Juni 1998, nr 190

Ponette

Afdaling in de kinderziel

Wie een film maakt waarin naar de wereld wordt gekeken vanuit het perspectief van kinderen, begeeft zich op gevaarlijk terrein. Hoe te voorkomen dat kinderen al te vertederend zijn of te wijsneuzerig rondlopen als kleine volwassenen? Jacques Doillon heeft het antwoord gevonden, want hij weet in Ponette de kinderwereld opmerkelijk overtuigend te verbeelden.

Kleuter Victoire Thivisol wil niet spelen.

Sommigen zien hem als symbool van het onverteerbare deel van de Franse cinema, want Doillon (54) staat bekend als een maker van relatiefilms, waarin de personages hun gevoelens en de verschuivingen daarin aan elkaar in lange dialogen meedelen. We hebben het dan ook over een representant van de intellectuele generatie uit de jaren zestig, die, zoals bekend, nooit om een woordje verlegen zit. Zijn eerste film (Les doigts dans la tête) maakte hij in 1974, een periode dat veel Franse intellectuelen uit desillusie over mei 1968 - de revolutie was mislukt - zich van de politiek afkeerden. Als de grote wereld niet te veranderen was, dan toch zeker wel de wereld dicht bij huis: het gezinsleven en vooral de relatie tussen mannen en vrouwen. Het is deze thematiek die in bijna alle films van Doillon aan bod komt. Op klinische wijze, bijna als een psycho-analyticus, observeert Doillon de structuur van het bourgeoisgezin met als doel de repressieve aspecten ervan bloot te leggen. Wie dit abacadabra vindt, heeft de jaren zestig en zeventig niet meegemaakt.
In dit psychoanalytische kader is het verwijt dat er veel wordt gepraat in Doillons films volstrekt onzinnig, omdat de taal nu eenmaal het gereedschap is waarmee mensen hun gevoelens en gedachten analyseren. Van een psycho-analyticus wordt toch ook niet verwacht dat hij zijn mond dichthoudt? Waarmee maar gezegd wil zijn dat Doillons benadering volstrekt legitiem is.

Religieuze tante
Een opmerkelijke verschuiving in Doillons films in de laatste jaren is dat hij zijn aandacht steeds meer richt op kinderen - een in films vrijwel volledig verwaarloosde groep. Dat levert geen vrolijke familietaferelen op. In Le petit criminel (1990) gaat een jongen op zoek naar zijn oudere zus, waarvan hij het bestaan niet wist, omdat zijn moeder haar voor hem verborgen hield. In Le jeune Werther (1992) onderzoekt Doillon de reacties van een groep pubers op de zelfmoord van een van hen. Ook in Ponette, die ruim anderhalf jaar na zijn internationale première eindelijk in Nederland is te zien, draait het om de getraumatiseerde kinderpsyche. Doillon heeft het zichzelf in deze film extra moeilijk gemaakt omdat zijn hoofdpersoon een kleuter is. Valt het al niet mee om de denk- en gevoelswereld van pubers adequaat te verfilmen, bij kleuters ligt de moeilijkheidsgraad nog een stuk hoger, omdat werkelijkheid en fantastie bij deze leeftijdscategorie volstrekt door elkaar lopen. De film volgt de vierjarige Ponette in de verwerking van het verlies van haar bij een auto-ongeluk omgekomen moeder. Ponettes vader (Xavier Beauvois) ontpopt zich als een slechte pedagoog, want hij legt zijn dochter de fijne vraag voor: "Denk je dat het mij lukt om jou alleen op te voeden?" Bovendien heeft hij weinig tijd om zijn dochtertje bij te staan in haar verdriet, want als zakenman moet hij weer snel op reis, zodat hij Ponette stalt bij een religieuze tante (Claire Nebout), die omringd is door een zwerm kinderen. Als reactie trekt Ponette zich terug in een isolement. Pogingen van haar nichtjes en neefjes om haar daar uit te trekken stuiten af op Ponettes grote weerstand. Ook tante's poging om Ponette te verzoenen met de dood van haar moeder ("ze komt niet terug, alleen Jezus kwam terug") loopt op niets uit. Uiteindelijk is het scenarist/regisseur Doillon, die met een magisch-realistische kunstgreep - een duidelijke stijlbreuk in de film - Ponette te hulp schiet.

Overgeregisseerde indruk
Ponette had gemakkelijk een sentimentele film over kinderverdriet kunnen worden. Het is Doillons grote verdienste dat hij zijn film - op het magisch-realistische einde na - strak in de hand houdt. Op enkele wijsneuzerige opmerkingen van kinderen na is hij er verbluffend goed in geslaagd zich in te leven in de psyche van kleuters. Hun spel en eigenzinnigheid, en vooral hun directe, soms onbedoeld wrede taalgebruik zijn raak getroffen. Zo krijgt Ponette tijdens een ruzie met andere kinderen te horen dat het 'net goed is dat je moeder dood is'. De tijdens de opnamen vierjarige Victoire Thivisol levert als Ponette een geweldige prestatie, waarmee zij op het festival van Venetië met de prijs voor beste actrice werd onderscheiden. Die toekenning was overigens controversieel, omdat velen menen dat vierjarigen nog niet kunnen acteren, maar slechts op gezag van regisseurs kunstjes vertonen. Daar is wel wat voor te zeggen, want ook al oogt Ponette oppervlakkig gezien als een documentaire, in werkelijkheid werd elke scène tientallen malen geoefend, zodat de film af en toe een overgeregisseerde indruk maakt, waardoor de spontaniteit - toch al een bedreigd woord op een filmset - het loodje legt. Dat doet echter geen afbreuk aan de bewondering voor Doillons geslaagde poging om recht in de kinderziel te kijken.

Jos van der Burg

Ponette
Frankrijk, 1996.
Produktie: Alain Sarde.
Scenario en regie: Jacques Doillon.
Camera: Caroline Champetier.
Geluid: Jean-Claude Lareux, Dominique Hennequin.
Montage: Jacques Lecompte.
Muziek: Philippe Sarde.
Met: Victoire Thivisol, Xavier Beauvois, Claire Nebout, Delphine Schiltz, Marie Trintignant.
Kleur, 93 minuten.
Distributie: RCV Film Distribution.
Te zien: vanaf 4 juni.

Naar boven