September 1998, nr 192

Paul de Leeuw

Martelen voor geld

Hij speelde twee keer eerder een filmrol: in Jan Rap en zijn maat en als Annie én Bob de Rooij in Filmpje. Vanaf 10 september is Paul de Leeuw te zien in De Pijnbank van Theo van Gogh. Hij speelt daarin een zeer gefrustreerde - want failliet verklaarde - klant die zich wil wreken op een sadistische bankmedewerker (Jack Wouterse). Een pittige en bovenal serieuze rol in een film die niet is gemaakt om de kijker te behagen, laat staan om de Paul de Leeuw-fans een avondje lol te bezorgen. "Ik heb geprobeerd mijn personage neer te zetten zoals Robert De Niro dat doet in Cape Fear: als een beheerste psychopaat."

Paul de Leeuw en Theo van Gogh.

De Pijnbank dankt zijn oorsprong aan een gelijknamig toneelstuk dat in 1991 en 1992 werd gespeeld door Maarten Wansink en Justus van Oel, die het ook schreef. Het lijkt erop dat Van Oel zich destijds heeft laten inspireren door Glengarry Glen Ross van David Mamet. Dat verhaal gaat namelijk over vier makelaars die elkaar het leven zuur maken. In De Pijnbank draait het ook om vier van zulke types. Zij zijn echter werkzaam bij een bank die net een fusie heeft ondergaan (saillant detail: op de credits wordt achter 'banking' De ABN AMRO vermeld). Verhaal in het kort: Peter de Bock (Jack Wouterse) heeft lang gewerkt voor een kleine gerenommeerde bank. Nadat zijn oude bank is gefuseerd met de ándere bank ('Fusie is ruzie') hangt hem ontslag boven het hoofd. Het nieuwe management, in de persoon van Bouke van Lier (Roeland Fernhout) wil hem zo snel mogelijk kwijt. De Bock echter zet zijn hakken stevig in het zand. Jos Flierboom (Paul de Leeuw) is een ex-klant van De Bock en krijgt van Van Lier zijn kans op wraak. Martin Krawinkel ten slotte (Eric van Sauers), een collega en lotgenoot van De Bock, ontpopt zich als een intrigant van het zuiverste water.

De sadist Peter de Bock (Jack Wouterse) en de wreker Jos Flierboom (Paul de Leeuw).

Ingetogenheid
De Pijnbank is kortom een zwartgallige, cynisch getinte film dat het lugubere thema 'martelen voor geld' draagt, en waarin het decor wordt gevormd door kantoren die zwaar zijn aangetast met het 'sick building' syndroom. Een honderd procent Theo van Gogh-product dus. Rest de vraag: hoe is Paul de Leeuw hierin terechtgekomen?
"Theo was kandidaat om Filmpje te gaan regisseren", aldus De Leeuw. "Het werd Paul Ruven, maar Theo en ik zijn contact met elkaar blijven houden. Vervolgens spraken we af dat ik een scenario-opzet zou schrijven. Dat is een verhaal geworden over corruptie in een ziekenhuis, met als werktitel John Wayne heeft kanker en gaat dood. Theo zou daar z'n reactie op geven maar ik hoorde maanden niets. Totdat hij met het script voor De Pijnbank kwam en vroeg of ik daar in wilde meespelen. Ik vond het een vrij moeilijk verhaal, en ik twijfelde hevig of ik de rol wel aankon. Theo heeft me echt moeten overtuigen dat ik er goed genoeg voor was. Vervolgens heb ik met Jack, Roeland en Eric een proeflezing gedaan, en toen wist ik dat het goed zou komen. Het klikte vanaf het eerste moment. Vooral Jack Wouterse heeft me enorm geholpen, die man is een rasechte stimulator."
De Leeuw beleefde de opnamen als één groot feest. "Nauwelijks te vergelijken met Filmpje. Dat was een enorm project; op de set stond een rariteitenkabinet waarin ik het middelpunt was. Bij De Pijnbank heerste een veel intiemere sfeer en de groep was tot het einde toe honderdtwintig procent gemotiveerd om er iets moois van te maken. Dat viel me ook op aan Theo, die stond uiterst goed voorbereid en gedisciplineerd te werken. Hij kan soms laconiek overkomen, maar zijn gedrevenheid is bijzonder groot. En hij is op de set heel rustig en behulpzaam, staat voor iedereen klaar. Ik vond dat echt opzienbarend. Voor mij persoonlijk was het een louterende ervaring om geregisseerd te worden. 'Hou 't klein, Paul', riep Theo steeds. Terecht natuurlijk: hoe minder ik deed, hoe dreigender en onvoorspelbaarder Jos werd. Wat deze rol kenmerkte, was de ingetogenheid van het personage. De ingetogenheid van een psychopaat, wel te verstaan. Ik heb daar echt in moeten groeien. Toen ik mijn rol voor het eerst las, duizelde het me. Maar naarmate de opnamen vorderden, kon ik me steeds beter in Jos' obsessie inleven. Jos vindt dat hij zijn leven lang is gebruikt. In de film zie je hoe hij zich vereenzelvigt met Jezus aan het kruis: de ultieme martelaar. Goed beschouwd is hij een enorme 'loser'. Zo heb ik hem in ieder geval benaderd, want persoonlijk vind ik een dergelijk slachtoffertrauma toch moeilijk voorstelbaar. Waar ik me wel makkelijk in kon verplaatsen, was het blinde vertrouwen dat Jos in Peter de Bock had. Nee, een dergelijk vertrouwenspersoon heb ik in mijn eigen leven nooit toegelaten. Mijn oudere broer is altijd wel een rolmodel voor me geweest, maar zoiets slijt als je ouder wordt. Alhoewel, ik haal hem al jaren links en rechts in, maar toch laat ik hem elke keer weer voorgaan."

Bouke van Lier (Roeland Fernhout) en Peter de Bock (Jack Wouterse) met golfstok in de kluis.

Uitgekotst
De titel van de film had niet treffender kunnen worden gekozen: martelaarschap en sadisme voeren de boventoon. Jos slaat zelfs eigenhandig een enorme spijker door zijn voet. Het zijn thema's en taferelen die redelijk ver buiten De Leeuws persoonlijke belevingswereld staan. Maar: "als een regisseur vindt dat zo'n scenario verfilmd moet worden, dan is zijn drijfveer het enige dat telt. Ik ben acteur, en in die hoedanigheid wil ik mijn rol zo goed mogelijk spelen, dat is mijn drijfveer."
Zuster Maria in The sound of music, die rol zou De Leeuw nog wel eens willen spelen. Of liever nog: een gangster in een film van Scorsese. Maar hij hoopt eigenlijk ook dat er nog eens een scenario voor hem, Paul de Leeuw, wordt geschreven. "In Amerika worden films 'op basis van' steracteurs gemaakt. Neem Jim Carrey: de scenario's van
Liar liar, The mask en noem maar op, zijn voor hem op maat gemaakt. Dat verschijnsel kennen we in Nederland niet. Hier bepaalt de producent of het Filmfonds welke film er komt en wie er in meespeelt."
Over het Filmfonds gesproken: De Leeuw heeft inmiddels begrepen dat daar geen vrienden van Theo Van Gogh zitten. "Hij wordt er uitgekotst. Onterecht, want Theo is een van de weinige goede filmmakers die we in Nederland hebben. Tegelijkertijd denk ik dat het ook maar beter is zo. Theo verdient het wel om drie miljoen subsidie te krijgen, maar aan de andere kant: een klein budget houdt hem scherp. En wat het Filmfonds betreft: de mensen die daar de dienst uitmaken, moeten eens in de spiegel kijken. Er zitten erbij die zelf ook films maken. Dat is een vorm van partijdigheid die ik als buitenstaander moeilijk kan plaatsen. Het verbaast me bijvoorbeeld dat Jos Stelling weer subsidie krijgt, terwijl hij met De vliegende Hollander enorm de mist is ingegaan. Begrijp me goed, ik vind wel dat hij films moet blijven maken, maar ik vraag me ook af of het terecht is om iemand als Theo te passeren, enkel omdat hij een iets te giftige pen heeft. Iets zegt me dat dat niet klopt."
Het mag duidelijk zijn dat De Pijnbank met eigen middelen is gefinancierd. Om precies te zijn: Van Gogh, De Leeuw en producent Dave Schram brachten tezamen drie ton in, ieder eenderde. De Leeuw ziet zijn bijdrage als het inleggen van een stapel fiches op een blackjacktafel. "Ik vind het leuk om risico's te nemen. Natuurlijk was het te voorspellen dat sommigen nu zeggen dat ik me heb ingekocht. Ik weet dat het niet zo is. Wat voor mij telt, is dat ik nog nooit in zo weinig dagen zo veel geleerd heb. Het was zelfs onbetaald, maar ik had het voor geen goud willen missen. Niet in de laatste plaats vanwege de catering. Dat had Theo uitstekend geregeld, van mijn geld wel te verstaan."

Renson van Tilborg

De Pijnbank
Nederland, 1998
Productie: Dave Schram, Hans Pos, Maria Peters, Paul de Leeuw, Theo van Gogh
Regie: Theo van Gogh
Scenario: Justus van Oel
Camera: Tom Erisman
Geluid: Ben Zijlstra
Montage: Ot Louw
Muziek: Rainer Hensel
Met: Paul de Leeuw, Jack Wouterse, Eric van Sauers, Roeland Fernhout
Distributie: Shooting Star Film Distribution
Te zien: vanaf 10 september

Naar boven