December 1998, nr 195

Disney vs. DreamWorks

De animatie-oorlog staat op uitbreken

Deze maand strijden twee grote animatiefilms om de aandacht, Mulan en The prince of Egypt. Producent DreamWorks doet daarbij een aanval op de monopoliepostitie van Disney op de animatiemarkt. Welke wapens hebben beide giganten ter hand genomen, en hoe zijn de films uitgepakt?

De verwachte oorlog tussen Disney en DreamWorks SKG wordt voor enige tijd uitgesteld. Mulan (Disney) en The prince of Egypt (DreamWorks) zijn inhoudelijk te sterk verschillende films om elkaar daadwerkelijk concurrentie aan te doen. Komend voorjaar barst het echte geweld los, als Disney met Bug's life en DreamWorks met Antz op de proppen komt. Bug's life is een door voormalig Disney-topman en DreamWorks-oprichter Jeffrey Katzenberg (de K in SKG, S staat voor Spielberg en platenbons Geffen tekent voor de G) geëntameerd project. Zijn Antz is een duidelijke oorlogsverklaring aan zijn vorige werkgever.
Het is opmerkelijk hoe lang Disney een monopolie heeft weten te behouden als hofleverancier van avondvullende animatiefilms. Don Bluth, een voormalig Disney-animator, heeft het vanuit Ierland geprobeerd, maar moest ondanks een reeks prachtige animatiefilms de handdoek in de ring gooien. Zijn succesvolle Anastasia werd door een major uitgebracht. Zonder financiële ondersteuning en publiciteitsleger lukt het geen producent of studio om van een animatiefilm, ook al is het een meesterwerk, een commercieel succes te maken.
De strijd om de animatiemarkt is al langer gaande. Bluth heeft eerder via allianties met Warner, MGM en vooral Universal - de huidige partner van DreamWorks - getracht de markt open te breken, waarbij Spielberg als uitvoerend producent optrad. Spielberg was tevens betrokken bij de productie van Who framed Roger Rabbitt, een film die op video uiteindelijk weer bij Disney werd ondergebracht.

Hebbedingetjes
De markt die door animatiefilms wordt bestreken is qua omvang vele malen groter dan die van de kunstzinnige film. Niemand kijkt op als er wekelijks meerdere nieuwe films in het arthouse-circuit worden uitgebracht. Klaarblijkelijk wordt de animatiemarkt volwassen, en hopelijk zal de toenemende concurrentie leiden tot betere films. Anastasia was bijvoorbeeld een welkome afwisseling op een reeks ietwat teleurstellende Disney's. Uiteraard zal Disney er alles aan doen om de marktdominantie te behouden. Anastasia kreeg zowel Flubber als het opnieuw uitgebrachte De kleine zeemeermin tegenover zich geplaatst.
De concurrentie tussen de studio's gaat waarschijnlijk niet eens zozeer om de gunst van de kijker. Die kijkers zijn er volop en de videomarkt is een interessante spin-off. Het probleem wordt de strijd om 'free publicity' in de verschillende dag-, week- en maandbladen. Aan één film kun je een 'feature' of verkapte advertorial wijden, maar de overige films zullen het met minder aandacht moeten doen. Uiteindelijk telt de omvang van de publiciteit mee in het totaalpakket dat de commerciële waarde van een film bepaalt.
Het is de vraag of Mulan en The prince of Egypt elkaar gaan beconcurreren of zich als animatiefilms tegenover The mask of Zorro geplaatst zullen zien en eerst deze concurrentieslag moeten winnen alvorens met elkaar in het strijdperk te treden. Die strijd tussen Disney (Mulan) en DreamWorks (The prince of Egypt) is er natuurlijk wel. Disney brengt vier soundtracks uit, DreamWorks drie(!). Op dit gebied heeft DreamWorks een voorsprong. Aangezien de radio-formats in de Verenigde Staten tegenwoordig gesegregeerder zijn dan in de jaren zestig, worden een 'zwarte' en een 'blanke' compilatie-cd uitgebracht (met songs die geïnspireerd zijn op, maar niet voorkomen in de film), plus een reguliere soundtrack. Daardoor zijn de DreamWorks-soundtracks in artistiek opzicht interessanter. Jong talent krijgt de kans om langs deze weg voor een groot publiek te debuteren. De hippe zwarte hiphop- en R&B-groepen en de blanke country-artiesten moeten ervoor zorgen dat een zo gemêleerd mogelijk publiek naar de film gaat. De soundtrack is hierin een belangrijk middel en het wordt door DreamWorks inventief toegepast.

Kwak
De vraag is of DreamWorks op eigen kracht de strijd om de animatiemarkt met Disney zal kunnen volhouden. Disney heeft een geweldige 'back catalogue'. De merknaam is zo langzamerhand synoniem voor het genre geworden. Volgend jaar komt Disney met Toy Story II en momenteel is Dinosaurs in de videotheek te vinden (zal Spielberg leuk vinden). Daarnaast heeft Disney wereldwijd een geoliede propagandamachinerie en fijnmazig distributienetwerk. Op het moment dat Disney karakters als Mickey Mouse, Donald Duck en alle 101 Dalmatiërs in de strijd gaat gooien om de miljoenenmarkt van de merchandising in de warenhuizen voor DreamWorks dicht te timmeren, zullen Spielberg, Katzenberg & Geffen naar alternatieven moeten zoeken.
Een anekdote: het succes van Alfred J. Kwak zou Disney begin jaren negentig contact hebben doen zoeken met Herman van Veen. Naar verluid kon Van Veen een aanzienlijk bedrag krijgen als hij Kwak aan Disney overdeed. Van Veen zou een uitzendgarantie hebben verlangd, maar daar voelde Disney niets voor. Concurrentie moet immers worden geëlimineerd en Kwak werd kennelijk als een potentiële bedreiging voor de eigen cartoons gezien. Het is daarom de vraag wie er over tien jaar à la Microsoft voor de rechter komt: Disney of DreamWorks.

The prince of Egypt: van bedenkelijk allooi.


Mulan vs. The prince of Egypt

De klauwen van de filmfarao's

Anders dan in Amerika, waar animatiefilms minder nadrukkelijk als jeugdfilms worden beschouwd, zal de Nederlandse volwassene het moeilijk hebben met een bijbelverfilming als The prince of Egypt. Een nieuw Disney-sprookje als Mulan laat zich hier makkelijker plaatsen. Met de kerstvakantie voor de deur is het echter niet uitgesloten dat vele jonge kinderen door nietsvermoedende ouders, grootouders en au-pairs worden meegenomen naar The prince of Egypt. Niet doen!

Deze eendimensionale verfilming van het boek Exodus heeft namelijk alles in zich om de favoriete film van een haatzaaiend politicus als Netanyahu te worden. In zekere zin doet The prince of Egypt denken aan de griezelig perfecte propagandafilms van linkse en rechtse signatuur die de laatste zestig jaar zijn geproduceerd, met een zwaartepunt in de jaren dertig. Doortrapt, sluw, suggestief, demagogisch en daardoor, laat ik er geen doekjes om winden, walgelijk. Op het gevaar af voor antisemiet te worden uitgemaakt: The prince of Egypt is een joodse film van bedenkelijk allooi, zoals er ook communistische, katholieke en protestante films van bedenkelijk allooi zijn.
Door het gebruik van stereotype sjablonen ontkracht de film zichzelf. Het persoonlijke drama van de verwijdering tussen Mozes en Ramses wordt gereduceerd tot een goed-versus-kwaad-spelletje. Mozes is een zwakkeling die geïmponeerd en geïntimideerd door Gods toverkracht de joden uit Egypte naar het beloofde land voert. Iets van een persoonlijke overtuiging of hoogstaande moraal ontbreekt: zoals Mozes als adoptiefzoon van de Farao de onderworpenheid van de joden voetstoots accepteerde, zo accepteert hij zonder enig nadenken Gods bevel om de joden uit Egypte weg te voeren. Een kortstondig intermezzo van opstandigheid leidt er slechts toe dat Mozes wegloopt voor het onrecht. Pas als Mozes door een Hogere Macht wordt bevolen om in actie te komen, treedt hij op.

Broeders
Dit slaafs volgen van opgelegde bevelen reduceert de personages tot willoze en onnadenkende schepselen en vooral in dit opzicht stelt de film teleur. De Judas in bijvoorbeeld Jesus Christ Superstar is daarom een veel sympathieker figuur dan deze lamlendige Mozes. Goed, de toegepaste animatie- en computertechnieken zijn van het allerhoogste niveau en incidenteel is sprake van hoogstaande artisticiteit. De sequentie waarin Mozes via wandschilderingen zijn persoonlijke levensloop terug kan volgen tot het moment waarop hij door zijn moeder en zussen in het biezenmandje aan de Nijl werd toevertrouwd, getuigt van een verbluffende inventiviteit. Dergelijke filmische scènes zijn echter te schaars om de film in artistiek opzicht overeind te houden. De pompeuze en demagogische beelden vragen om een bijna frame-na-frame bestudering. Opvallend is de monumentale Speer-achtige symmetrische architectuur van decors en kadrage. Al even opvallend zijn de gezichten van Mozes' volgelingen. In sneltreinvaart passeren gezichten van beroemde joden (Einstein, Dylan) de revue. Leuk, maar tegelijkertijd: wat is het doel?
De vraag waarom anno 1998 een dergelijke film wordt geproduceerd, is niet eenduidig te beantwoorden. Het verhaal Exodus wordt geïnterpreteerd als een impliciete rechtvaardiging voor het bestaan van de staat Israël en vele details maken duidelijk dat wordt getracht om de alliantie tussen joodse Amerikanen en Afro-Amerikanen in ere te herstellen. In de openingsbeelden helpt een zwarte slaaf een joodse slaaf op de been. De boodschap is duidelijk: wij zijn broeders, wij weten allebei wat het is om te worden onderdrukt. Op het moment dat God tot Mozes spreekt, spreekt hij met een Martin Luther King-achtige stem : "Let my people go." In de soundtrack wordt regelmatig gerefereerd aan zwarte gospelsongs. The prince of Egypt is daarom ook op te vatten als een antwoord op de haatdragende boodschap van de militante zwarte moslimleider Louis Farrakhan (Nation of Islam) of de soms expliciet antisemitische uitlatingen van zwarte dominees als Jesse Jackson.
Het bijbelvaste karakter van The prince of Egypt is meteen een antwoord op de vele Amerikaanse Christian Identity-gemeenschappen. Vele Ku Klux Klan-achtige engerds gebruiken de bijbel als ideologie om zowel joden als zwarten aan te duiden als 'minderwaardige rassen', slechts geschikt om als slaaf te dienen. In dit opzicht is The prince of Egypt vooral bedoeld voor intern Amerikaans gebruik. Wat te denken van de waterige R&B in Let my people go: 'It's 1999 and unfortunately we still ain't free/ya see/You think racism is a ghost like Casper/Don't forget what just happened down in Jasper' (waar een zwarte man is vermoord door twee racisten).

Gedateerd
Nee, wie zijn kinderen gedurende de kerstvakantie mee wil nemen naar de bioscoop kan beter naar de nieuwe Disney gaan. Mulan is een wel erg politiek correct sprookje over een Chinees meisje (Mulan). Vermomd als de jongeman Ping neemt zij in plaats van haar gehandicapte vader dienst in het leger van de keizer. Waar alle mannen falen, weet zij de China binnengevallen hunnen en hun monsterachtige aanvoerder Shan-Yu te overwinnen. Dat de jonge Chinese legeraanvoerder Shang ook valt voor Mulan is niet verrassend, maar wel een passende bekroning van een animatiefilm waarin vele grootse en pompeuze scènes duidelijk maken dat de makers zich, net als bij The prince of Egypt, te veel laten leiden door een neiging om zoveel mogelijk nieuwe computertechnieken toe te passen. Tweeduizend hunnen te paard, een grote mensenmenigte met dertigduizend lampionnen: het zijn slechts getallen.
Het recept van de film valt uit vele scènes terug te lezen: men neme wat exotica, een stukje flauwe slapstick, wat belegen stereotypen, een soundtrack vol archetypische musicalliedjes waaraan niemand aanstoot kan nemen, een sterfscène en een paar brutale karakters als 'sidekick' (het spookje in Anastasia, Pumba en Timon in De leeuwenkoning, de visjes in De kleine zeemeermin). De opgelegde boodschap van de film - ook meiden stellen iets voor: mijn dochters zullen blij verrast zijn - is wel erg gedateerd voor een in een westers land vervaardigde film. Mulan is ook de zoveelste Disney waarin mannen eendimensionale personages zijn (Shang is een voortzetting van de domme krachtpatser Hercules). De grote schurk Shan-Yu mist het vileine en subtiele van bijvoorbeeld Scar in De leeuwenkoning. Subtiliteit wordt steeds meer ingeruild voor sterk uitvergrote karikaturen. Deze tendens vraagt om een echte Mozes die de animatiefilm weet te redden uit de klauwen van filmfarao's als Katzenberg en Disney's Michael Eisner.

Eric van 't Groenewout

The prince of Egypt
Verenigde Staten, 1998
Productie: Penney Finkelman Cox en Sandra Rabins
Regie: Brenda Chapman, Steve Hickner en Simon Wells
Scenario: Kelly Asbury en Lorna Cook
Montage: Nick Fletcher
Art direction: Kathy Altieri en Richard Chavez
Muziek: Hans Zimmer
Met de stemmen van: Val Kilmer, Ralph Fiennes, Michelle Pfeiffer, Sandra Bullock, Jeff Goldblum
Kleur, 88 minuten
Distributie: UIP
Te zien: vanaf 17 december

Mulan
Verenigde Staten, 1998
Productie: Pam Coats
Regie: Barry Cook en Tony Bancroft
Scenario: Rita Hsiao, Christopher Sanders e.a.
Montage: Michael Kelly
Art direction: Ric Sluiter
Muziek: Matthew Wilder
Met de stemmen van: Ming-na Wen, Miguel Ferrer, Harvey Fierstein, Eddy Murphy
Kleur, 88 minuten
Distributie: Buena Vista International
Te zien: vanaf 3 december

Naar boven