September 1997, nr 181

Brigands, chapitre VII

Een wereld vol schelmen en schurken

Tijdens het laatste Filmfestival Rotterdam liet vaste gast Otar Iosseliani van zich horen in het debat over de plasseks-foto's van Andres Serrano. "Wanneer je harde porno tot kunst gaat verheffen is dat het begin van de totale normvervaging", zo brieste de Frans-Georgische regisseur. Met sensationele pulp fictie heeft zijn nieuwste film vol geweld dan ook niets te maken. Brigands, chapitre VII is een politieke aanklacht tegen het 'laakbare in de mens'.

Vano, kwaad van alle tijden.

Een film als Brigands maakt weer eens duidelijk dat het ene filmgeweld het andere niet is. Geen opwindende shoot-outs of polsslag verhogendende martelscènes in deze film, maar kale vechtpartijen en woordenloze executies met hoogstens af en toe een cynisch pianomuziekje ter ondersteuning. We zien dezelfde acteurs in drie door elkaar heen gemonteerde tijdslagen schurkachtige daden verrichten. In de Middeleeuwen voert hoofdpersoon koning Vano oorlog tegen de tegenpartij en laat hij zijn echtgenote onthoofden nadat zij hem ontrouw is geweest. In de Stalinistische periode is Vano een zakkenroller die zich via verraad, bedrog en geweld weet op te werken tot Partijfunctionaris.
En in het heden is dezelfde Vano onderdeel van een via NOS-Journaal en CNN vertrouwd geraakt straatbeeld. Sluipschutters maken de Georgische straten onveilig waar hij als alcholistische zwerver zijn dagen slijt. Wanneer hij vervolgens naar Parijs vertrekt nemen we daar een kijkje achter de schermen van de geïmmigreerde bourgoisie. De film begint en eindigt met een slachting op een feestje van Russische immigranten. Een verveelde dochter des huizes grijpt om onduidelijke redenen naar de mitrailleur en schiet het hele gezelschap aan flarden.

Cultuurpessimisme
Waarom de filmtitel als bijvoegsel hoofdstuk VII draagt (en niet zes of drie) is niet helemaal duidelijk, maar dat er volgens Iosseliani nog vele soortgelijke hoofdstukken zullen volgen wel. "Een pessimist is een goed geïnformeerde optimist" stelde hij in een interview. "Elke generatie wil de vorige verbeteren maar de uitkomst is steeds even slecht." Een heldere moraal en er valt dus weinig te genieten bij het zien van Brigands. Terloops wandelen we door de eeuwen heen van de ene wandaad in de andere. Qua structuur doet de film denken aan Iosseliani's eerdere film Les favoris de la lune en aan episode-films van Buñuel, zoals Le charme discret de la bourgoisie en Le fantôme de la liberté.
Net als in deze films is de fragmentarische vorm deel van de boodschap. Het gebrek aan plot beklemtoont de toevalligheid en tegelijkertijd wetmatigheid van het leed dat de mens om zich heen verspreidt. Geen vrolijke 'happy ends' bij Iosseliani. Het is alleen jammer dat de zich herhalende variaties op het thema en de cynische terloopsheid van het geweld de toeschouwer ook onverschillig maken voor wat er te zien valt. Een bekend probleem van de politieke avantgarde. De moraal is belangwekkend, maar in de overdracht van deze boodschap wordt het het publiek niet gemakkelijk gemaakt.
Het feit dat in Brigands het minimale spel van de acteurs (er wordt in de film bijna niet gesproken) ook nog eens behoorlijk houterig is maakt het er niet meeslepender op. Soms werkt de film en krijgt het ritme van scènes en geluid (veel slaande deuren en rake klappen) het slapstick-achtige effect dat hoort bij een filmische variant op de schelmenroman. Vaker slaat echter de verveling toe.

Kunst als kritiek
Toch roept Brigands, Iosseliani's boosheid over de foto's van Serrano erbij in gedachte houdend, ook nog niet versleten vragen op. Over de rol van de kunst bijvoorbeeld. In hoeverre heeft deze een andere verantwoordelijkheid in samenlevingen die geteisterd worden door oorlog of armoede dan in het relatief rijke en relatief veilige westen? Filosoof René Boomkens bracht recentelijk in zijn essay 'De Angstmachine' de geweldsexplosie in de westerse cinema in verband met een neurotische angst voor chaos en een door wantrouwen ingegeven behoefte aan veiligheid en structuur in de burgerlijke westerse samenleving. De behoefte om het geweld te onderdrukken en te ontkennen zorgt er volgens hem voor dat het in de bioscoop in alle hevigheid 'terugkeert'.
Nu is het sowieso de vraag of deze behoefte aan veiligheid en structuur een laakbare behoefte is, maar je kunt de redenering ook omdraaien. Namelijk dat iemand die de bommen en granaten direct buiten de deur op straat vindt, hecht aan duidelijke morele grenzen in de bioscoop. Het eentonige geweld in Iosseliani's film heeft in ieder geval weinig te maken met het spektakel van Pulp fiction en Reservoir dogs. Het moralisme van Iosseliani is vergeleken met die films eenduidig, direct, en bijna ouderwets te noemen. Maar misschien is de vrijplaats-functie die de bioscoop hier wel vaker krijgt toegekend wel net zo'n westers luxe-artikel als de plasseks-foto's van Serrano.

Jann Ruyters

Brigands, chapitre VII
Georgië/Frankrijk/Rusland/Italië, 1996.
Produktie: Martine Marignac.
Scenario en regie: Otar Iosseliani.
Camera: William Lubtchansky.
Geluid: Florian Eidenbenz.
Montage: Marie-Agnes Blum.
Muziek: Nicholas Zourabichvili.
Met: Amiran Amiranasvili, Guio Tzintzadze, Dato Gogibeidasvili, Nino Odzonikidze.
Kleur, 129 minuten.
Distributie: Argus Film (onderdeel van RCV Film Distribution).
Te zien: vanaf 25 september.

Naar boven