Maart 1999, nr 198

Samira Makhmalbaf

Ik wil de mensen naar zichzelf laten kijken

De appel vertelt het opvallende verhaal van een twaalfjarige tweeling, die sinds hun geboorte het huis niet mocht verlaten - hun vader hield hen angstvallig opgesloten. Even opvallend als het waargebeurde verhaal is het feit dat deze film, die het afgelopen jaar een zegetocht maakte langs verschillende internationale festivals, werd geregisseerd door een achttienjarig Iraans meisje. "Natuurlijk is het moeilijk om als vrouw een film te maken in Iran. Maar zoals je hebt kunnen zien is het niet onmogelijk."

Samira Makhmalbaf (foto: André Bakker).

Voor de promotie van haar film De appel reisde Samira Makhmalbaf al de hele wereld over. Na de filmfestivals van onder meer Cannes, New York, São Paulo, Tokio en Locarno is het de beurt aan Rotterdam, waar ze zich na drie dagen vol interviewafspraken met een opmerkelijke welwillendheid, zij het enigszins vermoeid, aan weer een vragenlijstje onderwerpt. Het is niet verwonderlijk dat zoveel journalisten de inmiddels negentienjarige Makhmalbaf willen spreken. Alles aan haar wekt nu eenmaal interesse op: haar film, haar leeftijd, haar afkomst.
Samira is de oudste dochter van de befaamde Iraanse filmmaker Mohsen Makhmalbaf (regisseur van onder meer
Gabbeh en Salaam Cinema), en ze doet niet geheimzinnig over de rol die haar vader speelde bij het maken van De appel. "Om te beginnen denk ik dat ik mijn liefde voor film van mijn ouders heb meegekregen. Toen ik geboren werd, maakte mijn vader al films. Mijn moeder was zijn assistent, en we gingen dus altijd met het hele gezin naar de locaties waar mijn vader aan het opnemen was. Op mijn achtste speelde ik een rol in een van mijn vaders films (Basykelran/The cyclist, red.). Toen ik vijftien was, besloot ik met school te stoppen en vroeg ik mijn vader of hij mij lessen wilde geven - niet alleen over film, maar over kunst in het algemeen. Later kreeg ik ook les van vrienden van mijn vader, en een aantal van mijn vrienden kwam ook naar de lessen, zodat het een soort privé-school werd. Voor De appel heb ik veel met mijn vader overlegd. Hij deed de montage van de film en schreef ook het scenario, ook al kun je van een echt scenario niet spreken. Terwijl ik de film opnam, praatten we iedere avond over het verloop ervan en wisselden we ideeën uit."
Makhmalbaf maakte De appel na het zien van een televisiereportage over een gezin in een arme wijk in Teheran. De vader had zijn twaalfjarige tweelingdochters vanaf hun geboorte opgesloten gehouden in huis. De meisjes waren nu tijdelijk uit huis geplaatst, nadat buurtgenoten een brief hadden geschreven aan de GGD over de praktijken van de vader. De tweeling was er zeer slecht aan toe: door hun jarenlange opsluiting konden ze nauwelijks praten, ze waren motorisch gestoord en leken het mentale niveau van tweejarigen te hebben. Makhmalbaf besloot de meisjes, Masoemeh en Zahra, onmiddellijk op te zoeken in het opvangtehuis en vroeg de ouders en buurtgenoten mee te werken aan een film over het gebeurde, die ze vervolgens in elf dagen tijd opnam. Ze liet de betrokkenen de gebeurtenissen van de afgelopen weken naspelen, maar plaatste hen ook in fictieve situaties; zo dwingt de sociaal werkster die de meisjes op komt halen, de vader zijn dochters vrij te laten. Ze gaan de straat op, naar buiten, waar ze andere kinderen ontmoeten, spelen, en langzaam maar zeker opbloeien.

Overtuiging
"De Appel is half documentaire, half fictie", zegt Makhmalbaf. "Documentaire, omdat het gebaseerd is op een waargebeurd verhaal, en de mensen echte mensen zijn. Maar ook fictie, omdat er sprake is van een verhaal, van in scène gezette gebeurtenissen. Dat de sociaal werkster de vader zelf opsluit in zijn huis, om hem te laten voelen hoe dat is - dat idee is bijvoorbeeld ontstaan tijdens het filmen, in de gesprekken met mijn vader. Ik wilde erachter komen waarom de vader zijn dochters had opgesloten. Toen ik hem voor het eerst sprak, begreep hij absoluut niet wat daar verkeerd aan was. Het was moeilijk met hem praten, ik wist nooit hoe hij zich zou gedragen. Hij zat vol woede, over de GGD en over de buurtbewoners die hem hadden aangegeven. Hij begreep niet waarom de kinderen naar een tehuis waren gebracht. Ik kon hem wel duidelijk maken dat ik hem met mijn film niet wilde lastigvallen, onder druk zetten of beschadigen. Ik was daar alleen om achter de redenen van zijn gedrag te komen. Ik denk dat hij het echt nodig had dat er naar hem geluisterd werd. Hij vond dat hij de meisjes niet alleen op straat kon laten, en omdat zijn vrouw blind is, sloot hij ze op. Als het jongens waren geweest had hij dat niet gedaan; hij had erg traditionele opvattingen.
"Of ik die door het maken van de film heb kunnen beïnvloeden? Kijk, hij is al een oude man, en zijn religieuze opvattingen zijn nog veel ouder dan hijzelf, dus ik denk dat het onmogelijk is om die zomaar te veranderen. Maar hoe sterk zijn overtuiging ook was, door elf dagen lang naar zijn huis te gaan, en naar hem te luisteren, heb ik misschien een klein beetje verandering gebracht. In ieder geval is de toekomst van de kinderen veranderd: zij kunnen nu naar buiten, met andere kinderen spelen en naar school gaan. Voor de kinderen is het goed geweest. Ze kunnen zelfs al een beetje lezen en schrijven, ze praten volop, en zijn erg gelukkig. In een jaar tijd is er ontzettend veel veranderd. Zelfs in de elf dagen van het maken van de film kon je een enorme verandering in hun gedrag zien. Hun achterstand kwam alleen door de opsluiting, ze zijn niet mentaal gehandicapt.
"Een andere vraag die ik had tijdens het maken van de film was waarom de buren zo lang gewacht hebben met alarm slaan. Ik kon niet begrijpen dat niemand er eerder over gepraat had. Maar ik denk dat het er mee te maken heeft dat het een erg arme buurt is, waar de mensen extreem traditionele opvattingen hebben. Ze hadden elk hun eigen problemen, en ze wilden het waarschijnlijk niet zien, ze konden de kinderen niet helpen. Ze deden twaalf jaar lang niets. Dat is onbegrijpelijk, toch?"

Instinct
De fictieve elementen in De appel suggereren een diepere betekenislaag. Makhmalbaf gaf de kinderen spiegeltjes om mee te spelen, liet hen op zoek gaan naar appels en instrueerde een paar nieuw verworven vriendinnetjes horloges voor hen te kopen. Het zijn stuk voor stuk symbolen, licht de regisseuse toe: "Mijn film moet je zien als een spiegel die de mensen voorgehouden wordt. Ik wilde niet veroordelen, niet vertellen wat goed is en wat slecht of wat men wel en niet moet doen, maar de mensen gewoon naar zichzelf laten kijken. Als ze iets zien wat ze willen veranderen, dan kunnen ze het veranderen. Iedereen, zelfs de blinde moeder, kan in de spiegel kijken en zichzelf zien. De meisjes konden er zichzelf in ontdekken, voor de eerste keer.
"Wat de appel betreft, dat is voor mij een symbool voor het leven. Denk aan de appel die Eva aan Adam geeft in het paradijs; volgens sommigen is het een symbool voor zonde, maar ik denk dat satan en god in wezen dezelfde zijn, en daarom staat de appel voor het leven. Toen ik de meisjes voor het eerst ontmoette maakte ik me veel zorgen over hun; ze waren er zo slecht aan toe. Maar toen ik ze een appel zag eten, met een enorme gretigheid en op een hele natuurlijke manier, wist ik dat het wel goed zou komen met ze. Ze hadden genoeg instinct om te weten hoe ze moesten leven. De symboliek kwam dus op een natuurlijke manier tot stand, door te kijken naar de werkelijkheid. Hetzelfde geldt voor de horloges; ik merkte dat de meisjes bezeten waren van mijn horloge, ze wilden dat steeds afpakken. Daarom liet ik horloges voor ze kopen, als een symbool voor kennis over het leven. Het geeft aan dat de meisjes wilden leren over het leven, over tijd."

Ziel
Ondanks het tragische gegeven is De appel een bij tijd en wijle erg humoristische film. De onbevangen en opmerkelijk vrolijke Masoemeh en Zahra stelen de show. In hun onbeholpenheid en enthousiasme zijn ze vaak onbedoeld komisch. Makhmalbaf: "Je mag best om de film lachen, de meisjes zijn vaak ook erg grappig. Het is net als met het leven, soms is het leuk, en soms moet je erom lachen juist omdat het allemaal zo moeilijk is. Wat ik het belangrijkste vind is dat ik met de film kan communiceren, en het maakt me erg gelukkig dat dat gelukt is; dat deze film over twee meisjes die jarenlang niet konden communiceren, nu over de hele wereld gezien en begrepen wordt, in verschillende culturen."
Over haar toekomstplannen wil Makhmalbaf weinig loslaten: "Over mijn volgende film praat ik wel wanneer hij af is." Maar ze is in ieder geval niet van plan haar vaderland te verlaten voor een plaats waar het wellicht eenvoudiger is om films te maken. "Natuurlijk is het moeilijk een vrouwelijke filmmaker in Iran te zijn. Maar filmmaken is altijd moeilijk, en ik denk dat ook in jullie cultuur vrouwen en mannen niet volledig gelijk zijn. Bovendien ben ik geboren en opgegroeid in Iran, ik ken de cultuur en de ziel van het land. En ik denk dat ik daarom misschien een film heb gemaakt met een ziel. Als ik hier zou komen, en ik ken de cultuur niet, dan kan ik misschien wel een mooie film maken, maar ik denk niet dat hij dan veel diepgang, veel bezieldheid zou hebben. Ja, het was moeilijk om een film te maken in Iran. Maar zoals je hebt kunnen zien, is het niet onmogelijk."

Pauline Kleijer

De appel (Sib)
Iran/Frankrijk, 1998
Productie: Mohsen Makhmalbaf en Marin Karmitz
Regie: Samira Makhmalbaf
Scenario en montage: Mohsen Makhmalbaf
Camera: Ebrahim Ghafori
Geluid: Behroz Shahamat
Met: Masoemeh Naderi, Zahra Naderi, Ghorbanali Naderi, Zahra Saghrisaz, Azizeh Mohamadi
Kleur, 85 minuten
Distributie: Contact Film Cinematheek
Te zien: vanaf 11 maart

Naar boven