September 1999, nr 203

Het einde van het celluloid

Ian Kerkhof en het digitale domein

Terugblikken op honderd en nog wat jaar filmgeschiedenis is aantrekkelijk, maar met het nieuwe millennium in zicht is de vraag naar de toekomst interessanter. Wat zijn de uitdagingen waar de film zich de volgende honderd jaar voor geplaatst ziet? Welke onbeantwoorde vragen liggen er, welke handschoenen zijn nog niet opgeraapt? De komende maanden besteedt de Filmkrant in de reeks 'Het einde van.../2001 vragen aan de cinema' aandacht aan nieuwe ontwikkelingen in de filmkunst, middels interviews, besprekingen en essays. Deze maand onder meer een interview met regisseur Ian Kerkhof, profeet van de digitalisering, wiens nieuwe film Shabondama elegy in september in première gaat.

Ian Kerkhof (foto: André Bakker).

Film heeft afgedaan, als het aan sommige trendwatchers ligt. Niet het medium, maar het materiaal: het goede oude celluloid zal plaatsmaken voor bits en bytes. Digitaal opgeslagen videobeelden, die - uiteindelijk - ook langs digitale weg vertoond zullen worden. Dat laatste is nog toekomstmuziek; in de bioscoop blijft (met uitzondering van een enkele volledige gedigitaliseerde Star Wars-vertoning in de Verenigde Staten) voorlopig het geratel van projectoren hoorbaar. Maar voor het opnemen van films grijpen inmiddels steeds meer filmmakers naar de digitale video(DV-)camera. En de montage, die vindt praktisch nooit meer plaats op de ouderwetse montagetafel. Daar zijn computers voor.
Dat de digitaal geproduceerde film in opmars is, was begin dit jaar te merken op het Filmfestival Rotterdam. Daar werd een 'Digital New Wave' gesignaleerd. Onder de gepresenteerde lichting digitale filmmakers bevond zich regisseur Ian Kerkhof, die zijn laatste speelfilm toonde: Shabondama elegy. Voor Kerkhof was het allemaal niets nieuws. In 1996 bewees hij met Naar de klote! al gecharmeerd te zijn van de mogelijkheden van de DV-camera. Hij was een van de eersten.
Kerkhof, Zuid-Afrikaan van geboorte en sinds tien jaar wonend en werkend in Nederland, spreekt Engels in hoog tempo. Voor een bevlogen pleidooi over de zegeningen van de digitalisering zijn we bij hem aan het juiste adres: "I tell you man, the DV-camera is some fucking tool."

Houdbaarheidsdatum
Kerkhof: "In januari 1996 zag ik voor het eerst de Sony DV1000. Ik had geen digitale camera besteld, maar kreeg hem per ongeluk toegestuurd. Je moet weten dat ik een hekel had aan video. Ik vond het een vulgair medium, daar wilde ik niets mee te maken hebben. Maar ik pakte dat kleine cameraatje op en hield het in mijn hand, ik stond op, en ik had het gevoel dat ik kon vliegen. Ik realiseerde me dat mijn droom uitkwam. Kijkend door die camera besefte ik dat ik live kon filmen met effecten die me normaal gesproken handenvol geld zouden kosten. Binnen vijftien seconden had ik besloten dat ik daarmee een lange speelfilm ging maken. Dat het mijn leven zou veranderen. Plotseling viel alles samen; ik houd van improviseren, van controversiële films, van politieke en commerciële vrijheid. Dat alles had ik in mijn hand."
Met Naar de klote! portretteerde Kerkhof de housescene in Amsterdam. De muziek, de drugs, de uitgaanswereld, bij dat alles sloot de losse stijl van filmen die de compacte DV-camera in de hand werkt, naadloos aan. De parallellen tussen de ontwikkelingen in de clubmuziek en de film zijn volgens Kerkhof groot: "Het digitale medium is sterk beïnvloed door de house- en technogeneratie. De muziekwereld loopt wat dat betreft voor op de filmwereld; al in 1988 zag je hoe iedereen met nieuwe apparatuur als samplers zelf muziek kon maken en distribueren. Het was het punkideaal dat definitief gestalte kreeg: alles zelf doen, het hele productieproces in eigen hand houden.
"Ik houd erg van dat idee: doe-het-zelf films. Dat is ook hoe ik in feite sinds 1996 heb gewerkt. Tussen Naar de klote! en Shabondama elegy heb ik twaalf korte films gemaakt, van videoclips tot experimentele documentaires, waarin ik heb geprobeerd de mogelijkheden van de DV-camera en het digitale monteren volledig te onderzoeken. Dat is wel nodig, want de ontwikkelingen gaan verbazingwekkend snel. Daarom wil ik veel films maken, ook omdat ik graag commentaar lever op actuele thema's. Ik vind het prettig als films een houdbaarheidsdatum hebben, zodat je achteraf precies kunt zeggen uit welke periode ze stammen. Voor mij heeft het dus geen zin om drie jaar te wachten tot de financiering van een groot project eindelijk rond is. Met een DV-camera hoeft dat ook niet, je kunt gelijk beginnen."

Icoon
Shabondama elegy veroorzaakte in Rotterdam meer opschudding vanwege het pornografisch gehalte dan om de gebruikte techniek. De film toont de korte en heftige relatie tussen het Japanse meisje Keiko (gespeeld door pornoactrice Hoshino Mai) en een Westerse man (Thom Hoffman) in Tokio. Vooral het feit dat de beide acteurs geen stand-ins gebruikten voor de expliciete seksscènes trok de aandacht. Die scènes zijn overigens wel, dankzij de vele digitale effecten, van een iets kunstzinniger gehalte dan een doorsnee pornofilm. Kerkhof: "Het verhaal is simpel, zoals in al mijn films, omdat ik geloof dat alle verhalen over mensen in wezen al eens verteld zijn. Ze komen altijd neer op dezelfde archetypen. Wat wel verandert is de techniek, de manier waarop je een verhaal vertelt. De complexiteit van mijn films ligt in de vorm. Voor Shabondama elegy heb ik bewust een verhaal geschreven waarmee ik de grenzen van de Japanse censuur kon testen. Penetratie en pikken zijn van cruciaal belang voor het verhaal, voor de karakterisering van Keiko. Je begrijpt haar, omdat je die pik in haar hand ziet; die functioneert als een icoon voor het seksuele misbruik waarvan Keiko het slachtoffer is.
"Ik vind dat kunstenaars de verantwoordelijkheid hebben altijd tegen de heersende regels in te gaan; te vechten tegen censuur, tegen onzinnige taboes. In die zin ben ik heel ouderwets. Ik ben er niet op uit om te choqueren, integendeel, ik maak dingen die ik mooi vind. Al mijn werk is een studie in esthetiek. Ik zoek naar schoonheid in de afgrond, omdat ik geloof dat de Europese cultuur een cultuur is van dood en verderf. Het is een cultuur die gebaseerd is op misbruik, op gebrek aan respect voor het lichaam van anderen. Shabondama elegy gaat precies daarover: macht en misbruik."

Amateurfilms
Zoals hij als kunstenaar graag tegen heilige huisjes aantrapt, zo wil Kerkhof ook in de frontlinie staan waar het gaat om nieuwe technieken. "Wat ik interessant vind aan het digitale domein is dat het niet alleen bestaande genres als de fictiefilm nieuw leven inblaast, maar ook een plaats is waar werkelijk nieuwe kunst gemaakt wordt. Kunst die nieuwe definities vereist, dat is spannend. Het is een opwindende tijd om met beeld en geluid te werken.
"Niet dat het de hele filmindustrie op zijn kop zal zetten. De invloed van producenten zal niet verdwijnen, want niet iedereen zit te wachten op digitale, in eigen beheer geproduceerde films. Er zal altijd een publiek blijven voor het grote commerciële werk. Bovendien kleeft er een groot gevaar aan het gebruik van de DV-camera. Je ziet nu dat er heel veel lullige amateurfilms mee gemaakt worden, die niemand wil zien. De kwaliteitscontrole is nu eenmaal minder. Het ergste wat er kan gebeuren met de digitale revolutie is dat er te snel te veel slechte films gemaakt worden, zodat het publiek zich ervan afkeert.
"Het is wat dat betreft een voordeel om een traditionele achtergrond als filmmaker te hebben. Ik ben klassiek geschoold, en dat beïnvloedt de manier waarop ik met video omga. Ik ben nog steeds heel zuinig met opnames. In principe kan je met de DV-camera eindeloos blijven draaien, het kost toch niks, maar het resultaat wordt er niet beter van. En uiteindelijk wordt je montage vreselijk kostbaar, omdat je je door uren en uren slecht materiaal heen moet worstelen. Dat lijkt me sowieso deprimerend. Een beetje discipline kan geen kwaad. Ik houd van improviseren en het is prachtig dat de DV-camera daar zoveel meer mogelijkheden voor biedt, maar ik improviseer altijd binnen een vooropgezet plan."

IJkpunt
Films als Festen van Thomas Vinterberg en The idiots van Lars von Trier hebben al bewezen dat het filmen met DV-camera's het publiek niet per definitie de zaal uitjaagt. Toch zijn er veel mensen die bezwaar maken tegen de overheersende visuele stijl die dat tot nu toe heeft opgeleverd. Het kleine cameraatje wordt in de hand gehouden tijdens het filmen, waardoor het beeld soms alle kanten uitzwabbert. Kerkhof: "Het is goed dat het gebeurt, dat gezwiep met de camera. Persoonlijk vind ik het mooi, het is organisch. Het is waar dat het snel een cliché wordt, en dan zal het ook wel weer uitsterven. Het punt is dat het vroeger niet mogelijk was zo vrij met de camera rond te lopen, en dus moest het uitgeprobeerd worden zodra het kon. Het was nodig om het medium te bevrijden, en vanaf nu is het ook een ijkpunt in de geschiedenis van de cinema. Maar het is goed dat er tegenstanders zijn, dat maakt ons filmmakers scherper en meer bewust van wat we eigenlijk met de technologie willen doen."
Het einde van het celluloid? Daar gelooft Kerkhof niet zo in. "Celluloid blijft bestaan. Het oude naast het nieuwe. Net zoals in de muziek, daar heeft de nieuwe technologie nooit de oude uitvoeringspraktijk verdrongen. Gelukkig niet. Ik denk dat er steeds meer mengvormen zullen ontstaan. Zelf werk ik op het moment aan drie films, waarin ik film en video met elkaar ga combineren. Elk medium heeft zijn kwaliteiten en zijn eigen esthetiek."

Pauline Kleijer
met medewerking van Jeroen Lok

Shabondama elegy
Japan/Nederland, 1999
Productie: Suzuki Akihiro
Regie en scenario: Ian Kerkhof
Camera: Tsuji Thomohiko
Montage: Ben Hendriks, Ian Kerkhof
Art direction: Yoshimura Kei
Muziek: Otomo Yoshihide
Met: Thom Hoffman, Hoshino Mai, Ito Kiyomi
Kleur, 86 minuten
Distributie: Upstream Pictures
Te zien: vanaf 9 september

Naar boven