enkele Nederlandse films, zoals de korte, met een Oscar bekroonde documentaire Glas (Bert Haanstra, 1959), Zoo (Haanstra, 1960), Het mes (Fons Rademakers, 1961) en De vergeten medeminnaar (John Korporaal, 1963). Getrouwd met zangeres Rita Reys.


King, Paul (Donaldson) (69), Newport Beach, 10 juli. Amerikaans televisieschrijver en -producent. Werkte ook incidenteel voor film: Oscarnominatie (samen met Joseph Stone) voor het gegeven ('original story') van de marinekomedie Operation Petticoat (Blake Edwards, 1959).


Kwan Tak-hing (91), Hongkong, 28 juni. Kantonees acteur en operazanger. Speelde de martial arts-held Huang Fei-hung in zo'n tachtig films tussen 1949 en halverwege de jaren zeventig.


Lichtveld, Lou (92), Amsterdam, 10 juli. Surinaams-Nederlands schrijver, componist, musicoloog, politicus en diplomaat. Publiceerde tientallen romans onder het pseudoniem Albert Helman. Geboren in Paramaribo, sinds 1921 in Amsterdam, waar hij tot de vriendenclub rond Menno ter Braak en Henrik Scholte behoorde en optrad als muzikaal adviseur van de Filmliga. In 1930 liet Lichtveld in het blad van de Filmliga, waar hij ook verschillende theoretische bijdragen aan leverde over de relatie tussen film en muziek, per officiële mededeling weten dat hij geen verantwoordelijkheid kon dragen voor het muzikaal adviseurschap, wanneer de kopie van de te vertonen film telkens op het laatste moment arriveerde. Lichtveld was in woede ontstoken over de aanlevering van Joris Ivens' Zuiderzee, waarvan hij zelf in een vliegtuigje met Willem Bon de opnamen had bijgewoond. Schreef desondanks de muziek bij de eerste Nederlandse geluidsfilm, Philips Radio (1931), die daarom beschouwd werd als "een film van Joris Ivens en Lou Lichtveld". In 1932 componeerde Lichtveld de muziek voor een geluidsversie van Regen (Ivens, 1929); de regisseur meende echter dat de kracht van zijn beelden enigszins aangetast was door "de Debussy-achtige muziek". Keerde in 1949 terug naar Suriname om daar minister van Onderwijs en Cultuur te worden. Kroongetuige in Hans Schoots' Ivensbiografie 'Gevaarlijk leven' (1995), waarin Lichtveld onthulde begin jaren dertig als "boodschappenjongen" te hebben gefunctioneerd tussen Ivens en diens mentor in de Communistische Partij Holland (CPH), de Ivens angst inboezemende Gerard Vanter (vader van de gebroeders Gerard en Karel van 't Reve).


Matas, Alfredo (76), Barcelona, 22 juni. Spaans bioscoopexploitant, distributeur en producent. Medeoprichter en vice-president van distributiekantoor Sogepaq. Produceerde 37 lange speelfilms, waaronder Placido (Luis Garcia Berlanga, 1961; Oscarnominatie), Grandeur nature (Berlanga, 1977), El crimen de Cuenca (Pilar Miró, 1979) en, als coproducent, Cet obscur objet du désir (Luis Buñuel, 1977; Oscarnominatie).


Muir, Jean (85), Mesa, Ariz., 23 juli. Amerikaans actrice, eigenlijk Jean Muir Fullerton. Tekende na succes op Broadway in 1933 een contract voor Warner Bros. en speelde voor die studio tien jaar lang hoofdrollen in bescheiden films als lange, hartelijke blondine: The world changes (Mervyn LeRoy, 1933), As the earth turns (Alfred E. Green, 1934), A modern hero (G.W.Pabst, 1934), Dr. Monica (William Keighley, 1934), Desirable (Archie Mayo, 1934), Gentlemen are born (Green, 1934), Oil for the lamps of China (LeRoy, 1935), A midsummernight's dream (Max Reinhardt en William Dieterle, 1935), Stars over Broadway (Keighley, 1935), Draegerman courage (Louis King, 1937), The outcasts of Poker Flat (voor RKO, 1937), The lone wolf meets a lady (voor Columbia, 1941) en The constant nymph (Edmund Goulding, 1943). In de jaren veertig speelde Muir weer vooral toneel, maar haar carrière werd in 1950 abrupt afgebroken door beschuldigingen van communistische sympathieën. Na een periode van emotionele crises en alcoholisme, keerde Muir in de jaren zestig terug naar Broadway en werd dramadocente aan het Stephens College in Columbia, Missouri.


Pertwee, Jon (78), New York, 20 mei. Engels bijrolacteur. Zoon van acteur en komiek Roland Pertwee, broer van scenarist Michael Pertwee. Vooral bekend door zijn titelrol in de kindertelevisieserie 'Dr. Who' (1969-74). Ook in films als A Yank at Oxford (Jack Conway, 1938), Murder at the windmill (Val Guest, 1949), Mister Drake's duck (Guest, 1950), Will any gentleman? (Michael Anderson, 1953), Never a nasty accident (Don Chaffey, 1962), Ladies who do (C.M. Pennington-Richards, 1963), Carry on Cleo (Gerald Thomas, 1965), You must be joking (Michael Winner, 1965), Carry on screaming (Thomas, 1966), The house that dripped blood (Peter Duffell, 1970) en One of our dinosaurs is missing (Robert Stevenson, 1975). Getrouwd geweest met actrice Jean Marsh.


Schneider, Magda (87), Berchtesgaden, 30 juli. Duits actrice. Was getrouwd met de Oostenrijkse acteur Wolf Albach-Retty en de moeder van actrice Romy Schneider; ze speelde ook de filmmoeder (de Beierse hertogin Ludovika) van haar dochter in de door Ernst Marischka geregisseerde, uiterst succesvolle serie films over de jonge keizerin Elizabeth: Sissi (1955), Sissi, die junge Kaiserin (1956) en Sissi - Schicksalsjahre einer Kaiserin (1957). Ook waren moeder en dochter samen te zien in Wenn der weisse Flieder wieder blüht (Hans Deppe, 1953), Mädchenjahre einer Königin (Marischka, 1954), Die Deutschmeister (Marischka, 1955), Robinson soll nicht sterben (Josef von Baky, 1957) en Die Halbzarte (Rolf Thiele, 1959). Schneider sr. was al een ster in de UFA-bloeitijd, oorspronkelijk als operettezangeres en danseres. Debuut in 1932 in Zwei in einem Auto (Joe May). Voorts onder meer Das Lied einer Nacht/Tell me tonight (Anatole Litvak, 1932), Glückliche Reise (Alfred Abel, 1933), Liebelei (Max Ophüls, 1933), G'schichten aus dem Wienerwald (Georg Jacoby, 1934), Ich kenn' dich nicht und ich liebe dich (Geza von Bolvary, 1934), Winternachtstraum (Von Bolvary, 1935), Eva (Johannes Riemann, 1935),Die lustigen Weiber (Carl Hoffmann, 1935), Die Puppenfee (E.W. Emo, 1936), Rendezvous in Wien (Walter Janson, 1936), Musik für dich (Emo, 1937), Asszony a valászúton/Die Frau am Scheidewege (Von Baky, 1938), Das Recht auf Liebe (Joe Stöckel, 1939), Mädchen im Vorzimmer (Gerhard Lamprecht, 1940), Liebeskomödie (Theo Lingen, 1942) en na een korte periode van afwezigheid na de Tweede Wereldoorlog in Die Sterne lügen nicht (1950), Das Dreimäderlhaus (Marischka, 1958) en Morgen beginnt das Leben/Verdammt die junge Sünder nicht (Hermann Leitner, 1961).< P>
Tesich, Steve (53), Sydney, Nova Scotia, Canada, 1 juli. Oorspronkelijk Joegoslavisch, tot Amerikaan genaturaliseerd toneel- en scenarioschrijver. Emigreerde op 12-jarige leeftijd met zijn ouders naar de Verenigde Staten. Zijn werk wordt gekenmerkt door een fanatiek geloof in de Amerikaanse droom, in het vermogen van gewone mensen om door competitie boven zichzelf en anderen uit te groeien, maar ook door de behoefte aan de warmte van familie en vrienden. Won een Oscar voor zijn eerste verfilmde script, Breaking away (Peter Yates, 1979), gesitueerd in de wielerwereld, overigens net als zijn American flyers (John Badham, 1985). Schreef ook het epos over oude vrienden Four friends (Arthur Penn, 1981), dat ook bekend staat onder de titel Georgia's friends, alsmede Eyewitness (Yates, 1981) en het anti-communistische Griekse melodrama Eleni (Yates, 1985). Bewerkte de bekende roman van John Irving tot het scenario voor The world according to Garp (George Roy Hill, 1982). Overleden op vakantie in Canada.


Vouyouklaki, Aliki (63), Athene, 23 juli. Grieks actrice. In eigen land zeer populaire ster. Speelde sinds 1953 in 41 films, die voor het overgrote deel het buitenland nauwelijks haalden. Nationale heldin, die begon als de Griekse Brigitte Bardot en tot haar dood haar leeftijd als een streng geheim bewaarde. Het publiek vergaf Voyouklaki veel, ook het gerucht van een affaire met de toenmalige kroonprins Constantijn en de hoofdrol in Aliki dictator, een anti-parlementaire propagandakomedie van het kolonelsrégime.


Weren, Lex van (76), Amsterdam?, 31 juli. Nederlands trompettist en orkestleider. Maakte al op veertienjarige leeftijd (1934) deel uit van het bioscooporkest van Bernard Drukker dat de voorstellingen in Cinema Royal op de Amsterdamse Nieuwendijk verluchtigde. Werd in 1957 dirigent van een van de laatste twee bioscooporkesten, het City-orkest, dat tot in de jaren zestig optrad. Van Weren vertelde in verschillende documentaires hoe hij in Auschwitz speelde in het kamporkest, dat zelfs executies moest begeleiden.

Naar boven