Juni 1998, nr 190

On connait la chanson

Herinnert u zich deze nog?

Ouderdom maakt mild, zegt men. In het geval van de 75-jarige Alain Resnais geldt de mildheid niet alleen de blik van de maker, ook de kijker wordt erdoor aangestoken. Als een jonge regisseur een film had gemaakt waarin de personages zomaar wat flarden uit bekende Franse chansons door hun dialogen gooien was hij vermoedelijk weggehoond. Resnais treft echter precies de juiste toon en maakte met On connait la chanson een elegante variant op de musical. Echte emoties doen het zingend.

Zusjes Camille (Agnès Jaoui) en Odile (Sabine Azéma) hebben weinig gemeen.

Het oeuvre van Alain Resnais begint en eindigt met mensen die om elkaar heen draaien. De manier waarop is in de loop der jaren behoorlijk veranderd. De legendarische koppels uit Hiroshima mon amour (1959) en L'année dernière à Marienbad (1961), de eerste twee speelfilms, worstelden met hun herinneringen en associaties. Marguerite Duras en Alain Robbe-Grillet behoorden nu eenmaal niet tot het slag schrijvers dat liefde eenvoudig laat zijn. Vijf jaar geleden presenteerde Resnais het nimmer in Nederland uitgebrachte tweeluik Smoking/No smoking, gebaseerd op toneelstukken van Alan Ayckbourn. Nog steeds wordt er getobd met de liefde, maar de zwaarmoedigheid van weleer is ver te zoeken. Het om elkaar heen draaien is niet langer een existentiële aangelegenheid, maar een smoesje om een slappe klucht gaande te houden.
Een blijvende eigenschap binnen het oeuvre is de formele hindernis die Resnais voor zichzelf opwerpt. Was het in Hiroshima mon amour de gewaagde vertelstructuur die heden en verleden liet versmelten en in L'année dernière à Marienbad de raadselachtige subjectiviteit van de personages, in Smoking/No smoking ging Resnais de strijd aan met een hopeloos kunstmatige setting. Ook On connait la chanson wordt gekenmerkt door zo'n formele uitdaging. Op verzoek van Resnais schreven Agnès Jaoui en Jean-Pierre Bacri, de bewerkers van Ayckbourns toneelstukken voor Smoking/No smoking, een scenario voor een film waarin muziek een cruciale rol speelt: de dialoog maakt af en toe plaats voor een toepasselijke tekst uit een Franse hit. Het idee is ontleend aan de door Resnais bewonderde, in 1994 overleden schrijver Dennis Potter, aan wie de film is opgedragen. Potter gebruikte de formule in drie veelgeprezen tv-series: 'Pennies from heaven' (1979), 'The singing detective' (1986) en 'Lipstick on your collar' (1993).

Originele zangers
Helemaal origineel is het geintje dus niet, maar in het Frans klinkt het toch weer heel anders. En het werkt uitstekend. De grap is vooral dat de flarden muziek volledig zijn opgenomen in de gesproken dialoog: iemand barst van de ene op de andere zin uit in gezang en keert net zo abrupt weer terug naar de 'werkelijkheid'. Anders dan in een reguliere musical zetten de liedjes de handeling dus niet stil, hun doel is eerder het accentueren van de emoties. Slechts een flard is daarvoor nodig, soms zou je willen dat het liedje wat langer duurde. De chansons worden gezongen door de originele zangers, de acteurs staan nadrukkelijk te playbacken. De selectie is zeker niet bedoeld als een representatief overzicht van het Franse lied, aldus Resnais, belangrijk is vooral dat het om populaire liedjes gaat die onmiddellijk herkend worden. Chevalier, Aznavour, Piaf, Bécaud, Ferré en Johnny Halliday, ze komen allemaal voorbij.
Inhoud is in dit geval ondergeschikt aan vorm, maar het aardige scenario en geroutineerde ensemblespel tillen de film uit boven het niveau van doorsnee blijspel. Historica en stadsgids Camille valt op makelaar Marc, diens assistent Simon valt op Camille. Neurotische zakenvrouw Odile negeert haar timide echtgenoot Claude, maar Claude blijkt er een ander op na te houden. Nicolas heeft huwelijksproblemen en sluit dankzij het gezamenlijk zoeken naar een appartement vriendschap met Simon. Dat klinkt allemaal erg Frans en dat is het ook, maar de humor is heel wat subtieler dan oh-la-la. Elk personage heeft wel een zwakte als running gag: bij de een lijkt de familiefoto op een corn flakes-advertentie, een ander promoveert op keuterboeren in het jaar 1000 bij Lac Paladru ("Ah", reageert iemand droog, "het werd tijd dat iemand dat deed"), een derde ontleent zijn eergevoel aan het schrijven van hoorspelen voor de radio ("Ha", reageert iemand lachend, "dat bestaat toch helemaal niet meer!").

Vervlogen tijden
Tegen de tijd dat de zes personages samenkomen op een feest in het nieuwe appartement van Odile, zijn ze meer dan typetjes. De vriendschap tussen Nicolas en Simon, de rivaliteit tussen Simon en Marc, de depressiviteit van Camille; ze zijn tot leven gekomen. De truc met de ingelaste liedjes blijft geestig tot aan het einde, met ruimte voor kleine variaties: Claude heeft Serge Gainsbourg ("Je suis venu te dire que je m'en vais") al diverse malen gerepeteerd, maar als hij Odile in tranen ziet zet hij snel een ander plaatje op.
In vergelijking met de authentieke rauwheid van de hedendaagse Franse cinema is On connait la chanson een oubollig overblijfsel uit vervlogen tijden. Dat hij door de gevestigde filmbranche werd bekroond met zeven Césars, waaronder die voor beste Franse film, vinden jonge filmmakers vermoedelijk eerder tegen dan voor de film pleiten. De charme van On connait la chanson schuilt juist in zijn gedateerd-zijn, in de milde blik en het ogenschijnlijke gemak. Zeker, het is een achterhaalde manier van filmmaken, maar tegelijk is het een toonbeeld van tijdloze elegantie. De Franse film mag zich gelukkig prijzen met veteranen als Rohmer, Rivette en Resnais die weigeren met pensioen te gaan.

Mark Duursma

On connait la chanson
Frankrijk, 1997.
Produktie: Bruno Pesery.
Regie: Alain Resnais.
Scenario: Agnès Jaoui en Jean-Pierre Bacri
Camera: Renato Berta.
Geluid: Pierre Lenoir.
Montage: Hervé de Luze.
Muziek: Bruno Fontaine.
Met: Sabine Azèma, André Dussolier, Agnès Jaoui, Jean-Pierre Bacri, Lambert Wilson, Pierre Arditi.
Kleur, 120 minuten.
Distributie: Cinemien.
Te zien: vanaf 11 juni.

Naar boven