Februari 1999, nr 197

Nanni Moretti

Eigenzinnige clown op een scootertje

Goeroe, boegbeeld en vaandeldrager. De superlatieven waarmee Nanni Moretti in Italië wordt omschreven, liegen er niet om. Buiten de Italiaanse landsgrenzen was hij, tot het succes van Caro diario in 1994, echter een volslagen onbekende. De zes lange speelfilms die hij voor die tijd maakte, worden nu voor het eerst in Nederland vertoond. Het programma Tutti Moretti dat deze maand in het Filmmuseum is te zien, geeft een vrij volledig overzicht van het oeuvre van deze Italiaanse Woody Allen, die ook weer in zijn nieuwe film Aprile humor, zelfkritiek en politiek engagement met elkaar vermengt.

Nanni Moretti: lekker op pad in z'n geliefde Rome.

Io sono un autarchio (Ik ben een autarkist), de titel van Moretti's debuutfilm uit 1976 is meteen al veelzeggend. Het woord autarkist is een zelfbedacht nonsens-woord en betekent ongeveer zoiets als 'autonome anarchist'. In zijn eerste film ging Moretti's behoefte aan onafhankelijkheid nog zover dat hij producent, regisseur, scenarist, cameraman, geluidsman en hoofdrolspeler tegelijk was. Camera en geluid laat hij tegenwoordig grotendeels aan anderen over, maar voor de rest is Moretti in zijn films nog steeds alom aanwezig, tot aan zijn meest recente Aprile toe.
Zijn politieke anarchisme is er altijd een van de mildere soort geweest. Moretti is zeker niet het toonbeeld van een militante activist die alles wat ook maar riekt naar burgerlijke conventionaliteit onderuit wil halen. Hij manifesteert zich in zijn films als een ironische criticaster van zijn eigen communistische partij, waar hij weliswaar officieel nooit lid van is geweest, maar wel, net als zoveel miljoenen andere Italianen, altijd op gestemd heeft. Zijn partijkritiek bereikt een filmisch hoogtepunt in Palombella rossa uit 1989, een film die volgens de Italiaanse filmkritiek tot het beste gerekend dient te worden van wat de Italiaanse filmkunst de afgelopen twintig jaar heeft voortgebracht. De film speelt zich volledig af rond een zwembad, waar twee waterpoloteams een wedstrijd spelen, met Moretti als een van de spelers. Naast zijn sportcarrière is zijn personage ook een communistische politicus, die aan geheugenverlies lijdt. De magische sfeer rond het idyllisch gelegen zwembad herinnert aan de films van Fellini en de gebeurtenissen op en rond het water vormen een afspiegeling van de Italiaanse samenleving. De amnesie van de politicus symboliseert het fiasco van de communistische partij, die volgens Moretti een stuitend gebrek aan historisch besef toonde in een tijd waarin Italië langzaam weer naar rechts overhelde.

Alter ego
Het is wel eens gesteld, ik geloof door Ingmar Bergman, dat elke film van een regisseur iedere keer opnieuw een variatie op hetzelfde thema is. Voor niemand geldt dit in zo extreme mate als Moretti, zonder dat hij daarbij vervalt in een vervelende of routineuze herhaling. In zijn eerste films draait het verhaal steevast om Moretti's alter ego, luisterend naar de naam Michele Apicella. Deze Michele heeft een aantal zeer karakteristieke eigenschappen. Of hij nu een opstandige student is, zoals in Ecce bombo (1978), de gedesillusioneerde filmmaker uit Sogni d'oro - waarmee Moretti in 1981 de Gouden Leeuw op het filmfestival van Venetië won - of een gefrustreerde wiskundeleraar in Bianca (1984). In elk van deze films hangt Michele veel aan de telefoon, houdt hij van balspelen - voetbal in het bijzonder -, is hij verzot op gebak, heeft hij een obsessie voor schoenen en reageert hij nogal bits en agressief op mensen om hem heen die met hem van mening verschillen.
Een opvallende, vreemde eend in de bijt is de film La messa e finita uit 1986. Hierin speelt Moretti nu eens geen linkse idealist maar een priester, die na enkele jaren van afwezigheid terugkeert en totaal vervreemd blijkt van zijn vroegere milieu. Familieleden en oude vrienden schotelen hem het hele palet van moderne problemen voor - abortus, echtscheiding, zelfmoord en homoseksualiteit - en de naïeve geestelijke weet zich er absoluut geen raad mee. Hij loopt als een gevoelloze olifant in een emotionele porseleinkast rond en jaagt iedereen tegen zich in het harnas. Het al dan niet gespeelde onvermogen om zijn medemensen te kunnen begrijpen is eigenlijk symptomatisch voor het Moretti personage. Deze heeft als een vaak onaantastbare buitenstaander weliswaar een scherp oog voor alle misstanden en ellende om hem heen, maar blijft meestal steken in spottende en afwijzende blikken of commentaren, nadat hij zijn omgeving met retorische vragen bestookt heeft. Dat de vroege Moretti desondanks geen vervelende moralist is, komt omdat hij in zijn films openlijk voor zijn eigen onvermogen uitkomt en de grimmige zelfspot niet schuwt.

Absurde leegheid
Filmisch gezien is Moretti zeker geen vernieuwer te noemen. Zijn cameragebruik is, vooral in zijn allereerste films, eigenlijk vrij statisch en conventioneel. Op het vlak van de enscenering doet hij daarentegen wel soms zeer verrassende dingen. In Sogni d'oro zit bijvoorbeeld een meesterlijke scène, waarin zijn personage in een interviewruimte wordt gezet, waarna de cameraman wordt weggeroepen. Alleen gelaten met een lopende camera wordt hij gevraagd om gewoon door te gaan met vertellen. Zelden heeft een regisseur de absurde leegheid van een televisie-interview zo krachtig aan de kaak gesteld.
Een andere geliefde stijlfiguur is het gebruik van televisiebeelden en filmvertoningen. In Palombella rossa kijken de supporters van de waterpoloteams naar scènes uit Doctor Zhivago. Wanneer Omar Sharif aan het eind van die film zijn geliefde - Julie Christie - ziet lopen, begint Moretti tegen het beeld te schreeuwen dat ze toch alstublieft, alsnog moet omkijken. Een zelfde soort humor keert terug in Aprile, wanneer Moretti zich hardop zit op te winden tijdens een uitzending van een verkiezingsdebat, waarbij Berlusconi hinderlijk lang aan het woord blijft zonder dat de linkse lijsttrekker hem interrumpeert.
Maar Moretti heeft natuurlijk vooral school gemaakt met zijn volstrekt eigenzinnige manier van vertellen, waarbij autobiografie en fictie op een wonderlijke wijze met elkaar vervlochten zijn. Deze documentair aandoende aanpak is in zijn laatste twee films - Caro diario en Aprile - uitgekristalliseerd tot een soort filmessay in dagboekvorm, waarbij Moretti zeer persoonlijk dingen uit zijn eigen leven aan de orde stelt. Zelf hamert hij er in alle interviews op dat het toch echt geen documentaires zijn. Scènes worden namelijk soms eindeloos doorgerepeteerd en Moretti staat erom bekend dat hij zoveel mogelijk takes neemt om in de montageruimte alle vrijheid te hebben het verhaal naar zijn hand te zetten.

Narcistisch
De vrijwel onaantastbare positie die Moretti de afgelopen twintig jaar in Italië heeft opgebouwd, kwam vorig jaar voor het eerst een beetje aan het wankelen. Zijn laatste film Aprile kreeg in zijn moederland allerminst een goede ontvangst. De kritiek nam opvallend vaak de term narcistisch in de mond en Moretti zou zelf te veel in beeld zijn, zonder nieuwe en belangwekkende thema's aan te snijden.
Dat de kwestie hem tamelijk hoog zit, blijkt als Moretti tijdens ons interview in Cannes van vorig jaar, er uit zichzelf over begint. Moretti: "Narcistisch? Hoezo narcistisch? Het zou pas narcistisch zijn wanneer ik in een talkshow op de televisie uitgebreid over mijn privé-leven zou gaan zitten praten. Dat zou ik pas echt vervelend vinden en daarover zou ik me ook oprecht schamen. Ik praat in mijn laatste twee films weliswaar over hele persoonlijke dingen, zoals in Caro diario over mijn eigen vervelende ervaringen met kanker en in Aprile, wanneer ik mijn geluk laat zien bij de geboorte van mijn kind. Maar ik ben dan zelf degene die alles onder controle heeft, want ik bepaal op welke manier en in welke vorm ik het laat zien."
Het valt echter niet te ontkennen dat Moretti in Caro diario een ander vertellersstandpunt heeft ingenomen. Gebruikte hij voorheen nog een fictief personage en daarmee de hij-vorm, om zijn persoonlijke kritiek op sociaal-maatschappelijke misstanden te uiten, in zijn laatste twee films praat hij in de ik-vorm. De scheidslijn tussen het Moretti personage in de film en de echte Moretti buiten de film is daarmee flinterdun geworden en roept gaandeweg steeds meer irritatie op bij sommige toeschouwers. Het heeft iets weg van de reacties op het genre van de fake-documentaire, waarbij volgens sommigen het spel tussen fictie en werkelijkheid te ver is doorgeslagen. Moretti maakte weliswaar ook documentaires, zoals La cosa, die nu in het Tutti Moretti-programma te zien is, maar benadrukt keer op keer het fictieve karakter van zijn laatste twee films.
"Documentaires en speelfilms zijn toch twee verschillende genres, ook al moet je er van uitgaan dat geen enkele documentaire honderd procent objectief is, want er zal altijd een bepaalde 'point of view' gecreëerd worden, door de keuze van de muziek en de wijze van monteren. Ik heb twee films gemaakt in een zeer persoonlijke dagboekvorm, maar het blijft fictie. Ik ben mezelf niet, maar ik speel mezelf. In die films zitten ook dingen die ik zeg en doe, die ik in werkelijkheid niet gedaan heb en ook nooit zal doen", aldus Moretti.
Aprile eindigt op de manier waarop Caro diario begint. Moretti zit op zijn befaamde scooter en toert door zijn geliefde Rome, af en toe zogenaamd achteloze voorbijgangers aansprekend over de toestand in de wereld. Hij ondervraagt ze, maar lijkt niet geïnteresseerd in de antwoorden. Dat gevoel wordt versterkt door zijn gekoketteer met zijn typische helm, die hij zelfs ophoudt wanneer hij afstapt en met mensen praat. Is hij een integere nar die met oprechte intenties zijn steeds rechtser wordende landgenoten een spiegel voorhoudt of hangt hij de moralistische satiricus uit, die net als Freek de Jonge in ons land zijn geloofwaardigheid begint te verliezen. En waarom eigenlijk? Misschien omdat ze beide uit hun rol zijn gevallen en er achter die façade van geniale komiek, opeens het beeld opdoemt van de ijdele opportunist die teveel zelf in het middelpunt van de aandacht wil staan.

François Stienen

Aprile
Italië, 1998
Productie: Angelo Barbagallo en Nanni Moretti
Scenario en regie: Nanni Moretti
Camera: Giuseppe Lanci
Geluid: Alessandro Zanon
Montage: Angelo Nicolini
Muziek: Nanni Moretti
Met: Nanni Moretti, Silvio Orlando, Silvia Nono en Pietro Moretti
Kleur, 78 minuten
Distributie: RCV Film Distribution
Te zien: vanaf 11 februari, en tijdens het Filmfestival Rotterdam

Tutti Moretti vindt plaats van 11 februari tot en met 3 maart in het Filmmuseum. Naast Moretti's eigen films bevat het programma ook films van jonge Italiaanse regisseurs die Moretti niet alleen produceerde, maar waarin hij ook een rol vertolkte.

Naar boven