Januari 1998, nr 185

Devil's advocate

Pacino tussen Satan en Sinatra

Zelden worden er in een film die niet als pastiche is bedoeld, zoveel genres door elkaar gehusseld als in Devil's advocate. Het begint als The firm en eindigt als Angel's heart, en ergens daar tussenin komen ook Bright lights, big city en Rosemary's baby nog even voorbij. Devil's advocate is een perfecte film voor iedereen die het niet eens is met de stelling dat overdaad schaadt.

Al leeft zich uit.

Het verhaal van Devil's advocate wordt samengevat in de titel: er is een advocaat en zijn werkgever houdt er duistere praktijken op na. De advocaat in kwestie is Kevin Lomax (Keanu Reeves), een succesvolle jonge strafpleiter uit Florida, die nog nooit een zaak heeft verloren. Al lijkt de verdediging nog zo hopeloos, en zelfs al hebben de schurken die hij vertegenwoordigt het overduidelijk gedaan, dankzij zijn ongekende vermogen om een jury te beïnvloeden wint hij altijd.
Zijn glansvolle optreden trekt de aandacht van een prestigieus advocatenkantoor in New York, dat wordt geleid door de charismatische John Milton (Al Pacino). Aangekomen in de grote stad worden de advocaat en zijn aantrekkelijke vrouw Mary Ann ondergebracht in een riant appartement. Lomax krijgt een aantal bizarre zaken te behandelen, en door zijn doortastende optreden rijst zijn ster snel. Milton stelt hem doorlopend bloot aan de verlokkingen van carrière, rijkdom en roem.
Zozeer raakt Lomax hiervan in de ban, dat hij niet ziet dat Mary Ann vereenzaamt en met de dag ongelukkiger wordt. Langzaam verandert Mary Ann van een zelfstandige vrouw in een geestelijk wrak en hun huwelijk stort in. Lomax negeert alle tekenen en richt al zijn energie op zijn obsessieve drang om te winnen. Pas als de zaken met Mary Ann onherstelbaar uit de hand zijn gelopen beseft hij wat er gebeurd is. Lomax moet de confrontatie aangaan met Milton, met het Kwaad en, uiteindelijk, met zichzelf.

Oogverblindende lokatie
Devil's advocate gaat van start als een tamelijk ongeïnspireerde legal thriller naar een recept van John Grisham. De sfeer van de film slaat echter om als Lomax na zijn eerste geslaagde klus in New York kennis maakt met zijn nieuwe baas. Milton ontvangt Lomax op een uitzinnig vormgegeven terras op het dak van een wolkenkrabber. Op deze oogverblindende lokatie treedt Lomax in dienst van Miltons firma, en in feite verkoopt hij hier zijn ziel aan de Duivel. In een angstaanjagend shot over de rand van het gebouw krijgt Lomax al vast een voorproefje van de ongekende diepte waar hij in zal gaan vallen.
Na deze sleutelscène buitelen de stijlen en stijlcitaten over elkaar heen. Het best gelukt is de sterk op Polanski geënte episode waarin Mary Ann, die zich opgesloten voelt in hun grote appartement, langzaam gek begint te worden. Deze claustrofobische scènes worden voorspelbaar maar effectief afgezet tegen Lomax' triomftocht door de New Yorkse yuppenwereld. Subtiliteit is niet de voornaamste kwaliteit van Devil's advocate, maar visueel weet de film alleszins te overtuigen. Veel anders hoefde men ook niet te verwachten van Taylor Hackford, die met eerdere werkstukken als An officer and a gentleman en
Dolores Claiborne al bewezen heeft dat hij het grote gebaar allerminst schuwt.

Kunstgebit
Het is moeilijk te geloven dat Devil's advocate helemaal ernstig bedoeld is. Het zwaar aangezette tongue-in-cheek acteren van Pacino lijkt in een andere richting te duiden, maar aan de andere kant: ook in Heat schmierde Al er op los, en die film had toch behoorlijk wat pretenties. Wat de bedoeling van de makers ook moge zijn, met uitzondering van Pacino lijkt geen van de acteurs zich goed raad te weten met de veelheid aan stijlen en sferen in de film. Keanu Reeves probeert zich door zijn rol heen te slaan met een emotieloze uitdrukking die doet vermoeden dat hij er eigenlijk niet helemaal bij wil horen. Charlize Theron doet vreselijk haar best om Mary Ann in dit Sodom en Gomorra als een mens van vlees en bloed neer te zetten, maar haar best is net niet goed genoeg.
Gelukkig wordt er veel goed gemaakt door het visuele vuurwerk waarop Hackford de toeschouwer trakteert. Prachtig is de barokke finale waarin Lomax en Milton hun laatste confrontatie aangaan. Jammer genoeg wordt deze scène, die eigenlijk het klapstuk zou moeten zijn, gevolgd door een volstrekt overbodige epiloog waarin de moreel-religieuze implicaties van het voorafgaande nog even worden uitgelegd: het kwaad zit niet in de Duivel, maar in onszelf en Beëlzebub staat alleen maar aan de zijlijn om ons in verleiding te brengen.
Het is maar goed dat Al Pacino zich niet van zijn stuk heeft laten brengen door al deze pseudo-religieuze flauwekul. Het satanische genoegen waarmee hij zich temidden van zoveel nonsens staande weet te houden werkt aanstekelijk. Grommend, woest gebarend en triomfantelijk lachend met zijn glimmend nieuwe kunstgebit trekt hij alle aandacht naar zich toe. De scène waarin hij losjes een nummer van Frank Sinatra playbackt is een instant-klassieker en zou apart op video moeten worden uitgebracht.

Fritz de Jong

Devil's advocate (aka The devil's advocate)
Verenigde Staten, 1997.
Produktie: Arnon Milchan, Arnold Kopelson en Anne Kopelson.
Regie: Taylor Hackford.
Scenario: Jonathan Lemkin en Tony Gilroy.
Camera: Andrzej Bartkowiak.
Muziek: James Newton Howard.
Montage: Mark Warner.
Met: Al Pacino, Keanu Reeves, Charlize Theron, Judith Ivey.
Kleur, 144 minuten.
Distributie: Warner Bros.
Te zien: vanaf 15 januari.

Naar boven