September 1999, nr 203

Tu ridi

Lachen om de ondergang

De twee verhalen waaruit Tu ridi bestaat, vertonen op het eerste gezicht weinig overeenkomsten. Plaats, tijd en personages verschillen. Toch gaat achter de opgewekte stemmen, het vibrato van de lach en de frisheid van de zee een gemeenschappelijke wreedheid schuil.

Antonio Albanese (l.) en Sabrina Ferilli: "Waarom lach je?"

"Tu ridi!"("Je lacht!"). Met die kreet schudt zijn vrouw hem elke nacht wakker: "Waarom lach je? Overdag lach je nooit!" Félice Tespini (Antonio Albanese), een mislukte baritonzanger, slechte boekhouder en miserabel minnaar, houdt met zijn bulderlach de hele buurt uit zijn slaap, maar hij weet niet waarom hij lacht.
Tu ridi is ook de titel van de nieuwste film van de gebroeders Taviani, bestaande uit twee losse episodes, die weinig op elkaar lijken: Félice speelt zich af in het Rome van de jaren dertig en Due sequestri ('Twee ontvoeringen') in het hedendaagse Sicilië. Beide verhalen, geïnspireerd op novellen van Luigi Pirandello, hebben anders dan de titel doet vermoeden, niets te maken met komedie. En dat is misschien hun overeenkomst: de lach is de aanzet tot een tragedie.
Félice lacht niet omdat hij zo gelukkig is, maar - zo ontdekt hij tot zijn afgrijzen - uit leedvermaak. In zijn droom ziet hij hoe zijn kreupele vriend Tobia (Guiseppe Cederna) door de operadirecteur wordt vernederd en geslagen, terwijl Félice erbij schaterlacht. Hoe kan hij zo wreed zijn?
Al snel komt hij in een spiraal van ellende terecht, waaruit hij geen andere uitweg ziet dan de dood. Op het strand, vlak voor hij zelfmoord gaat plegen, komt Félice zijn jeugdliefde Nora (Sabrina Ferilli) tegen, die van koormeisje is opgegroeid tot een mooie operadiva. Maar noch de liefde, noch de operawereld vol muziek en vibrato kan hem verleiden voor het leven te kiezen. Het noodlot is immers niet zomaar te keren. De held gaat ten onder.

IJzingwekkend realisme
Minutenlang blijft de camera gericht op de zee, terwijl de jas van Félice wappert aan een strandpaal. Het is een moment van overpeinzing dat de gebroeders Taviani hier hebben ingelast. De zee, ze is van een verblindende schoonheid (denk aan de azuurblauwe diepte in Kaos), maar gruwelijk tegelijkertijd.
Na deze contemplatie zwenkt de camera naar het hedendaagse Sicilië waar het tweede drama zich afspeelt, Due sequestri. Een twaalfjarige jongen (Steve Spedicato), zoon van een maffiabaas, wordt vastgehouden door een voormalige politierechercheur (Lello Arena) in een huis in de bergen, met als doel zijn vader, elders gevangen genomen, namen uit de maffiawereld te laten onthullen.
De kidnapper heeft een vaderlijke rol op zich genomen. Hij geeft het gegijzelde jongetje een computer cadeau, leert hem voetballen en vertelt hem over de Ballaroberg, waar dokter Ballaro honderd jaar geleden werd ontvoerd door een stel primitieve boeren. Als in een raamvertelling is deze tweede ontvoering door de eerste heengeweven. Maar ondanks de bijzondere band van gijzelaar en ontvoerder in beide verhalen, loopt het slecht af met zowel de kleine Vincenzo als dokter Ballaro.
Waarom? vraag je je af, je gezicht nog in een flauwe lach. Zo is het leven, antwoorden de gebroeders Taviani met hun ijzingwekkend realisme.
Toch is dat niet altijd een bevredigend antwoord. Het lijkt alsof de regisseurs het toeval, poëtische beelden, en triviale gebeurtenissen verkiezen boven een systematisch scenario, want de verhalen worden weinig uitgediept. De motieven van de personages zijn erg mager: waarom pleegt de lachende slaper in het eerste verhaal alsnog zelfmoord, waarom doodt de ontvoerder toch het jongetje? Is dan alles te verklaren door het noodlot?

Wreedheid
Zo'n onconventionele en warrige vertelwijze moet wel opzet zijn van de gebroeders Taviani, die met hun meesterlijke films Padre Padrone (1976), La notte di San Lorenzo (1982) en Kaos (1984) vooral de poëzie van het alledaagse lieten zien. Ook in Tu ridi vertellen zij de verhalen bijna terloops, als deel van het gewone leven. Eén rode draad verbindt het geheel: menselijke wreedheid.
"Dingen zijn zoals je ze wilt zien. Het oog is als een glaasje, waar je doorheen kijkt", is de wijze les van dokter Ballaro aan zijn primitieve ontvoerders, die bot en dogmatisch hun wereld beschouwen. Het is ook de les van de gebroeders Taviani, die geen eenduidige film wilden maken. Dingen zijn niet zoals ze lijken. Van de ene dag op de andere kan alles anders zijn. Je lacht misschien, maar je kunt je ernstig vergissen en lachen om je eigen ondergang.
Félice laat het zien in een onvergetelijke scène. Op weg naar zijn laatste bestemming hangt hij uit een rijdende taxi en hij roept uitbundig naar de verbaasde putjesscheppers op straat: "Stap in, ga mee naar de zee. Laat de zorgen van het leven achter je! La vita è bella!"
Tu ridi is een lofzang op de slechte afloop.

Fleur Jurgens

Tu ridi
Italië, 1998
Productie: Gracia Volpi
Regie en scenario: Paolo en Vittorio Taviani, geïnspireerd op twee novellen van Luigi Pirandello
Camera: Guiseppe Lanci
Geluid: Tullio Morganti
Montage: Roberto Perpignani
Muziek: Nicola Piovani
Met: Antonio Albanese, Sabrina Ferilli, Turi Ferro, Lello Arena, Steve Spedicato
Kleur, 102 minuten
Distributie: Cinemien
Te zien: vanaf 16 september

Naar boven