Juli/augustus 1998, nr 191

Kissed

Het kussen van een kadaver

Na de persvoorstelling van Kissed verliet een aantal redactrices van grote damesbladen hoofdschuddend de zaal: "Veel te ontoegankelijk voor onze lezeressen." Waarschijnlijk hadden ze zich laten lokken door de promotieteksten, waarin de film wordt aangeprezen als 'een prikkelend liefdesverhaal vol geheime verlangens en verboden passie'. En hoewel deze woorden inderdaad de associatie oproepen met een damesromannetje, is het onderwerp allesbehalve braaf: de ultieme liefdesdaad betreft in Kissed het beminnen van doden.

Sandra (Molly Parker) bemint een dode.

Necrofilie roept beelden op van onsmakelijke, bezwete mannetjes die 's nachts het lijkenhuis insluipen om half vergane lichamen te penetreren. De slachtoffers zijn zo extreem weerloos, dat het bijna onmogelijk is om begrip op te brengen voor de frustraties die hoogstwaarschijnlijk aan zo'n daad ten grondslag liggen.
Enige nuancering in het beeld van de necrofiel als perverseling bood de Belg Dominique Deruddere met zijn film Crazy love uit 1987. In drie episodes weet hij aannemelijk te maken dat de puisterige Harry uiteindelijk de liefde bedrijft met een zojuist overleden meisje. Hij werd gedreven door verlangen naar seks, maar vooral naar onvoorwaardelijke liefde; geen meisje had hem ooit gewild. En zijn wanhoop werkt ontwapenend.

Rituelen
Het opmerkelijke aan Kissed is dat frustraties geen enkele rol spelen, waardoor er geen aanspraak wordt gemaakt op je medeleven. Niet dat het harde seks betreft, integendeel, er wordt juist gehandeld vanuit een diepe, innerlijke overtuiging die eerder religieus aandoet dan erotisch. De necrofiel is zelfs een serene, mooie vrouw. Maar ze ontroert niet.
Als kind koestert de introverte Sandra al een heimelijke liefde voor de schaduwwereld. Of, zoals haar voice-over toelicht: voor de magische en explosieve energie die ontstaat op de grens tussen leven en dood. Ze analyseert en streelt kadavers van dode diertjes en met glanzende ogen danst ze 's nachts in haar ondergoed op de plaats waar ze de lijkjes begraaft.
Deze beginsscènes zijn opwindend: de macabere rituelen in combinatie met haar ontluikende sensualiteit creëren een onheilspellende sfeer, die herinnert aan de fantasiewereld van de twee vriendinnen uit Heavenly creatures. Daarin werden de intensiteit en spanning rondom hun vervreemding echter steeds verder opgevoerd, terwijl Kissed het laat bij een afstandelijke registratie. Sandra's volledige overgave aan haar passie en haar onvermogen gevoelens te koesteren voor levende wezens, worden niet verder uitgediept. Van een poëtische vertelling gaat het gaandeweg over in een geforceerd en banaal liefdesverhaal. Alsof er een schoolboek is geraadpleegd: zonder conflict met een ander karakter geen drama.

Kilheid
Als volwassen vrouw voelt Sandra zich nog steeds aangetrokken tot de stilte en koelte van de doden. Haar baan in het uitvaartcentrum geeft haar de gelegenheid de lichamen van jonge mannen te beminnen. De - erotisch bedoelde? - liefdesscènes zijn eerder lijzig dan shockerend: ze bevatten vooral close-ups en baden in new age-licht. De sereniteit in de vormgeving en het acteren is zo ver doorgevoerd dat het nauwelijks mogelijk is om je in te leven in de kilheid waarmee Sandra zowel de doden als de levenden benadert. Voor haar zijn het echter verheven ervaringen en de heftige verliefdheid van medicijnenstudent Matt laat haar volkomen koud. Wel maakt ze hem in een poging tot vriendschap deelgenoot van haar geheim, wat zijn obsessieve gedrag natuurlijk alleen maar doet toenemen. Hier houdt het wat Sandra betreft zo'n beetje op; ze blijft de onaanraakbare Madonna, ontoegankelijk voor Matt, maar ook voor de kijker. Matt verlaagt zich vervolgens tot de meest hilarische acties om haar te verleiden en hun relatie ontaardt in een flauw spelletje van aantrekken en afstoten.
Regisseur Lynne Stopkewich baseerde haar speelfilmdebuut op het "sexy en humoristische" verhaal 'We so seldom look on love' van de Canadese schrijfster Barbara Gowdy. Het samenkomen van de thema's seks, liefde en dood zag zij als een uitdaging, en ook de identiteit van de necrofiel beviel haar: een jonge vrouw. "Ik wilde graag werken met het idee van een vrouw die haar eigen seksualiteit beheerst", zegt ze in een interview. Blijkbaar ziet zij vrouwelijke erotiek inderdaad als een uiterst 'beheerste' zaak, want ze legt meer nadruk op de esthetiek dan op de hartstocht. De eigenheid waarmee Stopkewich een gevoelig onderwerp als necrofilie verbeeldt, had Kissed tot een kunstwerk kunnen maken: origineel en fascinerend om naar te kijken. Maar teveel respect kan ook leiden tot teveel afstand.

Adinda Bentz van den Berg

Kissed
Canada, 1996.
Productie: Dean English.
Regie: Lynne Stopkewich.
Scenario: Lynne Stopkewich en Angus Fraser.
Camera: Gregory Middleton.
Geluid: Marti Richa.
Muziek: Don MacDonald.
Met: Molly Parker, Peter Outerbridge, Jay Brazeau, Natasha Morley.
Kleur, 78 minuten.
Distributie: RCV Film Distribution.
Te zien: vanaf 23 juli.

Naar boven